Gebruik de 55 oefenvragen om jezelf voor te bereiden en te testen of je de leerstof kent.
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagenEen baviaan en een chimpansee krijgen samen een zoon. Samen met een chimpansee krijgt hun zoon een kind.
Beredeneer of je met dit voorbeeld kunt aantonen of hier sprake is van een nieuwe soort.
Nee.
Hun zoon krijgt niet samen met eenzelfde diersoort als hij een nieuw vruchtbaar individu. Je kunt dus niet zeggen dat hun zoon tot een nieuwe soort behoort.
Pagina 93.
input text value
Dieren worden geclassificeerd in verschillende niveaus. Denk hierbij aan het rijk, de stam, de klasse en de orde.
Een bewering: Een muis en een konijn behoren tot dezelfde orde.
Geef aan of de bewering juist is.
Juist.
Beide zijn knaagdieren.
Pagina 95
input text value
Dieren worden geclassificeerd in verschillende niveaus. Denk hierbij aan het rijk, de stam, de klasse en de orde.
Een bewering: Een rat en een baviaan behoren tot hetzelfde rijk.
Geef aan of de bewering juist is.
Juist.
Beide behoren tot het dierenrijk.
Pagina 95.
input text value
Dieren worden geclassificeerd in verschillende niveaus. Denk hierbij aan het rijk, de stam, de klasse en de orde.
Een bewering: Een kreeft en een spin behoren tot dezelfde stam.
Geef aan of de bewering juist is.
Juist.
Beide behoren tot de ongewervelde dieren.
Pagina 95.
input text value
Dieren worden geclassificeerd in verschillende niveaus. Denk hierbij aan het rijk, de stam, de klasse en de orde.
Een bewering: De geleedpotigen en de stekelhuidigen behoren tot dezelfde stam.
Geef aan of de bewering juist is.
Onjuist.
Beide zijn zelf al stammen.
Pagina 95.
input text value
Een aantal beweringen over geleedpotigen:
- Geleedpotigen hebben een uitwendig skelet.
- Insecten zijn geleedpotigen.
- Geleedpotigen hebben altijd minstens 8 poten.
Geef aan hoeveel beweringen juist zijn.
2.
- Geleedpotigen hebben een uitwendig skelet. JUIST
- Insecten zijn geleedpotigen. JUIST
- Geleedpotigen hebben altijd minstens 8 poten. ONJUIST
Pagina 97.
input text value
Insecten bestaan uit drie delen: de kop, het borststuk en het achterlijf.
Geef aan welk deel het grootst is.
Geef aan hoe weekdieren zichzelf beschermen.
Door een harde schelp als 'huis' te nemen.
Pagina 98.
input text value
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagen
Leer je de oefenvragen liever vanaf papier? Download dan de 55 oefenvragen als PDF.
In winkelwagen
Verdien geld met het maken van oefenvragen en leer direct voor je aankomende toets.
Oefenvragen maken
Oefenvragen behorende bij het tweede hoofdstuk van Natuuronderwijs Inzichtelijk.
De oefenvragen zijn zowel reproductief als inzichtelijk.
Bij elke vraag staat gegeven op welke bladzijde extra uitleg over de vraag te vinden is.
55 oefenvragen
54x verkocht
Nederlands
17-04-2022
HBO / Thomas More Hogeschool / Leraar Basisonderwijs / Natuur & Techniek
Natuuronderwijs inzichtelijk - Carla Kersbergen, Amito Haarhuis
Een baviaan en een chimpansee krijgen samen een zoon. Samen met een chimpansee krijgt hun zoon een kind.
Beredeneer of je met dit voorbeeld kunt aantonen of hier sprake is van een nieuwe soort.
Dieren worden geclassificeerd in verschillende niveaus. Denk hierbij aan het rijk, de stam, de klasse en de orde.
Een bewering: Een muis en een konijn behoren tot dezelfde orde.
Geef aan of de bewering juist is.
Dieren worden geclassificeerd in verschillende niveaus. Denk hierbij aan het rijk, de stam, de klasse en de orde.
Een bewering: Een rat en een baviaan behoren tot hetzelfde rijk.
Geef aan of de bewering juist is.
Dieren worden geclassificeerd in verschillende niveaus. Denk hierbij aan het rijk, de stam, de klasse en de orde.
Een bewering: Een kreeft en een spin behoren tot dezelfde stam.
