Gebruik de 80 oefenvragen om jezelf voor te bereiden en te testen of je de leerstof kent.
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagenOp de rand van het bed leest papa voor aan Kees uit een spannend boek. Papa heeft gezegd dat in dit hoofdstuk de dader zich verraadt. Kees is benieuwd. Welke luisterstrategie is adequaat in deze situatie?
Gericht luisteren
Globaal luisteren
Kritisch luisteren
Het digitale tv-systeem van meneer De Groot werkt niet. Hij belt de helpdesk. De medewerker van de helpdesk legt uit wat meneer De Groot moet doen. Wat is het spreekdoel van de medewerker van de helpdesk in dit voorbeeld?
Informeren
Instrueren
Overtuigen
Stella loopt naar de bus en mompelt: ‘’Dan ga ik zo eerst Nederlands leren en daarna mijn les natuuronderwijs voor morgen voorbereiden.’’ Van welke taalfunctie is in dit voorbeeld sprake?
Structurering van het gesprek
Zelfhandhaving
Zelfsturing
Kiki uit groep 5 is net verhuisd en vertelt in de vertelkring op school hoe haar nieuwe kamer eruitziet. Van welke taalfunctie is in bovenstaand voorbeeld sprake?
Projecteren
Rapporteren
Redeneren
‘’Ik pak een koekje’’, zegt Koen. Moeder reageert: ‘’Dat zeggen we zo niet. Je bedoelt: Mag ik een koekje?’’ Op welk niveau van taal heeft de reactie van de moeder van Koen betrekking?
Fonologie
Pragmatiek
Semantiek
Er bestaan verschillende theorieën over hoe kinderen taal verwerven. Welke uitspraak is juist?
Volgens de creatieve constructietheorie beschikt een kind over een aangeboren taalleervermogen.
Volgens de creatieve constructietheorie leert een kind taal door taal uit zijn omgeving te imiteren.
Volgens de interactionele benadering speelt het taalleermechanisme geen rol.
Volgens de creatieve constructietheorie beschikt een kind over een aangeboren taalleervermogen.
input text value
In welke taalontwikkelingsfase hoort de éénwoordzin?
De differentiatiefase
De voltooiingsfase
De vroeglinguale periode
Bart is volop bezig zijn taal te ontwikkelen. Hij gebruikt sinds kort tweewoordzinnen. Van welke fase van de taalontwikkeling is hier sprake?
Differentiatiefase
Metalinguïstische fase
Vocalisatiefase
Vroeglinguale fase
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagen
Leer je de oefenvragen liever vanaf papier? Download dan de 80 oefenvragen als PDF.
In winkelwagen
Verdien geld met het maken van oefenvragen en leer direct voor je aankomende toets.
Oefenvragen makenMet deze vragen bereid je je goed voor op het tentamen Kennis basis Taal. De vragen komen uit de tentamens.
80 oefenvragen
3x verkocht
Nederlands
24-01-2022
Op de rand van het bed leest papa voor aan Kees uit een spannend boek. Papa heeft gezegd dat in dit hoofdstuk de dader zich verraadt. Kees is benieuwd. Welke luisterstrategie is adequaat in deze situatie?
Gericht luisteren
Globaal luisteren
Kritisch luisteren
Het digitale tv-systeem van meneer De Groot werkt niet. Hij belt de helpdesk. De medewerker van de helpdesk legt uit wat meneer De Groot moet doen. Wat is het spreekdoel van de medewerker van de helpdesk in dit voorbeeld?
Informeren
Instrueren
Overtuigen
Stella loopt naar de bus en mompelt: ‘’Dan ga ik zo eerst Nederlands leren en daarna mijn les natuuronderwijs voor morgen voorbereiden.’’ Van welke taalfunctie is in dit voorbeeld sprake?
Structurering van het gesprek
Zelfhandhaving
Zelfsturing
Kiki uit groep 5 is net verhuisd en vertelt in de vertelkring op school hoe haar nieuwe kamer eruitziet. Van welke taalfunctie is in bovenstaand voorbeeld sprake?
