Gebruik de 124 oefenvragen om jezelf voor te bereiden en te testen of je de leerstof kent.
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagenAanwijzingen feit gecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen.
1: kan benoemen hoeveel sancties per gebeurtenis mogen worden opgelegd.
2: kan beschrijven welk afdoeningstraject moet worden gevolgd
Beschikking = voor gedragingen
proces verbaal bij een geconstateerde strafbaar feit, dit bewijs beschrijft wat er is gebeurd etc zodat dit kan worden gebruikt bij opelgging van een strafbeschikking.
strafbeschikking uitgevaardigd = door de OVJ waar geen rechter bij nodig is voor lichte strafbare feiten zoals verkeersdelicten etc
Als iemand meerdere overtredingen begaat, wordt er maar één procedure gevolgd (boete, strafbeschikking of proces-verbaal) om verwarring te voorkomen. Het gebruik van meerdere procedures is alleen toegestaan in uitzonderlijke situaties, en dit moet duidelijk worden aangegeven.
input text value
3: kan benoemen wanneer afdoening moet volgen bij overtreding artikel 5 WVW.
overtredingen van artikel 5 WVW altijd via het strafrecht moet worden vervolgd
Geen extra sanctie die gerelateerd is aan artikel 5 aangezien de ovj dan niet meer kan vervolgen
Dit betekent dat in situaties waarbij het gedrag van een verkeersdeelnemer gevaar of hinder op de weg veroorzaakt, er sprake is van een strafbaar feit dat verder gaat dan een eenvoudige verkeersovertreding
input text value
4: kan beschrijven aan wie een sanctie wordt opgelegd bij technische gebreken.
Aan de bestuurder van het voertuig wordt er een sanctie of proces verbaal opgelegd
Tenzij de eigenaar of houder verantwoordelijk wordt gesteld volgens de feitcode van de sanctie
Kan ook verbod op voertuig opleggen wok
input text value
5: kan benoemen onder welke omstandigheden zijn strafbeschikkingsbevoegdheid wordt begrensd.
Een politiestrafbeschikking mag niet worden uitgevaardigd indien :
De opsporingsambtenaar of een van zijn naaste familieleden bij het feit of de gevolgen daarvan betrokken is
Verschil van inzicht bestaat tussen de opsporingsambtenaar en de verdachte omtrent de feiten en of de strafbaarheid
Het feit schade ten gevolge heeft gehad of overigens te ernstig van aard is
Inbeslagneming plaatsvindt en er door de HOvJ geen juridische eindbeslissing over het beslag is genomen
De militaire rechter uitsluitend bevoegd is
input text value
BURGERLIJK WETBOEK
1: Kan beschrijven wat eigendom is bw artikel 5:1
Eigendom is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben.
Met het woord eigendom omschrijf je het meest volledige recht dat een persoon op een zaak kan hebben.
De eigenaar mag vrij (dus zonder beperkingen) van de zaak gebruik maken. Dit mag enkel niet als het in strijdt is met de rechten van anderen. Ook moet het in lijn zijn met de wettelijke regels en het ongeschreven recht.
Wanneer de zaak iets oplevert, dan is de eigenaar van de zaak ook eigenaar van dat wat het heeft opgeleverd (bv. Een kip dat een ei legt).
input text value
2: Kan in de praktijksituatie bepalen of er sprake is van een onrechtmatige daad
Wanneer iemand een onrechtmatige daad pleegt, is die persoon verplicht de schade te vergoeden die de daad tot gevolg heeft.
Als onrechtmatige daad kan worden aangemerkt:
Inbreuk maken op een recht;
Iets doen of nalaten dat in strijd is met een wettelijke plicht;
Iets dat volgens de ongeschreven regels niet hoort.
Er is wel een uitzondering op het plegen van een onrechtmatige daad. Wanneer er een rechtvaardigingsgrond is, dan geldt dat als uitzondering. Denk hierbij aan een persoon die verward is en een onrechtmatige daad pleegt.
