Gebruik de 32 oefenvragen om jezelf voor te bereiden en te testen of je de leerstof kent.
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagenWat doen proprioceptoren?
-----------------------------------------------------------------------------------
A Deze zorgen ervoor dat het lichaam trainbaar is
B Deze zorgen ervoor dat het lichaam kan bewegen
C Deze zorgen ervoor dat het lichaam in balans blijft
D Deze zorgen ervoor dat het lichaam kan groeien
C Deze zorgen ervoor dat het lichaam in balans blijft
input text value
Wat is een ander woord voor zenuwcellen?
----------------------------------------------------------------------------------
A Neuronen
B Dendrieten
C Axonen
D Neurotransmitters
Welke stelling is juist?
I. Neurotransmitters kunnen de activiteit van een neuron stimuleren en afremmen.
II. GABA stimuleert een neuron en glumaat remt een neuron af.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn juist
B Alleen stelling II is juist
C Beide stellingen zijn onjuist
D Alleen stelling I is juist
Welke stelling is juist?
I. Propriocepsis is het vermogen om je lichaamspositie te voelen.
II. Balanstraining is een functionele trainingsvorm dat propriocepsis, stabiliteit en coördinatie integreert in fitnesstraining op elk niveau.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn juist
B Alleen stelling I is juist
C Beide stellingen zijn onjuist
D Alleen stelling II is juist
Wat is geen testoefening van de Functional Movement Screen?
----------------------------------------------------------------------------------
A De diepe squat
B Romp stabiliteit push-up
C De lunge in één lijn
D De shoulder press
Wat vormt een bipolaire zenuwcel?
----------------------------------------------------------------------------------
A Deze hebben één axon als uitloper
B Deze hebben één axon en één dendriet als uitloper
C Deze hebben één axon en meerdere dendrieten als uitloper
D Deze hebben één dendriet en meerdere axonen als uitloper
B Deze hebben één axon en één dendriet als uitloper
input text value
Welke indeling van zenuwcellen op basis van vorm onderscheiden we?
----------------------------------------------------------------------------------
A Monopolair, bipolair en dipolair
B Unipolair, bipolair en multipolair
C Monopolair, dipolair en tripolair
D Unipolair, bipolair en polypolair
B Unipolair, bipolair en multipolair
input text value
Wat vormt een unipolaire zenuwcel?
----------------------------------------------------------------------------------
A Deze hebben één axon en één dendriet als uitloper
B Deze hebben één dendriet en meerdere axonen als uitloper
C Deze hebben één axon en meerdere dendrieten als uitloper
D Deze hebben één axon als uitloper
D Deze hebben één axon als uitloper
input text value
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagen
Leer je de oefenvragen liever vanaf papier? Download dan de 32 oefenvragen als PDF.
In winkelwagen
Verdien geld met het maken van oefenvragen en leer direct voor je aankomende toets.
Oefenvragen makenDeze oefenvragen bevatten
1) Theorie/examenvragen (van hoofdstuk 7: Anatomie) die je kunt krijgen op je Fitnesstrainer B theorie examen.
2) Alle correcte antwoorden
Ik zelf, heb alle vragen en antwoorden (van alle hoofdstukken) goed geleerd. Dit had als gevolg dat ik een 9,3 heb kunnen behalen voor het theorie examen. Veel succes!
32 oefenvragen
82x verkocht
Nederlands
01-12-2021
HBO / Hogeschool van Amsterdam / Sport, Management en Ondernemen
Samenvatting Fitnesstrainer B boek (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer B Uitwerking Zelftestvragen (van alle hoofdstukken) / 2026 Fitnesstrainer B Nakijkformulier Examentraining (meer dan 250 oefenvragen die kunt leren voor je theorie examen) / 2026 Fitnesstrainer B Examentraining (Meer dan 250 oefenvragen) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 4: Communicatie met de klanten (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 5: Communicatie in het team (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 3: Uitwerking draaiboek (mini) evenement + flyer en aanmeldingsformulier (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 3: Het organiseren van een (mini) evenement (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 1: Testen (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 2: Het maken van een lessenreeks Lesvoorbereidingsformulier week 9 t/m 12 (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 2: Het maken van een lessenreeks Lesvoorbereidingsformulier week 5 t/m 8 (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 2: Het maken van een lessenreeks Lesvoorbereidingsformulier week 13 t/m 16 (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 2: Het maken van een lessenreeks Lesvoorbereidingsformulier week 1 t/m 4 (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 2: Het maken van een lessenreeks (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Portfolio (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A (NL Actief) Eindexamen Lesvoorbereidingsformulier / 2026 Fitnesstrainer A (EXTRA) Examen les in tekst op a4 uitgeschreven / 2026
Wat doen proprioceptoren?