Projecteren
Rapporteren
Redeneren
‘’Ik pak een koekje’’, zegt Koen. Moeder reageert: ‘’Dat zeggen we zo niet. Je bedoelt: Mag ik een koekje?’’ Op welk niveau van taal heeft de reactie van de moeder van Koen betrekking?
Fonologie
Pragmatiek
Semantiek
Er bestaan verschillende theorieën over hoe kinderen taal verwerven. Welke uitspraak is juist?
Volgens de creatieve constructietheorie beschikt een kind over een aangeboren taalleervermogen.
Volgens de creatieve constructietheorie leert een kind taal door taal uit zijn omgeving te imiteren.
Volgens de interactionele benadering speelt het taalleermechanisme geen rol.
In welke taalontwikkelingsfase hoort de éénwoordzin?
De differentiatiefase
De voltooiingsfase
De vroeglinguale periode
Bart is volop bezig zijn taal te ontwikkelen. Hij gebruikt sinds kort tweewoordzinnen. Van welke fase van de taalontwikkeling is hier sprake?
Differentiatiefase
Metalinguïstische fase
Vocalisatiefase
Vroeglinguale fase
Wang is 2,5 jaar. Hij woont sinds kort met zijn Chinese moeder en Nederlandse vader in Nederland. Zijn moedertaal is Chinees en nu leert hij Nederlands. Van welk type taalverwerving is dit een voorbeeld?
Van het leren van een vreemde taal
Van simultane tweetaligheid
Van successieve tweetaligheid
Van zowel successieve als simultane tweetaligheid
Metin woont nu enkele maanden in Nederland en speelt sinds kort met zijn buurjongetje. Hij zegt: ‘’Kom we pakken fiets!’’ Hij gebruikt geen lidwoorden, omdat hij die ook niet gebruikt in zijn eerste taal, het Turks. Waarvan is de uiting van Metin een typisch voorbeeld?
Contaminatie
Interferentie
Overgeneralisatie
Meester Martijn bespreekt met de kinderen van groep 5 de komst van een nieuwe stagiair. ‘Moeten we nou u of je zeggen tegen haar?’, vraagt Emre. ‘Wat vinden jullie zelf? Ze is nog heel jong!’, zegt de meester. ‘Nou’, zegt Patricia, ‘dan hoeven we nog geen u te zeggen!’ Welke communicatieve competentie laat Patricia met deze opvatting zien?
Functionele competentie
Grammaticale competentie
Strategische competentie
Tekstuele competentie
Cihan (6 jaar) woont sinds 3 maanden in Nederland. Op tafel in de klas liggen verschillende attributen. Zijn juf zegt tegen hem: ‘’Leg het potlood in de doos.’’ Op welk deel van de woordenschat van Cihan wordt een beroep gedaan in dit voorbeeld?
Productieve woordenschat
Receptieve woordenschat
Signaalwoordenschat
In welke omschrijving van het woord ‘onbetrouwbaar’ is sprake van de woordleerstrategie ‘woordanalyse’?
Als je iemand niet vertrouwt, noem je die persoon onbetrouwbaar.
Je kunt een onbetrouwbaar persoon niet geloven; een betrouwbaar persoon wel.
‘On’ betekent ‘niet’. Een onbetrouwbaar persoon is niet betrouwbaar.
Onbetrouwbaar is het tegenovergestelde van wel betrouwbaar.
Welke van onderstaande woordgroepen zegt iets over het concept ‘bord’?
Afwassen, bordes, pictogram, verkeer
Bestek, eten, moeder, tafel
Bordeaux, bordenwasser, borderliner, bordspel
Krijtje, schoollokaal, schrijven, zwart
Het woord ‘arm’ heeft twee betekenissen. Hoe worden woorden als ‘arm’ genoemd?
Homografen
Homoniemen
Synoniemen
Akkie komt in haar aardrijkskundeboek de volgende woorden tegen: hoewel, functie, gekenmerkt en complexe. Hoe heet dit type woorden?
