Gebruik de 24 oefenvragen om jezelf voor te bereiden en te testen of je de leerstof kent.
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagenWelke stelling is juist?
I. De core bestaat uit alle spieren die aan de romp aanhechten.
II. Core stability is de mate waarin de kern van het lichaam in staat is om het lichaam in balans te houden.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn onjuist
B Alleen stelling I is juist
C Alleen stelling II is juist
D Beide stellingen zijn juist
Wat is de eenvoudigste methode om de intensiteit van duurtraining te bepalen?
----------------------------------------------------------------------------------
A Op basis van de zuurstofopname
B Op basis van een maximaaltest
C Op basis van de slagfrequentie van het hart
D Op basis van de anaerobe drempel
C Op basis van de slagfrequentie van het hart
input text value
Om een streefhartslag voor duurtraining te bepalen kunnen we de methode van de
hartslagfrequentiereserve (methode van Karvonen) gebruiken. Wat is de correcte formule voor de methode van Karvonen?
----------------------------------------------------------------------------------
A HFstreef = HFreserve x Hfrust + Trainingsintensiteit%
B HFstreef = Trainingsintensiteit% x HFreserve + HFrust
C HFstreef = Trainingsintensiteit% x HFrust + HFreserve
D HFstreef = HFactief + Trainingsintensiteit% x HFreserve
B HFstreef = Trainingsintensiteit% x HFreserve + HFrust
input text value
Welke uitspraak over acute spierpijn is niet juist?
----------------------------------------------------------------------------------
A De pijn duurt voort totdat de bloedtoevoer naar het spierweefsel wordt hersteld
B Bij acute spierpijn raakt spierweefsel beschadigd
C Er ontstaat een ophoping van stofwisselingsproducten
D De spierpijn treedt op tijdens de contracties
B Bij acute spierpijn raakt spierweefsel beschadigd
input text value
Wat is geen theorie over later optredende spierpijn?
----------------------------------------------------------------------------------
A De spasmetheorie
B De bindweefseltheorie
C De stofwisselingstheorie
D De theorie van weefselbeschadiging
Welke algemene factor speelt geen belangrijke rol bij het opstellen van een trainingsprogramma?
----------------------------------------------------------------------------------
A De verschillende trainingsfasen
B De trainingsaccommodatie
C De grondbeginselen van training
D De doelstellingen van de persoon die het trainingsprogramma wilt gaan uitvoeren.
Welke stelling is juist?
I. Trainingsprogramma's voor het voorseizoen dienen zich te focussen op het naar een maximaal niveau brengen van de belangrijkste
energiesystemen.
II. Tijdens het wedstrijdseizoen is driemaal krachttraining per week aan te raden.
----------------------------------------------------------------------------------
A Alleen stelling II is juist
B Beide stellingen zijn onjuist
C Beide stellingen zijn juist
D Alleen stelling I is juist
Wat is het belangrijkste effect van de warming-up?
----------------------------------------------------------------------------------
A Een verbeterde werking van de longen
B Een toename in gevoeligheid van gewrichten, pezen en zintuigen
C Een toename in de viscositeit van gewrichten
D Een stijging van de lichaamstemperatuur
D Een stijging van de lichaamstemperatuur
input text value
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagen
Leer je de oefenvragen liever vanaf papier? Download dan de 24 oefenvragen als PDF.
In winkelwagen
Verdien geld met het maken van oefenvragen en leer direct voor je aankomende toets.
Oefenvragen makenDeze oefenvragen bevatten
1) Theorie/examenvragen (van hoofdstuk 8: Trainingsleer) die je kunt krijgen op je Fitnesstrainer B theorie examen.
2) Alle correcte antwoorden
Ik zelf, heb alle vragen en antwoorden (van alle hoofdstukken) goed geleerd. Dit had als gevolg dat ik een 9,3 heb kunnen behalen voor het theorie examen. Veel succes!
24 oefenvragen
81x verkocht
Nederlands
01-12-2021
HBO / Hogeschool van Amsterdam / Sport, Management en Ondernemen
Samenvatting Fitnesstrainer B boek (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer B Uitwerking Zelftestvragen (van alle hoofdstukken) / 2026 Fitnesstrainer B Nakijkformulier Examentraining (meer dan 250 oefenvragen die kunt leren voor je theorie examen) / 2026 Fitnesstrainer B Examentraining (Meer dan 250 oefenvragen) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 5: Communicatie in het team (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 4: Communicatie met de klanten (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 3: Het organiseren van een (mini) evenement (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 3: Uitwerking draaiboek (mini) evenement + flyer en aanmeldingsformulier (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 1: Testen (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 2: Het maken van een lessenreeks Lesvoorbereidingsformulier week 9 t/m 12 (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 2: Het maken van een lessenreeks Lesvoorbereidingsformulier week 5 t/m 8 (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 2: Het maken van een lessenreeks Lesvoorbereidingsformulier week 1 t/m 4 (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 2: Het maken van een lessenreeks Lesvoorbereidingsformulier week 13 t/m 16 (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 2: Het maken van een lessenreeks (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Portfolio (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A (NL Actief) Eindexamen Lesvoorbereidingsformulier / 2026 Fitnesstrainer A (EXTRA) Examen les in tekst op a4 uitgeschreven / 2026
Welke stelling is juist?
