Gebruik de 65 oefenvragen om jezelf voor te bereiden en te testen of je de leerstof kent.
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagenEind groep 2 kunnen de leerlingen de getal patronen tot tenminste 6 herkennen zonder te tellen. juist of onjuist?
Een leerling die net op school komt moet enkele getal symbolen herkennen. Juist of Onjuist?
Eind groep 1 kunnen de leerlingen hoeveelheden tot 10 representeren d.m.vm vingers, streepjes of stippen.
Juist of onjuist?
Eind groep 2 kunnen de leerlingen gebruik maken van begrippen als lang, kort, breed etc.
juist/onjuist?
Eind groep 2 kunnen de leerlingen bedragen onder de 10 euro gepast betalen met 1 en 2 euro munten.
juist/onjuist?
Een leerling die net op school is kan tijdsbegrippen als dag, nacht, gisteren, morgen herkennen in betekenisvolle situaties.
juist/onjuist?
Eind groep 1 kan een leerling op een plattegrond van het lokaal aanwijzen of zeggen wat waar is in het lokaal.
juist/onjuist?
Eind groep 2 kan een leerling een bouwwerk vanaf een tekening nabouwen.
juist/onjuist?
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagen
Leer je de oefenvragen liever vanaf papier? Download dan de 65 oefenvragen als PDF.
In winkelwagen
Verdien geld met het maken van oefenvragen en leer direct voor je aankomende toets.
Oefenvragen maken
In dit document zijn oefenvragen te vinden die deels uit de opleiding komen en deels zelf gemaakt zijn! De vragen gaan over alle hoofdstukken, met uitzondering van hoofdstuk 8. Een aantal vragen zijn stellen Juist/Onjuist en de rest zijn openvragen
65 oefenvragen
4x verkocht
Nederlands
07-04-2021
HBO / Hogeschool Inholland / Leraar Basisonderwijs / Rekenen-wiskunde
Eind groep 2 kunnen de leerlingen de getal patronen tot tenminste 6 herkennen zonder te tellen. juist of onjuist?
JuistEen leerling die net op school komt moet enkele getal symbolen herkennen. Juist of Onjuist?
juistEind groep 1 kunnen de leerlingen hoeveelheden tot 10 representeren d.m.vm vingers, streepjes of stippen.
Juist of onjuist?
Eind groep 2 kunnen de leerlingen gebruik maken van begrippen als lang, kort, breed etc.
juist/onjuist?
Eind groep 2 kunnen de leerlingen bedragen onder de 10 euro gepast betalen met 1 en 2 euro munten.
juist/onjuist?
Een leerling die net op school is kan tijdsbegrippen als dag, nacht, gisteren, morgen herkennen in betekenisvolle situaties.
juist/onjuist?
Eind groep 1 kan een leerling op een plattegrond van het lokaal aanwijzen of zeggen wat waar is in het lokaal.
juist/onjuist?
Eind groep 2 kan een leerling een bouwwerk vanaf een tekening nabouwen.
juist/onjuist?
Een leerling die net op school is kan de vormen; driehoek, cirkel/rondje en vierkant benoemen.
juist/onjuist?
Het ontdekken van de 5- en 10structuur is onderdeel van de leerlijn aanvankelijk rekenen.
juist/onjuist?
De volgorde van oefenen is: Memoriseren Automatiseren Consolideren
juist/onjuist?
Een telgetal wordt ook wel kardinaalgetal genoemd.
juist/onjuist?
Een additief systeem houdt in dat de waarde van het getal wordt bepaald door het totaal aantal symbolen.
juist/onjuist?
Het getal 43546 is deelbaar door 4.
juist/onjuist?
9 en 7 zijn beide priemgetallen
juist/onjuist?
Bij de ontwikkeling van het elementair getalbegrip speelt het leren tellen een belangrijke rol.
juist/onjuist?
De huishoek bij de kleuters is een voorbeeld van een rijke leeromgeving.
juist/onjuist?
Kinderen die asynchroon tellen kunnen tegelijkertijd voorwerpen aanwijzen en het juiste telwoord noemen.
juist/onjuist?
Getalbegrip is de basis voor basale gecijferdheid
juist/onjuist?
Samenstellen is de inverse bewerking van rijgen.
juist/onjuist?
Het groepjesmodel is een combinatiemodel.
juist/onjuist?
Een voorbeeld van een lijnmodel is de kralenketting.
juist/onjuist?
Bij hoofdrekenen met het hoofd mogen de leerlingen een kladschrift gebruiken.
juist/onjuist?
Bij de rijgstrategie worden beide getallen uit elkaar gehaald.
juist/onjuist?
33+19 = 32+20 is een voorbeeld van compenseren
juist/onjuist?
Bij het leren van tafels zijn 3 fasen te doorlopen.
juist/onjuist?
Kolomsgewijs rekenen gaat van rechts naar links.
juist/onjuist?
'De leerlingen leren schattend tellen en rekenen’ is een voorbeeld van een leerjaardoel.
juist/onjuist?
Automatiseren is het leren routinematig uitvoeren van rekenhandelingen.
juist/onjuist?
Modellen en schema’s ondersteunen het horizontaal mathematiseren.
juist/onjuist?
Laat op 3 verschillende manieren de vermenigvuldiging 25 x 48 zien.
In het land van okt zitten 115 mensen in de trein, bij de volgende halte stappen er 7 mensen in en 25 mensen uit. Hoeveel mensen zitten er in de trein?
A. 77
B. 97
C.107
D. 87
Beschrijf 3 verschillende contexten voor de tafel van 4 en laat bij iedere context een passend model zien.