Een onrechtmatige daad kan de dader worden toegerekend, als de daad komt door zijn/haar/hen schuld of als het wettelijk bepaalt is dat de dader fout is (vb. in het verkeer als je tegen je voorganger opklapt ben jij in principe altijd fout en dus de dader van de onrechtmatige daad).
er sprake is van een onrechtmatige daad.
Voorbeelden hiervan zijn o.a. het (opzettelijk) veroorzaken van lichamelijk letsel, een ongeval, of nalatigheid.
input text value
STRAFRECHT
1: kan beschrijven wanneer er sprake is van een strafbare poging
Artikel 45 en 46
Poging tot misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard.
Voorbereiding van een misdrijf.
Wanneer de dader opzettelijk voorwerpen, stoffen , informatiedragers , ruimten of vervoersmiddelen bestemd tot het begaan van een misdrijf verwerf vervaardigt, invoert , doorvoert , uitvoert of voorhanden heeft.
Als je probeert een misdrijf te plegen, kun je daarvoor gestraft worden.
Maar alleen als duidelijk is geworden dat je écht van plan was het misdrijf te plegen, doordat je al begonnen was met het uitvoeren ervan.
input text value
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagen
Leer je de oefenvragen liever vanaf papier? Download dan de 124 oefenvragen als PDF.
In winkelwagen
Verdien geld met het maken van oefenvragen en leer direct voor je aankomende toets.
Oefenvragen makenVolledig correcte Q3 kennistoets vragen, op volgorde gezet van de toetsmatrijs examen Q3.
Alles is correct nagelopen en uitgetypt aan de hand van de wetboeken.
Ik heb de toetsmatrijs in 6 delen verdeeld met ongeveer even aantal vragen zodat je voor jezelf in blokken kan leren, succes met het leren!
124 oefenvragen
83x verkocht
Nederlands
02-11-2024
Aanwijzingen feit gecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen.
1: kan benoemen hoeveel sancties per gebeurtenis mogen worden opgelegd.
2: kan beschrijven welk afdoeningstraject moet worden gevolgd
3: kan benoemen wanneer afdoening moet volgen bij overtreding artikel 5 WVW.
4: kan beschrijven aan wie een sanctie wordt opgelegd bij technische gebreken.
5: kan benoemen onder welke omstandigheden zijn strafbeschikkingsbevoegdheid wordt begrensd.
BURGERLIJK WETBOEK
1: Kan beschrijven wat eigendom is bw artikel 5:1
2: Kan in de praktijksituatie bepalen of er sprake is van een onrechtmatige daad
STRAFRECHT
1: kan beschrijven wanneer er sprake is van een strafbare poging
Artikel 45 en 46
2: kan benoemen wat gelijk wordt gesteld met het plegen van geweld.
Artikel 81
3: kan beschrijven wanneer er sprake is van een valse aangifte. Artikel 188
4: kan beschrijf wanneer er sprake is van een eenvoudige mishandeling en welke invloed de gevolgen van de mishandeling hebben op de strafoplegging van de rechter. Artikel 300.
5: kan beschrijven wanneer er sprake is van kwalificeerde diefstal, inklimming of valse sleutels artikel 89,90,310 en 311
6: Kan schrijven wanneer er sprake is van opzet heling, gewoonte heling en schuldheling
7: verduistering, oplichting en vernieling van goederen.
vijfde deel
1: kan de rechten van de slachtoffer benoemen. Artikel 51A.
2: kan beschrijven wanneer en hoe lang verdachte in verzekering kan worden gesteld.
3: kan beschrijven wat onder voorlopige hechtenis wordt verstaan en voor welke misdrijven voorlopig Hechtenis is toegestaan. Artikel 67 en 133.
4: kan benoemen welke processen verbaal een verdachte mag inzien. Artikel 31.
5: kan bepalen wie een slachtoffer is artikel 51 A
6: hoe lang een aangehouden verdachte mag worden opgehouden voor onderzoek
56a en 56b.