-----------------------------------------------------------------------------------
A Deze zorgen ervoor dat het lichaam trainbaar is
B Deze zorgen ervoor dat het lichaam kan bewegen
C Deze zorgen ervoor dat het lichaam in balans blijft
D Deze zorgen ervoor dat het lichaam kan groeien
Wat is een ander woord voor zenuwcellen?
----------------------------------------------------------------------------------
A Neuronen
B Dendrieten
C Axonen
D Neurotransmitters
Welke stelling is juist?
I. Neurotransmitters kunnen de activiteit van een neuron stimuleren en afremmen.
II. GABA stimuleert een neuron en glumaat remt een neuron af.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn juist
B Alleen stelling II is juist
C Beide stellingen zijn onjuist
D Alleen stelling I is juist
Welke stelling is juist?
I. Propriocepsis is het vermogen om je lichaamspositie te voelen.
II. Balanstraining is een functionele trainingsvorm dat propriocepsis, stabiliteit en coördinatie integreert in fitnesstraining op elk niveau.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn juist
B Alleen stelling I is juist
C Beide stellingen zijn onjuist
D Alleen stelling II is juist
Wat is geen testoefening van de Functional Movement Screen?
----------------------------------------------------------------------------------
A De diepe squat
B Romp stabiliteit push-up
C De lunge in één lijn
D De shoulder press
Wat vormt een bipolaire zenuwcel?
----------------------------------------------------------------------------------
A Deze hebben één axon als uitloper
B Deze hebben één axon en één dendriet als uitloper
C Deze hebben één axon en meerdere dendrieten als uitloper
D Deze hebben één dendriet en meerdere axonen als uitloper
Welke indeling van zenuwcellen op basis van vorm onderscheiden we?
----------------------------------------------------------------------------------
A Monopolair, bipolair en dipolair
B Unipolair, bipolair en multipolair
C Monopolair, dipolair en tripolair
D Unipolair, bipolair en polypolair
Wat vormt een unipolaire zenuwcel?
----------------------------------------------------------------------------------
A Deze hebben één axon en één dendriet als uitloper
B Deze hebben één dendriet en meerdere axonen als uitloper
C Deze hebben één axon en meerdere dendrieten als uitloper
D Deze hebben één axon als uitloper
Welke stelling is juist?
I. Een axon geleidt informatie van de zenuwcel af.
II. Een neurotransmitter is een chemische stof die informatie tussen twee neuronen overbrengt.
----------------------------------------------------------------------------------
A Alleen stelling I is juist
B Beide stellingen zijn juist
C Alleen stelling II is juist
D Beide stellingen zijn onjuist
Waaruit bestaat een zenuw?
----------------------------------------------------------------------------------
A Alleen uit uitlopers
B Uit een cellichaam met uitlopers
C Alleen uit een cellichaam
D Uit een cellichaam met synapsen
Wat is atherosclerose?
----------------------------------------------------------------------------------
A Het afsluiten van een kransslagader
B Een verwijding van bloedvaten
C Een vernauwing van bloedvaten
D Een aandoening die enkel voorkomt bij ouderen
Wat heeft geen invloed op de propriocepsis?
----------------------------------------------------------------------------------
A Stress
B Vermoeidheid
C Het aantal proprioceptoren
D Pijn
Wat is een ander woord voor celmembraan?
----------------------------------------------------------------------------------
A Cytosol
B Cytoplasma
C Plasmalemma
D Mitochondrië
Wat is een synaps?
----------------------------------------------------------------------------------
A Een verbinding tussen twee neuronen
B Een zenuwcel
C Een uitloper van een neuron
D Meerdere zenuwcellen samen
Welke stelling is juist?
