Studiebot antwoord

Stel een vraag ›
 
Vraag gesteld door: RK1 - 2 jaren geleden

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Samenvatting wet en regelgeving
1.1
Privaatrecht
Afspraken tussen mensen onderling

Publiekrecht
Regels tussen burger en de overheid

Strafrecht
Regels waar ik en jij zich aan moeten houden

Iemand is strafrechtelijk minderjarig tussen de 12 en 17 jaar oud diegene wordt dan volgens het jeugdstrafrecht bestraft

1.2
Nederland heeft 11 arrondissementen
Verschillende soorten rechters

Kantonrechter: behandeld bij privaatrecht de meningsverschillen en in het strafrecht de lichte overtredingen zoals snelheid overtredingen

Politierechter: word onder andere ingezet bij minder ernstigste misdrijven deze rechter kan maximaal 12 maanden gevangenisstraf opleggen

Kinderrechter: behandelt strafzaken van jongeren van 12 t/m 18 jaar oud, kinderen onder de 12 kunnen niet worden vervolgd een rechtszaak kan meestal door publiek bezocht worden, maar bij de kinderrecht mag er geen publiek zijn

Economische rechter: behandelt strafbare feiten waarbij bedrijven een onterecht economisch voordeel hebben behaald (niet het naleven van milieuregels) buiten de openingstijden open zijn of bepaalde voorwerpen onterecht aanbieden.

Meervoudige kamer: bestaat uit 3 rechters een van hen is de voorzitter(president) van de rechtbank zij behandelen in het strafrecht de zwaarder misdrijven, de uitspraak is niet direct maar volgt 2 weken later

Hoger beroep
Kan binnen de afgesproken periode (14 dagen) hoger beroep worden aangetekend en dan gaat een hogere rechter nog eens er naar kijken

1.3
In een rechtszaak bij de politierechter zijn de volgende personen aanwezig
De rechter:hij doet de uitspraak: is de verdachte strafbaar
De griffier: hij noteert wat er gezegd word tijdens de rechtszaak
De officier van Justitie:hij vertelt wat de verdachte gedaan zou hebben en eist een straf voor die daad
De verachte: niet verplicht, hoeft niet komen opdagen
De advocaat van de verdachte: hij verdedigt de verdachte(als hij is ingeschakeld door de verdachte. Niet verplicht)
Het publiek:niet altijd, de meeste strafzaken zijn publiek toegankelijk
De verdachte word door de officier van justitie (OvJ) gedagvaard (opgeroepen) om bij de rechtbank te verschijnen

HOOFDSTUK 2
2.1
In de wpbr staan enkele definities van belangrijke termen in de wet
Belangrijke defenities zijn

Een particuliere beveiligingsorganisatie
Door 1 of meerdere personen in stand gehouden particuliere organisatie dat gericht is op het verrichten van bevelingswerkzaamheden

Beveiligingwerkzaamheden
Het bewaken van de veiligheid van personen en voorwerpen of het waken tegen vestoring van de orde en rust terreinen en in gebouwen

Particulier recherchebureau
Een natuurlijk persoon of rechtspersoon die in de uitoefening van een beroep of een bedrijf met winstoogmerk recherchewerkzaamheden verricht op verzoek van een derde

Recherchewerkzaamheden
Het vergaren en analyseren van gegevens

2.2
Vergunning wordt verleend voor een periode van max 5 jaar en kan steeds verlengd worden voor een periode van max 5 jaar
1 particuliere beveilingsorganisatie
Particuliere beveilingsorganisatie dat voor derden beveilingswerkzaamheden verricht
2 particuliere bedrijfbeveiligingsdienst
Dit is een onderdeel van de organisatie dat alleen beveiligingswerkzaamheden voor de eigen organisatie verricht. Het bedrijf heeft dus eigen beveiligers in dienst
3 particuliere alarmcentrale
Een particuliere alarmcentrale is een centraal alarmpunt voor derden
4 particulier geld en waardentransport
Een particulier geld en waardentransportbedrijf vervoert ten behoeve van derden geld en grote waarden met een beperkt volume
5 overige particuliere beveilingsorganisaties
Dit zijn particuliere beveilingsorganisaties Die beveilingswerkzaamheden uitvoeren die hiervoor nog niet staan beschreven zoals evenementenbeveilgers en voetbal stewards

Voorwaarden voor vergunning
Moet afspraken hebben gemaakt
Moet volledige en regelmatige uitvoering van werkzaamheden kunnen verzorgen
Moet goedgekeurde uniform hebben
Moet toestemming hebben van de politie voor het personeel
Moet voorkomen dat vertrouwelijke informatie verloren gaat
Moet goedgekeurde instructies hebben
Moet een klachtregeling hebben

2.3
Politieambtenaren van de afdeling korpscheftaken en (onder) officier van de kmar houden toezicht op nalevering van regels uit de wpbr zij hebben de volgende bevoegdheden
Zij mogen inlichtingen verlangen van de beveilingsorganisatie deze moet de gevraagde inlichtingen vervolgens ook geven
Zij ogen alles vestigingsplaatsen van de beveilingsorganisatie betreden als dit nodig is om hun taak redelijk uit te voeren

Voorwaarden om te mogen werken
Je beschikt over een diploma dat erkend is door het ministerie van justitie en veiligheid
Je heb een diploma opeen beroepskwalificatie uit een Andere EU-land
Je ben betrouwbaar en heb geen strafblad

Beveiligers afkomstig uit een ander EU-land
Documenten betreffende nationaliteit en verblijf bedoeld in artikel 13 lid 1 onder a van de algemene wet erkenning EG-beroepskwalicicaties
Een VOG verklaar omtrent gedrag
Gewaarmerkte kopie van de bekwaamheidsattesten of van de opledingstitels waarop de aanvrager zich beroept
Schriftelijk bewijs van de beroepservaring indie de aanvrager over beroepservaring beschikt

Antecedentenonderzoek
Onderzoek Waarin de achtergrond en het verleden van een persoon worden nagegaan

2.4 legitimatiebewijzen
Grijs: is bestemd voor beveiligers die in het bezit zijn van een diploma
Blauw: voor horecaportiers (event security officer ESO) en alarmcentralisten
Orangje: is voor voetbal stewards in het betaald voetbal
Geel: in het bezit van het diploma particulier onderzoeker of daarvoor in opleiding zijn
Deze 4 zijn 3 jaar geldig
Groen: voor beveiliger in opleiding en da geldt ook voor de even security officer

HOOFDSTUK 3
3.1
Artikel 127 opsporingsambtenaren
Onder opsporingsambtenaren worden verstaan: alle personen met de opsporing van het strafbare feit belast

Volgens artikel 141 WvSv zijn de volgende personen algemene opsporingsambtenaren:
De officier van justitie
Politieambtenaren (uit artikel 2 van de politiewet)
Aangewezen militairen van de kmar
Aangewezen opsporingsambtenaren uit de wet op de bijzondere opsporingsdiensten

Officier van justitie kan besluiten
De zaak te seponeren ( de zaak vervalt)
Een schikking naar de verdachte te sturen zoals geldboete
Verder via de rechter gaan hij stuurt de verdachte dan een dagvaarding dat deze bij de rechter moet verschijnen.

Een proces-verbaal is een officieel rapport met alle belangrijke feiten. Geschreven door een opsporingsambtenaar

Buitengewoon opsporingsambtenaar (boas)
Boas mogen alleen die strafbare feiten opsporen, de axacte omschrijving staat in artikel 142 WvSv voorbeelden in boa zijn.
Boswachters
Controleur openbaar vervoer (controleren of betaald heb)
Ambtenaar douane en accijnzen (controleert bij invoer van voorwerpen invoerrechten en belastingen betaald zijn)

3.2 (belangrijk)
Het woord dwang in dwangmiddel geeft aan dat het middelen zijn die tegen de eigen wil van de verdachte kunnen worden toegepast
Aangehouden (gearresteerd worden)
Staande houden (blijven staan om ID bekend te maken)
In beslag nemen (spullen die iemand bij zich heeft worden afgepakt)
Een onderzoek aan kleding
Een onderzoek aan lichaam
Oftewel fouilleren

3.3 verdachte
Een verdachte heeft een aantal rechten zoals
Het recht op een advocaat
Het recht op zwijgen
Het recht om te weten waarvan hij word verdacht

Voor jou al beveiliger is het noodzakelijk om te weten of iemand verdachte is. Geen verdachte betekent geen dwangmiddel en dus gen aanhouding

Artikel 27 verdachte
als verdachte word voordat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeit
Daarna word als verdachte aangemerkt degene tegen wie de vervolging is gericht

Artikel 27 WvSv word onderscheid gemaakt tussen 2 soorten verdachten
1 verdachte voordat de vervolging is aangegeven
2 verdachte tegen wie de vervolging is gericht

Verdachte voordat de vervolging is aangevangen
1 de feiten of omstandigheden
Voorbeeld van een feit: je ziet iemand een ander met een mes steekt
Voorbeeld van een omstandigheid: je komt binnen en ziet dat iemand bloedend op de grond lig
2 een redelijk vermoeden van schuld
Een vermoeden is pas redelijk wanneer op basis van feiten en omstandigheden het vermoeden is dat iemand zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit
3 een strafbaar feit
Wanneer er geen strafbaar feit is gepleegd, kan er nooit sprake zijn van een verdachte. Strafbare feiten zijn gedragingen die door de overheid in het strafrecht zijn vastgelegd.

