Gebruik de 64 oefenvragen om jezelf voor te bereiden en te testen of je de leerstof kent.
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagenWat houdt het subsidiariteitsprincipe in binnen het zorgcontinuüm?
Het subsidiariteitsprincipe houdt in dat zorg of ondersteuning geboden wordt op het laagst mogelijke niveau. Dit betekent dat eerst gekeken wordt naar wat de leerling zelf kan, daarna naar wat de school kan bieden, en pas in laatste instantie wordt externe hulp ingeschakeld.
input text value
Wie zijn de belangrijkste actoren in fase 0 van het zorgcontinuüm?
In fase 0 (brede basiszorg) zijn de belangrijkste actoren de leerkrachten en zorgcoördinatoren.
input text value
Wat is de rol van de zorgcoördinator in fase 1 van het zorgcontinuüm?
In fase 1 (verhoogde zorg) biedt de zorgcoördinator extra ondersteuning en coördineert de differentiatie binnen de klas voor leerlingen die meer nodig hebben dan de brede basiszorg.
input text value
Welke externe partij wordt betrokken in fase 2 van het zorgcontinuüm?
In fase 2 (uitgebreide zorg) wordt het CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding) betrokken voor individuele ondersteuning, mogelijk met inzet van externe specialisten.
input text value
Wat is een Individueel Aangepaste Curriculum (IAC) en in welke fase van het zorgcontinuüm komt dit voor?
Een Individueel Aangepaste Curriculum (IAC) is een zeer intensieve, op maat gemaakte begeleiding die vaak buiten het reguliere onderwijskader valt. Dit komt voor in fase 3 van het zorgcontinuüm.
input text value
Wat zijn de uitgangspunten van het zorgcontinuüm?
Het zorgcontinuüm is gebaseerd op de principes van inclusie, differentiatie, en samenwerking. Het doel is om alle leerlingen, ongeacht hun noden, een passende onderwijsomgeving te bieden door middel van preventieve en remediërende maatregelen en samenwerking tussen verschillende actoren.
input text value
Hoe zou je het subsidiariteitsprincipe in eigen woorden uitleggen?
Het subsidiariteitsprincipe betekent dat problemen zo dicht mogelijk bij de bron worden aangepakt. In het onderwijs houdt dit in dat hulp eerst binnen de klas of school wordt gezocht, voordat er externe hulp ingeschakeld wordt.
input text value
Wat is UDL en hoe past het binnen het zorgcontinuüm?
UDL (Universal Design for Learning) is een krachtig instrument om de brede basiszorg op school en in de klas te versterken door van meet af aan rekening te houden met de noden van alle mogelijke gebruikers.
input text value
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagen
Leer je de oefenvragen liever vanaf papier? Download dan de 64 oefenvragen als PDF.
In winkelwagen
Verdien geld met het maken van oefenvragen en leer direct voor je aankomende toets.
Oefenvragen makenDeze oefenvragen zijn ontworpen om je kennis over het zorgcontinuüm, handelingsgericht werken, leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, de brede school, onderwijsregelgeving, kwaliteitszorg en -bewaking, het onderwijslandschap, buitengewoon onderwijs, specifieke trajecten binnen het secundair onderwijs, het leersteundecreet, PISA en onderwijsdeontologie te testen en te versterken. Elke vraag is voorzien van een antwoord om je te helpen bij het zelfstudieproces.
64 oefenvragen
Nederlands
13-06-2024
Wat houdt het subsidiariteitsprincipe in binnen het zorgcontinuüm?
Het subsidiariteitsprincipe houdt in dat zorg of ondersteuning geboden wordt op het laagst mogelijke niveau. Dit betekent dat eerst gekeken wordt naar wat de leerling zelf kan, daarna naar wat de school kan bieden, en pas in laatste instantie wordt externe hulp ingeschakeld.Wie zijn de belangrijkste actoren in fase 0 van het zorgcontinuüm?
In fase 0 (brede basiszorg) zijn de belangrijkste actoren de leerkrachten en zorgcoördinatoren.Wat is de rol van de zorgcoördinator in fase 1 van het zorgcontinuüm?
In fase 1 (verhoogde zorg) biedt de zorgcoördinator extra ondersteuning en coördineert de differentiatie binnen de klas voor leerlingen die meer nodig hebben dan de brede basiszorg.Welke externe partij wordt betrokken in fase 2 van het zorgcontinuüm?
In fase 2 (uitgebreide zorg) wordt het CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding) betrokken voor individuele ondersteuning, mogelijk met inzet van externe specialisten.Wat is een Individueel Aangepaste Curriculum (IAC) en in welke fase van het zorgcontinuüm komt dit voor?
Een Individueel Aangepaste Curriculum (IAC) is een zeer intensieve, op maat gemaakte begeleiding die vaak buiten het reguliere onderwijskader valt. Dit komt voor in fase 3 van het zorgcontinuüm.Wat zijn de uitgangspunten van het zorgcontinuüm?
Het zorgcontinuüm is gebaseerd op de principes van inclusie, differentiatie, en samenwerking. Het doel is om alle leerlingen, ongeacht hun noden, een passende onderwijsomgeving te bieden door middel van preventieve en remediërende maatregelen en samenwerking tussen verschillende actoren.Hoe zou je het subsidiariteitsprincipe in eigen woorden uitleggen?
Het subsidiariteitsprincipe betekent dat problemen zo dicht mogelijk bij de bron worden aangepakt. In het onderwijs houdt dit in dat hulp eerst binnen de klas of school wordt gezocht, voordat er externe hulp ingeschakeld wordt.Wat is UDL en hoe past het binnen het zorgcontinuüm?
UDL (Universal Design for Learning) is een krachtig instrument om de brede basiszorg op school en in de klas te versterken door van meet af aan rekening te houden met de noden van alle mogelijke gebruikers.Geef een omschrijving van UDL.
Hoe kan UDL in de onderwijspraktijk worden toegepast? Geef een concreet voorbeeld.
Noem de drie richtlijnen van UDL.
Noem een voorbeeld van een actie in het kader van brede basiszorg.
Wat houdt maatwerk in de aanpak van onderwijsbehoeften in?
Wat is de taak van de leerkracht binnen het zorgcontinuüm?
Omschrijf handelingsgericht werken (HGW).
Wat is de achterliggende visie van HGW?
Noem de zeven uitgangspunten van HGW.
Hoe zijn de zeven uitgangspunten van HGW met elkaar verbonden?
Geef een voorbeeld van het uitgangspunt onderwijsbehoeften centraal binnen HGW.
Wat is het doel van constructieve samenwerking binnen HGW?
Hoe kan systematisch werken binnen HGW worden toegepast?
Wat is de M-cirkel en hoe sluit deze aan bij het zorgcontinuüm?
Wat is de link tussen REDICODIS en handelingsgericht werken?
Wat is de functie van de leerkracht bij leerlingenbegeleiding in situaties op school?
Wat is het verschil tussen een toelatings-, begeleidende en delibererende klassenraad?
Waarom is een sterk leerlingendossier belangrijk?
Wat zijn de bevoegdheden van de delibererende klassenraad?
Wat is de rol van klassenraden in leerlingenbegeleiding?
Wat houdt de prospectieve en toekomstgerichte visie van klassenraden in?
Wat is het belang en de functie van herexamens, waarschuwingen en vakantiewerk?
Beschrijf de beroepsprocedure bij niet akkoord gaan met de beslissing van de delibererende klassenraad.
Wat zijn de gevolgen van een A-, B- en C-attest?
Wat houdt professioneel deelnemen aan een klassenraad in en hoe is dit verbonden met de deontologie van de leraar?
Wat zijn specifieke onderwijsbehoeften?
Wat is het verschil tussen stoornisdenken en deficitdenken?
Wat zijn neurobiologische ontwikkelingsstoornissen?
Wat is het verschil tussen een leerstoornis, leerprobleem en leermoeilijkheid?
Wat zijn de gevolgen van leerstoornissen?
Wat zijn de kenmerken van dyslexie?
Wat zijn de kenmerken van dyscalculie?
Wat zijn de kenmerken van ASS (autismespectrumstoornis)?
Wat zijn de kenmerken van ADHD?
Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van dyslexie?
Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van dyscalculie?
Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van ASS?
Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van ADHD?
Wat zijn sterke en zwakke punten van leer- en ontwikkelingsstoornissen?
Noem enkele do’s en don’ts bij leer- en ontwikkelingsstoornissen.
Wat zijn beschermende en risicofactoren bij leerstoornissen?
Wat is comorbiditeit?
Geef een voorbeeld van comorbiditeit.
Wat zijn redelijke aanpassingen bij leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften?
Wat is de DSM-5?
Waarom is aandacht voor psychische gezondheid in een onderwijscontext belangrijk?
Wat zijn de twee kernsymptomen van depressie volgens DSM-5?
Wat zijn depressieve symptomen typisch voor de adolescentie?
Wat is een angststoornis?
Geef enkele zichtbare en onzichtbare kenmerken van een angststoornis.