In groep 3 wordt eerst het optellen en aftrekken onder de 10 aangeleerd en daarna het optellen en aftrekken over het 10tal. Beschrijf uitgebreid hoe het leerproces van het rekenen onder de 10 en over het 10tal verloopt en verwerk de volgende begrippen; Splitsen – structureren/structuren – model – automatiseren – rekenrek.
Bij welk handelingsniveau hoort op je vingers tellen?
Bij welk handelingsniveau hoort rekenen op de getallenlijn?
Hoe wordt de stap ‘plannen’ uit het 3slagmodel ook wel genoemd?
In welke leerlijn hoort de strategie ‘kolomsgewijs optellen’
Welke eigenschap wordt gebruikt bij de strategie transformeren?
De leerlijn aanvankelijk rekenen bestaat uit 3 fasen:
- Context gebonden handelen en redeneren – Objectgebonden handelen en redeneren - Formeel handelen en redeneren.
Geef van de volgende begrippen aan in welke fase van de leerlijn ze thuis horen: Rekenrek – rijtjes opgaven maken – getallenlijn – tellen met kastanjes – splitsen met blokjes – splitspalen.
Wat wordt bedoeld met Tiensom, Vriendjes van 10, Verdwijnsom en Bijna verdwijnsom? Geef van allemaal ook een voorbeeld.
Welke structuren zijn verwerkt in het rekenrek? En wat voor soort model is het rekenrek?
Leg uit wat productief oefenen is en geef een voorbeeld.
Geef een beschrijving van het gebruik van de volgende materialen
- M.A.B. -materiaal - De kralenketting - Geld
Leren schatten kent 3 fasen. Wat is de juiste volgorde?
Welke functies heeft de rekenmachine in onderwijs?
Wat is de bedoeling van het vak Rekenen-Wiskunde op de basisschool? In het boek worden er 3 genoemd.
Noem de kenmerken waaraan een gecijferd persoon voldoet.
Koppel het genoemde doel aan het juiste soort doel.
- Verdelen in halven, kwarten, achtsten, derden en zesden en kleuren van delen =
- Oriëntatie op de getallen tot en met 100 =
- Percentages precies en globaal schattend kunnen aflezen en kunnen inkleuren in een ingedeeld cirkeldiagram en strook =
- Kommagetallen op de getallenlijn, door de ruimte tussen twee opeenvolgende hele getallen in 10 stukjes verdelen en zo verder=
- De leerlingen leren structuur en samenhang van aantallen, gehele getallen, kommagetallen, breuken, procenten en verhoudingen op hoofdlijnen te doorzien en er in praktische situaties mee te rekenen =
- ‘je meet een strook’=
Welke kennis soort wordt gebruikt in onderstaand voorbeeld?
‘Joop rekent uit wat 3/8 is van 40 door eerst te bepalen wat 1/8 is (5) en dat keer 3 te doen’
In de 2e helft van groep 8 krijgen de leerlingen een werkblad met tafelopgaven. Is hier sprake van oefenen, automatiseren, memoriseren of consolideren?
Kies bij elk voorbeeld steeds de juiste leertheorie.
- Een contextopgaven oplossen
- In de methode staan tekeningen van breekstokken bij de opgaven. In eerdere lessen zijn er echte breekstokken gebruikt in de les.
- Voor jonge leerlingen is het belangrijk om concreet handelend bezig te zijn
- In groep 7 geeft de leraar de leerlingen een open rekenprobleem om mee aan de slag te gaan. Ze mogen in groepjes werken.
Noem de 5 onderwijsleerprincipes die gebruikt worden in het hedendaagse rekenonderwijs.
Leg uit wat het verband is tussen het ijsbergmodel en het handelingsmodel.
Leg het drieslagmodel uit door toe te lichten wat er in de 3 fasen van het drieslagmodel gebeurt (plannen, uitvoeren en reflecteren). Gebruik hier de volgende woorden bij: Verticaal mathematiseren, horizontaal mathematiseren, declaratieve kennis, procedurele kennis, metacognitieve kennis.
Bepaal de GGD van 24 en 92.
Geef de inverse relatie van 56:8
Geef voorbeelden van reken-wiskundige vragen bij het dekken van een tafel en het koken van eten.
Leg uit wat synchroon tellen is.
Noem 2 voorbeelden van verkort tellen.
Leg de vier belangrijke rekenvoorwaarden uit van Piaget. Conservatie, correspondentie, classificatie en seriatie.
Vul de ‘weetjes’ in van 5 en 8 bij het oefenen met + en - sommen.
Waarom is de buscontext zo populair?
Noem het verschil tussen rekenen met het hoofd en rekenen uit het hoofd.
Reken de volgende opgave splitsend uit: 34 + 63 =
Prima samenvattingen van veel verschillende vakken die je goed kunt gebruiken.
Als student voor de examencommissie besparen samenvattingen mij een heleboel opzoekwerk!
Gebruik het! Knoowy heeft een uitgebreid en divers aanbod en het scheelt je veel tijd met leren.
Kijk voor samenvattingen ook eens op Knoowy. Goede samenvattingen en betaalbaar.
Knoowy is een makkelijk platform om in contact te komen met studenten die extra hulp nodig hebben in de voorbereiding van examens, het maken van verslagen of ander huiswerk.
Nadat ik Knoowy ontdekt heb, ga ik regelmatig op zoek naar eventuele bruikbare samenvattingen! Heel erg handig!
Snel, betrouwbaar, veel aanbod van samenvattingen. Goed en duidelijk weergegeven.
Prima service, snelle afhandeling. Ik ga hiervan gebruik maken gedurende mijn hele studie.