In dit voorbeeld is de man een verdachte omdat
Het snachts plaatsvinden (omstandigheid)
De man door een gat in het hek het bouwterrein verlaat (feit)
De man gereedschap in zijn handen heeft wat kennelijk afkomstig is van het bouwterrein (strafbaar feit)

Dagvaarden wil zeggen: de verdachte een oproep sturen om op de terechtzitting te komen

3.4
Als beveiliger (en dus ook burger) mag je net zoals de opsporingsambtenaar een verdachte aanhouden bij ontdekking op heterdaad. Je berooft de verdachte in dat geval van zijn vrijheid

3.4.1
Aanhouden houdt in dat de verdachte van zijn vrijheid word beroofd. In de volksmond wordt aanhouden ook wel arresteren genoemd. Artikel 53 zegt dat iedereen , dus ook burger/beveiliger, een verdachte mag aanhouden als er sprake is van een heterdaad-situatie

Artikel 53 aanhouden
1 in geval van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit is een ieder bevoegd de verdachte aan te houden
2 de opsporingsambtenaar die een verdachte bij ontdekking op heterdaad aanhoudt brengt deze ten spoedige over naar de plaats voor verhoor ter voorgeleiding aan de hulpofficier van justitie of die officier van Justitie
3 geschiedt de aanhouding door een ander dan een opsporingsambtenaar, dan levert deze de aangehouden onverwijld aan een opsporingsambtenaar over, onder afgifte aan deze van bij de verdachte aangetroffen voorwerpen. De opsporingsambtenaar handelt overeenkomstig de bepaling van het tweede lid en maakt zo nodig een kennisgeving van inbeslagneming op.
4 bij de voorgeleiding van de verdachte aan de hulpofficier van justitie of de officier van de justitie beoordeelt deze de noodzaak van verdere vrijheidsbeneming op grond van artikel 56a

Doel aanhouding
Het doel van aanhouden is de verdachte voor te geleiden aan een (hulp) officier van justitie zodat deze kan besluiten wat er vervolgens moet geburen.

3.4.2
Artikel 128 heterdaad
1 ontdekking op heterdaad heeft plaats, wanneer het strafbare feit ontdekt wordt, terwijl het begaan wordt of terstond nadat het begaan is.
2 het geval van ontdekking op heterdaad wordt niet langer aanwezig geacht dan kort na het feit dier ontdekking

Artikel 128, lid 1 geeft aan dat je met heterdaad te maken hebt in de volgende 3 situaties:
1 het moment van het ontdekken van een strafbaar feit: bijvoorbeeld als je ziet dat je autoruit is ingeslagen. Hier is sprake van een heterdaad. Als er ook geen verdachte is, zou je deze kunnen. Aanhouden
2 het ontdekken van het strafbare feit terwijl het begaan wordt. Hier is meestal al wel een verdachte bij aanwezig. Dat hoeft niet te betekenen dat je de verdachte ook ziet.
3 als laatste kun je ook vlak nadat het feit is gepleegd ter plaatsen komen. Je hebt het niet gezien, gehoord, geroken, gevoeld of geproefd.

Artikel 128, lid 2 zegt dat heterdaad niet langer geldt dan kort na het feit van de ontdekking dat betekent dat er niet veel tijd is tussen een heterdaad hebben en het moment dat het geen heterdaad meer is. Bij heterdaad mag de beveiliger nog aanhouden, buiten heterdaad mag dat niet. Soms zit daar weinig tijd tussen.

3.4.3
Onverwijld overgedragen
Na de aanhouding heb je als de beveiliger de verplichting de aangehouden verachte onverwijld (direct) over te dragen aan een bevoegd opsporingsambtenaar

Ten spoedigste
Als een opsporingsambtenaar een verdachte heeft aangehouden of overgedragen heeft gekregen, dan heeft hij de verplichtingen deze verdachte ten spoedigste(ZSM) over te brengen naar een plaats van verhoor en hem daar voor geleiden aan een (hulp)officier van Justitie. Deze laatst moet controleren of de regels van strafvorderingen op de juiste manier zijn nageleefd. Is dit een verdachte??is er sprake van heterdaad?

Verschil onverwijld en ten spoedigste
In het WvSv staat dat bij de aanhouding van een verdachte door een beveiliger de verdachte onverwijld moet overdragen. Wanneer de opsporingsambtenaar een verdachte aanhoudt op heterdaad, dan moet hij de verdachte ten spoedigste geleiden voor een officier van justitie.

Verplichting voorgeleiding
Het overdragen aan een bevoegde opsporingsambtenaar en het voorgeleiden aan een (hulp)officier van justitie is een verplichting en geen verblijvendheid.
Wanneer een verdachte is aangehouden, wordt hij altijd voorgeleid aan de (hulp) officier van justitie. Ook in gevallen waarbij er sprake is van een onterechte aanhouden.

Tijdens voorgeleiding
Tijdens de voorgeleiding heeft de (hulp)officer van Justitie de verplichting tot HOOR EN WERDERHOOR. Hij spreekt met de opsporingsambtenaar en met de verdachte om een beeld te krijgen van wat er is gebeurd. Ook onderzoek hij op de aanhouding DOELMATIG EN RECHTMATIG was.

(H)OvJ controleert of
De aanhouding volgens de regels heeft plaatsgevonden(publiekrecht)
Er sprake is van een verdachte zoals beschreven in het wet boek van strafvordering
Het feit waarvoor de verdachte is aangehouden wel een strafbaar feit is
De persoonsgegevens van de verdachte kloppen

Hoor en wederhoor
Tijdens de voorgeleiding heeft de (hulp)officier van justitie de verplichting tot hoor en wederhoor. Hij spreekt zowel met de opsporingsambtenaar als met de verdachte om een beeld te krijgen van wat er is gebeurd.
Tevens onderzoekt hij of de aanhouding doelmatig en rechtmatig was.

Na voorgeleiding
Zijn er 3 mogelijkheid heden
1 de verdachte word in vrijheid gesteld
2 de verdachte wordt opgehouden voor het (opsporings) onderzoek
3 verdachte wordt in verzekering gesteld

9 uur waar volgens voorlopige hechtenis op van toepassing is
6 uur waar geen voorlopige hechtenis op van toepassing is

Inverzekeringstelling
De verdachte wordt in verzekering gesteld bij een strafbaar feit waar voorlopige hechtenis (vier jaar of meer gevangenisstraf) op staat.
(H) OvJ eerste termijn is 3 x 24 uur. OvJ kan eenmaal verlengen

3.4.4
Artikel 54 aanhouding buiten heterdaad
Buiten heterdaad mag de opsporingsambtenaar, op bevel (schriftelijk of mondeling) van de OvJ of als dat bevel niet kan worden afgewacht, op bevel (schriftelijk of mondeling) van de HOvJ de verdachte aanhouden.
De HOvJ geeft onverwijld kennis aan de Ovj van de aanhouding.
Buiten heterdaad mag de verdachte alleen worden aangehouden voor feiten waarop voorlopige hechtenis staat. Dit zijn o.a. strafbare feiten waarop 4 jaar of meer gevangenis staat.
Burgers/Beveiligers mogen nooit een verdachte buiten heterdaad aanhouden.