Hoe kan in een evaluatiebeleid rekening gehouden worden met (faal)ang
%1 Oefenvragen over Leer-Kracht 3 %2%3 Deze oefenvragen zijn ontworpen om je kennis over het zorgcontinuüm, handelingsgericht werken, leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, de brede school, onderwijsregelgeving, kwaliteitszorg en -bewaking, het onderwijslandschap, buitengewoon onderwijs, specifieke trajecten binnen het secundair onderwijs, het leersteundecreet, PISA en onderwijsdeontologie te testen en te versterken. Elke vraag is voorzien van een antwoord om je te helpen bij het zelfstudieproces. %4Q1: Wat houdt het subsidiariteitsprincipe in binnen het zorgcontinuüm?A1: Het subsidiariteitsprincipe houdt in dat zorg of ondersteuning geboden wordt op het laagst mogelijke niveau. Dit betekent dat eerst gekeken wordt naar wat de leerling zelf kan, daarna naar wat de school kan bieden, en pas in laatste instantie wordt externe hulp ingeschakeld.Q2: Wie zijn de belangrijkste actoren in fase 0 van het zorgcontinuüm?A2: In fase 0 (brede basiszorg) zijn de belangrijkste actoren de leerkrachten en zorgcoördinatoren.Q3: Wat is de rol van de zorgcoördinator in fase 1 van het zorgcontinuüm?A3: In fase 1 (verhoogde zorg) biedt de zorgcoördinator extra ondersteuning en coördineert de differentiatie binnen de klas voor leerlingen die meer nodig hebben dan de brede basiszorg.Q4: Welke externe partij wordt betrokken in fase 2 van het zorgcontinuüm?A4: In fase 2 (uitgebreide zorg) wordt het CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding) betrokken voor individuele ondersteuning, mogelijk met inzet van externe specialisten.Q5: Wat is een Individueel Aangepaste Curriculum (IAC) en in welke fase van het zorgcontinuüm komt dit voor?A5: Een Individueel Aangepaste Curriculum (IAC) is een zeer intensieve, op maat gemaakte begeleiding die vaak buiten het reguliere onderwijskader valt. Dit komt voor in fase 3 van het zorgcontinuüm.Q6: Wat zijn de uitgangspunten van het zorgcontinuüm?A6: Het zorgcontinuüm is gebaseerd op de principes van inclusie, differentiatie, en samenwerking. Het doel is om alle leerlingen, ongeacht hun noden, een passende onderwijsomgeving te bieden door middel van preventieve en remediërende maatregelen en samenwerking tussen verschillende actoren.Q7: Hoe zou je het subsidiariteitsprincipe in eigen woorden uitleggen?A7: Het subsidiariteitsprincipe betekent dat problemen zo dicht mogelijk bij de bron worden aangepakt. In het onderwijs houdt dit in dat hulp eerst binnen de klas of school wordt gezocht, voordat er externe hulp ingeschakeld wordt.Q8: Wat is UDL en hoe past het binnen het zorgcontinuüm?A8: UDL (Universal Design for Learning) is een krachtig instrument om de brede basiszorg op school en in de klas te versterken door van meet af aan rekening te houden met de noden van alle mogelijke gebruikers.Q9: Geef een omschrijving van UDL.A9: UDL is een concept uit de architectuur dat betekent dat gebouwen zo worden ontworpen dat ze toegankelijk zijn voor iedereen. In het onderwijs betekent dit dat lessen zo worden ontworpen dat ze toegankelijk zijn voor alle leerlingen, waardoor er minder specifieke aanpassingen nodig zijn.Q10: Hoe kan UDL in de onderwijspraktijk worden toegepast? Geef een concreet voorbeeld.A10: UDL kan in de onderwijspraktijk worden toegepast door bijvoorbeeld het gebruik van verschillende instructiemethoden zoals visuele, auditieve en kinesthetische middelen om alle leerlingen te betrekken. Een concreet voorbeeld is het gebruik van videos, hand-outs en interactieve activiteiten in een les.Q11: Noem de drie richtlijnen van UDL.A11: De drie richtlijnen van UDL zijn: meerdere manieren van betrokkenheid, meerdere manieren van weergave, en meerdere manieren van actie en expressie.Q12: Noem een voorbeeld van een actie in het kader van brede basiszorg.A12: Een voorbeeld van een actie in het kader van brede basiszorg is differentiatie in instructie en opdrachten, zoals het aanbieden van verschillende niveaus van moeilijkheidsgraad in opdrachten.Q13: Wat houdt maatwerk in de aanpak van onderwijsbehoeften in?A13: Maatwerk houdt in dat onderwijs en begeleiding afgestemd worden op de individuele behoeften, interesses en mogelijkheden van elke leerling. Dit kan variëren van aanpassingen in de lesinhoud en instructiemethoden tot specifieke ondersteuning door zorgverleners.Q14: Wat is de taak van de leerkracht binnen het zorgcontinuüm?A14: De leerkracht speelt een centrale rol in het herkennen van de onderwijsbehoeften van leerlingen, het bieden van eerste lijnszorg, het toepassen van differentiatie en het samenwerken met andere actoren zoals zorgcoördinatoren en CLB-medewerkers.Q15: Omschrijf handelingsgericht werken (HGW).A15: Handelingsgericht werken (HGW) is een methode die gericht is op effectief onderwijs en effectieve leerlingenbegeleiding. Het helpt onderwijsprofessionals om beter om te gaan met de overeenkomsten en verschillen tussen leerlingen en streeft naar schoolsucces voor alle leerlingen en een aangenaam werkklimaat.Q16: Wat is de achterliggende visie van HGW?A16: De visie achter HGW is dat onderwijs en begeleiding optimaal afgestemd moeten worden op de behoeften van leerlingen. Beperkingen worden gezien als problemen van de omgeving, niet van de leerling zelf. HGW richt zich op het versterken van de interactie tussen leerlingen en hun omgeving, met de leerkracht in een centrale rol.Q17: Noem de zeven uitgangspunten van HGW.A17: De zeven uitgangspunten van HGW zijn: onderwijsbehoeften staan centraal, afstemming en wisselwerking, de leerkracht doet ertoe, positieve aspecten zijn van groot belang, constructieve samenwerking, doelgericht handelen, en systematisch en transparant werken.Q18: Hoe zijn de zeven uitgangspunten van HGW met elkaar verbonden?A18: De zeven uitgangspunten van HGW zijn onderling verbonden en versterken elkaar. Onderwijsbehoeften staan centraal, wat de basis vormt voor effectieve afstemming en wisselwerking. De leerkracht speelt een cruciale rol, positieve aspecten bevorderen motivatie en zelfvertrouwen, samenwerking en doelgericht handelen zorgen voor duidelijkheid, en een systematische werkwijze biedt structuur.Q19: Geef een voorbeeld van het uitgangspunt onderwijsbehoeften centraal binnen HGW.A19: Een voorbeeld is een leerling die moeite heeft met lezen en daarom extra leesondersteuning en aangepast lesmateriaal krijgt.Q20: Wat is het doel van constructieve samenwerking binnen HGW?A20: Het doel van constructieve samenwerking binnen HGW is om ouders en leerlingen als belangrijke partners in het onderwijsproces te betrekken, zodat hun input en samenwerking essentieel zijn voor het bereiken van de onderwijsdoelen.Q21: Hoe kan systematisch werken binnen HGW worden toegepast?A21: Systematisch werken binnen HGW kan worden toegepast door het gebruik van leerlingvolgsystemen om de voortgang van leerlingen te monitoren en tijdig bij te sturen.Q22: Wat is de M-cirkel en hoe sluit deze aan bij het zorgcontinuüm?A22: De M-cirkel is een hulpmiddel dat aansluit bij de fasen van het zorgcontinuüm en helpt leerkrachten bij het bepalen van redelijke aanpassingen voor leerlingen en het oplossingsgericht aanpakken van zorgvragen.Q23: Wat is de link tussen REDICODIS en handelingsgericht werken?A23: REDICODIS en HGW hebben beide als doel om onderwijs aan te passen aan de specifieke behoeften van leerlingen. Bijvoorbeeld, voor een leerling met dyslexie kan een REDICODIS-maatregel zijn dat hij/zij gebruik mag maken van een voorleesprogramma tijdens toetsen, wat aansluit bij HGWs uitgangspunt om onderwijsbehoeften centraal te stellen.Q24: Wat is de functie van de leerkracht bij leerlingenbegeleiding in situaties op school?A24: De leerkracht speelt een centrale rol in de begeleiding van leerlingen door hun lesmethoden aan te passen, dagelijkse ondersteuning te bieden en samen te werken met zorgcoördinatoren en CLB-medewerkers.Q25: Wat is het verschil tussen een toelatings-, begeleidende en delibererende klassenraad?A25: Een toelatingsklassenraad beoordeelt of een leerling voldoet aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot een bepaalde studierichting of school. Een begeleidende klassenraad volgt de voortgang van leerlingen gedurende het schooljaar en biedt begeleiding waar nodig. Een delibererende klassenraad beslist aan het einde van het schooljaar over het al dan niet bevorderen van leerlingen naar het volgende leerjaar of studierichting.Q26: Waarom is een sterk leerlingendossier belangrijk?A26: Een sterk leerlingendossier is cruciaal omdat het een volledig beeld geeft van de ontwikkeling, behoeften en begeleiding van de leerling. Het zorgt voor continuïteit in de begeleiding, ook bij wisseling van leerkrachten of school, en helpt bij het snel identificeren van behoeften en het plannen van passende maatregelen.Q27: Wat zijn de bevoegdheden van de delibererende klassenraad?A27: De delibererende klassenraad heeft de bevoegdheid om beslissingen te nemen over het al dan niet bevorderen van leerlingen, wat een grote impact heeft op hun onderwijsloopbaan. Deze beslissingen moeten gebaseerd zijn op objectieve criteria en een volledig beeld van de leerling.Q28: Wat is de rol van klassenraden in leerlingenbegeleiding?A28: Klassenraden spelen een belangrijke rol in de leerlingenbegeleiding door regelmatig de voortgang van leerlingen te bespreken en te beslissen over benodigde interventies en begeleiding. Ze zorgen voor een multidisciplinaire benadering waarbij verschillende perspectieven en deskundigheden samenkomen om een zo volledig mogelijk beeld van de leerling te krijgen en passende ondersteuning te bieden.Q29: Wat houdt de prospectieve en toekomstgerichte visie van klassenraden in?A29: Klassenraden hebben een prospectieve en toekomstgerichte visie door niet alleen te focussen op de huidige prestaties van de leerling, maar ook op hun toekomstige mogelijkheden en behoeften. Dit houdt in dat ze maatregelen nemen die gericht zijn op de lange termijn ontwikkeling van de leerling, zoals het adviseren van studiekeuzes die passen bij de talenten en interesses van de leerling.Q30: Wat is het belang en de functie van herexamens, waarschuwingen en vakantiewerk?A30: Herexamens geven leerlingen een tweede kans om te slagen voor vakken waarin ze eerder zijn gezakt. Waarschuwingen worden gegeven wanneer een leerling niet voldoet aan bepaalde criteria, met als doel hen te motiveren om zich te verbeteren. Vakantiewerk zorgt ervoor dat leerlingen tijdens de vakantieperiode hun kennis kunnen bijspijkeren en voorbereid het nieuwe schooljaar starten.Q31: Beschrijf de beroepsprocedure bij niet akkoord gaan met de beslissing van de delibererende klassenraad.A31: Wanneer een leerling of ouder het niet eens is met de beslissing van de delibererende klassenraad, kunnen zij beroep aantekenen. Dit proces begint met het indienen van een schriftelijk bezwaar bij de school, waarna een beroepscommissie de zaak opnieuw beoordeelt. De commissie bestaat uit leden die niet betrokken waren bij de oorspronkelijke beslissing. Uiteindelijk wordt een definitieve beslissing genomen, die bindend is.Q32: Wat zijn de gevolgen van een A-, B- en C-attest?A32: Een A-attest betekent dat de leerling geslaagd is en zonder beperkingen mag overgaan naar