I. Alle grondmotorische eigenschappen gaan achteruit door het verouderingsproces.
II. Door het verouderingsproces vermindert de longfunctie.
----------------------------------------------------------------------------------
A Alleen stelling I is juist
B Beide stellingen zijn onjuist
C Beide stellingen zijn juist
D Alleen stelling II is juist
Welke stelling is juist?
I. Onze hersenen zijn opgebouwd uit ongeveer 100 miljard neuronen.
II. Neuronen staan met elkaar in verbinding via lange uitlopers.
----------------------------------------------------------------------------------
A Alleen stelling I is juist
B Beide stellingen zijn onjuist.
C Alleen stelling II is juist
D Beide stellingen zijn juist
Wat is geen functie van de kleine hersenen?
----------------------------------------------------------------------------------
A Bewaren van het evenwicht
B Reguleren van het geheugen
C Aanleren van nieuwe vaardigheden
D Regulatie van de motoriek
Wat zijn neurotransmitters?
----------------------------------------------------------------------------------
A Chemische stoffen die signalen overdragen tussen neuronen
B Zenuwcellen
C Geen van de antwoorden is juist
D Uitlopers van neuronen
Welke twee zenuwstelsels onderscheiden we?
----------------------------------------------------------------------------------
A Het centrale zenuwstelsel en het perifere zenuwstelsel
B Het centrale zenuwstelsel en het weefselzenuwstelsel
C Het automatische zenuwstelsel en het non-automatische zenuwstelsel
D Het centrale zenuwstelsel en het decentrale zenuwstelsel
Welke stelling is juist?
I. Propriocepsis wordt het beste getraind door in een balanstraining stabiliteit en coördinatie te trainen.
II. Stabiliteitsoefeningen in een statische houding is de beste vorm van balanstraining.
----------------------------------------------------------------------------------
A Alleen stelling II is juist
B Beide stellingen zijn onjuist
C Alleen stelling I is juist
D Beide stellingen zijn juist
Welke stelling is juist?
I. Voordat senioren kunnen sporten is het van belang dat ze een medisch onderzoek ondergaan.
II. Een medisch onderzoek dient altijd een
algemene anamnese te omvatten.
----------------------------------------------------------------------------------
A Alleen stelling II is juist
B Alleen stelling I is juist
C Beide stellingen zijn onjuist
D Beide stellingen zijn juist
Uit welke delen bestaat het motorische zenuwstelsel?
----------------------------------------------------------------------------------
A Uit het axon en dendrieten
B Het somatische systeem en het autonome systeem
C Het centrale systeem en het decentrale systeem
D Het sympatische systeem en het parasympatische systeem
Wat zijn de drie belangrijkste risicofactoren voor een hartinfarct?
----------------------------------------------------------------------------------
A Roken, hoge bloeddruk en een hoog cholesterolgehalte
B Roken, vetzucht en een gebrek aan lichaamsbeweging
C Roken, hoge bloeddruk en psychische spanning
D Roken, erfelijkheid en een gebrek aan lichaamsbeweging
Wat zijn agonisten in het zenuwstelsel?
----------------------------------------------------------------------------------
A Uitlopers van een neuron
B Stoffen die de werking van een neurotransmitter afremmen
C Stoffen die de werking van een neurotransmitter stimuleren
D Geen van de antwoorden is juist
Welke stelling is juist.
I. Propriocepsis kan verstoord raken door een blessure.
II. Propriocepsis kan verstoord raken door het nooit te trainen.
----------------------------------------------------------------------------------
A Alleen stelling II is juist
B Beide stellingen zijn onjuist
C Beide stellingen zijn juist
D Alleen stelling I is juist
Wat is juist ten aanzien van spierspoeltjes?
----------------------------------------------------------------------------------
A Het zijn orgaantjes die zich bevinden parallel gelegen aan de spiervezels van de spier en geven informatie over de lengte van de spier en hoe snel deze verandert
B Het zijn orgaantjes die zich bevinden in de pezen en geven informatie over de lengte van
de spier en hoe snel deze verandert
C Het zijn orgaantjes die zich bevinden parallel gelegen aan de spiervezels van de spier en
geven informatie over de spanning van de spier en hoe snel deze verandert
D Het zijn orgaantjes die zich bevinden in de pezen en geven informatie over de spanning
van de spier en hoe snel deze verandert
Welke soorten uitlopers onderscheiden we?