3.4.5
Artikel 52 staande gehouden
Iedere opsporingsambtenaar is bevoegd de identiteit van de verdachte vast te stellen op de wijze. Bedoeld in artikel 27A, eerste lid , eerste volzin, en hem daartoe staande te houden. Als de personalia blijkt dat de verdachte een valse naam heeft opgegeven of als hij wordt gezocht, kan alsnog een aanhouding plaatsvinden.

Staande houden
Burgers en dus ook beveiligers mogen een verdachte
NOOIT
staande houden.

Identiteitscontrole art 27 a WvSV
Vragen naar Naam Voornaam Geboorteplaats en Geboortedatum (14jr).
Waar staat de verdachte ingeschreven (GBA).
Art 1 van de wet op de identificatieplicht mag de opsporingsambtenaar bij twijfel over de identiteit dit vorderen. Rijbewijs, paspoort, ID kaart of geldig vreemdelingendocument.
Opgeven van een valse naam is een misdrijf.

3.5
In beslag nemen
Een opsporingsambtenaar mag, binnen de regels van het WvSV, in beslag nemen.
Als beveiliger mag u dat niet !
Als beveiliger mag u voorwerpen wel in bewaring nemen, maar dat valt
niet onder deze wet.

Verschil
In beslag nemen is een dwangmiddel (mag dus tegen de wil van de persoon in gebeuren)
In bewaring nemen van een voorwerp is iets waar u de toestemming van de ander moet hebben, dus de ander geeft het aan u om erop te letten.

Artikel 134 inbeslagneming
Onder inbeslagneming van enig voorwerp word verstaan het onder zich nemen of gaan houden van dat voorwerp ten behoeve van de strafvordering.

Artikel 94 Voor inbeslagneming vatbare voorwerpen
1 Vatbaar voor inbeslagneming zijn alle voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen.
2 Voorts zijn vatbaar voor inbeslagneming alle voorwerpen welke verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer kan worden bevolen.

Artikel 95 bevoegdheid tot inbeslagneming
De opsporingsambtenaar die de verdachte staande houd of aanhoudt, kan de voor inbeslagneming vatbare voorwerpen die de verdachte met zich voert, in beslag nemen

Een opsporingsambtenaar heeft tijdens een verkeerscontrole gezien dat iemand een wapen op de passagiersstoel heeft liggen. Hij heeft gezien zijn bevoegdheden twee opties:
1. De bestuurder aanhouden en het wapen in beslag nemen.
2. De bestuurder staande houden en het wapen in beslag nemen.

Afgifte van camerabeelden
Soms wordt door een opsporingsambtenaar gevraagd of de camerabeelden mogen worden afgegeven. Dit is in principe niet toegestaan.
Vragen mag de opsporingsambtenaar van alles, maar daar hoeft niet aan meegewerkt te worden, want dat schendt de privacy.
Bij de vordering is afgifte wel mogelijk. En informeer ieder geval je leidinggevende

3.6

Fouilleren is niet het zelfde als het dwangmiddel onderzoek aan lichaam en kleding. Fouilleren is het met toestemming van de persoon oppervlakkig aftasten van de kleding
Hiervoor moet de gefouilleerde toestemming geven.

Toevoeging Visitatie voor beveiligers
Aan goederen en NIET aan personen
Visitatie komt voor uit de beveiliging, en is het instellen van een onderzoek in meegevoerde bagage, tassen, koffers en kofferbakken van voertuigen. Ook hier dient er toestemming gegeven te worden.
In het WvSv worden fouilleren en visiteren niet besproken, omdat het geen dwangmiddelen zijn.

Onderzoek aan lichaam en kleding
Iedereen heeft het recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam, tenzij in gevallen bij de wet bepaald.
Burgers en dus ook beveiligers mogen nooit een onderzoek aan lichaam en kleding toepassen.

Onderzoek aan lichaam en kleding
Wetboek van strafvordering
(H)OvJ mogen de verdachte in geval van ernstige bezwaren aan lichaam en/of kleding onderzoeken
Lagere opsporingsambtenaar mag alleen de aangehouden verdachte tegen wie ernstige bezwaren bestaan aan zijn kleding onderzoeken. Na opdracht van (H)OvJ.
Let op: ernstige bezwaren: een grote mate van waarschijnlijkheid dat de verdachte het strafbare feit heeft gepleegd. Meer dan een redelijk vermoeden.

Artikel 56 Verschil fouilleren en onderzoek aan lichaam en kleding
Het dwangmiddel onderzoek aan lichaam en kleding mag tegen de wil van de verdachte worden gedaan en betreft ook onderzoek in het lichaam en kleding.
Fouilleren is het met toestemming van de persoon oppervlakkig aftasten van de kleding. Aan de buitenzijde voelen of in de kleding misschien voorwerpen aanwezig zijn. Mocht er iets gevoeld worden, dan kan aan de betrokkene worden verzocht om de voorwerpen uit zijn zakken te halen.

Beveiligers mogen nooit een onderzoek aan lichaam en kleding toepassen

Onderzoek in lichaam
Wetboek van strafvordering
OvJ mag de verdachte in geval van ernstige bezwaren en in het belang van het opsporingsonderzoek in het lichaam onderzoeken.
Onderzoek in het lichaam mag alleen uitgevoerd worden door een arts.

Dwangmiddel
Staande houden Opsporingsambtenaar
Aanhouden op heterdaad iedereen
Buiten heterdaad feiten waarop voorlopige hechtenis is
toegelaten:
Officier van justitie
Hulp officier van Justitie
Overige opsporingsambtenaren
Ophouden voor onderzoek (hulp)officier van justitie
Onderzoek aan kleding opsporingsambtenaar
Onderzoek aan lichaam (hulp)officier van justitie
Onderzoek in lichaam officier aan Justitie, uitgevoerd door een Arts
In beslag nemen opsporingsambtenaar

Vormen van onderzoek aan kleding en fouilleren Het dwangmiddel onderzoek aan kleding en lichaam komt in verschillende bijzondere wetten voor:
WvSv (Wetboek Strafvordering)
WetWapenenMunitie (WWM)
Opiumwet (Opw)

Onderzoek aan lichaam en kleding
Wet Wapens en Munitie
Algemeneopsporingsambtenaren zijn bevoegd om aan de kleding te onderzoeken bij;
Een gepleegd strafbaarfeit.
Verbodenhandelingenmet wapens categorie I, voorhanden hebben van cat II en III, dragen van cat II, III en IV.
Aanwijzingen dat SF wordt gepleegd.

Onderzoek aan lichaam en kleding
Opiumwet
Algemene opsporingsambtenaren en andere aangewezen ambtenaren bevoegd een verdachte van een misdrijf van de Opiumwet bij het bestaan van ernstige bezwaren aan de kleding te onderzoeken.
De verdachte hoeft niet te zijn aangehouden.

Omdat er tegenwoordig steeds meer vormen van fouilleren en onderzoek aan kleding en bagage plaatsvindt, worden hierna de meest voorkomende vormen besproken.

Identificatiefouillering !!!!!!
Algemene en aangewezen opsporingsambtenaren mogen ter vaststelling van de identiteit, de staande- of aangehouden verdachte aan zijn kleding onderzoeken of voorwerpen doorzoeken die de verdachte met zich voert.
Deze bevoegdheid heeft een beveiliger niet.