het volgende leerjaar. Een B-attest betekent dat de leerling geslaagd is, maar met beperkingen voor bepaalde studierichtingen. Een C-attest betekent dat de leerling niet geslaagd is en het jaar moet overdoen.Q33: Wat houdt professioneel deelnemen aan een klassenraad in en hoe is dit verbonden met de deontologie van de leraar?A33: Professioneel deelnemen aan een klassenraad houdt in dat leraren objectief, zorgvuldig en met respect voor de leerling en hun situatie handelen. Dit is nauw verbonden met de deontologie van de leraar, die vraagt om integriteit, rechtvaardigheid en een zorgplicht naar elke leerling. Het betekent dat leraren beslissingen nemen op basis van eerlijke en complete informatie, en het belang van de leerling vooropstellen.Q34: Wat zijn specifieke onderwijsbehoeften?A34: Specifieke onderwijsbehoeften verwijzen naar de unieke behoeften die een leerling heeft om optimaal te kunnen leren. Deze behoeften kunnen voortkomen uit leermoeilijkheden, leerstoornissen of leerproblemen en vereisen aanpassingen in de leeromgeving om de leerling te ondersteunen bij het bereiken van zijn of haar potentieel.Q35: Wat is het verschil tussen stoornisdenken en deficitdenken?A35: Stoornisdenken richt zich op de diagnostische labels of stoornissen van een leerling, zoals dyslexie of ADHD, en gaat om het begrijpen van de specifieke kenmerken en beperkingen van de stoornis. Deficitdenken focust op wat een leerling niet kan, zonder rekening te houden met de context of mogelijke ondersteuning, en benadrukt de tekorten en zwaktes van de leerling in plaats van de mogelijkheden en kansen.Q36: Wat zijn neurobiologische ontwikkelingsstoornissen?A36: Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen zijn aangeboren stoornissen die het functioneren en de ontwikkeling van een kind beïnvloeden. Voorbeelden zijn ADHD, ASS (autismespectrumstoornis) en dyslexie. Deze stoornissen beïnvloeden verschillende domeinen zoals motoriek, emotie en sociale interactie.Q37: Wat is het verschil tussen een leerstoornis, leerprobleem en leermoeilijkheid?A37: Een leerstoornis is een blijvende en aangeboren stoornis zoals dyslexie of dyscalculie die invloed heeft op specifieke academische vaardigheden. Een leerprobleem is een overkoepelende term voor zowel leermoeilijkheden als leerstoornissen en wijst op moeilijkheden bij het leren, ongeacht de oorzaak. Een leermoeilijkheid zijn tijdelijke problemen in het leerproces, vaak veroorzaakt door externe factoren zoals de omgeving of tijdelijke omstandigheden.Q38: Wat zijn de gevolgen van leerstoornissen?A38: Leerstoornissen kunnen leiden tot vertraging in het leerproces, lage zelfwaardering, verhoogde stress en problemen in sociale interactie. Ze kunnen ook invloed hebben op de schoolprestaties en het algemene welzijn van de leerling.Q39: Wat zijn de kenmerken van dyslexie?A39: Dyslexie wordt gekenmerkt door moeilijkheden met lezen en spellen, zoals een traag leestempo, moeite met klank-tekenkoppeling en spellingsproblemen.Q40: Wat zijn de kenmerken van dyscalculie?A40: Dyscalculie wordt gekenmerkt door moeilijkheden met rekenen, zoals problemen met basisbewerkingen, moeite met getalbegrip en automatisering van rekenfeiten.Q41: Wat zijn de kenmerken van ASS (autismespectrumstoornis)?A41: ASS wordt gekenmerkt door problemen met sociale interactie, communicatie en repetitief gedrag, zoals beperkte interesses en behoefte aan routine.Q42: Wat zijn de kenmerken van ADHD?A42: ADHD wordt gekenmerkt door problemen met aandacht, hyperactiviteit en impulsiviteit, zoals moeite met concentratie, rusteloosheid en impulsief gedrag.Q43: Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van dyslexie?A43: De criteria voor dyslexie omvatten aanhoudende problemen met lezen en spellen ondanks adequate instructie.Q44: Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van dyscalculie?A44: De criteria voor dyscalculie omvatten hardnekkige rekenproblemen die niet overeenkomen met het algemene intellectuele vermogen.Q45: Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van ASS?A45: De criteria voor ASS omvatten aanhoudende tekorten in sociale communicatie en interactie, en beperkte, repetitieve gedragingen.Q46: Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van ADHD?A46: De criteria voor ADHD omvatten de aanwezigheid van symptomen van onoplettendheid en/of hyperactiviteit-impulsiviteit die het functioneren beïnvloeden.Q47: Wat zijn sterke en zwakke punten van leer- en ontwikkelingsstoornissen?A47: Sterke punten kunnen creativiteit, probleemoplossend vermogen en doorzettingsvermogen zijn. Zwakke punten kunnen concentratieproblemen, moeite met planning en sociaal-emotionele uitdagingen zijn.Q48: Noem enkele do’s en don’ts bij leer- en ontwikkelingsstoornissen.A48: Do’s zijn het geven van duidelijke instructies, het bieden van structuur en het gebruik van visuele ondersteuning. Don’ts zijn het vermijden van overvraging, het vermijden van straf bij onvermogen en het vermijden van negatieve feedback.Q49: Wat zijn beschermende en risicofactoren bij leerstoornissen?A49: Beschermende factoren zijn sterke ouderbetrokkenheid, positieve schoolomgeving en effectieve leerkracht. Risicofactoren zijn negatieve feedback, gebrek aan ondersteuning en lage zelfwaardering.Q50: Wat is comorbiditeit?A50: Comorbiditeit verwijst naar het voorkomen van twee of meer stoornissen of aandoeningen bij eenzelfde persoon, bijvoorbeeld ADHD en dyslexie.Q51: Geef een voorbeeld van comorbiditeit.A51: Een leerling met zowel ADHD als dyslexie heeft moeite met concentratie én lezen.Q52: Wat zijn redelijke aanpassingen bij leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften?A52: Redelijke aanpassingen zijn maatwerkoplossingen zoals extra tijd bij toetsen, gebruik van hulpmiddelen of aangepaste instructies die nodig zijn om leerlingen met specifieke behoeften te ondersteunen.Q53: Wat is de DSM-5?A53: De DSM-5 is een handboek voor de classificatie van psychische stoornissen, gebruikt door professionals in de geestelijke gezondheidszorg om diagnoses te stellen.Q54: Waarom is aandacht voor psychische gezondheid in een onderwijscontext belangrijk?A54: Psychische gezondheid is cruciaal voor het leervermogen en welzijn van leerlingen. Het helpt bij het voorkomen van uitval en bevordert een positieve schoolervaring.Q55: Wat zijn de twee kernsymptomen van depressie volgens DSM-5?A55: De twee kernsymptomen van depressie zijn aanhoudende somberheid en verlies van interesse in activiteiten.Q56: Wat zijn depressieve symptomen typisch voor de adolescentie?A56: Depressieve symptomen typisch voor de adolescentie zijn prikkelbaarheid, sociale terugtrekking en verminderde schoolprestaties.Q57: Wat is een angststoornis?A57: Een angststoornis is een psychische aandoening gekenmerkt door buitensporige angst en zorgen, die het dagelijks functioneren beïnvloeden.Q58: Geef enkele zichtbare en onzichtbare kenmerken van een angststoornis.A58: Zichtbare kenmerken zijn trillen, zweten en vermijden van situaties. Onzichtbare kenmerken zijn overmatige zorgen, piekeren en negatieve gedachten.Q59: Hoe kan in een evaluatiebeleid rekening gehouden worden met (faal)ang
%1 Oefenvragen over Leer-Kracht 3 %2%3 Deze oefenvragen zijn ontworpen om je kennis over het zorgcontinuüm, handelingsgericht werken, leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, de brede school, onderwijsregelgeving, kwaliteitszorg en -bewaking, het onderwijslandschap, buitengewoon onderwijs, specifieke trajecten binnen het secundair onderwijs, het leersteundecreet, PISA en onderwijsdeontologie te testen en te versterken. Elke vraag is voorzien van een antwoord om je te helpen bij het zelfstudieproces. %4Q1: Wat houdt het subsidiariteitsprincipe in binnen het zorgcontinuüm?A1: Het subsidiariteitsprincipe houdt in dat zorg of ondersteuning geboden wordt op het laagst mogelijke niveau. Dit betekent dat eerst gekeken wordt naar wat de leerling zelf kan, daarna naar wat de school kan bieden, en pas in laatste instantie wordt externe hulp ingeschakeld.Q2: Wie zijn de belangrijkste actoren in fase 0 van het zorgcontinuüm?A2: In fase 0 (brede basiszorg) zijn de belangrijkste actoren de leerkrachten en zorgcoördinatoren.Q3: Wat is de rol van de zorgcoördinator in fase 1 van het zorgcontinuüm?A3: In fase 1 (verhoogde zorg) biedt de zorgcoördinator extra ondersteuning en coördineert de differentiatie binnen de klas voor leerlingen die meer nodig hebben dan de brede basiszorg.Q4: Welke externe partij wordt betrokken in fase 2 van het zorgcontinuüm?A4: In fase 2 (uitgebreide zorg) wordt het CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding) betrokken voor individuele ondersteuning, mogelijk met inzet van externe specialisten.Q5: Wat is een Individueel Aangepaste Curriculum (IAC) en in welke fase van het zorgcontinuüm komt dit voor?A5: Een Individueel Aangepaste Curriculum (IAC) is een zeer intensieve, op maat gemaakte begeleiding die vaak buiten het reguliere onderwijskader valt. Dit komt voor in fase 3 van het zorgcontinuüm.Q6: Wat zijn de uitgangspunten van het zorgcontinuüm?A6: Het zorgcontinuüm is gebaseerd op de principes van inclusie, differentiatie, en samenwerking. Het doel is om alle leerlingen, ongeacht hun noden, een passende onderwijsomgeving te bieden door middel van preventieve en remediërende maatregelen en samenwerking tussen verschillende actoren.Q7: Hoe zou je het subsidiariteitsprincipe in eigen woorden uitleggen?A7: Het subsidiariteitsprincipe betekent dat problemen zo dicht mogelijk bij de bron worden aangepakt. In het onderwijs houdt dit in dat hulp eerst binnen de klas of school wordt gezocht, voordat er externe hulp ingeschakeld wordt.Q8: Wat is UDL en hoe past het binnen het zorgcontinuüm?A8: UDL (Universal Design for Learning) is een krachtig instrument om de brede basiszorg op school en in de klas te versterken door van meet af aan rekening te houden met de noden van alle mogelijke gebruikers.Q9: Geef een omschrijving van UDL.A9: UDL is een concept uit de architectuur dat betekent dat gebouwen zo worden ontworpen dat ze toegankelijk zijn voor iedereen. In het onderwijs betekent dit dat lessen zo worden ontworpen dat ze toegankelijk zijn voor alle leerlingen, waardoor er minder specifieke aanpassingen nodig zijn.Q10: Hoe kan UDL in de onderwijspraktijk worden toegepast? Geef een concreet voorbeeld.A10: UDL kan in de onderwijspraktijk worden toegepast door bijvoorbeeld het gebruik van verschillende instructiemethoden zoals visuele, auditieve en kinesthetische middelen om alle leerlingen te betrekken. Een concreet voorbeeld is het gebruik van videos, hand-outs en interactieve activiteiten in een les.Q11: Noem de drie richtlijnen van UDL.A11: De drie richtlijnen van UDL zijn: meerdere manieren van betrokkenheid, meerdere manieren van weergave, en meerdere manieren van actie en expressie.Q12: Noem een voorbeeld van een actie in het kader van brede basiszorg.A12: Een voorbeeld van een actie in het kader van brede basiszorg is differentiatie in instructie en opdrachten, zoals het aanbieden van verschillende niveaus van moeilijkheidsgraad in opdrachten.Q13: Wat houdt maatwerk in de aanpak van onderwijsbehoeften in?A13: Maatwerk houdt in dat onderwijs en begeleiding afgestemd worden op de individuele