Inhoudswoorden
Schooltaalwoorden
Signaalwoorden
Vaktaalwoorden
De volgende woorden: Daarna, Hier, Maar, Ten eerste. Hoe noemen we deze woorden?
Inhoudswoorden
Signaalwoorden
Vaktaalwoorden
In het mentaal lexicon zijn met het woord ‘boek’ de volgende woorden verbonden: bibliotheek, spannend, koek, schrijver, cadeau. Op basis van welke identiteit hangen de woorden ‘boek’ en ‘koek’ samen?
Fonologische identiteit
Morfologische identiteit
Semantische identiteit
Syntactische identiteit
Een kind leert de woorden: cake, oven, bakblik, trakteren, ovenwant en mixer. Wat is de relatie tussen de woorden die dit kind leert?
Betekenisrelatie
Cognitieve relatie
Grammaticale relatie
Julie (2 jaar) gebruikt het woord vis alleen voor de goudvis die b ij haar thuis in de kom zwemt. Van welk principe van woordenschatverwerving is dit een voorbeeld?
Categoriseren
Labelen
Netwerkopbouw
Vader leest de krant en Ilja van twee jaar heeft ook een krant. Hij imiteert zijn vader en ‘leest’ de krant op zijn kop. Welke fase van geletterdheid is in dit voorbeeld zichtbaar bij Ilja?
Beginnende geletterdheid
Gevorderde geletterdheid
Ontluikende geletterdheid
Luuk bekijkt met zijn moeder een prentenboek. Ze hebben het boek al vier keer gelezen. ‘’Hoe heet het boek ook weer?’’, zegt moeder en ze wijst naar de titel. Welk onderdeel van geletterdheid staat centraal in dit voorbeeld?
Boekorientatie
Taalbewustzijn
Verhaalbegrip
Bram heeft een tekening gemaakt. Zijn moeder schrijft erbij wat hij bedoelt. Welk onderdeel van geletterdheid staat centraal in dit voorbeeld?
Functies van geschreven taal
Technisch lezen en schrijven
Visuele vaardigheden
Wat wordt onder het alfabetisch principe verstaan?
Wanneer een taal net zoveel klanken als letters kent
Wanneer een taal volgens het Latijnse alfabet wordt geschreven
Wanneer in een taal elke klank door een apart teken wordt weergegeven
Juf Marieke zegt een zin en Femke klapt op ieder woordje in de zin in haar handen. Welk onderdeel van geletterdheid staat centraal in deze situatie?
Alfabetisch principe
Functies van gesproken taal
Taalbewustzijn
Voor welk type bewustzijn is het toepassen van beginrijm kenmerkend?
Fonemisch bewustzijn
Fonologisch bewustzijn
Taalbewustzijn
Marie vraagt aan haar moeder hoe ze ‘boom’ moet schrijven. Haar moeder zegt: ‘’Zeg het wordt maar eens in stukjes.’’ Op welke auditieve vaardigheid is de opdracht van moeder gericht?
Auditieve analyse
Auditieve discriminatie
Auditieve synthese
Temporele ordening
Stella bekijkt een prentenboek. Ze ziet het zinnetje ‘Lekker water!’ staan en zegt: ‘’Pap, dat zijn twee woordjes hè?’’ Welke visuele vaardigheid staat centraal in bovenstaand voorbeeld?
Visuele analyse
Visuele discriminatie
Visuele synthese
Bij aanvankelijk lezen wordt begonnen met de leesstrategie ‘elementaire leeshandeling’ op systematische wijze aan te leren. Daarna wordt lezen steeds meer geautomatiseerd. Bij welke van de onderstaande woorden is het het meest waarschijnlijk dat een vlotte lezer terugvalt op de elementaire leeshandeling?
Irrigatiesysteem
Liedjesprogramma
Popocatépetl
Voordeursleutel
De elementaire leeshandeling bestaat uit verschillende deelvaardigheden. Wat zijn deze deelvaardigheden?