7: kan beschrijven welke opsporingsambtenaar op welk moment bevoegd is om buiten het daad aan te houden en wat daarbij de voorwaarde zijn. ARTIKEL 54
8: kan benoemen wanneer een plaats mag worden betreden en doorzocht ter aanhouding artikel 55 en 55 A
9: kan beschrijven wat er onder inbeslagneming wordt verstaan artikel 134, lid één.
10: kan beschrijven of vatbare voorwerpen via strafvordering in beslag kunnen worden genomen. Artikel 949596
11: kan benoemen aan welke eisen een vordering van camera beelden moet voldoen. Artikel 126nba
12: kan beschrijven aan welke eisen een proces verbaal moet voldoen. Artikel 152 en 153.
13: kan beschrijven wanneer en op welke wijze aangifte moet worden gedaan artikel 160 161 en 163
1: kan de voorwaarden en uitzonderingen benoemen die gelden voor de binnentreden van een woning.
2: kan bepalen dat hij zich de toegang tot of doorgang in een woning kan verschaffen
3: kan beschrijven wie bevoegd is om een machtiging af te geven en de uitzonderingen daarop.
4: kan beschrijven wanneer hij bij binnentreden andere kan meenemen.
5: kan benoemen welke verplichting er is na binnentreden in een woning.
Kan benoemen welke informatie de opsporingsambtenaar aan het slachtoffer verstrekt tijdens het eerste contact .
2: kan beschrijven waar bij het individueel beoordelen van het slachtoffer rekening wordt gehouden en waaraan aandacht wordt besteed.
DEEL 1
politie wet
1: kan beschrijven wie als ambtenaren van de politie worden gezien?
2 : kan beschrijven wat de taak van de politie is : artikel 3 pw
3 : kan beschrijven wanneer een politieagent bevoegd is geweld of vrijheidsbeperkende middelen te gebruiken:
Artikel 7 lid 1 PW
4 :kan beschrijven welke bevoegdheden de politie heeft tot het betreden van plaatsen ter hulpverlening en welke eisen hieraan worden gesteld
Artikel 7 lid 2 PW
5: kan beschrijven onder welke voorwaarde een onderzoek kleding ten behoeven van veiligheid (veiligheid fouillering )wordt uitgevoerd
Artikel 7 lid 3 PW
6: kan beschrijven hoe en wanneer een onderzoek kleding ten behoeven van vervoer ( vervoersfouillering ) wordt uitgevoerd
Artikel 7 lid 4 PW
7: kan beschrijven onder welke voorwaarden hij een identiteitsbewijs mag vorderen van personen tijdens de uitvoering van de politietaak.
Artikel 8 PW
8: kan in een praktijksituatie bepalen onder wiens gezag hij handelt bij het uitvoeren van taken
Artikel 11 en 12 PW
Ambtsinstructie
1: kan benoemen of personen onder bepaalde omstandigheden kunnen worden verwijderd van openbare plaatsen en of overgedragen aan eigen zorgkader of anders
Artikel 25 AI
Grondwet.
1: kan uitleggen waarom politieagenten zich neutraal moeten opstellen.
Artikel 1 Grondwet
2: kan beschrijven welke rechten burgers hebben op basis van de grondwet.
Artikel 6 lid 1 / 7 lid 1 Grondwet
3: kan uitleggen hoe de politie bij het uitvoeren van haar taken inbreuk mag maken op rechten uit de grondrecht behouden bij of krachtens de wet te stellen beperken.
Artikel 10 en 11 Grondwet.
4: kan de strekking van het legaliteitsbeginsel beschrijven
Artikel 16 Grondwet.
EVRM
1 : Kan beschrijven welke rechten burger hebben vanuit het EVMR .
Artikel 5 lid 1 9 en 10 lid 1 EVRM
2: kan uitleggen waarom de reden tot aanhouding in de eigen taal moet worden meegedeeld.
3: kan uitleggen hoe het EVRM invloed heeft op het handelen van een politieagent.