behoeften, interesses en mogelijkheden van elke leerling. Dit kan variëren van aanpassingen in de lesinhoud en instructiemethoden tot specifieke ondersteuning door zorgverleners.Q14: Wat is de taak van de leerkracht binnen het zorgcontinuüm?A14: De leerkracht speelt een centrale rol in het herkennen van de onderwijsbehoeften van leerlingen, het bieden van eerste lijnszorg, het toepassen van differentiatie en het samenwerken met andere actoren zoals zorgcoördinatoren en CLB-medewerkers.Q15: Omschrijf handelingsgericht werken (HGW).A15: Handelingsgericht werken (HGW) is een methode die gericht is op effectief onderwijs en effectieve leerlingenbegeleiding. Het helpt onderwijsprofessionals om beter om te gaan met de overeenkomsten en verschillen tussen leerlingen en streeft naar schoolsucces voor alle leerlingen en een aangenaam werkklimaat.Q16: Wat is de achterliggende visie van HGW?A16: De visie achter HGW is dat onderwijs en begeleiding optimaal afgestemd moeten worden op de behoeften van leerlingen. Beperkingen worden gezien als problemen van de omgeving, niet van de leerling zelf. HGW richt zich op het versterken van de interactie tussen leerlingen en hun omgeving, met de leerkracht in een centrale rol.Q17: Noem de zeven uitgangspunten van HGW.A17: De zeven uitgangspunten van HGW zijn: onderwijsbehoeften staan centraal, afstemming en wisselwerking, de leerkracht doet ertoe, positieve aspecten zijn van groot belang, constructieve samenwerking, doelgericht handelen, en systematisch en transparant werken.Q18: Hoe zijn de zeven uitgangspunten van HGW met elkaar verbonden?A18: De zeven uitgangspunten van HGW zijn onderling verbonden en versterken elkaar. Onderwijsbehoeften staan centraal, wat de basis vormt voor effectieve afstemming en wisselwerking. De leerkracht speelt een cruciale rol, positieve aspecten bevorderen motivatie en zelfvertrouwen, samenwerking en doelgericht handelen zorgen voor duidelijkheid, en een systematische werkwijze biedt structuur.Q19: Geef een voorbeeld van het uitgangspunt onderwijsbehoeften centraal binnen HGW.A19: Een voorbeeld is een leerling die moeite heeft met lezen en daarom extra leesondersteuning en aangepast lesmateriaal krijgt.Q20: Wat is het doel van constructieve samenwerking binnen HGW?A20: Het doel van constructieve samenwerking binnen HGW is om ouders en leerlingen als belangrijke partners in het onderwijsproces te betrekken, zodat hun input en samenwerking essentieel zijn voor het bereiken van de onderwijsdoelen.Q21: Hoe kan systematisch werken binnen HGW worden toegepast?A21: Systematisch werken binnen HGW kan worden toegepast door het gebruik van leerlingvolgsystemen om de voortgang van leerlingen te monitoren en tijdig bij te sturen.Q22: Wat is de M-cirkel en hoe sluit deze aan bij het zorgcontinuüm?A22: De M-cirkel is een hulpmiddel dat aansluit bij de fasen van het zorgcontinuüm en helpt leerkrachten bij het bepalen van redelijke aanpassingen voor leerlingen en het oplossingsgericht aanpakken van zorgvragen.Q23: Wat is de link tussen REDICODIS en handelingsgericht werken?A23: REDICODIS en HGW hebben beide als doel om onderwijs aan te passen aan de specifieke behoeften van leerlingen. Bijvoorbeeld, voor een leerling met dyslexie kan een REDICODIS-maatregel zijn dat hij/zij gebruik mag maken van een voorleesprogramma tijdens toetsen, wat aansluit bij HGWs uitgangspunt om onderwijsbehoeften centraal te stellen.Q24: Wat is de functie van de leerkracht bij leerlingenbegeleiding in situaties op school?A24: De leerkracht speelt een centrale rol in de begeleiding van leerlingen door hun lesmethoden aan te passen, dagelijkse ondersteuning te bieden en samen te werken met zorgcoördinatoren en CLB-medewerkers.Q25: Wat is het verschil tussen een toelatings-, begeleidende en delibererende klassenraad?A25: Een toelatingsklassenraad beoordeelt of een leerling voldoet aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot een bepaalde studierichting of school. Een begeleidende klassenraad volgt de voortgang van leerlingen gedurende het schooljaar en biedt begeleiding waar nodig. Een delibererende klassenraad beslist aan het einde van het schooljaar over het al dan niet bevorderen van leerlingen naar het volgende leerjaar of studierichting.Q26: Waarom is een sterk leerlingendossier belangrijk?A26: Een sterk leerlingendossier is cruciaal omdat het een volledig beeld geeft van de ontwikkeling, behoeften en begeleiding van de leerling. Het zorgt voor continuïteit in de begeleiding, ook bij wisseling van leerkrachten of school, en helpt bij het snel identificeren van behoeften en het plannen van passende maatregelen.Q27: Wat zijn de bevoegdheden van de delibererende klassenraad?A27: De delibererende klassenraad heeft de bevoegdheid om beslissingen te nemen over het al dan niet bevorderen van leerlingen, wat een grote impact heeft op hun onderwijsloopbaan. Deze beslissingen moeten gebaseerd zijn op objectieve criteria en een volledig beeld van de leerling.Q28: Wat is de rol van klassenraden in leerlingenbegeleiding?A28: Klassenraden spelen een belangrijke rol in de leerlingenbegeleiding door regelmatig de voortgang van leerlingen te bespreken en te beslissen over benodigde interventies en begeleiding. Ze zorgen voor een multidisciplinaire benadering waarbij verschillende perspectieven en deskundigheden samenkomen om een zo volledig mogelijk beeld van de leerling te krijgen en passende ondersteuning te bieden.Q29: Wat houdt de prospectieve en toekomstgerichte visie van klassenraden in?A29: Klassenraden hebben een prospectieve en toekomstgerichte visie door niet alleen te focussen op de huidige prestaties van de leerling, maar ook op hun toekomstige mogelijkheden en behoeften. Dit houdt in dat ze maatregelen nemen die gericht zijn op de lange termijn ontwikkeling van de leerling, zoals het adviseren van studiekeuzes die passen bij de talenten en interesses van de leerling.Q30: Wat is het belang en de functie van herexamens, waarschuwingen en vakantiewerk?A30: Herexamens geven leerlingen een tweede kans om te slagen voor vakken waarin ze eerder zijn gezakt. Waarschuwingen worden gegeven wanneer een leerling niet voldoet aan bepaalde criteria, met als doel hen te motiveren om zich te verbeteren. Vakantiewerk zorgt ervoor dat leerlingen tijdens de vakantieperiode hun kennis kunnen bijspijkeren en voorbereid het nieuwe schooljaar starten.Q31: Beschrijf de beroepsprocedure bij niet akkoord gaan met de beslissing van de delibererende klassenraad.A31: Wanneer een leerling of ouder het niet eens is met de beslissing van de delibererende klassenraad, kunnen zij beroep aantekenen. Dit proces begint met het indienen van een schriftelijk bezwaar bij de school, waarna een beroepscommissie de zaak opnieuw beoordeelt. De commissie bestaat uit leden die niet betrokken waren bij de oorspronkelijke beslissing. Uiteindelijk wordt een definitieve beslissing genomen, die bindend is.Q32: Wat zijn de gevolgen van een A-, B- en C-attest?A32: Een A-attest betekent dat de leerling geslaagd is en zonder beperkingen mag overgaan naar het volgende leerjaar. Een B-attest betekent dat de leerling geslaagd is, maar met beperkingen voor bepaalde studierichtingen. Een C-attest betekent dat de leerling niet geslaagd is en het jaar moet overdoen.Q33: Wat houdt professioneel deelnemen aan een klassenraad in en hoe is dit verbonden met de deontologie van de leraar?A33: Professioneel deelnemen aan een klassenraad houdt in dat leraren objectief, zorgvuldig en met respect voor de leerling en hun situatie handelen. Dit is nauw verbonden met de deontologie van de leraar, die vraagt om integriteit, rechtvaardigheid en een zorgplicht naar elke leerling. Het betekent dat leraren beslissingen nemen op basis van eerlijke en complete informatie, en het belang van de leerling vooropstellen.Q34: Wat zijn specifieke onderwijsbehoeften?A34: Specifieke onderwijsbehoeften verwijzen naar de unieke behoeften die een leerling heeft om optimaal te kunnen leren. Deze behoeften kunnen voortkomen uit leermoeilijkheden, leerstoornissen of leerproblemen en vereisen aanpassingen in de leeromgeving om de leerling te ondersteunen bij het bereiken van zijn of haar potentieel.Q35: Wat is het verschil tussen stoornisdenken en deficitdenken?A35: Stoornisdenken richt zich op de diagnostische labels of stoornissen van een leerling, zoals dyslexie of ADHD, en gaat om het begrijpen van de specifieke kenmerken en beperkingen van de stoornis. Deficitdenken focust op wat een leerling niet kan, zonder rekening te houden met de context of mogelijke ondersteuning, en benadrukt de tekorten en zwaktes van de leerling in plaats van de mogelijkheden en kansen.Q36: Wat zijn neurobiologische ontwikkelingsstoornissen?A36: Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen zijn aangeboren stoornissen die het functioneren en de ontwikkeling van een kind beïnvloeden. Voorbeelden zijn ADHD, ASS (autismespectrumstoornis) en dyslexie. Deze stoornissen beïnvloeden verschillende domeinen zoals motoriek, emotie en sociale interactie.Q37: Wat is het verschil tussen een leerstoornis, leerprobleem en leermoeilijkheid?A37: Een leerstoornis is een blijvende en aangeboren stoornis zoals dyslexie of dyscalculie die invloed heeft op specifieke academische vaardigheden. Een leerprobleem is een overkoepelende term voor zowel leermoeilijkheden als leerstoornissen en wijst op moeilijkheden bij het leren, ongeacht de oorzaak. Een leermoeilijkheid zijn tijdelijke problemen in het leerproces, vaak veroorzaakt door externe factoren zoals de omgeving of tijdelijke omstandigheden.Q38: Wat zijn de gevolgen van leerstoornissen?A38: Leerstoornissen kunnen leiden tot vertraging in het leerproces, lage zelfwaardering, verhoogde stress en problemen in sociale interactie. Ze kunnen ook invloed hebben op de schoolprestaties en het algemene welzijn van de leerling.Q39: Wat zijn de kenmerken van dyslexie?A39: Dyslexie wordt gekenmerkt door moeilijkheden met lezen en spellen, zoals een traag leestempo, moeite met klank-tekenkoppeling en spellingsproblemen.Q40: Wat zijn de kenmerken van dyscalculie?A40: Dyscalculie wordt gekenmerkt door moeilijkheden met rekenen, zoals problemen met basisbewerkingen, moeite met getalbegrip en automatisering van rekenfeiten.Q41: Wat zijn de kenmerken van ASS (autismespectrumstoornis)?A41: ASS wordt gekenmerkt door problemen met sociale interactie, communicatie en repetitief gedrag, zoals beperkte interesses en behoefte aan routine.Q42: Wat zijn de kenmerken van ADHD?A42: ADHD wordt gekenmerkt door problemen met aandacht, hyperactiviteit en impulsiviteit, zoals moeite met concentratie, rusteloosheid en impulsief gedrag.Q43: Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van dyslexie?A43: De criteria voor dyslexie omvatten aanhoudende problemen met lezen en spellen ondanks adequate instructie.Q44: Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van dyscalculie?A44: De criteria voor dyscalculie omvatten hardnekkige rekenproblemen die niet overeenkomen met het algemene intellectuele vermogen.Q45: Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van ASS?A45: De criteria voor ASS omvatten aanhoudende tekorten in sociale communicatie en interactie, en beperkte, repetitieve