I. De core bestaat uit alle spieren die aan de romp aanhechten.
II. Core stability is de mate waarin de kern van het lichaam in staat is om het lichaam in balans te houden.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn onjuist
B Alleen stelling I is juist
C Alleen stelling II is juist
D Beide stellingen zijn juist
Wat is de eenvoudigste methode om de intensiteit van duurtraining te bepalen?
----------------------------------------------------------------------------------
A Op basis van de zuurstofopname
B Op basis van een maximaaltest
C Op basis van de slagfrequentie van het hart
D Op basis van de anaerobe drempel
Om een streefhartslag voor duurtraining te bepalen kunnen we de methode van de
hartslagfrequentiereserve (methode van Karvonen) gebruiken. Wat is de correcte formule voor de methode van Karvonen?
----------------------------------------------------------------------------------
A HFstreef = HFreserve x Hfrust + Trainingsintensiteit%
B HFstreef = Trainingsintensiteit% x HFreserve + HFrust
C HFstreef = Trainingsintensiteit% x HFrust + HFreserve
D HFstreef = HFactief + Trainingsintensiteit% x HFreserve
Welke uitspraak over acute spierpijn is niet juist?
----------------------------------------------------------------------------------
A De pijn duurt voort totdat de bloedtoevoer naar het spierweefsel wordt hersteld
B Bij acute spierpijn raakt spierweefsel beschadigd
C Er ontstaat een ophoping van stofwisselingsproducten
D De spierpijn treedt op tijdens de contracties
Wat is geen theorie over later optredende spierpijn?
----------------------------------------------------------------------------------
A De spasmetheorie
B De bindweefseltheorie
C De stofwisselingstheorie
D De theorie van weefselbeschadiging
Welke algemene factor speelt geen belangrijke rol bij het opstellen van een trainingsprogramma?
----------------------------------------------------------------------------------
A De verschillende trainingsfasen
B De trainingsaccommodatie
C De grondbeginselen van training
D De doelstellingen van de persoon die het trainingsprogramma wilt gaan uitvoeren.
Welke stelling is juist?
I. Trainingsprogramma's voor het voorseizoen dienen zich te focussen op het naar een maximaal niveau brengen van de belangrijkste
energiesystemen.
II. Tijdens het wedstrijdseizoen is driemaal krachttraining per week aan te raden.
----------------------------------------------------------------------------------
A Alleen stelling II is juist
B Beide stellingen zijn onjuist
C Beide stellingen zijn juist
D Alleen stelling I is juist
Wat is het belangrijkste effect van de warming-up?
----------------------------------------------------------------------------------
A Een verbeterde werking van de longen
B Een toename in gevoeligheid van gewrichten, pezen en zintuigen
C Een toename in de viscositeit van gewrichten
D Een stijging van de lichaamstemperatuur
Wat doet de sporter tijdens het herstelinterval bij het trainen van het zuurstofsysteem?
----------------------------------------------------------------------------------
A Rustherstel (bijvoorbeeld wandelen)
B Volledige rust (bijvoorbeeld zitten)
C Een combinatie van rustherstel en belastingsherstel
D Belastingsherstel (bijvoorbeeld joggen)
Welk stelling is juist?
I. Een isotone contractie is hetzelfde als een excentrische contractie.
II. Een isokinetische contractie is een contractie is de snelheid tijdens het hele bewegingstraject constant.
----------------------------------------------------------------------------------
A Alleen stelling I is juist
B Beide stellingen zijn juist
C Beide stellingen zijn onjuist
D Alleen stelling II is juist
Welke stelling is juist?
I. Het verband tussen zuurstofverbruik en hartslagfrequentie
is grotendeels lineair.
II. Het zuurstofverbruik bereikt eerder zijn maximale waarde dan de hartslagfrequentie.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn juist
B Beide stellingen zijn onjuist
C Alleen stelling I is juist
D Alleen stelling II is juist
Wat is geen trainingsvariabele binnen de trainingsleer?
----------------------------------------------------------------------------------
A Vochtinname
B Trainingsintensiteit
C Prikkeldichtheid
D Trainingsomvang
Welke fase vormt de eerste week van een mesocycles?
----------------------------------------------------------------------------------
A Geen van de antwoorden is juist
B De veranderingsfase
C De krachtuithoudingsvermogenfase
D De snelkrachtfase
Welke stelling is juist?
I. Trainingsomvang en trainingsintensiteit zijn omgekeerd
evenredig aan elkaar.