Auditieve analyse – letterkennis – temporeel ordenen – visuele synthese
Visuele analyse – letterkennis – temporeel ordenen – auditieve synthese
Visuele analyse – letterkennis – spationeel ordenen – visuele synthese
Drie woorden: Boom, Keer, Stoep. Welke woorden zijn klankzuiver?
Boom, Keer, Stoep
Boom, Keer
Boom, Stoep
Keer, Stoep
Het woord ‘veulen’. Uit hoeveel grafemen en hoeveel fonemen is bovenstaand woord opgebouwd?
5 grafemen en 5 fonemen
5 grafemen en 6 fonemen
6 grafemen en 5 fonemen
6 grafemen en 6 fonemen
Er staat ‘ellenika’. Hoe wordt het schrift in bovenstaand voorbeeld aangeduid?
Alfabetisch schrift
Logografisch schrift
Pictografisch schrift
Welke fase volgt op het schrijven van letterachtige vormen of letters in de ontwikkeling van de spontane schrijfvaardigheden?
Het krabbelen van letterachtige vormen
Het schrijven van woorden door één letter
Het schrijven van woorden door het hanteren van invented spelling
Het schrijven van woorden op basis van het alfabetisch principe
De moeder van Marjanne kijkt alleen naar Nederlandstalige televisieprogramma’s, want de ondertiteling van de televisie kan ze zo snel niet volgen. Hoe noemen we dit leesprobleem?
Functioneel analfabetisme
Functionele dyslexie
Functionele geletterdheid
Het consultatiebureau in Almere geeft aan Nederlandstalige en niet-Nederlandstalige ouders het advies om hun peuters veel voor te lezen. Welke uitspraak omtrent het nut van dit advies is onjuist?
Door peuters veel voor te lezen, zullen zij met een hoger niveau van geletterdheid de basisschool binnekomen.
In het beginstadium van het voorlezen aan peuters gaat het vooral om het ontdekken van de functies van geschreven taal.
In het beginstadium van het voorlezen aan peuters is het belangrijk dat dit in de Nederlandse taal gebeurt.
In het beginstadium van het voorlezen aan peuters mag dit in de eigen moedertaal en in het Nederlands.
Lees de volgende woorden vlot en correct: Acceptatie, Accepteren, Geaccepteerd. Welke leesstrategie helpt om deze woorden vlot en correct te lezen?
Lezen met behulp van clusters
Lezen met behulp van de context
Lezen met behulp van morfologische analyse
Pieter van 9 jaar moet tijdens een leesbeurt de volgende zin lezen: ‘Annabel loopt met haar vriendin naar het park.’ Hij leest de zin met tussenpozen: ‘Annabel loop (…) met (…) haar vriendin (…) naar (…) het park.’ Met welk aspect van een goede voordracht heeft Pieter in dit voorbeeld moeite?
Lezen van interpunctie
Lezen van woordgroepen
Uitspraak en articulatie
Teksten en leesboekjes kunnen worden ingedeeld in AVI-niveaus. Wat zijn de factoren die de technische leesmoeilijkheid bij de nieuwe AVI-niveaus bepalen?
Tekstlengte en lettergrootte
Woordfrequentie en woordlengte
Woordlengte en thema
Zinslengte en woordkeus
Wanneer is er sprake van automatisering van het leesproces?
Als een kind correct leest met behulp van de elementaire leeshandeling
Als een kind snel en correct leest met behulp van morfemen
Als een kind snel en correct leest op basis van spellingspatronen
Als een kind snel en correct leest op basis van visuele woordvorm
Midas is een geoefende lezer en heeft ’s morgens weinig tijd om de krant te lezen. Hij bekijkt altijd even vlot alle pagina’s. Welk leestheoretisch model ondersteunt het leesgedrag in dit voorbeeld?
Bottum-up model
Interactief model
Top-down model
Bij Leon van 45 jaar heeft de automatisering van lezen en spellen zich zeer onvolledig ontwikkeld. Hoe noemen we die stoornis van Leon?