gedragingen.Q46: Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van ADHD?A46: De criteria voor ADHD omvatten de aanwezigheid van symptomen van onoplettendheid en/of hyperactiviteit-impulsiviteit die het functioneren beïnvloeden.Q47: Wat zijn sterke en zwakke punten van leer- en ontwikkelingsstoornissen?A47: Sterke punten kunnen creativiteit, probleemoplossend vermogen en doorzettingsvermogen zijn. Zwakke punten kunnen concentratieproblemen, moeite met planning en sociaal-emotionele uitdagingen zijn.Q48: Noem enkele do’s en don’ts bij leer- en ontwikkelingsstoornissen.A48: Do’s zijn het geven van duidelijke instructies, het bieden van structuur en het gebruik van visuele ondersteuning. Don’ts zijn het vermijden van overvraging, het vermijden van straf bij onvermogen en het vermijden van negatieve feedback.Q49: Wat zijn beschermende en risicofactoren bij leerstoornissen?A49: Beschermende factoren zijn sterke ouderbetrokkenheid, positieve schoolomgeving en effectieve leerkracht. Risicofactoren zijn negatieve feedback, gebrek aan ondersteuning en lage zelfwaardering.Q50: Wat is comorbiditeit?A50: Comorbiditeit verwijst naar het voorkomen van twee of meer stoornissen of aandoeningen bij eenzelfde persoon, bijvoorbeeld ADHD en dyslexie.Q51: Geef een voorbeeld van comorbiditeit.A51: Een leerling met zowel ADHD als dyslexie heeft moeite met concentratie én lezen.Q52: Wat zijn redelijke aanpassingen bij leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften?A52: Redelijke aanpassingen zijn maatwerkoplossingen zoals extra tijd bij toetsen, gebruik van hulpmiddelen of aangepaste instructies die nodig zijn om leerlingen met specifieke behoeften te ondersteunen.Q53: Wat is de DSM-5?A53: De DSM-5 is een handboek voor de classificatie van psychische stoornissen, gebruikt door professionals in de geestelijke gezondheidszorg om diagnoses te stellen.Q54: Waarom is aandacht voor psychische gezondheid in een onderwijscontext belangrijk?A54: Psychische gezondheid is cruciaal voor het leervermogen en welzijn van leerlingen. Het helpt bij het voorkomen van uitval en bevordert een positieve schoolervaring.Q55: Wat zijn de twee kernsymptomen van depressie volgens DSM-5?A55: De twee kernsymptomen van depressie zijn aanhoudende somberheid en verlies van interesse in activiteiten.Q56: Wat zijn depressieve symptomen typisch voor de adolescentie?A56: Depressieve symptomen typisch voor de adolescentie zijn prikkelbaarheid, sociale terugtrekking en verminderde schoolprestaties.Q57: Wat is een angststoornis?A57: Een angststoornis is een psychische aandoening gekenmerkt door buitensporige angst en zorgen, die het dagelijks functioneren beïnvloeden.Q58: Geef enkele zichtbare en onzichtbare kenmerken van een angststoornis.A58: Zichtbare kenmerken zijn trillen, zweten en vermijden van situaties. Onzichtbare kenmerken zijn overmatige zorgen, piekeren en negatieve gedachten.Q59: Hoe kan in een evaluatiebeleid rekening gehouden worden met (faal)ang
%1 Oefenvragen over Leer-Kracht 3 %2%3 Deze oefenvragen zijn ontworpen om je kennis over het zorgcontinuüm, handelingsgericht werken, leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, de brede school, onderwijsregelgeving, kwaliteitszorg en -bewaking, het onderwijslandschap, buitengewoon onderwijs, specifieke trajecten binnen het secundair onderwijs, het leersteundecreet, PISA en onderwijsdeontologie te testen en te versterken. Elke vraag is voorzien van een antwoord om je te helpen bij het zelfstudieproces. %4Q1: Wat houdt het subsidiariteitsprincipe in binnen het zorgcontinuüm?A1: Het subsidiariteitsprincipe houdt in dat zorg of ondersteuning geboden wordt op het laagst mogelijke niveau. Dit betekent dat eerst gekeken wordt naar wat de leerling zelf kan, daarna naar wat de school kan bieden, en pas in laatste instantie wordt externe hulp ingeschakeld.Q2: Wie zijn de belangrijkste actoren in fase 0 van het zorgcontinuüm?A2: In fase 0 (brede basiszorg) zijn de belangrijkste actoren de leerkrachten en zorgcoördinatoren.Q3: Wat is de rol van de zorgcoördinator in fase 1 van het zorgcontinuüm?A3: In fase 1 (verhoogde zorg) biedt de zorgcoördinator extra ondersteuning en coördineert de differentiatie binnen de klas voor leerlingen die meer nodig hebben dan de brede basiszorg.Q4: Welke externe partij wordt betrokken in fase 2 van het zorgcontinuüm?A4: In fase 2 (uitgebreide zorg) wordt het CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding) betrokken voor individuele ondersteuning, mogelijk met inzet van externe specialisten.Q5: Wat is een Individueel Aangepaste Curriculum (IAC) en in welke fase van het zorgcontinuüm komt dit voor?A5: Een Individueel Aangepaste Curriculum (IAC) is een zeer intensieve, op maat gemaakte begeleiding die vaak buiten het reguliere onderwijskader valt. Dit komt voor in fase 3 van het zorgcontinuüm.Q6: Wat zijn de uitgangspunten van het zorgcontinuüm?A6: Het zorgcontinuüm is gebaseerd op de principes van inclusie, differentiatie, en samenwerking. Het doel is om alle leerlingen, ongeacht hun noden, een passende onderwijsomgeving te bieden door middel van preventieve en remediërende maatregelen en samenwerking tussen verschillende actoren.Q7: Hoe zou je het subsidiariteitsprincipe in eigen woorden uitleggen?A7: Het subsidiariteitsprincipe betekent dat problemen zo dicht mogelijk bij de bron worden aangepakt. In het onderwijs houdt dit in dat hulp eerst binnen de klas of school wordt gezocht, voordat er externe hulp ingeschakeld wordt.Q8: Wat is UDL en hoe past het binnen het zorgcontinuüm?A8: UDL (Universal Design for Learning) is een krachtig instrument om de brede basiszorg op school en in de klas te versterken door van meet af aan rekening te houden met de noden van alle mogelijke gebruikers.Q9: Geef een omschrijving van UDL.A9: UDL is een concept uit de architectuur dat betekent dat gebouwen zo worden ontworpen dat ze toegankelijk zijn voor iedereen. In het onderwijs betekent dit dat lessen zo worden ontworpen dat ze toegankelijk zijn voor alle leerlingen, waardoor er minder specifieke aanpassingen nodig zijn.Q10: Hoe kan UDL in de onderwijspraktijk worden toegepast? Geef een concreet voorbeeld.A10: UDL kan in de onderwijspraktijk worden toegepast door bijvoorbeeld het gebruik van verschillende instructiemethoden zoals visuele, auditieve en kinesthetische middelen om alle leerlingen te betrekken. Een concreet voorbeeld is het gebruik van videos, hand-outs en interactieve activiteiten in een les.Q11: Noem de drie richtlijnen van UDL.A11: De drie richtlijnen van UDL zijn: meerdere manieren van betrokkenheid, meerdere manieren van weergave, en meerdere manieren van actie en expressie.Q12: Noem een voorbeeld van een actie in het kader van brede basiszorg.A12: Een voorbeeld van een actie in het kader van brede basiszorg is differentiatie in instructie en opdrachten, zoals het aanbieden van verschillende niveaus van moeilijkheidsgraad in opdrachten.Q13: Wat houdt maatwerk in de aanpak van onderwijsbehoeften in?A13: Maatwerk houdt in dat onderwijs en begeleiding afgestemd worden op de individuele behoeften, interesses en mogelijkheden van elke leerling. Dit kan variëren van aanpassingen in de lesinhoud en instructiemethoden tot specifieke ondersteuning door zorgverleners.Q14: Wat is de taak van de leerkracht binnen het zorgcontinuüm?A14: De leerkracht speelt een centrale rol in het herkennen van de onderwijsbehoeften van leerlingen, het bieden van eerste lijnszorg, het toepassen van differentiatie en het samenwerken met andere actoren zoals zorgcoördinatoren en CLB-medewerkers.Q15: Omschrijf handelingsgericht werken (HGW).A15: Handelingsgericht werken (HGW) is een methode die gericht is op effectief onderwijs en effectieve leerlingenbegeleiding. Het helpt onderwijsprofessionals om beter om te gaan met de overeenkomsten en verschillen tussen leerlingen en streeft naar schoolsucces voor alle leerlingen en een aangenaam werkklimaat.Q16: Wat is de achterliggende visie van HGW?A16: De visie achter HGW is dat onderwijs en begeleiding optimaal afgestemd moeten worden op de behoeften van leerlingen. Beperkingen worden gezien als problemen van de omgeving, niet van de leerling zelf. HGW richt zich op het versterken van de interactie tussen leerlingen en hun omgeving, met de leerkracht in een centrale rol.Q17: Noem de zeven uitgangspunten van HGW.A17: De zeven uitgangspunten van HGW zijn: onderwijsbehoeften staan centraal, afstemming en wisselwerking, de leerkracht doet ertoe, positieve aspecten zijn van groot belang, constructieve samenwerking, doelgericht handelen, en systematisch en transparant werken.Q18: Hoe zijn de zeven uitgangspunten van HGW met elkaar verbonden?A18: De zeven uitgangspunten van HGW zijn onderling verbonden en versterken elkaar. Onderwijsbehoeften staan centraal, wat de basis vormt voor effectieve afstemming en wisselwerking. De leerkracht speelt een cruciale rol, positieve aspecten bevorderen motivatie en zelfvertrouwen, samenwerking en doelgericht handelen zorgen voor duidelijkheid, en een systematische werkwijze biedt structuur.Q19: Geef een voorbeeld van het uitgangspunt onderwijsbehoeften centraal binnen HGW.A19: Een voorbeeld is een leerling die moeite heeft met lezen en daarom extra leesondersteuning en aangepast lesmateriaal krijgt.Q20: Wat is het doel van constructieve samenwerking binnen HGW?A20: Het doel van constructieve samenwerking binnen HGW is om ouders en leerlingen als belangrijke partners in het onderwijsproces te betrekken, zodat hun input en samenwerking essentieel zijn voor het bereiken van de onderwijsdoelen.Q21: Hoe kan systematisch werken binnen HGW worden toegepast?A21: Systematisch werken binnen HGW kan worden toegepast door het gebruik van leerlingvolgsystemen om de voortgang van leerlingen te monitoren en tijdig bij te sturen.Q22: Wat is de M-cirkel en hoe sluit deze aan bij het zorgcontinuüm?A22: De M-cirkel is een hulpmiddel dat aansluit bij de fasen van het zorgcontinuüm en helpt leerkrachten bij het bepalen van redelijke aanpassingen voor leerlingen en het oplossingsgericht aanpakken van zorgvragen.Q23: Wat is de link tussen REDICODIS en handelingsgericht werken?A23: REDICODIS en HGW hebben beide als doel om onderwijs aan te passen aan de specifieke behoeften van leerlingen. Bijvoorbeeld, voor een leerling met dyslexie kan een REDICODIS-maatregel zijn dat hij/zij gebruik mag maken van een voorleesprogramma tijdens toetsen, wat aansluit bij HGWs uitgangspunt om onderwijsbehoeften centraal te stellen.Q24: Wat is de functie van de leerkracht bij leerlingenbegeleiding in situaties op school?A24: De leerkracht speelt een centrale rol in de begeleiding van leerlingen door hun lesmethoden aan te passen, dagelijkse ondersteuning te bieden en samen te werken met zorgcoördinatoren en CLB-medewerkers.Q25: Wat is het verschil tussen een toelatings-, begeleidende en delibererende klassenraad?A25: Een toelatingsklassenraad beoordeelt of een leerling voldoet aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot een bepaalde studierichting of school. Een begeleidende klassenraad volgt de voortgang van leerlingen gedurende het schooljaar en biedt begeleiding waar nodig. Een delibererende klassenraad beslist aan het einde van het schooljaar over het al