II. Trainingsduur en trainingsintensiteit zijn omgekeerd evenredig aan elkaar.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn onjuist
B Beide stellingen zijn juist
C Alleen stelling I is juist
D Alleen stelling II is juist
Wat is geen functie van een cooling-down?
----------------------------------------------------------------------------------
A Het verlagen van de lichaamstemperatuur
B Het normaliseren van de bloedverdeling
C Het langer maken van de spieren
D Het afvoeren van afvalstoffen
Wat is een isokinetische contractie?
----------------------------------------------------------------------------------
A Een contractie waarbij de spierlengte toeneemt
B Een contractie waarbij de spierlengte constant blijft
C Een contractie waarbij de snelheid waarmee een spier verkort over het hele bewegingstraject constant is
D Een contractie waarbij de snelheid waarmee een spier verkort tijdens de beweging
versnelt
Waar kan hypertrofie niet aan worden toegeschreven?
----------------------------------------------------------------------------------
A Een toename in het aantal myofibrillen per spiervezel
B Een toename van de capillaire dichtheid per vezel
C Een toename in het aantal spiervezels
D Een toename van de massa van bindweefsel, pezen en banden
Welke stelling is juist?
I. Een sprinter heeft meer baat bij krachttraining dan een duursporter.
II. Een spelsporter heeft meer baat bij krachttraining dan een sprinter.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn juist
B Beide stellingen zijn onjuist
C Alleen stelling I is juist
D Alleen stelling II is juist
Wat is de correcte formule voor de methode van de maximale hartslagfrequentie?
----------------------------------------------------------------------------------
A HFstreef = Trainingsintensiteit% x HFmax
B HFmax = Trainingsintensiteit% x HFstreef
C HFstreef = Trainingsintensiteit% + HFmax
D HFmax = Trainingsintensiteit% + HFstreef
Welke stelling is juist?
I. Voor duurtraining wordt een trainingsfrequentie van 3 tot 5 keer per week
aanbevolen.
II. Voor sprinttraining wordt een trainingsfrequentie van 3 tot 5 keer per week aanbevolen.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn juist
B Alleen stelling II is juist
C Beide stellingen zijn onjuist
D Alleen stelling I is juist
Welke stelling is juist?
I. Macrocycles kunnen een tijdspanne overbruggen van enkele maanden tot een jaar.
II. Mesocycles duren veelal 6 tot 8 weken.
----------------------------------------------------------------------------------
A Alleen stelling I is juist
B Beide stellingen zijn onjuist
C Alleen stelling II is juist
D Beide stellingen zijn juist
Wat verstaan we onder cardiorespiratoir?
----------------------------------------------------------------------------------
A Het ademhalingssysteem
B Een samenwerking tussen het hart en de bloedvaten
C De bloedsomloop
D Een samenwerking tussen de bloedsomloop en het ademhalingssysteem
Welke stelling is juist?
I. Door krachttraining neemt de concentratie van creatine in het spierweefsel met 39% toe.
II. Door te trainen op snelkracht worden langzame spiervezels omgezet in snelle spiervezels.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn juist
B Alleen stelling I is juist
C Beide stellingen zijn onjuist
D Alleen stelling II is juist
Wat verstaan we onder prikkeldichtheid?
-----------------------------------------------------------------------------------
A Het aantal series en herhalingen per training
B De totale prikkelduur per training
C De aard van het herstelinterval
D De prikkelduur per serie in verhouding tot de pauzes
Mijn account bevat: - Een uitwerking van alle deelopdrachten van Fitnesstrainer A en B - Alle bijbehorende lesvoorbereidingsformulieren (Fitnesstrainer A en B) - Alle kerntaken van Sport en Bewegen Extra documenten Fitnesstrainer B: - Uitgebreide samenvatting theorieboek - Uitwerking van alle zelftestvragen van elk hoofdstuk. - Meer dan 250 oefenvragen die je kunt leren voor het theorie examen. Alle documenten zijn recent geüpdatet naar de criteria die NL Actief hanteert in 2026. Daarnaast zijn alle documenten goedgekeurd door een docent van NL Actief. Het voldoet dus aan alle eisen. Mijn documenten gaan jou dus ook gegarandeerd helpen om beide portfolio's in orde te maken zodat jij uiteindelijk kan slagen!
Ik vind Knoowy erg handig om samenvattingen van mijn opleiding te kopen.
Je spaart enorm veel tijd uit door gebruik te maken van deze samenvattingen!
Knoowy is heel handig om te gebruiken. Zeker aan te raden.
Fijne website voor elke student die hulp nodig heeft bij het leren.
Bij Knoowy vind ik notities van vakken die mij helpen bij het leren.
Knoowy is zeker een fijn platform waar studenten goede samenvattingen kunnen vinden die ondersteunend werken voor het examen.
Als student voor de examencommissie besparen samenvattingen mij een heleboel opzoekwerk!
Dit is een duidelijke en overzichtelijke site. Leuk dat er ook samenvattingen zijn. Betalingen en communicatie verloopt vlotjes