Analfabetisme
Dyslexie
Functioneel analfabetisme
Hichem zoekt in de uitagenda welk toneelstuk er vanavond speelt in het theater. Daarna gaat hij op zoek naar een recensie over het stuk. Welke leesdoelen heeft Hichem in bovenstaand voorbeeld?
Informatie zoeken en argumenten zoeken
Informatie zoeken en meningen zoeken
Meningen zoeken en argumenten zoeken
Welke van de onderstaande vaardigheden is geen leesstrategie?
Beoordelen van teksten op hun waarde
Bepalen van een leesdoel
Vinden van het thema
Zoeken van informatie
Esmee bereidt haar spreekbeurt voor over mummies en is op zoek naar wat spannende anekdotes. Wat is de meest adequate techniek van informatieverwerking in bovenstaande situatie?
Het maken van een samenvatting van de teksten
Het markeren van voorbeelden in de teksten
Het onderstrepen van de hoofdzaken in de teksten
Welke van de volgende teksten wordt een directieve tekst genoemd?
De handleiding van een mobiele telefoon
Een brief waarin flink de waarheid wordt gezegd
Een mail waarin direct hulp wordt gevraagd bij het uitvoeren van een opdracht
De boekenkast van Iwan staat vol met boeken over vliegtuigen. Hij heeft verhalende prentenboeken, verhalen over vliegtuigen, een technische beschrijving van de Concorde en nog veel meer. Welke tekstkenmerk hebben de boeken van Iwan in ieder geval gemeen?
Bedoeling
Inhoud
Structuur
Taalgebruik
De zin: Na het feestje ging Guus snel naar huis, maar Erna bleef nog even hangen. Welke denkrelatie wordt grammaticaal in bovenstaande zin uitgedrukt?
Chronologie
Middel-doel
Vergelijkend
Voorwaardelijk
Imca ontvangt het volgende bericht op haar telefoon: ‘Ik heb brood, kaas, wijn, spruitjes in de bonus, rijst, afwasmiddel, luiers, frisdrank, sinaasappelen en contant geld gehaald. LFS en tot vanavond, Ger.’ Wat is de doelstelling van dit bericht?
Amuseren
Informeren
Instrueren
Meester Bart oefent met zijn klas het kaartlezen. Van welk onderdeel van lezen is bovenstaand voorbeeld sprake?
Begrijpend lezen
Studerend lezen
Studievaardigheden
Technisch lezen
Wat wordt verstaan onder het reviseren van een tekst?
De inhoud ordenen
De spelling checken
De tekst bijstellen
Zinnen formuleren
Een citaat uit ‘Welterusten… Kleine Beer’ van M. Waddell en B. Firth: ‘Er waren eens twee beren. Grote Beer en Kleine Beer. De hele dag hadden ze buiten in de sneeuw gespeeld. Toen de zon onder ging en het donker werd, gingen ze naar hun hol.’ Welke tekststructuur is in bovenstaand voorbeeld gebruikt?
Betoog structuur
Stapelstructuur
Verhaalstructuur
Voor de winkelhoek maakt Sabrine een grote poster. Ze wil graag veel klanten in haar winkel. Met mooie krulletters schrijft ze ‘uitverkoop!’. Welke functie heeft de poster in dit voorbeeld?
Een communicatieve functie
Een conceptualiserende functie
Een expressieve functie
Het schrijfproces kan worden voorgesteld in een model bestaande uit drie componenten. Welke drie componenten spelen in het schrijfproces een rol?
De communicatieve situatie, de decodeervaardigheid en het feitelijk schrijfproces
De decodeervaardigheid, de communicatieve situatie en het de conceptualiserende functie
De kennis van de schrijver, de communicatieve situatie en het feitelijk schrijfproces
De kennis van de schrijver, de conceptualiserende functie en het feitelijk schrijfproces
Fleur schrijft: “Ik ging met mama naar het zwembad. En toen zag ik iets op de bodem liggen. En toen ging ik eropaf. En toen pakte ik het en toen ging ik weer naar boven.” Sabine schrijft: “Ik zag iets op de bodem liggen toen ik met Joeri in het zwembad was. We doken in het water en ik had het het eerst. Toen ik boven kwam, zag ik dat het een elfje was. Welke schrijfstrategie hanteren de schrijvers in bovenstaande voorbeelden?
