Gebruik de 30 oefenvragen om jezelf voor te bereiden en te testen of je de leerstof kent.
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagen1. Welk soort ademhaling komt voor bij stervenden, ernstige hartziekten en hersenaandoeningen?
A. Kussmaulademhaling
B. Cheyne-Stokes ademhaling
C. Hyperventilatie
D. Heimlichademhaling
Het goede antwoord=
B
De Cheyne-Stolkes ademhaling komt voor bij stervenden, ernstige hartziekten en hersenaandoeningen. Het is een periode van ademstilstand afwisselend met diepe ademhaling. Het gebeurt wanneer het ademhalingscentrum onvoldoende reageert op normale prikkels
input text value
De schildklier produceert een hormoon. Welk hormoon is dit?
A. FSH
B. Prolactine
C. Parathormoon
D. Thyroxine
Het goede antwoord=
D
De schildklier produceert thyroxine. Thyroxine heeft invloed op de stofwisseling: verbranding in cel. Voor de productie van thyroxine is jodium nodig.
input text value
Wat is een dwarslaesie?
Een dwarslaesie ontstaat wanneer de opstijgende en afdalende zenuwbanen in het ruggenmerg zijn onderbroken. Het leidt tot (gedeeltelijke) verlamming.
input text value
Wanneer iemand problemen heeft met het vasthouden van informatie in de hersenen. Noemen wij dit:
A. Waarnemingsstoornissen
B. Inprentingsstoornissen
C. Geheugenstoornissen
D. Denkstoornissen
B-
inprentingsstoornissen- problemen met het geheugen (informatie niet kunnen vasthouden)
waarnemingsstoornissen- hallucinaties en illusies
geheugenstoornissen- het verliezen van al opgenomen informatie
denkstoornissen- verschijnselen door verstoord denkvermogen.
Alle antwoorden waren trouwens kenfuncties
input text value
Wat is er aanwezig in het urine als deze donkerbruin is van kleur?
A. Bloed
B. Gal
C. Pus
D. Overmatige aanwezigheid van zouten
Het goede antwoord=
B
Donkerbruine urine- aanwezigheid van galkleurstoffen
Vleesnatkleurige urine- aanwezigheid van bloed
Troebele urine- aanwezigheid van pus of overmatige aanwezigheid van zouten
input text value
Welke machtsmiddel(len) is/zijn persoonsgebonden? Meerdere antwoorden mogelijk
A. Fysieke middelen
B. Economische middelen
C. Expertise/deskundigheid
D. Informatiemiddelen
E. Relationele middelen
Het goede antwoord=
C/E
Persoonsgebonden machtsmiddelen zijn expertise/deskundigheid en relationele middelen (omgang met medewerkers)
input text value
Bij het leiderschapsdiagram van Blake en Mouton. Welke leiderschapsstijl is van toepassing als er veel aandacht is voor de mens en weinig voor de productie
A. Taakgerichtmanagement
B. Persoonlijk management
C. Countryclub managament
D. Teammanagement
Volgens Hersey en Blanchard past deze leiderschapsstijl het best bij een werknemer die niet bekwaam is maar wel bereid
A. Overleggen
B. Overtuigen
C. Instrueren
D. Delegeren
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagen
Leer je de oefenvragen liever vanaf papier? Download dan de 30 oefenvragen als PDF.
In winkelwagen
Verdien geld met het maken van oefenvragen en leer direct voor je aankomende toets.
Oefenvragen maken
Het zijn in totaal 30 vragen
Medische Basiskennis: A7, B7, A11, B11, A14, B14, A13, B13, A16, B16, A17, B17
Management & Organisatie: H9, H13, article- images of organization
Onderzoeksvaardigheden: H6.3, H7, H8, H9, H13.2, H17, H18
Organisatie van de Gezondheidszorg + Ethiek: H1, H3.5, H4, H5.3, H5.4, H6, H7
30 oefenvragen
Nederlands
12-03-2022
HBO / Hogeschool Utrecht / Management in de Zorg / GZO-1.V-OGKT-13
1. Welk soort ademhaling komt voor bij stervenden, ernstige hartziekten en hersenaandoeningen?
A. Kussmaulademhaling
B. Cheyne-Stokes ademhaling
C. Hyperventilatie
D. Heimlichademhaling
De schildklier produceert een hormoon. Welk hormoon is dit?
A. FSH
B. Prolactine
C. Parathormoon
D. Thyroxine
Wat is een dwarslaesie?
Een dwarslaesie ontstaat wanneer de opstijgende en afdalende zenuwbanen in het ruggenmerg zijn onderbroken. Het leidt tot (gedeeltelijke) verlamming.Wanneer iemand problemen heeft met het vasthouden van informatie in de hersenen. Noemen wij dit:
A. Waarnemingsstoornissen
B. Inprentingsstoornissen
C. Geheugenstoornissen
D. Denkstoornissen
Wat is er aanwezig in het urine als deze donkerbruin is van kleur?
A. Bloed
B. Gal
C. Pus
D. Overmatige aanwezigheid van zouten
Welke machtsmiddel(len) is/zijn persoonsgebonden? Meerdere antwoorden mogelijk
A. Fysieke middelen
B. Economische middelen
C. Expertise/deskundigheid
D. Informatiemiddelen
E. Relationele middelen
Bij het leiderschapsdiagram van Blake en Mouton. Welke leiderschapsstijl is van toepassing als er veel aandacht is voor de mens en weinig voor de productie
A. Taakgerichtmanagement
B. Persoonlijk management
C. Countryclub managament
D. Teammanagement
Volgens Hersey en Blanchard past deze leiderschapsstijl het best bij een werknemer die niet bekwaam is maar wel bereid
A. Overleggen
B. Overtuigen
C. Instrueren
D. Delegeren
Welke soorten interpersoonlijke rollen zijn er?