Controle fouillering op personen
Wet Wapen en Munitie
Algemene opsporingsambtenaren;
Luchthaven terreinen;
Alle aanwezige personen aan kleding en goederen
Vreemdelingenwet
Ambtenaren belast met grensbewaking en toezicht op vreemdelingen; Opgehouden personen aan kleding of lichaam en goederen
Algemene douanewet
Inspecteur van de Douane
Lijfvisitatie, nauwkeurig onderzoeken van hoofdbedekking en schoeisel

Preventieve fouillering !!!!!!!!
Opsporingsambtenaren
Door Burgemeester aangewezen
veiligheidsrisicogebied
OvJ toestemming ten hoogste 12 uur
Onderzoek naar aanwezigheid wapens en munitie
Ook goederen en voertuigen doorzoeken

Veiligheidsfouillering aan de kleding !!!!!
Ambtenaar van politie mag onderzoek kleding doen
Feiten of omstandigheden
Onmiddellijk gevaar dreigt voor hun leven of veiligheid (betrokkene, derden of ambtenaar)
Het onderzoek is nodig te afwending van het gevaar

Insluitingsfouillering !!,!
Koninklijke marechaussee en buitengewoon opsporingsambtenaar kan de aangewezen ambtenaar voorafgaande aan de insluiting op politiebureau
Opsporingsambtenaren op grond van de ambtsinstructie
Voorafgaande de insluiting onderzoek doen aan de kleding
Voorwerpen die een gevaar voor de veiligheid kunnen vormen

Privaatrechtelijke fouillering !!!!!
Bij bedrijven wel privaatrechtelijk vastleggen in huisregels, contracten, koopovereenkomsten etc.
Mag nooit tegen de wil van een persoon

1 Niet in de discotheek mogen
2Een rapportage naar de manager
3 Een schriftelijke waarschuwing of ontslag
4 Niet het station in mogen

Deze vorm van fouilleren is altijd op basis van vrijwilligheid. Daarnaast moet er aan 2 voorwaarden worden voldoen, namelijk:
de te fouilleren persoon dient tijdig in kennis gesteld te worden dat hij kan worden gefouilleerd
De te fouilleren persoon kan ervan afzien om gefouilleerd te worden

Controle personen en bagage Luchtvaartwet !!!!
Beveiligingspersoneel
Controle passagiers (aan de kleding) en handbagage
Voordat men aan boord gaat van een luchtvaartuig

In het WvSv worden fouilleren en visiteren niet besproken, omdat het geen dwangmiddelen zijn.

!!!!!!!
Dwangmiddel onderzoek aan lichaam en kleding kot in de volgende wetten voor:
Wetboek van strafvordering (WvSv)
Wet Wapen Munitie (WWM)
Opiumwet (OpW)
Vreemdelingenwet
Algemene douanewet

!!!!!
Er bestaan verschillende soorten fouillering, namelijk
identificatiefouillering
Controlefouillering
Preventieve fouillering
Veiligheidsfouilering
Insluitingsfouillering
Privaatrechtelijke fouillering
Controle personen en bagage

HOODSTUK 4
Wetboek van strafrecht is verveeld in 3 boeken.
Algemene bepalingen
Misdrijven
Overtredingen

Oftewel OMA word het genoemd

Algemene bepalingen
Strafuitsluitingsgronden
Poging
Medeplichtigheid
Soorten daders
Bepaling voor strafrechtelijk minderjarigen

Misdrijven zijn ernstige strafbare feiten
Brandstichting en brand door schuld
Mishandeling en zware mishandeling
Vernieling en openlijke geweldpleging
Huis en lokaalvredebreuk
Bedreiging
Diefstal en verduistering

Overtredingen zijn minder ernstigste strafbare feiten
Misdrijven overtredingen
Rechtdelicten wetsdelict
Ernstig strafbaar feit minder ernstig strafbaar feit
Gevangenisstraf hechtenis
Onderzoek naar opzet/schuld geen onderzoek naar opzet/schuld
Poging kan strafbaar zijn poging is niet strafbaar
Medeplichtigheid kan strafbaar zijn medeplichtigheid is niet strafbaar
Behandeld door rechtbank behandeld dor kantonrechter

4.2
Schuld
Iedereen die en strafbaar feit pleegt, maakt zich schuldig aan dat strafbare feit. Er is dan sprake van schuld

Schuld in ruime zin
Schuld betekent dat een persoon iets veroorzaakt heeft wat hem verweten kan worden
Schuld in ruime zin wordt onderverdeeld in
Opzet
Schuld in enige zin

Opzet
Iemand opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toebrengen
Iemand opzettelijk van het leven beroven

Schuld in enige zin
Onder schuld in enige zin wordt verwijtbare schuld verstaan. Verwijtbare schuld kan ontstaan bij
Grote nalatigheid
Grove onvoorzichtigheid
Grove onachtzaamheid
Gebrek aan voorzorg

Of er schuld in enige zin aanwezig is, moet de rechter bepalen.

4.3
Artikel 45 poging tot misdrijf
1. Poging tot misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard.
2. Het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf gesteld wordt bij poging met 1/3 verminderd.
3. Geldt het een misdrijf waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld, dan wordt de gevangenisstraf opgelegd van ten hoogste 20 jaren.
4. De bijkomende straffen zijn voor poging dezelfde als voor het voltooide misdrijf.

4.3.2
Artikel 47 daderschap
Als dader van een strafbare feit worden gestraft
1 zij die het feit plegen, doen plegen of medeplegen, uitlokken
2 zij die door giften, beloften, misbruik, van gezag, geweld, bedriegening, of misleiding of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen het feit opzettelijk uitlokken.

Pleger
Deze dader pleegt zelf het strafbare feit.
Er zijn geen anderen bij de uitvoeringshandelingen betrokken.

Medepleger(s)
Bij het medeplegen van een strafbaar feit zijn er 2 of meer strafbare daders. Bij medeplegen gaat het om
Een bewuste samenwerking
Het verrichten door beiden van minimaal 1 bestanddeel van het strafbare feit en samen alle bestanddelen van het strafbare feit

Doen pleger
De doen plegen zijn er 2 soorten daders, namelijk de intellectuele dader (de uitdenker) en de materile dader (de uitvoerder)

Uitlokker
Bij uitlokking zijn er 2 soorten daders, namelijk de intellectuele en de materile dader. Hierbij zijn beide strafbaar. Degene die het strafbare feit uitlokt en degene die het strafbare feit uitvoert.

Giften
Beloften
Misbruik van gezag
Geweld en bedrieging
Misleiding PP 65
Gelegenheid, midden, inlichtingen

4.3.3
Artikel 48 medeplichtigheid
Als medeplichtigen van een misdrijf worden gestraft:
1 zij die opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van het misdrijf
2 zij die opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen Verschaffen tot het plegen van het misdrijf

Lid 1
Bij het medeplegen moet er door de medepleger een uitvoeringshandelingen worden gedaan. De medeplichtige voert alleen een ondersteunde handelingen uit en neemt niet deel aan het strafbare feit. Medeplichtig is bijvoorbeeld de vlucht auto besturen

Lid 2
Dit is vergelijkbaar met uitlokking. Het verschil tussen deze vorm van uitlokking en medeplichtigheid heeft te maken met bij wie het initiatief ligt tot het plegen van het feit, als je gevraagd wordt de gelegenheid.

4.4
De strafuitsluitingsgronden
Ontoerekeningsvatbaarheid
Overmacht
Noodweer/noodweerexces
Wettelijkvoorschrift
Ambtelijkbevel

Er zijn twee soorten strafuitsluitingsgronden:
Rechtvaardigheidsgronden
Schulduitsluitingsgronden

4.4.1
Artikel 39 ontoerekenbaar
Niet strafbaar is hij die een feit begaat, dat hem wegens de psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap niet kan worden toegerekend.
Er zijn 2 vormen van ontoerekenbaar
Volledige ontoerekenbaar: tijdens het begaan van een strafbaar feit is de dader als het ware onder invloed van zijn stoornis, hij begaat het strafbaar feit dus niet meer uit eigen hand
Verminderde ontoerekenbaar: dit is geen schulduitsluitingsgrond, maar geeft de mate aan waarin de strafbare gedraging aan de verdachte toe te rekenen is.

4.4.2
Artikel 40 overmacht
Niet strafbaar is hij die een feit begaat waartoe hij door overmacht is gedrongen

4.4.3
Artikel 41 noodweer/noodweerexces
1- niet strafbaar is hij die een feit begaat, geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens ander lijf, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding
2- niet strafbaar is de overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging, indien zij het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging, door de aanranding veroorzaakt.