dan niet bevorderen van leerlingen naar het volgende leerjaar of studierichting.Q26: Waarom is een sterk leerlingendossier belangrijk?A26: Een sterk leerlingendossier is cruciaal omdat het een volledig beeld geeft van de ontwikkeling, behoeften en begeleiding van de leerling. Het zorgt voor continuïteit in de begeleiding, ook bij wisseling van leerkrachten of school, en helpt bij het snel identificeren van behoeften en het plannen van passende maatregelen.Q27: Wat zijn de bevoegdheden van de delibererende klassenraad?A27: De delibererende klassenraad heeft de bevoegdheid om beslissingen te nemen over het al dan niet bevorderen van leerlingen, wat een grote impact heeft op hun onderwijsloopbaan. Deze beslissingen moeten gebaseerd zijn op objectieve criteria en een volledig beeld van de leerling.Q28: Wat is de rol van klassenraden in leerlingenbegeleiding?A28: Klassenraden spelen een belangrijke rol in de leerlingenbegeleiding door regelmatig de voortgang van leerlingen te bespreken en te beslissen over benodigde interventies en begeleiding. Ze zorgen voor een multidisciplinaire benadering waarbij verschillende perspectieven en deskundigheden samenkomen om een zo volledig mogelijk beeld van de leerling te krijgen en passende ondersteuning te bieden.Q29: Wat houdt de prospectieve en toekomstgerichte visie van klassenraden in?A29: Klassenraden hebben een prospectieve en toekomstgerichte visie door niet alleen te focussen op de huidige prestaties van de leerling, maar ook op hun toekomstige mogelijkheden en behoeften. Dit houdt in dat ze maatregelen nemen die gericht zijn op de lange termijn ontwikkeling van de leerling, zoals het adviseren van studiekeuzes die passen bij de talenten en interesses van de leerling.Q30: Wat is het belang en de functie van herexamens, waarschuwingen en vakantiewerk?A30: Herexamens geven leerlingen een tweede kans om te slagen voor vakken waarin ze eerder zijn gezakt. Waarschuwingen worden gegeven wanneer een leerling niet voldoet aan bepaalde criteria, met als doel hen te motiveren om zich te verbeteren. Vakantiewerk zorgt ervoor dat leerlingen tijdens de vakantieperiode hun kennis kunnen bijspijkeren en voorbereid het nieuwe schooljaar starten.Q31: Beschrijf de beroepsprocedure bij niet akkoord gaan met de beslissing van de delibererende klassenraad.A31: Wanneer een leerling of ouder het niet eens is met de beslissing van de delibererende klassenraad, kunnen zij beroep aantekenen. Dit proces begint met het indienen van een schriftelijk bezwaar bij de school, waarna een beroepscommissie de zaak opnieuw beoordeelt. De commissie bestaat uit leden die niet betrokken waren bij de oorspronkelijke beslissing. Uiteindelijk wordt een definitieve beslissing genomen, die bindend is.Q32: Wat zijn de gevolgen van een A-, B- en C-attest?A32: Een A-attest betekent dat de leerling geslaagd is en zonder beperkingen mag overgaan naar het volgende leerjaar. Een B-attest betekent dat de leerling geslaagd is, maar met beperkingen voor bepaalde studierichtingen. Een C-attest betekent dat de leerling niet geslaagd is en het jaar moet overdoen.Q33: Wat houdt professioneel deelnemen aan een klassenraad in en hoe is dit verbonden met de deontologie van de leraar?A33: Professioneel deelnemen aan een klassenraad houdt in dat leraren objectief, zorgvuldig en met respect voor de leerling en hun situatie handelen. Dit is nauw verbonden met de deontologie van de leraar, die vraagt om integriteit, rechtvaardigheid en een zorgplicht naar elke leerling. Het betekent dat leraren beslissingen nemen op basis van eerlijke en complete informatie, en het belang van de leerling vooropstellen.Q34: Wat zijn specifieke onderwijsbehoeften?A34: Specifieke onderwijsbehoeften verwijzen naar de unieke behoeften die een leerling heeft om optimaal te kunnen leren. Deze behoeften kunnen voortkomen uit leermoeilijkheden, leerstoornissen of leerproblemen en vereisen aanpassingen in de leeromgeving om de leerling te ondersteunen bij het bereiken van zijn of haar potentieel.Q35: Wat is het verschil tussen stoornisdenken en deficitdenken?A35: Stoornisdenken richt zich op de diagnostische labels of stoornissen van een leerling, zoals dyslexie of ADHD, en gaat om het begrijpen van de specifieke kenmerken en beperkingen van de stoornis. Deficitdenken focust op wat een leerling niet kan, zonder rekening te houden met de context of mogelijke ondersteuning, en benadrukt de tekorten en zwaktes van de leerling in plaats van de mogelijkheden en kansen.Q36: Wat zijn neurobiologische ontwikkelingsstoornissen?A36: Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen zijn aangeboren stoornissen die het functioneren en de ontwikkeling van een kind beïnvloeden. Voorbeelden zijn ADHD, ASS (autismespectrumstoornis) en dyslexie. Deze stoornissen beïnvloeden verschillende domeinen zoals motoriek, emotie en sociale interactie.Q37: Wat is het verschil tussen een leerstoornis, leerprobleem en leermoeilijkheid?A37: Een leerstoornis is een blijvende en aangeboren stoornis zoals dyslexie of dyscalculie die invloed heeft op specifieke academische vaardigheden. Een leerprobleem is een overkoepelende term voor zowel leermoeilijkheden als leerstoornissen en wijst op moeilijkheden bij het leren, ongeacht de oorzaak. Een leermoeilijkheid zijn tijdelijke problemen in het leerproces, vaak veroorzaakt door externe factoren zoals de omgeving of tijdelijke omstandigheden.Q38: Wat zijn de gevolgen van leerstoornissen?A38: Leerstoornissen kunnen leiden tot vertraging in het leerproces, lage zelfwaardering, verhoogde stress en problemen in sociale interactie. Ze kunnen ook invloed hebben op de schoolprestaties en het algemene welzijn van de leerling.Q39: Wat zijn de kenmerken van dyslexie?A39: Dyslexie wordt gekenmerkt door moeilijkheden met lezen en spellen, zoals een traag leestempo, moeite met klank-tekenkoppeling en spellingsproblemen.Q40: Wat zijn de kenmerken van dyscalculie?A40: Dyscalculie wordt gekenmerkt door moeilijkheden met rekenen, zoals problemen met basisbewerkingen, moeite met getalbegrip en automatisering van rekenfeiten.Q41: Wat zijn de kenmerken van ASS (autismespectrumstoornis)?A41: ASS wordt gekenmerkt door problemen met sociale interactie, communicatie en repetitief gedrag, zoals beperkte interesses en behoefte aan routine.Q42: Wat zijn de kenmerken van ADHD?A42: ADHD wordt gekenmerkt door problemen met aandacht, hyperactiviteit en impulsiviteit, zoals moeite met concentratie, rusteloosheid en impulsief gedrag.Q43: Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van dyslexie?A43: De criteria voor dyslexie omvatten aanhoudende problemen met lezen en spellen ondanks adequate instructie.Q44: Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van dyscalculie?A44: De criteria voor dyscalculie omvatten hardnekkige rekenproblemen die niet overeenkomen met het algemene intellectuele vermogen.Q45: Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van ASS?A45: De criteria voor ASS omvatten aanhoudende tekorten in sociale communicatie en interactie, en beperkte, repetitieve gedragingen.Q46: Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van ADHD?A46: De criteria voor ADHD omvatten de aanwezigheid van symptomen van onoplettendheid en/of hyperactiviteit-impulsiviteit die het functioneren beïnvloeden.Q47: Wat zijn sterke en zwakke punten van leer- en ontwikkelingsstoornissen?A47: Sterke punten kunnen creativiteit, probleemoplossend vermogen en doorzettingsvermogen zijn. Zwakke punten kunnen concentratieproblemen, moeite met planning en sociaal-emotionele uitdagingen zijn.Q48: Noem enkele do’s en don’ts bij leer- en ontwikkelingsstoornissen.A48: Do’s zijn het geven van duidelijke instructies, het bieden van structuur en het gebruik van visuele ondersteuning. Don’ts zijn het vermijden van overvraging, het vermijden van straf bij onvermogen en het vermijden van negatieve feedback.Q49: Wat zijn beschermende en risicofactoren bij leerstoornissen?A49: Beschermende factoren zijn sterke ouderbetrokkenheid, positieve schoolomgeving en effectieve leerkracht. Risicofactoren zijn negatieve feedback, gebrek aan ondersteuning en lage zelfwaardering.Q50: Wat is comorbiditeit?A50: Comorbiditeit verwijst naar het voorkomen van twee of meer stoornissen of aandoeningen bij eenzelfde persoon, bijvoorbeeld ADHD en dyslexie.Q51: Geef een voorbeeld van comorbiditeit.A51: Een leerling met zowel ADHD als dyslexie heeft moeite met concentratie én lezen.Q52: Wat zijn redelijke aanpassingen bij leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften?A52: Redelijke aanpassingen zijn maatwerkoplossingen zoals extra tijd bij toetsen, gebruik van hulpmiddelen of aangepaste instructies die nodig zijn om leerlingen met specifieke behoeften te ondersteunen.Q53: Wat is de DSM-5?A53: De DSM-5 is een handboek voor de classificatie van psychische stoornissen, gebruikt door professionals in de geestelijke gezondheidszorg om diagnoses te stellen.Q54: Waarom is aandacht voor psychische gezondheid in een onderwijscontext belangrijk?A54: Psychische gezondheid is cruciaal voor het leervermogen en welzijn van leerlingen. Het helpt bij het voorkomen van uitval en bevordert een positieve schoolervaring.Q55: Wat zijn de twee kernsymptomen van depressie volgens DSM-5?A55: De twee kernsymptomen van depressie zijn aanhoudende somberheid en verlies van interesse in activiteiten.Q56: Wat zijn depressieve symptomen typisch voor de adolescentie?A56: Depressieve symptomen typisch voor de adolescentie zijn prikkelbaarheid, sociale terugtrekking en verminderde schoolprestaties.Q57: Wat is een angststoornis?A57: Een angststoornis is een psychische aandoening gekenmerkt door buitensporige angst en zorgen, die het dagelijks functioneren beïnvloeden.Q58: Geef enkele zichtbare en onzichtbare kenmerken van een angststoornis.A58: Zichtbare kenmerken zijn trillen, zweten en vermijden van situaties. Onzichtbare kenmerken zijn overmatige zorgen, piekeren en negatieve gedachten.Q59: Hoe kan in een evaluatiebeleid rekening gehouden worden met (faal)ang