10. Tijdens een vergadering van het advocatenbedrijf Jansen & Vonk ontstaat er discussie. De manager besluit dat ze uiteindelijk tot een unaniem besluit moeten komen. Wat houdt dit in?
A. De helft + 1
B. 2/3 bepaalt
C. Één tegenstem zorgt ervoor dat het niet doorgaat
D. Iedereen moet voor of tegen zijn
Wanneer is bedrijf verplicht een ondernemingsraad te hebben?
A. Bij een eenmanszaak
B. Bij een bedrijf met meer dan 10% winst per jaar
C. Bij een bedrijf dat te maken heeft met de overheid
D. Bij een bedrijf met meer dan 50 medewerkers
12. Bij welke metafoor past het human resource management het best?
A. Organisatie als machines
B. Organisatie als organismen
C. Organisatie als hersenen
D. Oragnisatie als culturen
E. Organisatie als politiek systeem
F. Organisatie als mentale gevangenis
G. Organisatie als voortdurende veranderingen en transformaties
H. Organisaties als instrument van overheersing
Bedenk sterktes van het metafoor een organisatie als voortdurende verandering en transformatie
Welke begrippen horen bij witdruk van het kleurenmodel van Caluwé en Vermaak
A. objectiviteit, rationeel proces
B. mensen, ruilexercitie
C. groeien, leerproces
D. energie, dynamiserend proces
Welke drie fasen horen bij het Lewin model?
Wat is cross-sectioneel?
A. Onderzoek dat plaats vindt om meerdere momenten
B. Onderzoek dat plaats vindt op 1 moment in de tijd
C. Onderzoek dat gebruik maak van meerdere methode
Welke methode past bij het volgen van ontwikkelingen?
A. Experiment
B. Observatie
C. Monitor
D. Inhoudsanalyse
Noem 3 vormen van surveyonderzoek
Wat is ordinaal?
A. De data kunnen worden gecategoriseerd en er is sprake van een duidelijke rangorde.
B. De data kunnen worden gecategoriseerd, er is sprake van een rangorde, de intervallen tussen de categorieën zijn gelijk en er is een betekenisvol nulpunt.
C. De data kunnen worden gecategoriseerd, er is sprake van een rangorde en de intervallen tussen de categorieën zijn gelijk (bijvoorbeeld steeds een stap van 10).
D. De data kunnen alleen worden gecategoriseerd, zonder duidelijke rangorde.
Wat is een meta-analyse?
A. Onderzoek naar originele studies over het onderwerp van je onderzoek
B. Onderzoek met behulp van eerder (door anderen) in één databestand verzamelde gegevens
C. Cijfermatige vergelijking van een groot aantal bestanden over hetzelfde onderwerp , waarbij de resultaten opnieuw worden geanalyseerd
D. (secundaire) analyse van hele grote datasets
Welke van de onderstaand begrippen heeft een sociaal component. De omgeving vind de persoon ook ziek.
A. Disease
B. Ilnness
C. Sickness
Noem de 6 dimensies van Positieve Gezondheid
Opa Joop krijgt, net zoals iedereen boven de 60, een uitnodiging voor de griepprik. Wat voor soort preventie is dit?
A. Collectieve preventie
B. Selectieve preventie
C. Geïndiceerde preventie
D. Zorg gerelateerde preventie
Mevrouw Jansen heeft COPD. Ze staat nauw in contact met haar huisarts. Haar huisarts stuurt haar door naar allerlei zorgverleners. De huisarts blijft wel in regie staan. Wat voor soort zorgketen is in dit verhaal te zien?
A. Transfermodel
B. Dienstenmodel
C. Kluwenmodel
Noem de 5 uitgangspunten van geïntegreerde eerstelijnszorg
Wat voor soort patiëntenorganisatie is Hartstichting?
A. Algemene patiëntenorganisatie
B. Categoriale patiëntenorganisatie
C. Thematische patiëntenorganisatie
Wat is Ethiek?
Welke ethische theorie stelt idealen centraal?
A. Plichtethiek
B. Gevolgenethiek
C. Deugdethiek
Welke prestatie indicatoren kwaliteitszorg zijn er?
Welke 4 stelselwetten zijn er in de zorg?
Super handig als je weinig tijd hebt. Samenvattingen zijn makkelijk te vinden en keuze is groot.
Knoowy is een goede website. Het heeft veel aanbod en het werkt fijn.
Knoowy is een makkelijk platform om in contact te komen met studenten die extra hulp nodig hebben in de voorbereiding van examens, het maken van verslagen of ander huiswerk.
Knoowy is heel handig om te gebruiken en je vind snel het materiaal dat je nodig hebt.
Knoowy helpt op twee manieren: ik kan wat bijverdienen en tegelijk worden andere studenten geholpen met hun studie.
Goede site voor studenten die extra hulpje nodig hebben. Zeker een aanrader!
Ik werk graag via Knoowy zodat studenten elkaar onderling kunnen helpen met examens.
Betrouwbare website. Helpt me goed bij het studeren en herhalen.