Artikel 6 lid 1 en 7 lid 1 EVRM
DEEL 2
1: kan beschrijven wanneer hij zijn bevoegdheden als toezichthouder gebruikt en wat de regels zijn rond het legitimeren
Artikel 5;11 5;12 en 5;13 AWB
kan een praktijksituatie bepalen of er sprake is van een zaakwaarneming en onder bewaarneming
Zaakwaarneming (artikel 6:198 BW)
Kan in een praktijksituatie bepalen welke bevoegdheden hij als toezichthouder heeft voor het vorderen van inlichtingen id bewijzen en medewerking.
awbi 5;16
kan in een praktijksituatie bepalen welke bevoegdheden hij als toezichthouder heeft bij het onderzoeken van zaken en vervoermiddelen
Artikel 5;18 en 5;19
kan beschrijven wanneer een gepleegd feit strafbaar is
Artikel 1 Strafrecht
kan beschrijven wat wordt verstaan onder baldadigheid
Artikel 424 Strafrecht
kan beschrijven wat wordt verstaan onder handelen in dronkenschap en openbare dronkenschap
Artikel 426 en 430B Strafrecht
kan beschrijven wat wordt verstaan onder rumoer of burengerucht
Artikel 431 Strafrecht
kan beschrijven wat wordt verstaan onder het opgeven van vals identiteit gegevens
Artikel 435 lid 4 Strafrecht
kan beschrijven wanneer er sprake is van het niet voldoen aan de identificatie verplichting.
Artikel 447e Strafrecht
kan beschrijven wanneer iemand zich onbevoegd bevindt op grond van een andere rechthebbende of daar vee laten lopen.
Artikel 461 Strafrecht
: kan benoemen dat bevoegdheden alleen teruggevonden kunnen worden in een wet informele zin
Artikel 1 Strafvordering
kan beschrijven wie er zijn belast bij de opsporing van strafbare feiten.
Artikel 127 , 141 en 142 Strafvordering
kan benoemen dat hij moet mededelen of een persoon als getuige of verdachte gehoord wordt en dat als gedurende het verhoor deze persoon verdacht wordt hij de rechten van een verdachte moet mededelen.
Artikel 27c lid 1 en 2 27d. Strafvordering
kan beschrijven hoe de identiteit van de aangehouden verdachte moet worden vastgesteld
Artikel 27a en 55c Strafvordering
kan benoemen onder welke voorwaarden iemand mag worden staande gehouden.
Artikel 52 Strafvordering
kan de regels rond het aanhouden van een verdachte op heterdaad beschrijven
Artikel 53 Strafvordering
kan beschrijven welke rechten en verdachte heeft.
Artikel 27c, 28, 28a, 29b Strafvordering
kan beschrijven wat wordt verstaan onder het begrip verdachte.
Artikel 27 Strafvordering
kan uitleggen wanneer er sprake is van heterdaad.
Artikel 128 Strafvordering
kan in een praktijksituatie bepalen of er op basis van de leeftijd van de verdachte tijdens het begaan van het strafbare feit strafrechtelijke vervolging kan plaatsvinden.
Artikel 486 Strafvordering
Kan in een praktijksituatie bepalen wat wettige bewijsmiddelen zijn.
Artikel 339 Strafvordering
kan in een praktijksituatie bepalen of onderzoek aan kleding mag worden gedaan.
Artikel 55b Strafvordering
DEEL 3
kan beschrijven welke documenten in de wet zijn aangewezen voor het vaststellen van de identiteit van personen.
Artikel 1 Wet op identificatie plicht
Vanaf welke leeftijd personen verplicht zijn om ID te tonen als dit wordt gevorderd.
Artikel 2 Wet op identificatie plicht
kan definitie beschrijven van : motorrijtuig, weg , bestuurder , begeleider en begeleiden uit wvw.
Artikel 1 wvw
kan beschrijving in welke situatie weggebruikers verplicht zijn aanwijzingen op te volgen.
Artikel 12 Wegenverkeerswet
Kan beschrijven aan welke eisen kentekenbewijs moet voldoen.
Artikel 36 lid 1 , 2 en 3 Wegenverkeerswet
Kan benoemen wanneer een kentekenbewijs niet verplicht is.
Artikel 37 lid 1 en 2 Wegenverkeerswet
kan beschrijven voor welke motorrijtuig welke rijbewijs categorie geldig is.