%1 Oefenvragen over Leer-Kracht 3 %2%3 Deze oefenvragen zijn ontworpen om je kennis over het zorgcontinuüm, handelingsgericht werken, leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, de brede school, onderwijsregelgeving, kwaliteitszorg en -bewaking, het onderwijslandschap, buitengewoon onderwijs, specifieke trajecten binnen het secundair onderwijs, het leersteundecreet, PISA en onderwijsdeontologie te testen en te versterken. Elke vraag is voorzien van een antwoord om je te helpen bij het zelfstudieproces. %4Q1: Wat houdt het subsidiariteitsprincipe in binnen het zorgcontinuüm?A1: Het subsidiariteitsprincipe houdt in dat zorg of ondersteuning geboden wordt op het laagst mogelijke niveau. Dit betekent dat eerst gekeken wordt naar wat de leerling zelf kan, daarna naar wat de school kan bieden, en pas in laatste instantie wordt externe hulp ingeschakeld.Q2: Wie zijn de belangrijkste actoren in fase 0 van het zorgcontinuüm?A2: In fase 0 (brede basiszorg) zijn de belangrijkste actoren de leerkrachten en zorgcoördinatoren.Q3: Wat is de rol van de zorgcoördinator in fase 1 van het zorgcontinuüm?A3: In fase 1 (verhoogde zorg) biedt de zorgcoördinator extra ondersteuning en coördineert de differentiatie binnen de klas voor leerlingen die meer nodig hebben dan de brede basiszorg.Q4: Welke externe partij wordt betrokken in fase 2 van het zorgcontinuüm?A4: In fase 2 (uitgebreide zorg) wordt het CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding) betrokken voor individuele ondersteuning, mogelijk met inzet van externe specialisten.Q5: Wat is een Individueel Aangepaste Curriculum (IAC) en in welke fase van het zorgcontinuüm komt dit voor?A5: Een Individueel Aangepaste Curriculum (IAC) is een zeer intensieve, op maat gemaakte begeleiding die vaak buiten het reguliere onderwijskader valt. Dit komt voor in fase 3 van het zorgcontinuüm.Q6: Wat zijn de uitgangspunten van het zorgcontinuüm?A6: Het zorgcontinuüm is gebaseerd op de principes van inclusie, differentiatie, en samenwerking. Het doel is om alle leerlingen, ongeacht hun noden, een passende onderwijsomgeving te bieden door middel van preventieve en remediërende maatregelen en samenwerking tussen verschillende actoren.Q7: Hoe zou je het subsidiariteitsprincipe in eigen woorden uitleggen?A7: Het subsidiariteitsprincipe betekent dat problemen zo dicht mogelijk bij de bron worden aangepakt. In het onderwijs houdt dit in dat hulp eerst binnen de klas of school wordt gezocht, voordat er externe hulp ingeschakeld wordt.Q8: Wat is UDL en hoe past het binnen het zorgcontinuüm?A8: UDL (Universal Design for Learning) is een krachtig instrument om de brede basiszorg op school en in de klas te versterken door van meet af aan rekening te houden met de noden van alle mogelijke gebruikers.Q9: Geef een omschrijving van UDL.A9: UDL is een concept uit de architectuur dat betekent dat gebouwen zo worden ontworpen dat ze toegankelijk zijn voor iedereen. In het onderwijs betekent dit dat lessen zo worden ontworpen dat ze toegankelijk zijn voor alle leerlingen, waardoor er minder specifieke aanpassingen nodig zijn.Q10: Hoe kan UDL in de onderwijspraktijk worden toegepast? Geef een concreet voorbeeld.A10: UDL kan in de onderwijspraktijk worden toegepast door bijvoorbeeld het gebruik van verschillende instructiemethoden zoals visuele, auditieve en kinesthetische middelen om alle leerlingen te betrekken. Een concreet voorbeeld is het gebruik van videos, hand-outs en interactieve activiteiten in een les.Q11: Noem de drie richtlijnen van UDL.A11: De drie richtlijnen van UDL zijn: meerdere manieren van betrokkenheid, meerdere manieren van weergave, en meerdere manieren van actie en expressie.Q12: Noem een voorbeeld van een actie in het kader van brede basiszorg.A12: Een voorbeeld van een actie in het kader van brede basiszorg is differentiatie in instructie en opdrachten, zoals het aanbieden van verschillende niveaus van moeilijkheidsgraad in opdrachten.Q13: Wat houdt maatwerk in de aanpak van onderwijsbehoeften in?A13: Maatwerk houdt in dat onderwijs en begeleiding afgestemd worden op de individuele behoeften, interesses en mogelijkheden van elke leerling. Dit kan variëren van aanpassingen in de lesinhoud en instructiemethoden tot specifieke ondersteuning door zorgverleners.Q14: Wat is de taak van de leerkracht binnen het zorgcontinuüm?A14: De leerkracht speelt een centrale rol in het herkennen van de onderwijsbehoeften van leerlingen, het bieden van eerste lijnszorg, het toepassen van differentiatie en het samenwerken met andere actoren zoals zorgcoördinatoren en CLB-medewerkers.Q15: Omschrijf handelingsgericht werken (HGW).A15: Handelingsgericht werken (HGW) is een methode die gericht is op effectief onderwijs en effectieve leerlingenbegeleiding. Het helpt onderwijsprofessionals om beter om te gaan met de overeenkomsten en verschillen tussen leerlingen en streeft naar schoolsucces voor alle leerlingen en een aangenaam werkklimaat.Q16: Wat is de achterliggende visie van HGW?A16: De visie achter HGW is dat onderwijs en begeleiding optimaal afgestemd moeten worden op de behoeften van leerlingen. Beperkingen worden gezien als problemen van de omgeving, niet van de leerling zelf. HGW richt zich op het versterken van de interactie tussen leerlingen en hun omgeving, met de leerkracht in een centrale rol.Q17: Noem de zeven uitgangspunten van HGW.A17: De zeven uitgangspunten van HGW zijn: onderwijsbehoeften staan centraal, afstemming en wisselwerking, de leerkracht doet ertoe, positieve aspecten zijn van groot belang, constructieve samenwerking, doelgericht handelen, en systematisch en transparant werken.Q18: Hoe zijn de zeven uitgangspunten van HGW met elkaar verbonden?A18: De zeven uitgangspunten van HGW zijn onderling verbonden en versterken elkaar. Onderwijsbehoeften staan centraal, wat de basis vormt voor effectieve afstemming en wisselwerking. De leerkracht speelt een cruciale rol, positieve aspecten bevorderen motivatie en zelfvertrouwen, samenwerking en doelgericht handelen zorgen voor duidelijkheid, en een systematische werkwijze biedt structuur.Q19: Geef een voorbeeld van het uitgangspunt onderwijsbehoeften centraal binnen HGW.A19: Een voorbeeld is een leerling die moeite heeft met lezen en daarom extra leesondersteuning en aangepast lesmateriaal krijgt.Q20: Wat is het doel van constructieve samenwerking binnen HGW?A20: Het doel van constructieve samenwerking binnen HGW is om ouders en leerlingen als belangrijke partners in het onderwijsproces te betrekken, zodat hun input en samenwerking essentieel zijn voor het bereiken van de onderwijsdoelen.Q21: Hoe kan systematisch werken binnen HGW worden toegepast?A21: Systematisch werken binnen HGW kan worden toegepast door het gebruik van leerlingvolgsystemen om de voortgang van leerlingen te monitoren en tijdig bij te sturen.Q22: Wat is de M-cirkel en hoe sluit deze aan bij het zorgcontinuüm?A22: De M-cirkel is een hulpmiddel dat aansluit bij de fasen van het zorgcontinuüm en helpt leerkrachten bij het bepalen van redelijke aanpassingen voor leerlingen en het oplossingsgericht aanpakken van zorgvragen.Q23: Wat is de link tussen REDICODIS en handelingsgericht werken?A23: REDICODIS en HGW hebben beide als doel om onderwijs aan te passen aan de specifieke behoeften van leerlingen. Bijvoorbeeld, voor een leerling met dyslexie kan een REDICODIS-maatregel zijn dat hij/zij gebruik mag maken van een voorleesprogramma tijdens toetsen, wat aansluit bij HGWs uitgangspunt om onderwijsbehoeften centraal te stellen.Q24: Wat is de functie van de leerkracht bij leerlingenbegeleiding in situaties op school?A24: De leerkracht speelt een centrale rol in de begeleiding van leerlingen door hun lesmethoden aan te passen, dagelijkse ondersteuning te bieden en samen te werken met zorgcoördinatoren en CLB-medewerkers.Q25: Wat is het verschil tussen een toelatings-, begeleidende en delibererende klassenraad?A25: Een toelatingsklassenraad beoordeelt of een leerling voldoet aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot een bepaalde studierichting of school. Een begeleidende klassenraad volgt de voortgang van leerlingen gedurende het schooljaar en biedt begeleiding waar nodig. Een delibererende klassenraad beslist aan het einde van het schooljaar over het al dan niet bevorderen van leerlingen naar het volgende leerjaar of studierichting.Q26: Waarom is een sterk leerlingendossier belangrijk?A26: Een sterk leerlingendossier is cruciaal omdat het een volledig beeld geeft van de ontwikkeling, behoeften en begeleiding van de leerling. Het zorgt voor continuïteit in de begeleiding, ook bij wisseling van leerkrachten of school, en helpt bij het snel identificeren van behoeften en het plannen van passende maatregelen.Q27: Wat zijn de bevoegdheden van de delibererende klassenraad?A27: De delibererende klassenraad heeft de bevoegdheid om beslissingen te nemen over het al dan niet bevorderen van leerlingen, wat een grote impact heeft op hun onderwijsloopbaan. Deze beslissingen moeten gebaseerd zijn op objectieve criteria en een volledig beeld van de leerling.Q28: Wat is de rol van klassenraden in leerlingenbegeleiding?A28: Klassenraden spelen een belangrijke rol in de leerlingenbegeleiding door regelmatig de voortgang van leerlingen te bespreken en te beslissen over benodigde interventies en begeleiding. Ze zorgen voor een multidisciplinaire benadering waarbij verschillende perspectieven en deskundigheden samenkomen om een zo volledig mogelijk beeld van de leerling te krijgen en passende ondersteuning te bieden.Q29: Wat houdt de prospectieve en toekomstgerichte visie van klassenraden in?A29: Klassenraden hebben een prospectieve en toekomstgerichte visie door niet alleen te focussen op de huidige prestaties van de leerling, maar ook op hun toekomstige mogelijkheden en behoeften. Dit houdt in dat ze maatregelen nemen die gericht zijn op de lange termijn ontwikkeling van de leerling, zoals het adviseren van studiekeuzes die passen bij de talenten en interesses van de leerling.Q30: Wat is het belang en de functie van herexamens, waarschuwingen en vakantiewerk?A30: Herexamens geven leerlingen een tweede kans om te slagen voor vakken waarin ze eerder zijn gezakt. Waarschuwingen worden gegeven wanneer een leerling niet voldoet aan bepaalde criteria, met als doel hen te motiveren om zich te verbeteren. Vakantiewerk zorgt ervoor dat leerlingen tijdens de vakantieperiode hun kennis kunnen bijspijkeren en voorbereid het nieuwe schooljaar starten.Q31: Beschrijf de beroepsprocedure bij niet akkoord gaan met de beslissing van de delibererende klassenraad.A31: Wanneer een leerling of ouder het niet eens is met de beslissing van de delibererende klassenraad, kunnen zij beroep aantekenen. Dit proces begint met het indienen van een schriftelijk bezwaar bij de school, waarna een beroepscommissie de zaak opnieuw beoordeelt. De commissie bestaat uit leden die niet betrokken waren bij de oorspronkelijke beslissing. Uiteindelijk wordt een definitieve beslissing genomen, die bindend is.Q32: Wat zijn de gevolgen van een A-, B- en C-attest?A32: Een A-attest betekent dat de leerling geslaagd is en zonder beperkingen mag overgaan naar het volgende leerjaar. Een B-attest betekent dat de leerling geslaagd is, maar met beperkingen voor bepaalde studierichtingen. Een C-attest betekent dat de leerling niet geslaagd is en het jaar moet overdoen.Q33: Wat houdt professioneel deelnemen aan een klassenraad in en hoe is dit verbonden met de deontologie van de leraar?A33: Professioneel deelnemen aan een klassenraad houdt in dat leraren objectief, zorgvuldig en met respect voor de leerling en hun situatie handelen. Dit is nauw verbonden met de deontologie van de leraar, die vraagt om integriteit, rechtvaardigheid en een zorgplicht naar elke leerling. Het betekent dat leraren beslissingen nemen op basis van eerlijke en complete informatie, en het belang van de leerling vooropstellen.Q34: Wat zijn specifieke onderwijsbehoeften?A34: Specifieke onderwijsbehoeften verwijzen naar de unieke behoeften die een leerling heeft om optimaal te kunnen leren. Deze behoeften kunnen voortkomen uit leermoeilijkheden, leerstoornissen of leerproblemen en vereisen aanpassingen in de leeromgeving om de leerling te ondersteunen bij het bereiken van zijn of haar potentieel.Q35: Wat is het verschil tussen stoornisdenken en deficitdenken?A35: Stoornisdenken richt zich op de diagnostische labels of stoornissen van een