Geef aan of de bewering juist is.
Dieren worden geclassificeerd in verschillende niveaus. Denk hierbij aan het rijk, de stam, de klasse en de orde.
Een bewering: De geleedpotigen en de stekelhuidigen behoren tot dezelfde stam.
Geef aan of de bewering juist is.
Een aantal beweringen over geleedpotigen:
- Geleedpotigen hebben een uitwendig skelet.
- Insecten zijn geleedpotigen.
- Geleedpotigen hebben altijd minstens 8 poten.
Geef aan hoeveel beweringen juist zijn.
Insecten bestaan uit drie delen: de kop, het borststuk en het achterlijf.
Geef aan welk deel het grootst is.
Geef aan hoe weekdieren zichzelf beschermen.
Door een harde schelp als 'huis' te nemen.Een bewering: Ringwormen bestaan uit segmenten en hebben een inwendig, hard skelet.
Geef aan of de bewering juist is.
Een onderzoeker doet onderzoek naar kalksteen. Hij merkt op dat er dieren in het kalksteen zitten.
Geef aan welk type dier in het kalksteen opgemerkt kan worden.
A) Stekelhuidigen
B) Weekdieren
C) Geleedpotigen
D) Ringwormen
Een bewering: Een inktvis en een kwal zijn beide voorbeelden van holtedieren.
Geef aan of de bewering juist is.
Een bewering: Holtedieren hebben maar één in- en uitgang.
Geef aan of de bewering juist is.
Een bewering: Holtedieren nemen op dezelfde wijze voedsel op als sponzen.
Beredeneer of de bewering juist is door
- aan te geven hoe holtedieren voedsel opnemen en
- aan te geven hoe sponzen voedsel opnemen.
Een bewering: Sponzen hebben organen.
Geef aan of de bewering juist is.
Een dier legt eieren, haalt adem door middel van de huid en is kleiner dan een mens.
Geef aan met welk gewervelde dier je te maken hebt.
Een dier komt uit een ei met een hoornachtige schaal en is koudbloedig.
Geef aan met welk gewervelde dier je te maken hebt.
Een dier heeft een kalkschaal.
Geef aan met welk gewervelde dier je te maken hebt.
Een dier haalt eerst adem met de huid, daarna met kieuwen en daarna met longen.
Geef aan met welk gewervelde dier je te maken hebt.
Een bewering: Een zoogdier is het enige gewervelde type dieren dat altijd ademhaalt met longen.
Geef aan of de bewering juist is.
Een bewering: Een zoogdier is het enige gewervelde type dieren dat warmbloedig is.
Een konijn heeft een ander lichaam dan een vos. Dit zie je ook in de ogen.
Verklaar dit verschil in plaatsing van de ogen.
Een bewering: Herbivoren hebben plooikiezen.
Geef aan of de bewering juist is.
Honden hebben een korter darmkanaal dan konijnen.
Geef hier een verklaring voor.
Geef aan waarom het zijlijnkanaal bijdraagt aan de veiligheid van vissen. Geef antwoord in een causaal verband.
Een duikerwants heeft een donkere bovenkant. Hierdoor valt hij niet op tegen de donkere bodem van het water.
Geef aan welk begrip hierbij hoort.
Verklaar dat vrouwtjeseenden een andere kleur hebben dan mannetjeseenden.
Wespen hebben een geel-zwarte kleur.
Geef aan welk begrip hierbij hoort.
Een dier heeft geel-zwarte kleuren maar kan niet steken.
Geef aan welk begrip hierbij hoort.
Een bewering: De mens is een nestvlieder.
Geef aan of de bewering juist is.
Een bewering: De eend is een nestvlieder.
Geef aan of de bewering juist is.
Een bewering: Het hert is een nestvlieder.
Geef aan of de bewering juist is.
Een bewering: De schildpad is een nestvlieder.
Geef aan of de bewering juist is.
Geef aan wat feromonen zijn.
Een bewering: Territorium- en baltsgedrag is hetzelfde.
Geef aan of de bewering juist is.
Een bewering: Territoriumgedrag is ter bescherming en baltsgedrag is ter voortplanting.
Geef aan of de bewering juist is.
Vroeger leefde er één soort salamander. Toen de Andes groeide, werd de groep salamanders opgedeeld in twee groepen. De ene kant van de Andes werd een stuk vochtiger dan de andere kant. De ene groep salamanders ziet er nu anders uit dan de andere groep salamanders.