Noodweer
Bij noodweer (en noodweerexces) is er sprake van 2 partijen. Degene die aanvalt (de aanrander) en iemand die zich daartegen verdedigt (de verdediger)

Om noodweer te kunnen aanvoeren zijn er bepaalde voorwaarden
Er moet sprake zijn van een aanranding van eigen of een anders lijf, eerbaarheid of goed
De aanranding moet ogenblikkelijk zijn
De aanranding moet wederrechtelijk zijn
Tegen de aanranding moet verdediging noodzakelijk en geboden zijn

Aanranding
Eigen of een anders lijf (vechtpartij)
Eerbaarheid (seksueel)
Goed (eigendommen)

De aanranding moet ogenblikkelijk zijn

De aanranding moet wederrechtelijk zijn

De verdediging moet noodzakelijk en geboden zijn

Noodweerexces
Bij de strafuitsluitingsgrond noodweerexces is er sprake van overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging. Het kan geburen dat iemand de grenzen overschrijdt

4.4.4
Artikel 42 wettelijk voorschrift
Niet strafbaar is hij die een feit begaat ter uitvoering van een wettelijk voorschrift

4.4.5
Artikel 43 ambtelijk bevel
1- niet strafbaar is hij die een feit begaat ter uitvoering van een ambtelijk bevel, gegeven door het daartoe bevoegde gezag.
2- een bevoegd gegeven ambtelijk bevel heeft de strafbaarheid niet op, tenzij het door de ondergeschikte te goeder trouw als bevoegd gegeven werd beschouwd en de nakoming daarvan binnen de kring van zijn ondergeschiktheid was gelegen

4.5 slotbepaling
Artikel 91 wetboek van strafrecht
De bepalingen van de titels l-vlll A van dit boek zijn ook toepasselijk op feiten waarop bij andere wetten of verordeningen straf is gesteld, tenzij de wet Anders bepaalt

4.6.1
Artikel 300 mishandelingen
1- mishandelingen wordt gestraft met gevangenisstraf van te hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie
2- indien het feit ZWAAR LICHAMELIJKE LETSEL ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.
3- indien het feit DE DOOD ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie
4- met mishandeling wordt gelijkgesteld OPZETTELIJKE BENADELING VAN DE GEZONDHEID
5- poging tot dit misdrijf is NIET STRAFBAAR

Opzettelijk lichaamlijk letsel toebrengen oftewel
Het aan een ander kwaadwillig toebrengen van lichamelijk leed.

Eenvoudige mishandeling: mishandeling kan onbedoelde gevolgen hebben. Indien iemand een ander bijvoorbeeld een blauw oog slaat, wordt dat als eenvoudige mishandeling gezien. Wanneer het oog permanente schade heeft opgelopen, blijft het eenvoudige mishandeling, maar zal er zwaar lichamelijk letsel aan worden toegevoegd.
Poging is niet strafbaar

Artikel 302 zware mishandeling
1- hij die aan een ander OPZETTELIJK ZWAAR LICHAMELIJK LETSEL toebrengt, wordt als schuldig aan en ZWARE MISHANDELING, gestraft met gevangenisstraf van te hoogte acht jaren of geldboete van de vijfde categorie
2- indien het feit DE DOOD TEN GEVOLGE heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste 10 jaren of geldboete van de vijfde categorie

Onder zwaar lichamelijk letsel valt
Ziekte de geen uitzicht op volkomen genezing overlast
Voortdurende ongeschiktheid tot uitoefening van zijn ambts- of beroepsbezeigheden
Afdrijving of dood van de vrucht van een vrouw

Poging tot zware mishandeling is wel strafbaar gesteld wanneer je iemand met een honkbal knuppel op het hoofd wilt slaan en het mislukt

4.6.2
Artikel 350 vernieling
1- hij die OPZETTELIJK EN WEDERRECHTELIJK ENIG GOED DAT GEBIED OF TEN DELE AAN EEN ANDER TOEBEHOORT, VERNIELT BESCHADIGT , ONBRUIKBAAR MAAKT OF WEGMAAKT word gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste 2 jaren of geldboete uit 4 categorie
2- met gevangenisstraf van te oogsten 3 jaren of een geldboete van de 4 categorie
Wordt gestraft hij die OPZETTELIJK EN WEDERRECHTELIJK EEN DIER DAT GEHEEL OF TEN DELE AAN EEN ANDER TOEBEHOORT, DOODT, BESCHADIGT, ONBRUIKBAAR MAAKT OF WEGMAAKT.

Voorwerpen die geheel of gedeeltelijk bij een andere toebehoren
Vernielen- steen door de ramen gooien
Beschadigen- een auto krassen
Onbruikbaar maken- zand in een benzine tank gooien
Wegmaken- de parkiet van iemand laten weg vliegen

Artikel 141
OPENLIJKE GEWELDPLEGING is een bijzondere vorm van vernieling. Wanneer vernieling door meer daders en publiekelijk gebeurt, dan is er sprake van openlijk geweld
VERNIELING EN OPENLIJK GEWELD: Kan alleen tegen voorwerpen en dieren
MISHANDELING EN OPENLIJK GEWELD:mishandeling door meerdere personen en dat geweld is voor het publiek zichtbaar

4.6.3
Artikel 138 huisvredebreuk
De wetsartikelen over huisvredebreuk, lokaalvredebreuk en verboden toegang gaan over de bescherming van een stuk grond of ruimte

Woning
De plaats waar men zijn privaathuiselijk leven leidt. Dat kan een tent, kartonnen doos zijn

Besloten lokaal
Een kenbaar van de omgeving afgescheiden ruimte, omgeven door wanden en een dak (pakhuizen, kantoren, caferuimte)

Een besloten erf
Een plek in de buitenlucht die duidelijk is afgescheiden van de weg, bijvoorbeeld door middel van een hekje.

Je kunt op verschillende manieren strafbaar zijn aan het artikel huisvredebreuk
1- meteen strafbaar zonder vorderingen(bij wederrechtelijk binnendringen)
2- na 1 vordering niet vertekenen( bij wederrechtelijk vertoeven)
3- na 2 vorderingen niet vertrekken (als bezoeker)

Wederrechtelijk binnendringen
Zonder uitdrukkelijke toestemming van de eigenaar een besloten lokaal of erf binnendringen

Wederrechtelijk vertoeven
Zonder uitdrukkelijke toestemming van de eigenaar in een besloten lokaal of erf vertoeven

Lokaal vredebreuk
Betreft om gebouwen en grond van de overheid, zoals een stadhuis en politiebureau

Huisvredebreuk
Geld in andere gevallen (Zoals privewoning)

Verbonden toegang geld niet allen wanneer er een verboden toegang-bord staat, ,maar ook als dit gebeid duidelijk is gescheiden bijvoorbeeld door een hek.

4.6.4
Artikel 157 brandstichting
Valt onder een opzetmisdrijf. Niet alleen het opzettelijk brandstichten of opzettelijk een ontploffing teweegbrengen is strafbaar, maar ook het opzettelijk veroorzaken van een overstroming

Artikel 158
Brand door schuld
Valt onder een schuldmisdrijf . De brand, ontploffing en/of overstroming is niet met opzet gedaan, maar is gekomen dor nalatiegebied, onoplettendheid of onvoorzichtigheid

4.6.5
Artikel 272 schending ambts of beroepsgeheim
1- hij die ENIG GEHEIM waarvan hij WEET OF REDELIJKERWIJS MOET VERMOEDEN dat hij uit HOOFDE VAN AMBT, BEROEP OF WETTELIJK VOORSCHRIFT dan wel van vroeger ambt of beroep verplicht is het bewaren, OPZETTELIJK SCHENDT, wordt gestraft met gevangenisstraf van te hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie
2- indien dit misdrijf tegen een bepaald persoon gepleegd is, wordt het slechts vervolgd op diens klacht

Artikel 273 schending van bedrijfsgeheim

4.6.6
Artikel 310 diefstal
HIJ DIE ENIG GOED DAT GEHEEL OF TEN DELE AAN EEN ANDER TOEBEHOORT WEGNEEM, MET HET OOGMERK OM ZICH WEDERRECHTELIJK TOE TE EIGENEN, word als SCHULDIG VAN DIEFSTAL gestraft met gevangenisstraf van ten hoogte 4 jaren of geldboete 4 categorie

Om schuldig ten kunnen zijn aan het strafbare feit diefstal, moeten alle bestanddelen van het strafbare feit zijn begaan
Het moet enig voorwerp (in de wet wordt van goed gesproken) zijn
Dat voorwerp moet geheel of ten dele aan een ander toebehoren
Het voorwerp moet worden weggenomen
Er moet sprake zijn van opzet
Het moet wederrechtelijk zijn
Het voorwerp moet worden toegeigend

Artikel 321
Verduistering
Hij die OPZETTELIJK ENIG GOED DAT GEHEEL OF TEN DELE AAN EEN ANDER TOEBEHOORT en dat hij ANDERS DAN DOOR MISDRIJF onder zich heeft, WEDERRECHTELIJK ZICH TOE-EIGENT, wordt als schuldig aan de verduistering, gestraft met gevangenisstraf van te hoogste 3 jaren of geldboete van de 5de categorie

Dit artikel heeft grote gelijkenis met het strafbare feit DIEFSTAL, waarbij HET VOORWERP WEGGENOMEN MOET WORDEN.