Artikel 107 Wegenverkeerswet
kan beschrijven in welke situatie de herkenning van de kentekenplaat wordt bemoeilijkt, onherkenbaar wordt gemaakt of vervalst is.
Artikel 41 lid 1 Wegenverkeerswet
kan benoemen aan welke onderzoeken een bestuurder moet meewerken.
Artikel 160 lid 5 Wegenverkeerswet
kan in een praktijksituatie bepalen in welke situaties opsporingsambtenaar zijn controlebevoegdheden mag inzetten.
Artikel 160 lid 1 en 4 Wegenverkeerswet
kan de praktijksituatie bepalen wanneer er sprake is van gevaarlijk of hinderlijk verkeersgedrag
kan in een praktijksituatie bepalen voor kentekenplaat behoorlijk zichtbaar is. Artikel 40 lid 1
kan in een praktijksituatie bepalen of een bestuurder of begeleider een door de politieagent gegeven bevel moet opvolgen Artikel 160 lid 6
kan beschrijven welke gedragingen in het verkeer administratieve sancties kunnen worden opgelegd en welke bepaling geldt voor personen jonger dan 16 jaar
Artikel WAHV 2
kan beschrijven welke bevoegdheid een politieagent heeft tot het opleggen van administratieve sancties en hoe het toezicht op de handhaving van verkeersvoorschriften is geregeld
WAHV Artikel 3
kan beschrijven hoe het proces rond de aankondiging van beschikking verloopt en welke informatie een beschikking bevat. Artikel 4
kan beschrijven aan wie een administratieve sanctie wordt opgelegd wanneer niet is vastgelegd wie de bestuurder was en bij welke uitzondering de OVJ de beschikking kan vernietigen en aan een andere kan opleggen Artikel 5 en 8
kan benoemen dat tegen de oplegging van een administratieve sanctie een beroep bij de OVJ kan worden ingesteld en tegen de beslissing van de OVJ een beroep bij de rechtbank Artikel 6,1 en 9,1
kan beschrijven welke voorlopige maatregelen kunnen worden opgelegd en met welk doel.
Artikel 31 en 32
kan in een praktijksituatie bepalen of er spraken is van een strafbaar feit in de WAHV
Artikel 34
deel 6
Kan opnoemen gevolg van nalaten van hulpverlening
kan uitleggen in praktijksituatie of er sprak is van opzettelijke verkeersgedraging met vrees voor levensgevaar of zwaar letsel.
Artikel 5a wvw
Artikel 7 vpo kunnen uitleggen wanneer wel of niet toepassing is.
Uitleggen artikel 6wvw wanneer er dood/zwaar letsel is of lichtelijke letsel.
Artikel 8 wanneer wel of niet voertuig besturen.
Uitleggen hoe er moet worden gehandeld in een verkeerssituatie en waarbij een strafbaar feit is begaan en de bestuurder onbekend is gebleven
Artikel 165 en 166
Benoemen wanneer er op grond van artikel 6 wvw buiten heterdaad kan worden aangehouden
kan beschrijven welke eisen gelden voor de profilering van de banden van personenauto’s
kan beschrijven welke eisen gelden voor de profilering van de banden van motor.
Het uploaden en verkopen van mijn documenten verloopt altijd super vlot, alles word eigenlijk al door Knoowy geregeld! Leuk dat medestudenten ook iets aan mijn documenten hebben!
Makkelijke site om veel samenvattingen en verslagen snel te vinden.
Een goede keuze voor samenvattingen. Je bespaart tijd en energie.
Prima service, snelle afhandeling. Ik ga hiervan gebruik maken gedurende mijn hele studie.
Een echte aanrader! Je vindt er heel wat nuttige samenvattingen!
Bespaart héél veel opzoekwerk en stress ook zeer overzichtelijk en gebruiksvriendelijk.
Als student voor de examencommissie besparen samenvattingen mij een heleboel opzoekwerk!
Handig te gebruiken bij het leren en er is veel aanbod op de website.