Gebruik de 67 oefenvragen om jezelf voor te bereiden en te testen of je de leerstof kent.
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagenSpelling categorieën worden aangeleerd aan de hand van verschillende grondwoorden. Zoals hoe schrijf je de bank woorden. Woorden met ‘nk’. Bij welk soort methode hoort deze uitspraak?
Jochem leest gekruid, welke lees strategieën gebruikt hij?
Wat is juist?
Taalstructuur/kennis over taal betreft alle niveau van de taal. Het semantische, morfologische, pragmatische, orthografische en het syntactische niveau.
Een taalgebruiker heeft de taalstructuur nodig om te kunnen reflecteren op zijn eigen taal gebruik.
Juf Sabine praat met haar leerlingen over wanneer je u of jij gebruikt. Op welk niveau van de taalbeschouwing besteedt zij vooral aandacht?
Lees de volgende tip: ‘Ken je de woorden uit het auw verhaal, die schrijf je met au allemaal. Anderen schrijf je met ou’. Welke strategie zet de leerling in als hij deze tip gebruikt voor het correct schrijven van au en ou woorden?
Hulpstrategie, omdat het een tip en een hulpmiddel is. Net als een ezelsbruggetje.
input text value
Strategisch leesonderwijs kan op meerdere manieren vormgegeven kan worden. Als een leerkracht een strategie modelt, dan is er spraken van…?
Welk controleer dictee kun je het beste gebruiken om de spelling van werkwoorden te toetsen?
Een lezer leest voorspellend en met behulp van de context. Deze manier van lezen hoort bij?
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagen
Leer je de oefenvragen liever vanaf papier? Download dan de 67 oefenvragen als PDF.
In winkelwagen
Verdien geld met het maken van oefenvragen en leer direct voor je aankomende toets.
Oefenvragen makenMet deze vragen kan je je goed voorbereiden op het tentamen Nederlands in de bovenbouw. Deze vragen kwamen letterlijk terug in mijn tentamens.
67 oefenvragen
6x verkocht
Nederlands
17-01-2022
HBO / Hogeschool Inholland / Leraar Basisonderwijs / Nederlands in de bovenbouw
Spelling categorieën worden aangeleerd aan de hand van verschillende grondwoorden. Zoals hoe schrijf je de bank woorden. Woorden met ‘nk’. Bij welk soort methode hoort deze uitspraak?
Analogiemethode.Jochem leest gekruid, welke lees strategieën gebruikt hij?
Morfologische strategie.Wat is juist?
Taalstructuur/kennis over taal betreft alle niveau van de taal. Het semantische, morfologische, pragmatische, orthografische en het syntactische niveau.
Een taalgebruiker heeft de taalstructuur nodig om te kunnen reflecteren op zijn eigen taal gebruik.
Juf Sabine praat met haar leerlingen over wanneer je u of jij gebruikt. Op welk niveau van de taalbeschouwing besteedt zij vooral aandacht?
Het pragmatische niveau.Lees de volgende tip: ‘Ken je de woorden uit het auw verhaal, die schrijf je met au allemaal. Anderen schrijf je met ou’. Welke strategie zet de leerling in als hij deze tip gebruikt voor het correct schrijven van au en ou woorden?
Hulpstrategie, omdat het een tip en een hulpmiddel is. Net als een ezelsbruggetje.Strategisch leesonderwijs kan op meerdere manieren vormgegeven kan worden. Als een leerkracht een strategie modelt, dan is er spraken van…?
Directieve instructie.Welk controleer dictee kun je het beste gebruiken om de spelling van werkwoorden te toetsen?
Zinsdictee.Een lezer leest voorspellend en met behulp van de context. Deze manier van lezen hoort bij?
Het top-down model.Wanneer is het lezen een functionele taalactiviteit?
Bij de zin: ‘Heb jij die vraag over pinguïns gesteld?’ verduidelijkt een leerkracht op de volgende manier de schrijfwijze van gesteld. Is gesteld een persoonsvorm? Nee, het is voltooid deelwoord. Ja, de verleden tijd is stelden, dus gesteld schrijf je met een ‘d’ op het eind. Van welke benaderingsfase van de werkwoordspelling maakt deze leerkracht gebruik?
Welke grammaticale kennis is niet van belang bij het correct spellen van werkwoorden?
Meester Jan heeft het PI-dictee afgenomen. Hij heeft het PI-dictee geanalyseerd.
Ik heb per leerling de goed geschreven woorden genoteerd, dit vergelijk ik met de norm die voor de toets gesteld is.
Ik heb per leerling een foutanalyse gemaakt die bij een bepaalde spellingscategorie horen.
Wat hoort bij de kwalitatieve analyse van de toets?
Achmed heeft de oefening binnen twee minuten af, de leerkracht ziet dat hij de woorden ‘baas’, ‘roos’ en ‘geel’ verkeerd heeft geschreven en hij zegt tegen hem, kijk alle woorden nog eens na en kijk of je alles goed hebt opgeschreven. Wat voor type analyse past deze leerkracht toe?