Artikel 322
Verduistering in dienstbetrekking
Als verduistering gepleegd wordt door iemand uit hoofde van zijn beroep of tegen geldelijke vergoeding het bewuste goed onder zijn beheer heeft, wordt dit zwaarder gestraft.

Voorbeelden:
Een timmerman die het gereedschap dat hij tot zijn betrekking heeft gekregen, verkoopt zonder toestemming.

4.6.7
Artikel 285 bedreiging
Strafbare bedreiging, als er wordt bedreigd met n van de volgende dreigementen:
Openlijk geweld
Verkrachting
Feitelijke aanranding van de eerbaarheid
Enig misdrijf tegen het leven gericht
Gijzeling
Zware mishandeling
Geweld tegen een internationaal beschermd persoon en dienst beschermde goederen
Brandstichting
Terroristisch misdrijf

De bedreiging moet concreet zijn
De persoon hoeft zich niet perse bedreigd voelen
Persoon was er van overtuigd dat de bedreiging uitgevoerd kon voeren
Verzwarende omstandigheid:schriftelijk

4.6.8
Artikel 83A

Dreigingsniveau
De nationaal cordinator terrorismebestrijding en veiligheid (NCTV)
1-minimaal
2-beperkt
3-aanzienlijk
4-substantieel
5-kritiek

4.7
Overtredingen

Artikel 446
Weigeren hulpbetoon
Er zijn 2 situaties waarbij iedereen verplicht is om hulp te betonen, namelijk
1- gevaar voor algemene veiligheid van personen of voorwerpen
2- bij een ontdekking van een misdrijf op heterdaad
Alleen als uw eigen leven in gevaar komt, bent je niet strafbaar om hulp te betonen

Artikel 450
nalaten hulp
Hij die, getuige van het ogenblikkelijk levensgevaar waarin een ander verkeert, nalaat deze die hulp te verlenen of te verschaffen die hij hem, zonder gevaar voor zichzelf of anderen redelijkerwijs te kunnen duchten, verlenen of verschaffen kan, wordt, indien de dood van de hulpbehoevende volgt, gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

HOOFDSTUK 5
5.1
De arbeidsomstandighedenwet (arbowet) heeft als doel werknemers (op de werkvloer)
Te beschermen al het gaat om veiligheid, gezondheid en welzijn

5.2
Een werkgever staat in de arbowet omschreven als de persoon, het bedrijf of de instelling met wie iemand(werknemer) een arbeidsovereenkomst of een publiekrechtelijke aanstelling(dit is een arbeidsovereenkomst voor ambtenaren) heeft afgesloten. De werkgever is ook verantwoordlijk voor stagiairs. De arbowet het niet voor vrijwilligers.

5.3 (examen vraag)
Arbocatalogus
De beveilingsbranche heeft een gezamenlijke arbocatalogus waarin afspraken staan over veilig en gezond werken: beveiligingsbranche.dearbocatalogus.nl
Het toepassingsgebied van de Arbowet geldt voor Nederland

5.4
Toezicht Arbowet
Ambtenaren van de Nederlandse arbeidsinspectie houden toezicht op de naleving van de Arbowet.

Bevoegdheden van de Nederlandse arbeidsinspectie
TOEGANG HEBBEN TOT ELKE PLAATS
Dat kan gebouw, terrein, en vrachtwagens meestal de discretie laat begeleiden
EEN ONDERZOEK INSTELLEN
Bijvoorbeeld na een bedrijfsongeval
AANWIJZINGEN GEVEN
Een aanwijzing vertelt de ambtenaar van de inspectie dat het bedrijf zich niet voldoende of niet goed houdt aan de regels van de Arbowet.
NALEVING VAN REGELS EISEN
Is een eis tot naleving eist de ambtenaar van de inspectie dat bepaalde regels van de Arbowet worden nageleefd
WERK STILLEGEN
Als er ernistig gevaar voor personen bestaat, kan een ambtenaar van de inspectie bevel geven om het werk te stoppen
BOETES GEVEN
De hoogte van de boete hangt af van de situatie af
GEHEIMHOUDING
De inspectie is verplicht de namen geheim te houden van personen die een klacht hebben ingediend of aangifte hebben gedaan.

5.5
In de Arbowet hebben werkgever en werknemer allerlei verplichtingen. Deze zijn gericht op drie arbeidsomstandigheden waar de Arbowet zich mee bezighoudt namelijk:
Veiligheid
Bescherming van de gezondheid
Het bevonden van het welzijn van werknemers tijdens hun werkzaamheden

Verplichting van de werkgever pp 33
Pp 45

5.6
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) !!!!!!
Een pbm moet aan de volgende eisen voldoen:
Het moet geschikt zijn voor het gevaar, waartegen het moet beschermen
Het moet passen bij de bestaande omstandigheden op de arbeidsplaats
Het moet zo geconstrueerd zijn dat het de persoon goed beschermt
Het moet, als het nodig is, op maat gemaakt kunnen worden

Als beveiliger kun je te maken krijgen met pbms die ingeleverd moeten worden. Jouw taak is buiten het registeren van de teruggave dan ook om te controleren of het pbm heel en schoon word ingeleverd

5.7
Taken van de bedrijfshulpverlening (BHV) EXAMENVRAAG !!!!!!!
Eerste hulp verlenen bij ongevallen
Voorkomen en beperken van ongevallen
Beperken en bestrijden van een beginnende brand
Bij calamiteiten alarmeren en evacueren van alle werknemers en andere personen in het bedrijf
Alarmen van een samenwerken met de gemeentelijke of regionale brandweer en andere hulpverlenigsorganisatie

5.8
Samenwerking en overleg zijn onmisbaar om een veilige en gezonde werkomgeving te maken en te behouden. Onderdelen van het arbeidsomstandighedenbeleid zijn:
RI&E
Inschakelen van de arbodienst
BHV en structureel overleg tussen werkgevers en werknemers
Ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordig
Werkoverleg

Onderdelen arbeidsomstandighedenbeleid:
RI&E
Inschakelen van een arbodienst
Bedrijfshulpverlening
Structureel overleg tussen werkgevers en werknemers

HOOFDSTUK 6
6.1
Het doel van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is het stellen van regels ter bescherming van de privacy en burgers

6.2
Onder persoonsgegevens valt alle informatie over (natuurlijk) persoon. Ook gegevens die indirect iets over iemand zeggen

6.2.1
Persoonsgegevens worden verdeeld in drie groepen:
1. Gewone gegevens
2. Bijzondere gegevens
3. Strafrechtelijke gegevens

Gewone gegevens vaststaande objectieve gegevens
Naam
Adres
Telefoonnummer
Geboortedatum
Burgerlijkestaat
Nationaliteit
Beroep
Burgerservicenummer
IP-adressen
Cookies

Gewone persoonsgegevens
Mogen verwerkt worden als aan minimaal n van de zes AVG-grondslagen wordt voldaan:
1. De persoon heeft toestemming gegeven(IS DE BELANGRIJKSTE)
2. De gegevensverwerking is noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst.
3. De gegevensverwerking is noodzakelijk voor het nakomen van een wettelijke verplichting.
4. De gegevensverwerking is noodzakelijk ter bescherming van de vitale belangen (iemands leven of gezondheid).
5. De gegevensverwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of uitoefening van openbaar gezag.
6. De gegevens verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen.

Bijzondere persoonsgegevens
Dit zijn persoonsgegevens die door hun aard bijzonder gevoelig zijn:
Gegevens waaruit ras of etnische afkomst blijkt
Gegevens waaruit politieke opvattingen blijken
Gegevens waaruit religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken
Gegevens over gezondheid
Gegevens waaruit het lidmaatschap van een vakvereniging blijkt
Gegevens over iemands seksueel gedrag of seksuele gerichtheid
Genetische gegevens
Biometrische gegevens met het oog op unieke identificatie van een Persoon

Strafrechtelijke persoonsgegevens
Dit zijn persoonsgegevens die te maken hebben met strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten of daarmee verband houdende veiligheidsmaatregelen.
Voorbeelden zijn:
- Veroordelingen
- Mogelijk gegrondeverdenkingen (zwartelijst)

6.2.2
Het verwerken van persoonsgegevens
Het verwerken van persoonsgegevens zijn alle handelingen die iemand of een organisatie kan uitvoeren met persoonsgegevens, van verzamelen tot en met vernietigen.
Welke handelingen dan?
Verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden, combineren, afschermen, wissen of vernietigen.