----------------------------------------------------------------------------------
A GABA en glumaat
B Zenuwcellen en neuronen
C Synapsen en dendrieten
D Axonen en dendrieten
Wat vormt een multipolaire zenuwcel?
----------------------------------------------------------------------------------
A Deze hebben één axon en één dendriet als uitloper
B Deze hebben één axon als uitloper
C Deze hebben één dendriet en meerdere axonen als uitloper
D Deze hebben één axon en meerdere dendrieten als uitloper
Welke stelling is juist?
I. De snelheid waarmee een impuls zich voortplant is afhankelijk van de dikte van de myelineschede en de diameter van de zenuw.
II. Impulsen worden doorgegeven door de actiepotentiaal: een verandering van de
elektrische potentiaal over de celmembraan.
----------------------------------------------------------------------------------
A Alleen stelling II is juist
B Beide stellingen zijn juist
C Alleen stelling I is juist
D Beide stellingen zijn onjuist
Wat zijn antagonisten in het zenuwstelsel?
----------------------------------------------------------------------------------
A Stoffen die de werking van neurotransmitters afremmen
B Uitlopers van een neuron
C Stoffen die de werking van neurotransmitters stimuleren
D Geen van de antwoorden is juist
Welke stelling is juist?
I. Door lichamelijke activiteit ontstaat een toename in de vaatdiameter.
II. Door lichamelijke activiteit ontstaat een toename in het aantal bloedvaten van het hart.
----------------------------------------------------------------------------------
A Alleen stelling II is juist
B Beide stellingen zijn juist
C Beide stellingen zijn onjuist
D Alleen stelling I is juist
Welke stelling is juist?
I. Axonen geleiden van de zenuwcel af, dendrieten er
naartoe.
II. Axonen zijn dun en sterk vertakt, dendrieten zijn dik en onvertakt.
----------------------------------------------------------------------------------
A Alleen stelling II is juist
B Beide stellingen zijn onjuist
C Alleen stelling I is juist
D Beide stellingen zijn juist
Mijn account bevat: - Een uitwerking van alle deelopdrachten van Fitnesstrainer A en B - Alle bijbehorende lesvoorbereidingsformulieren (Fitnesstrainer A en B) - Alle kerntaken van Sport en Bewegen Extra documenten Fitnesstrainer B: - Uitgebreide samenvatting theorieboek - Uitwerking van alle zelftestvragen van elk hoofdstuk. - Meer dan 250 oefenvragen die je kunt leren voor het theorie examen. Alle documenten zijn recent geüpdatet naar de criteria die NL Actief hanteert in 2026. Daarnaast zijn alle documenten goedgekeurd door een docent van NL Actief. Het voldoet dus aan alle eisen. Mijn documenten gaan jou dus ook gegarandeerd helpen om beide portfolio's in orde te maken zodat jij uiteindelijk kan slagen!
Knoowy is een makkelijk platform om in contact te komen met studenten die extra hulp nodig hebben in de voorbereiding van examens, het maken van verslagen of ander huiswerk.
Het uploaden en verkopen van mijn documenten verloopt altijd super vlot, alles word eigenlijk al door Knoowy geregeld! Leuk dat medestudenten ook iets aan mijn documenten hebben!
Goede site voor studenten die extra hulpje nodig hebben. Zeker een aanrader!
Via Knoowy kan ik makkelijk in contact komen met studenten die hulp nodig hebben. Met bijles kan ik hen te hulp schieten.
Ik vind Knoowy erg handig om samenvattingen van mijn opleiding te kopen.
Het is heel fijn om via Knoowy extra ondersteuning te hebben bij het studeren door middel van samenvattingen van de lesstof.
Betrouwbare website. Helpt me goed bij het studeren en herhalen.
Betrouwbaar platform om kwaliteitsvolle samenvattingen te vinden en een aangename en gemakkelijke website om te gebruiken