Welk specifiek instructieprincipe kun je het beste gebruiken voor het aanleren van de spelling van de volgende woorden: grij, krij, hij?
Welke taalbeschouwingsstrategie zetten leerlingen vooral in als ze rijmwoorden in een gedicht moeten onderstrepen?
De indeling van AVI-niveaus wordt onder andere bepaald door?
Een kind uit groep 6 verteld over wat hij heeft gedaan toen hij op woensdag middag buiten speelde. Van welk soort taalgebruik is hier sprake?
Taal gebruik je met een bepaald doel en heeft een functie. Wilde beren kun je niet knuffelen wat ze eten je op. Bij welke taalfunctie hoort deze uitspraak?
Juf Astrid besteedt aandacht aan het uitspreken van zinnen met een vraagteken. Van welk aspect van taal besteedt ze vooral aandacht?
Beoordeel de volgende uitspraken:
Denkend schrijven is een strategie waarbij de schrijver de tekst meteen opschrijft.
Vertellen schrijven is een strategie waarbij de schrijver eerst een schrijfplan maakt voor de te schrijven tekst.
Een ervaren schrijver gebruikt zowel denkend als vertellend schrijven als strategie voor het schrijven van een tekst.
Welke uitspraak is waar?
In een schriftelijke communicatieve situatie zijn vier aspecten te onderscheiden. Wat is in een communicatieve situatie het appellerende aspect?
‘Hoe los je die vraag op?’ is een voorbeeld van?
Waardoor komt de spellingshervorming vooral tot stand?
Ali uit groep 6 beschrijft voor zichzelf een boekverslag over de wondergympen van Ulf Stark. Hij schrijft op waar het boek over gaat en geeft zijn mening. Van welke functies van schriftelijk taalgebruik is er sprake in het voorbeeld?
Voor welk type leerling is de tekst waarin de onderkant van een regel is weggelaten een goede oefening?
Wat doet de leerling volgens de strategie van vertellend en schrijvend gebruik bij het schrijven van een tekst?
Lees het verhaal nog een keer. Is het duidelijk geschreven? Controleer eerst of de spelling goed is en daarna of de zinnen goed zijn. Daarna verbeter je je verhaal. Waar hoort dit bij?
Waarvan is dat dan toch een typering? Leerlingen schrijven de eerste versie van een tekst. Bij welke fase van het schrijfproces hoort deze uitspraak?
In welk woord wordt een fout gemaakt met het systeem van de werkwoordspelling?
Wat wordt er besproken bij het orthografische niveau van de taal?
Estafette is een methode voor technisch lezen. Wat is bijzonder aan deze methode?
In de tekst staat: ‘De schommel staat in de achtertuin’. Jochem leest: ‘De schommel staat in de tuin’. Welke leesstrategie past hierbij?
Wat wordt er bedoeld met de fase van voorgezet lezen?
De leerkracht is bezig met het voorbereiden van een les begrijpend lezen. Voor deze les gebruikt hij de tekst van de geschiedenisles over de middeleeuwen, die later op de dag op het rooster staat. Hiermee wil de leerkracht de geleerde strategieën oefenen. Wat is het doel van de les?
Tijdens het schrijven zet de schrijver componenten van taalvaardigheid in om een goede tekst te schrijven. Wat doet de schrijver als hij ervan chronologische componenten inzet?
Terwijl leerlingen hun tekst over ridders in de middeleeuwen gaan benutten, informeert de leerkracht wie wel eens een jeugdboek over ridders heeft gelezen. Wat heeft de leerkracht hier vooral als doel?
Onze taal veranderd als je luistert naar een journaal van 30 jaar geleden. Klonk de taal toen anders dan die van nu? In welk niveau van de taal is deze bewering van toepassing?
Bij welke van de onderstaande woorden is het morfologische principe bepalend voor de schrijfwijze?
Wat is het metalinguïstisch bewustzijn?
Bekijk de volgende spellingsoefening: maak van het woord een bnw:
Het heroverende gebied.
Het verwoestte huis.
Van welk niveau is dit een oefening?
Wat is juist?
Lezen met behulp van de morfologische analyse is geschikt voor het lezen van langere woorden.
Het lezen met behulp van de morfologische analyse is geschikt voor het lezen van kleine klankzuivere woorden.
In de zin: ‘De goed uitgeruste soldaten stuit men op onverwachte tegenstanders’ verduidelijkt de leerkracht op de volgende manier de schrijfwijze van stuiten:
1 de zin staat in de verleden tijd. Dat kun je zien aan de zin die ervoor staat.
Stuitte is net zo’n woord als wachtte dus je schrijft stuitte in de verleden tijd met ‘tt.
Welke beweringswijze voor de werkwoordspelling geeft de leerkracht in dit voorbeeld?
Volgens welk principe wordt het woord auto met au gespeld?
Waarom ga je zo graag naar een pretpark? Wat voor vraag is dit?
Johan maakt een Valentijns gedicht voor een vriendinnetje in zijn klas. Van welke functie van schriftelijk taalgebruik is in dit voorbeeld sprake?