6.2.3
Beveiliger en AVG
De beveiliger mag de gegevens die zijn vastgelegd in de verwerkingsovereenkomst verstrekken volgens de AVG.
Verstrekken is een onderdeel van het verwerken van persoonsgegevens.
Een verwerkersovereenkomst is een overeenkomst tussen een verwerkingsverantwoordelijke en een verwerker.

Wat is een verwerker
Organisaties schakelen vaak andere organisatie in om persoonsgegevens voor hen te verwerken.
Bijvoorbeeld door de boekhouding uit te besteden. Of
Clouddienst die de persoonsgegevens opslaat.

6.2.4
De AVG is niet van toepassing op het verwerken van persoonsgegevens:
Uitsluitend voor persoonlijke of huishoudelijke doeleinden
Door inlichtingen- en veiligheidsdiensten
Voor het uitvoeren van de politietaak (Wet politiegegevens)
Ten behoeve van de uitvoering van de Wet op de justitile documentatie en de verklaringen omtrent gedrag
In de bevolkingsadministratie van gemeenten
Ten behoeve van de uitvoering van de Kieswet

6.3
Verantwoordelijke
De AVG legt een grote verantwoordelijkheid bij degene die de persoonsgegevens beheert.
Deze verantwoordelijke moet een redelijk en duidelijk belang hebben om bedoelde gegevens te verwerken. Hij dient daarvoor een vooraf duidelijk doel te hebben beschreven.

De beheerder zal daarvoor organisatorische, bouwkundige, elektronische maatregelen (OBE) moeten nemen om te voorkomen dat de desbetreffende gegevens verloren gaan of onrechtmatig worden gebruikt.

Doel van organisatorische maatregelen
Het gebruik van persoonsgegevens terug te dringen
Onjuist gebruik binnen en buiten de organisatie tegen te gaan

Maatregelen die kunnen worden genomen zijn:
Er worden niet meer persoonsgegevens verwerkt dan strikt noodzakelijk
Onrechtmatige verwerking van gegevens wordt voorkomen.
Dit kan worden bereikt door de namen van betrokkenen of andere identificeerbare gegevens te verwijderen of apart te bewaren
De persoonsgegevens mogen alleen worden gebruikt voor het doel, waarvoor zij zijn/worden verzameld en mogen alleen worden gebruikt door personen die toestemming hebben voor het gebruik

Bouwkundige maatregelen
De persoonsgegevens moeten worden bewaard in een afgesloten en beveiligde ruimte.

Elektronische maatregelen
Firewall of wel eenbeveiligingsmuur.Dit is een software programma dat er, bij koppeling van het computersysteem aan het internet, voor zorgt dat onbevoegden het netwerk niet kunnen binnenkomen.
Een wachtwoord.Degene die toegang heeft tot de persoonsgegevens krijgt van de systeembeheerder een uniek wachtwoord, dat alleen bekend is bij de systeembeheerder en gebruiker.
En cryptie of welversleutelingofgeheimschrift.Alleen de verzender en de ontvanger kunnen de versleutelde teksten lezen. Voor derden is de tekst onleesbaar

6.4
Rechten betrokkene !!!!!!
De betrokkene heeft bepaalde rechten als het gaat om het verwerken van zijn persoonsgegevens door andere. Zo heeft de betrokkene recht op onderstaande zaken:
Recht om gegevens over te dragen
Recht om vergeten te worden
Recht op inzage
Recht om te wijzigen
Recht op beperking verwerking
Recht op een menselijke blik bij besluiten
Recht op bezwaar

6.5
Autoriteit Persoonsgegevens (AP)
De AP houdt toezicht op de naleving van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen.
De AP houdt dus toezicht op de naleving en toepassing van de AVG.
Bij de AP moet het gebruik van persoonsgegevens worden gemeld, tenzij hiervoor een vrijstelling geldt

6.5
De AP heeft als taken en bevoegdheden:
Advies inzake wetgeving
Toetsing gedragscode
Toetsing reglementen
Melding en voorafgaand onderzoek
Voorlichting
Ontheffing verbod verwerking bijzondere gegevens
Internationale zaken
Bemiddeling en klachtbehandeling
Ambtshalve onderzoek
Handhaving
internationale taken

Handhavingsmiddelen AP
Om de naleving van de AVG te kunnen handhaven heeft de AP de mogelijkheid om bestuursrechtelijk te kunnen optreden.
- Bestuursdwang opleggen
- Dwangsom opleggen
- Bestuurlijke boete opleggen
- Niet, onjuist of onvolledig gemeld
- Mutaties niet doorgegeven

HOOFDSTUK 7
7.2
Opiumwet
Het doel van de opiumwet is het voorkomen van drugsgebruik en het beperken van de risicos voor de gebruikers en hun omgeving.

7.2.3
Verdeling opiumwet
Er wordt onderscheid gemaakt in verdovende, stimulerende en bewustzijnsverandrende middelen. De Opiumwet verdeelt de verschillende soorten. Drugs in lijst 1 en lijst 2.
Lijst 1
Lijst 1 is de drugs dat de overheid heeft bepaald dat deze drugs een onaanvaardbaar risico met zich meebrengt. Oftewel de harddrugs
Herone
Cocane
Speed(amfetamine)
Xtc
GHB
Lsd

Lijst 2
Lijst 2 is de drugs dat de overheid als minder ernstig beschouwd. Oftewel softdrugs
Cannabisprodcuten
Slaap- en kalmeringsmiddel
Qat

7.2.4
Drugs naar hun werking
Drugs kunnen worden omschreven als GENOTMIDDEL die voorkomen als NATUURLIJKE OF SYNTHETISCHE PRODUCTEN en waarvan de stoffen in de drug de hersenen op een bepaalde manier prikkelen. Deze prikkelingen van de hersenen veroorzaken allerlei GEESTLIJKE EN LICHAMELIJKE EFFECTEN. Er zijn 3 soorten die door het gebruik van de drugs kunnen optreden.
Verdovende werking(herone, hasj)
Stimulerende werking( cocane, speed)
Bewustzijnsveranderende werking ( LSD)

Herone (Lijst 1) VERDOVENDE WERKING
Risico: snellere tolerantie en lichamelijke afhankelijkheid, het vertoont lichaam ontwenningsverschijnselen
Gebruik met alcohol: de combinatie werkt versterkend
GHB (Lijst 1)
Risico: duizeligheid, hoofdpijn, zweten, misselijkheid, buikpijn, depressie en nachtmerries
Gebruik met alcohol: alcohol en GHB versterken elkaar oftewel je kan heel snel een overdosis krijgen
Hasj (Lijst 2)VERDOVENDE WERKING
Risico: veelvuldig gebruik kan leiden tot duizeligheid, concentratiestroornissen, angstaanvallen
Gebruik met alcohol: deze 2 stoffen worden vaak niet tezamen gebruikt
Cocane (Lijst 1) STIMULERENDE WERKING
Risico: hartkloppingen, hoofdpijn, agitatie, verwardheid, kort na gebruik moeilijk te hanteren, snel prikkelbaar
Gebruik met alcohol: cocane is een oppepper en alcohol maakt dronken en versuft dus een gevaarlijke combinatie
XTC (Lijst 1) BEWUSTZIJNSVERANDERENDE WERKING
Risico: door xtc wordt vermoeidheid onderdrukt daardoor kan je doorgaan zonder te rusten, en angstaanvallen
Gebruik met alcohol: is riskant en ongewenst, je weet nooit wat je slikt, veel verschillende chemische stoffen, schade opbrengen aan geest en lichaam
Speed (Lijst 1) STIMULERENDE WERKING
Risico: kan leiden tot hartkloppingen, hoofdpijn, agitatie en verwardheid
Gebruik met alcohol: combinatie word dronkenschap niet ervaren, dit leidt vaak tot roekeloos en agressief gedrag
Qat (Lijst 2) STIMULERENDE WERKING
Risico: maag en darmklachten, onregelmatige hartslag, oververhitting, slapeloosheid, sombere gevoelens en hart en vaatproblemen
Gebruik met alcohol: er is nog weinig bekend
LSD (Lijst 1) SYNTHETISCHE DRUGS
Risico: laat de gebruiker dingen ervaren die er niet in werkelijkheid niet zijn, grote kans dat er iets ergst gebeurd is groot
Gebruik met alcohol: nemen vaak geen alcohol tijdens het trippen, de trip is voldoende en behoeft geen verstrekking van alcohol




7.2.6
Het is verboden om de middelen vermeld op lijst 1 & 2:
Binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen
Te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken oftewel vervoeren.
Aanwezig te hebben
Te vervaardigen

7.3
wegenverkeerswet
De regels uit de Wvw zijn niet van toepassing op privaat terrein. Wel kunnen bedrijven op hun privaat terrein regels uit de Wvw laten gelden. Als beveiliger kun je worden ingezet als verkeersregelaar op privaat terrein.