Fleur en Sabine gebruiken beiden denkend schrijven
Fleur en Sabine gebruiken beiden vertellend schrijven
Fleur gebruikt denkend schrijven en Sabine vertellend schrijven
Fleur gebruikt vertellend schrijven en Sabine denken schrijven
We onderscheiden de literaire genres proza, drama en poëzie. Op basis van welk€ kenmerk(en) worden de bovengenoemde genres onderscheiden?
Op basis van de vorm
Op basis van het doel
Op basis van het thema
Op basis van woord en beeld
Op leesplein.nl vind je de volgende tekst: ‘Boeken zoeken over iets wat je leuk of interessant vindt. Bijvoorbeeld spannende boeken of boeken over verliefd zijn: Aan tafel: eten en snoepen, adoptie, boekenhelden, braaf of stout?, brugpiepers, cijfers en letters. Op basis van welk kenmerk worden de boeken in bovenstaand voorbeeld ingedeeld?
Doelstelling
Fictie/non- fictie
Thema
Vorm
Jeugdliteratuur kan vanuit verschillende invalshoeken beoordeeld worden. Welke drie invalshoeken worden onderscheiden?
Historisch, ideologisch, pedagogisch
Historisch, literair, pedagogisch
Historisch, ideologisch, literair
Ideologisch, literair, pedagogisch
”Hé, je schrijft Monique en Moniek verschillend, maar ze klinken hetzelfde.” Van welke taalbeschouwingsstrategie is in dit voorbeeld sprake?
Analyseren
Classificeren
Herordenen
Vergelijken
‘Doordat Kees zijn papieren verbrandde, zit Marie met een verbrande vinger.’ Wat is de reden dat het vetgedrukte woord op twee manieren gespeld wordt?
Er is sprake van de verleden tijd en de tegenwoordige tijd.
Er is sprake van een persoonsvorm en een voltooid deelwoord.
Er is sprake van een werkwoord en een bijvoeglijk naamwoord.
Jan zegt: ''Ik lust geen boerenkool, maar ik hou van spinazie''
Het woordje 'maar' geeft een tegenstelling aan tussen beide zinnen. Welke strategie leidt tot de conclusie dat het hier om een tegenstelling gaat?
Classificeren
Herordenen
Relateren
In welke van onderstaande situatie is doorgaans sprake van informeel taalgebruik?
Bij een bedrijf je product presenteren.
De koningin toespreken bij een officieel gala.
De rechter die een vonnis uitspreekt.
Op de voetbaltribune betogen dat de rode kaart onrechtvaardig was.
Op welk niveau van taal doet recursiviteit zich voor?
Fonologisch niveau
Morfologisch niveau
Semantisch niveau
Syntactisch niveau
Op welk niveau is het woord ‘jazzzanger’ met name bijzonder?
Morfologisch niveau
Orthografisch niveau
Semantisch niveau
Syntactisch niveau
''Lepel hebben'', zegt Hanneke (2 jaar). Hanneke's taaluiting is een duidelijk voorbeeld van kindertaal. Op welk taalkundig niveau wijkt haar zin af van de volwassen versie van deze taaluiting?
Fonologisch niveau
Morfologisch niveau
Syntactisch niveau
Een vrouw vraagt aan de marktkoopman: '' Zijn deze druiven zoet?'' Waarop de marktkoopman zegt: '' Ik heb ze de hele dag nog niet gehoord.'' De marktkoopman interpreteert de vraag van de vrouw anders dan bedoeld. Op welk taalkundig niveau speelt deze herinterpretatie zich af?
Fonologisch niveau
Morfologisch niveau
Semantisch niveau
Syntactisch niveau
Uit hoeveel morfemen bestaat het woord ‘verhuiswagen’?
2
3
4
5
Drie woorden: Landen, Bacteriën, Vriendje. Wat typeert deze drie woorden?