Lees onderstaande schrijfopdracht:
Je krijgt een werkblad met het artikel van de kwinquiz over de verspillende rede drijfnetvisserij. Lees het artikel en praat erover met je groepje. Schrijf het artikel opnieuw, maar nu in je eigen woorden zodat leerlingen uit groep 6 het kunnen begrijpen. Gebruik de indeling van het artikel, situatie in de wereld van drijfnetvisserij, bezwaren en oordeel van Greenpeace. Welke structuren worden in deze schrijfopdracht gebruikt?
Communicatieve competentie is het vermogen om te communiceren. Wat doet de spreker als hij gebruik maakt van zijn tekstuele competentie?
Wat houdt het flexibel gebruik te maken van instructieprincipes in?
Bij voordracht lezen besteden we aandacht aan tempo en letten dan vooral op een goede afwisseling van snelle en langzame passages. Goed leesonderwijs verondersteld van het toepassen van strategieën dat ze worden onderscheden naar het moment dat ze worden ingezet. Voor, tijdens of na het lezen. Plaats de volgende strategie in de correcte fase: het verloop van een tekst voorspellen hoort bij?
Lees de volgende stelopdracht:
Schrijf een recensie over je lievelingsboek. Wat voor soort tekst moet de leerling schrijven?
Een lezer kent eerst de letters, daarna hoe het woord is opgebouwd en tot slot leest hij de hele zin. Welke manier van lezen wordt in het voorbeeld beschreven?
Wat is een voorbeeld van taalaanbod?
Juf Josje heeft een gesprek met de leerlingen uit groep 2 over wat e heeft gegeten. Van welk taalgebruik is er sprake in dit voorbeeld?
In de leesmethode staat de volgende vraag: ‘Waarover gaat dit gedicht’. Welke leesstrategieën moet de leraar inzetten?
Welke uitspraak is kenmerkend voor het morfologische principe?
In een oefening uit de taalmethode moeten de leerlingen verschillen ontdekken tussen passieve en actieve zinnen. Ze krijgen zinnen als in de onderstaande oefening:
De dief heeft een portemonnee gestolen à de portemonnee is door de dief gestolen.
De buren hebben de tuin schoongemaakt à de tuin wordt door de buren schoongemaakt.
Over welk niveau van taalbeschouwing gaat deze oefening vooral?
Joke gaat naar een voorlichting van de studie Nederlands om te bepalen of de studie iets voor haar is. Welk luisterdoel kan zij het beste inzetten?
Als een kind ‘verkoudu’ schrijft in plaats van ‘verkoude’. Wat voor soort type fout maakt hij dan?
De spreker kan tijdens het spreken verschillende doelen voor ogen hebben. De lezer wil na schooltijd bij Karin thuis spelen. Karin legt uit hoe ze met de kortste weg lopen bij haar thuis kan komen. Welk spreekdoel wordt hier gebruikt?
Van welke strategie maakt een leerling vooral gebruikt maakt tijdens de elementaire spellingshandeling?
De methode leert vooral spellingsregels aan, maar als dit niet kan wordt voor een ander instructieprincipe gekozen. Bij welk soort methode hoort deze uitspraak?
Lees de onderstaande zin: ‘Lars heeft een digitale camera, hiermee kan hij mooie foto’s maken’. Wat voor soort woord is onderstreept?
Jessie uit groep 1/2 bouwt samen met Johan een toren van blokjes. Tijdens het bouwen zegt Jessie: ‘Je moet niet de hele tijd zelf de blokjes doen, ik wil dat ook’. Van welke taalfunctie is vooral sprake in het voorbeeld?
Wat is juist?
Bij klassikaal hardop lezen wordt rekening gehouden met niveau verschillen.
Klassikaal hardop lezen heeft een laag leerrendement.
Wat is een voorbeeld van een divergente vraag?
Wat is een voorbeeld van een morfeem (het kleinste betekenis dragende element van een taal)?
Bij het voortgezet technisch lezen worden tal van doelen nagestreefd. Met welk leesdoel oefen je als je woordrijtjes op ‘ik’ en ‘lijk’ laat lezen?
Betrouwbare website. Ik zet er zelf ook samenvattingen op en ik koop er ook.
Gebruiksvriendelijke, overzichtelijke site. Makkelijk te raadplegen en goede zoekfunctie.
Knoowy is voor ons een extra verkoopkanaal en biedt de mogelijkheid samenvattingen online te verkopen.
Het uploaden en verkopen van mijn documenten verloopt altijd super vlot, alles word eigenlijk al door Knoowy geregeld! Leuk dat medestudenten ook iets aan mijn documenten hebben!
Bij Knoowy vind ik notities van vakken die mij helpen bij het leren.
De website is gebruik vriendelijk, je krijgt meteen de samenvatting na de betaling. Aanbevolen!
Samenvattingen zijn eenvoudig te bestellen en te downloaden via de website. Aan te raden.
Ik werk graag via Knoowy zodat studenten elkaar onderling kunnen helpen met examens.