Een bewering: Je ziet hier baltsgedrag.
Geef aan of de bewering juist is.
Vroeger leefde er één soort salamander. Toen de Andes groeide, werd de groep salamanders opgedeeld in twee groepen. De ene kant van de Andes werd een stuk vochtiger dan de andere kant. De ene groep salamanders ziet er nu anders uit dan de andere groep salamanders.
Een bewering: Dit is het gevolg van natuurlijke selectie.
Geef aan of de bewering juist is.
Vroeger leefde er één soort salamander. Toen de Andes groeide, werd de groep salamanders opgedeeld in twee groepen. De ene kant van de Andes werd een stuk vochtiger dan de andere kant. De ene groep salamanders ziet er nu anders uit dan de andere groep salamanders.
Een bewering: Er is hier sprake van kunstmatige selectie.
Geef aan of de bewering juist is.
Vroeger leefde er één soort salamander. Toen de Andes groeide, werd de groep salamanders opgedeeld in twee groepen. De ene kant van de Andes werd een stuk vochtiger dan de andere kant. De ene groep salamanders ziet er nu anders uit dan de andere groep salamanders.
Een bewering: Als de salamanders zich alleen ongeslachtelijk zouden voortplanten, zou de ene groep uitgestorven zijn.
Beredeneer hoe aannemelijk de bewering is.
Een bewering: Migratie is negatief voor de voortplanting van planten.
Toon de juistheid van de bewering aan.
Een aantal beweringen over de winterslaap:
- Een eekhoorn houdt een winterslaap om aan voldoende voedsel te komen.
- Een eekhoorn heeft een grotere onderhuidse vetlaag aan het begin van de winterslaap dan aan het einde.
- Een eekhoorn heeft tijdens de winterslaap een hogere lichaamstemperatuur dan normaal.
Geef aan hoeveel beweringen juist zijn.
Een bewering: De wintervacht is dikker dan de normale vacht.
Geef aan of de bewering juist is.
De wintervacht wordt afgeworpen. Dit heeft een naam.
Geef deze naam.
Het gestroomlijnde lichaam van vissen is positief voor
- de bewegingssnelheid en
- de behoefte aan voedsel.
Toon dit aan.
Een bewering: De kieuwen hebben dezelfde functie als de longen.
Geef aan of de bewering juist is.
Een bewering: Mensen zijn zoolgangers.
Geef aan of de bewering juist is.
Een aantal beweringen over teengangers:
- Katten zijn teengangers.
- Konijnen zijn teengangers.
- Paarden zijn teengangers.
Geen aan hoeveel beweringen juist zijn.
Een bewering: Hoefgangers zijn bijvoorbeeld paarden en herten.
Geef aan of de bewering juist is.
Geef aan wat tracheeën zijn.
Een vogel is warmbloedig.
Geef aan wie er sneller afkoelt:
A) Een mus
B) Een adelaar
Een bewering: Vissen maken gebruik van uitwendige, ongeslachtelijke bevruchting.
Geef aan of de bewering juist is.
Een panda is haar hok in het dierentuin op aan het ruimen.
Geef aan welk begrip hierbij past.
Een bewering: Een hagelsnoer beschermt de embryo in een ei.
Geef aan of bewering juist is.
Een nifm kun je vergelijken met een rups.
Toon dit aan.
Een bewering: Een vlinder is een vogel.
Geef aan of de bewering juist is.
Snel en prima. Tutoren reageren binnen een dag . Qua prijs valt heel goed mee.
Jullie website is top! Het heeft me al veel geholpen. Zeker omdat ik thuis studeer!
Werkt prima, gelijk downloaden en geen ingewikkelde procedures. Heel fijn!
Uitgebreid aanbod en zeer gebruiksvriendelijk! Al meerdere malen gebruik gemaakt en zoals steeds tevreden.
Het is een perfecte platform waardoor je geholpen wordt met je studie. Leuke ervaring!
De website is gebruik vriendelijk, je krijgt meteen de samenvatting na de betaling. Aanbevolen!
Betrouwbaar platform om kwaliteitsvolle samenvattingen te vinden en een aangename en gemakkelijke website om te gebruiken
Deze site is een uitkomst als samenvatten niet je sterkste punt is. Zeker als je moet leren voor toetsen kun je hier alle nodige info vinden. Win-win.