Het zijn afleidingen
Het zijn verbuigingen
Het zijn vervoegingen
Stefan schrijft: De opmerking van Klaas is me rouw op mijn dak gevallen. Het woord 'rouw' is hier niet correct gespeld. Wat is een verklaring van deze spellingwijze?
Rouw en rauw zijn homofonen
Rouw en rauw zijn homografen
Rouw en rauw zijn homoniemen
De bakker zegt tegen Maartje van 4 jaar: 'Dag jongedame', waarop Maartje zegt: 'Ik ben geen jongedame, ik ben een meisje, dame.' Welke uitspraak is juist?
Maartje toont met haar opmerking metalinguïstisch bewustzijn.
Maartje toont met haar opmerking pragmatisch bewustzijn.
Maartje toont met haar opmerking syntactisch bewustzijn.
Lang geleden zei men: 'Hij loech', 'hij biek', 'hij wies' in plaats van 'hij lachte', hij bakte' en 'hij waste'. Hoe noemt men dit taalverschijnsel?
Taalgebruik
Taalstructuur
Taalvariatie
Taalverandering
Welk van onderstaande woorden kan volgens de elementaire spellinghandeling correct geschreven worden?
Halsband
Fietsbel
Kerktoren
Lampenkap
Wat is de juiste volgorde van de stappen binnen de elementaire spellinghandeling?
Auditieve analyse – koppeling foneem/grafeem – onthouden volgorde fonemen – het woord schrijven
Auditieve analyse – onthouden volgorde fonemen – koppeling foneem/grafeem – het woord schrijven
Onthouden volgorde fonemen – auditieve analyse – koppeling foneem/grafeem – het woord schrijven
De woorden: bureau, dia, hei. Welke spellingsstrategie is nodig om bovenstaande woorden correct te schrijven?
Analogiestrategie
Fonologische strategie
Regelstrategie
Woordbeeldstrategie
Voor welk woord is de woordbeeldstrategie de meest geschikte spellingstrategie om te gebruiken?
Bomen
Fiets
Interview
Werd
Welke woorden behoren tot dezelfde spellingcategorie?
Helemaal, stevig, paraplu
Vrolijk, bijl, makkelijk
Wedstrijd, bekend, krant
In welk rijtje behoren alle woorden tot dezelfde spellingcategorie?
Fiets, straat, klein, strop
Geduld, web, handdoek, tweede
Respect, citaat, club, risico
Water, gevaren, grote, bazig
Ik brand mijn vingers. Op basis van welk spellingprincipe of -regel spellen we ‘brand’ met een /d/?
Op basis van de regel van gelijkvormigheid
Op basis van de regel van overeenkomst
Op basis van het etymologisch principe
Op basis van het fonologisch principe
Op basis van welk principe van de Nederlandse spelling worden de woorden ‘peil’ en ‘pijl’ verschillend gespeld?
Etymologisch principe
Fonologisch principe
Morfologisch principe
Syllabisch principe
Op basis van welk principe van de Nederlandse spelling wordt het woord ‘hoed’ gespeld met een ‘d’?
Etymologisch principe
Fonologisch principe
Morfologisch principe
Syllabisch principe
Knoowy is voor ons een extra verkoopkanaal en biedt de mogelijkheid samenvattingen online te verkopen.
Zeker de moeite als je een groot vak op het nippertje niet helemaal rond zou krijgen.
Altijd tevreden over Knoowy! Reeds vele samenvattingen gedownload maar ook geüpload.
Knoowy is the place to be! Steeds de moeite om eens na te gaan naar verslagen over uw opleiding.
Bespaart héél veel opzoekwerk en stress ook zeer overzichtelijk en gebruiksvriendelijk.
Knoowy is handig voor tijdens de examens en biedt hulp bij tijdsnood. Heel gemakkelijk!
Gebruik het! Knoowy heeft een uitgebreid en divers aanbod en het scheelt je veel tijd met leren.
Tijdens mijn studie aan de Arteveldehogeschool en KU Leuven heb ik opdrachten gemaakt die ik nu via Knoowy deel met andere studenten.