7.3.1
Artikel 1 Wvw wegen
Alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met begrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten.

7.3.2
Privaat terrein
Als het een privaat terrein is, kom de politie niet handhaven.

7.3.3
Verkeers(regelings)taken beveiliger:
-Inkomend verkeer gaat voor uitkomend verkeer!!!
-in en uitgangen vrijhouden
-voorkomen opstoppingen openbare weg
-verkeersregeling alleen op bedrijfsterrein
-controle op naleving verkeersvoorschriften
-aanwijzingen geven conform het RVV

De 8 verkeersaanwijzingen die je als beveiliger moet kennen moet je in je boek kijken!!!!!

7.1
Wet Wapens en Munitie
Het doel van de Wet Wapens en Munitie (WWM) is
driedelig
ONGEOORLOOFD BEZIT van wapens in de samenleving voorkomen en bestrijden
GEOORLOOFD WAPENBEZIT reguleren en controleren
BELEMMERING bij de uitvoering van de wet door
politie en Openbaar Ministerie wegnemen

De wetgeving rond wapens en munitie bestaat uit de WWM, de Circulaire Wapens en Munitie (CWM) en de Regeling Wet Wapens en Munitie (RWM).
De wetgeving bevat wettelijke regels omtrent:
het vaardigen van wapens
Het verhandelen van wapens
Het vervoeren van wapens
Het voor handen hebben, dragen en dergelijke van wapens

De wet wapen en munitie is niet van toepassing op voorwerpen
-die kennelijk zijn bestemd om als speelgoed te worden gebruikt
-die redelijkerwijs niet geschikt kunnen worden geacht om daarmee ernstig lichamelijk letsel toe te brengen
-die redelijkerwijs niet geschikt kunnen worden geacht om personen te bedreigen of af te dreigen

Speelgoed dat teveel op een echt wapen lijkt, valt wel onder de WWM

7.1.2
Categorie 1
In deze categorie zijn de gevaarlijke, niet vuurwapens, ondergebracht waarvoor geen enkel maatschappelijk nut aanwezig is.
Alle handelingen met deze wapens zijn dan ook
verboden. Dit houdt dus in dat deze wapens niet in het bezit mogen zijn van personen.
Stiletto wurgstok pijlen en pijlpunten
Valmes werpster katapulten
Vlindermes vilmes
Opvouwbaar mes ballistisch mes
Boksbeugel geluidsdemper voor vuurwapen
Ploertendoder blanke wapens

Andere door de minister aangewezen
voorwerpen
Die ernstige bedreiging van personen kunnen vormen of die op een zodanig wapen gelijken, dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn. Onder deze categorie vallen:
Voorwerpen die wat betreft hun vorm, afmeting en kleur een sprekende gelijkenis vertonen met wapens of met voor ontploffing bestemde voorwerpen
Lucht-, gas-, en veerdrukwapens die zodanig zijn gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar is
Laserwapens die specifiek zijn ontworpen om permanente blindheid te veroorzaken
Werppennen
Alle voorwerpen die lijken op een wapen, geen vuurwapen zijn en die door de aard en samenstelling, niet dan wel slecht detecteerbaar zijn door metaaldetectoren.

Categorie 2
In deze categorie zijn ondergebracht vuurwapens die niet onder een andere categorie vallen.

Automatische wapens IED
Aangepaste vuurwapen
Geheime vuurwapen
Stroomstootwapens
Voorwerpen met gif, verstikkende
Traanverwekkende

Explosieve stoffen
Een explosieve stof is een stof of een mengsel van stoffen waarin, zonder dat toetreding van zuurstof van buitenaf nodig is, onder warmte ontwikkeling een chemische reactie kan voortschrijden, wanneer deze ergens in de stof is aangevangen.

Fysische explosie
Deze explosie komt tot stand door het oplopen van de druk in bijvoorbeeld een vat of een ketel. Hierbij is altijd sprake van een snelle expansie van gassen, waarbij meestal een vat of houder springt.
Indien van zon fysische explosie sprake is, wordt de kracht van de explosie mede bepaald door de sterkte van de wand van het vak dat bezwijkt. Hoe dikker of sterker de wand is, des te hoger zal de druk in het vak oplopen voordat dit aan stukken scheurt.

Chemische explosie
Dit is een scheikundige reactie (een zeer snelle verbranding), die meestal gepaard gaat met geluid, vuur en rook. Een chemische reactie kan een ontleding, dat wil zeggen een uiteenvallen, van een chemische stof zijn. Aan de andere kant kan de reactie ook een aantal stoffen betreffen die met elkaar reageren.

Onder een IED, een gemproviseerde explosief, wordt verstaan: een voorwerp dat op een gemproviseerde manier is geplaatst of gemaakt en dat vernielende, dodelijke of brandverwekkende stoffen bevat, met als doel te vernietigen, te verminken of verwarring te stichten.
IEDs zijn gemakkelijk te maken van militaire of civiele en/of in de handel verkrijgbare middelen.
Improvised Explosive Devices - Molotov

Een hoofdlading
Militairemiddelen:handgranaten,
mortiergranaten, mijnen, munitie
Civielemiddelen:seismischespringstoffen, kruit van jachtmunitie, pyrotechnische middelen (fakkels, noodseinmiddelen) en vuurwerk.

Een ontsteker
Militairemiddelen:slagpijpjes,kleinkaliber
munitie, vuurkoord, slagsnoer
Civielemiddelen:ontstekers,vuurkoord, snelkoord, slagsnoer

Een ontstekingsmechanisme
Uurwerk,temperatuurwisseling,barometer, trilschakelaar, radiografie, etc

Categorie 3
In deze categorie zijn ondergebracht pistolen, revolvers, geweren, alarmpistolen en werpmessen. Voor deze wapens kan men onder bepaalde voorwaarden een toestemming (vergunning) krijgen.

Pistool geweer
Revolver werpmes
Alarmpistool/revolver

Categorie 4
In deze categorie zijn ondergebracht alle blanke wapens waarvan het lemmet meer dan n snijkant heeft en die niet vallen onder categorie 1.

Zwaard wapenstok
Degen luchtdrukgeweer
Kruisboog fietsketting, tafelpoot, kapotgeslagen bierflesje

7.1.3
Verbodsbepalingen

Voorhanden hebben van een wapen
Categorie 1- verboden
Categorie 2- toegestaan met verlof
Categorie 3- Toegestaan met verlof of gedekt voor een jachtakte
Categorie 4- toegestaan boven de 18 jaar

Dragen van een wapen
Categorie 1- verboden
Categorie 2- Toegestaan met verlof of jachtakte
Categorie 3- Toegestaan met verlof of jachtakte
Categorie 4- Toegestaan met verlof of jachtakte

Vervoeren van een wapen
Categorie 1- verboden
Categorie 2- toegestaan met vergunning
Categorie 3- toegestaan met vergunning
Categorie 4- vrij toegestaan

















. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.

Antwoord gegenereerd door AI Antwoord rapporteren

Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.

Stel een vraag
 
Inloggen via e-mail
Nieuw wachtwoord aanvragen
Registreren via e-mail
Winkelwagen
  • loader

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items! Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

loader

Ontvang gratis €2,50 bij je eerste upload

Help andere studenten door je eigen samenvattingen te uploaden op Knoowy. Upload ten minste één document en krijg gratis € 2,50 tegoed.

Upload je eerst document