leerling, zoals dyslexie of ADHD, en gaat om het begrijpen van de specifieke kenmerken en beperkingen van de stoornis. Deficitdenken focust op wat een leerling niet kan, zonder rekening te houden met de context of mogelijke ondersteuning, en benadrukt de tekorten en zwaktes van de leerling in plaats van de mogelijkheden en kansen.Q36: Wat zijn neurobiologische ontwikkelingsstoornissen?A36: Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen zijn aangeboren stoornissen die het functioneren en de ontwikkeling van een kind beïnvloeden. Voorbeelden zijn ADHD, ASS (autismespectrumstoornis) en dyslexie. Deze stoornissen beïnvloeden verschillende domeinen zoals motoriek, emotie en sociale interactie.Q37: Wat is het verschil tussen een leerstoornis, leerprobleem en leermoeilijkheid?A37: Een leerstoornis is een blijvende en aangeboren stoornis zoals dyslexie of dyscalculie die invloed heeft op specifieke academische vaardigheden. Een leerprobleem is een overkoepelende term voor zowel leermoeilijkheden als leerstoornissen en wijst op moeilijkheden bij het leren, ongeacht de oorzaak. Een leermoeilijkheid zijn tijdelijke problemen in het leerproces, vaak veroorzaakt door externe factoren zoals de omgeving of tijdelijke omstandigheden.Q38: Wat zijn de gevolgen van leerstoornissen?A38: Leerstoornissen kunnen leiden tot vertraging in het leerproces, lage zelfwaardering, verhoogde stress en problemen in sociale interactie. Ze kunnen ook invloed hebben op de schoolprestaties en het algemene welzijn van de leerling.Q39: Wat zijn de kenmerken van dyslexie?A39: Dyslexie wordt gekenmerkt door moeilijkheden met lezen en spellen, zoals een traag leestempo, moeite met klank-tekenkoppeling en spellingsproblemen.Q40: Wat zijn de kenmerken van dyscalculie?A40: Dyscalculie wordt gekenmerkt door moeilijkheden met rekenen, zoals problemen met basisbewerkingen, moeite met getalbegrip en automatisering van rekenfeiten.Q41: Wat zijn de kenmerken van ASS (autismespectrumstoornis)?A41: ASS wordt gekenmerkt door problemen met sociale interactie, communicatie en repetitief gedrag, zoals beperkte interesses en behoefte aan routine.Q42: Wat zijn de kenmerken van ADHD?A42: ADHD wordt gekenmerkt door problemen met aandacht, hyperactiviteit en impulsiviteit, zoals moeite met concentratie, rusteloosheid en impulsief gedrag.Q43: Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van dyslexie?A43: De criteria voor dyslexie omvatten aanhoudende problemen met lezen en spellen ondanks adequate instructie.Q44: Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van dyscalculie?A44: De criteria voor dyscalculie omvatten hardnekkige rekenproblemen die niet overeenkomen met het algemene intellectuele vermogen.Q45: Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van ASS?A45: De criteria voor ASS omvatten aanhoudende tekorten in sociale communicatie en interactie, en beperkte, repetitieve gedragingen.Q46: Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van ADHD?A46: De criteria voor ADHD omvatten de aanwezigheid van symptomen van onoplettendheid en/of hyperactiviteit-impulsiviteit die het functioneren beïnvloeden.Q47: Wat zijn sterke en zwakke punten van leer- en ontwikkelingsstoornissen?A47: Sterke punten kunnen creativiteit, probleemoplossend vermogen en doorzettingsvermogen zijn. Zwakke punten kunnen concentratieproblemen, moeite met planning en sociaal-emotionele uitdagingen zijn.Q48: Noem enkele do’s en don’ts bij leer- en ontwikkelingsstoornissen.A48: Do’s zijn het geven van duidelijke instructies, het bieden van structuur en het gebruik van visuele ondersteuning. Don’ts zijn het vermijden van overvraging, het vermijden van straf bij onvermogen en het vermijden van negatieve feedback.Q49: Wat zijn beschermende en risicofactoren bij leerstoornissen?A49: Beschermende factoren zijn sterke ouderbetrokkenheid, positieve schoolomgeving en effectieve leerkracht. Risicofactoren zijn negatieve feedback, gebrek aan ondersteuning en lage zelfwaardering.Q50: Wat is comorbiditeit?A50: Comorbiditeit verwijst naar het voorkomen van twee of meer stoornissen of aandoeningen bij eenzelfde persoon, bijvoorbeeld ADHD en dyslexie.Q51: Geef een voorbeeld van comorbiditeit.A51: Een leerling met zowel ADHD als dyslexie heeft moeite met concentratie én lezen.Q52: Wat zijn redelijke aanpassingen bij leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften?A52: Redelijke aanpassingen zijn maatwerkoplossingen zoals extra tijd bij toetsen, gebruik van hulpmiddelen of aangepaste instructies die nodig zijn om leerlingen met specifieke behoeften te ondersteunen.Q53: Wat is de DSM-5?A53: De DSM-5 is een handboek voor de classificatie van psychische stoornissen, gebruikt door professionals in de geestelijke gezondheidszorg om diagnoses te stellen.Q54: Waarom is aandacht voor psychische gezondheid in een onderwijscontext belangrijk?A54: Psychische gezondheid is cruciaal voor het leervermogen en welzijn van leerlingen. Het helpt bij het voorkomen van uitval en bevordert een positieve schoolervaring.Q55: Wat zijn de twee kernsymptomen van depressie volgens DSM-5?A55: De twee kernsymptomen van depressie zijn aanhoudende somberheid en verlies van interesse in activiteiten.Q56: Wat zijn depressieve symptomen typisch voor de adolescentie?A56: Depressieve symptomen typisch voor de adolescentie zijn prikkelbaarheid, sociale terugtrekking en verminderde schoolprestaties.Q57: Wat is een angststoornis?A57: Een angststoornis is een psychische aandoening gekenmerkt door buitensporige angst en zorgen, die het dagelijks functioneren beïnvloeden.Q58: Geef enkele zichtbare en onzichtbare kenmerken van een angststoornis.A58: Zichtbare kenmerken zijn trillen, zweten en vermijden van situaties. Onzichtbare kenmerken zijn overmatige zorgen, piekeren en negatieve gedachten.Q59: Hoe kan in een evaluatiebeleid rekening gehouden worden met (faal)ang
%1 Oefenvragen over Leer-Kracht 3 %2%3 Deze oefenvragen zijn ontworpen om je kennis over het zorgcontinuüm, handelingsgericht werken, leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, de brede school, onderwijsregelgeving, kwaliteitszorg en -bewaking, het onderwijslandschap, buitengewoon onderwijs, specifieke trajecten binnen het secundair onderwijs, het leersteundecreet, PISA en onderwijsdeontologie te testen en te versterken. Elke vraag is voorzien van een antwoord om je te helpen bij het zelfstudieproces. %4Q1: Wat houdt het subsidiariteitsprincipe in binnen het zorgcontinuüm?A1: Het subsidiariteitsprincipe houdt in dat zorg of ondersteuning geboden wordt op het laagst mogelijke niveau. Dit betekent dat eerst gekeken wordt naar wat de leerling zelf kan, daarna naar wat de school kan bieden, en pas in laatste instantie wordt externe hulp ingeschakeld.Q2: Wie zijn de belangrijkste actoren in fase 0 van het zorgcontinuüm?A2: In fase 0 (brede basiszorg) zijn de belangrijkste actoren de leerkrachten en zorgcoördinatoren.Q3: Wat is de rol van de zorgcoördinator in fase 1 van het zorgcontinuüm?A3: In fase 1 (verhoogde zorg) biedt de zorgcoördinator extra ondersteuning en coördineert de differentiatie binnen de klas voor leerlingen die meer nodig hebben dan de brede basiszorg.Q4: Welke externe partij wordt betrokken in fase 2 van het zorgcontinuüm?A4: In fase 2 (uitgebreide zorg) wordt het CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding) betrokken voor individuele ondersteuning, mogelijk met inzet van externe specialisten.Q5: Wat is een Individueel Aangepaste Curriculum (IAC) en in welke fase van het zorgcontinuüm komt dit voor?A5: Een Individueel Aangepaste Curriculum (IAC) is een zeer intensieve, op maat gemaakte begeleiding die vaak buiten het reguliere onderwijskader valt. Dit komt voor in fase 3 van het zorgcontinuüm.Q6: Wat zijn de uitgangspunten van het zorgcontinuüm?A6: Het zorgcontinuüm is gebaseerd op de principes van inclusie, differentiatie, en samenwerking. Het doel is om alle leerlingen, ongeacht hun noden, een passende onderwijsomgeving te bieden door middel van preventieve en remediërende maatregelen en samenwerking tussen verschillende actoren.Q7: Hoe zou je het subsidiariteitsprincipe in eigen woorden uitleggen?A7: Het subsidiariteitsprincipe betekent dat problemen zo dicht mogelijk bij de bron worden aangepakt. In het onderwijs houdt dit in dat hulp eerst binnen de klas of school wordt gezocht, voordat er externe hulp ingeschakeld wordt.Q8: Wat is UDL en hoe past het binnen het zorgcontinuüm?A8: UDL (Universal Design for Learning) is een krachtig instrument om de brede basiszorg op school en in de klas te versterken door van meet af aan rekening te houden met de noden van alle mogelijke gebruikers.Q9: Geef een omschrijving van UDL.A9: UDL is een concept uit de architectuur dat betekent dat gebouwen zo worden ontworpen dat ze toegankelijk zijn voor iedereen. In het onderwijs betekent dit dat lessen zo worden ontworpen dat ze toegankelijk zijn voor alle leerlingen, waardoor er minder specifieke aanpassingen nodig zijn.Q10: Hoe kan UDL in de onderwijspraktijk worden toegepast? Geef een concreet voorbeeld.A10: UDL kan in de onderwijspraktijk worden toegepast door bijvoorbeeld het gebruik van verschillende instructiemethoden zoals visuele, auditieve en kinesthetische middelen om alle leerlingen te betrekken. Een concreet voorbeeld is het gebruik van videos, hand-outs en interactieve activiteiten in een les.Q11: Noem de drie richtlijnen van UDL.A11: De drie richtlijnen van UDL zijn: meerdere manieren van betrokkenheid, meerdere manieren van weergave, en meerdere manieren van actie en expressie.Q12: Noem een voorbeeld van een actie in het kader van brede basiszorg.A12: Een voorbeeld van een actie in het kader van brede basiszorg is differentiatie in instructie en opdrachten, zoals het aanbieden van verschillende niveaus van moeilijkheidsgraad in opdrachten.Q13: Wat houdt maatwerk in de aanpak van onderwijsbehoeften in?A13: Maatwerk houdt in dat onderwijs en begeleiding afgestemd worden op de individuele behoeften, interesses en mogelijkheden van elke leerling. Dit kan variëren van aanpassingen in de lesinhoud en instructiemethoden tot specifieke ondersteuning door zorgverleners.Q14: Wat is de taak van de leerkracht binnen het zorgcontinuüm?A14: De leerkracht speelt een centrale rol in het herkennen van de onderwijsbehoeften van leerlingen, het bieden van eerste lijnszorg, het toepassen van differentiatie en het samenwerken met andere actoren zoals zorgcoördinatoren en CLB-medewerkers.Q15: Omschrijf handelingsgericht werken (HGW).A15: Handelingsgericht werken (HGW) is een methode die gericht is op effectief onderwijs en effectieve leerlingenbegeleiding. Het helpt onderwijsprofessionals om beter om te gaan met de overeenkomsten en verschillen tussen leerlingen en streeft naar schoolsucces voor alle leerlingen en een aangenaam werkklimaat.Q16: Wat is de achterliggende visie van HGW?A16: De visie achter HGW is dat onderwijs en begeleiding optimaal afgestemd moeten worden op de behoeften van leerlingen. Beperkingen worden gezien als problemen van de omgeving, niet van de leerling zelf. HGW richt zich op het versterken van de interactie tussen leerlingen en hun omgeving, met de leerkracht in een centrale rol.Q17: Noem de zeven uitgangspunten van HGW.A17: De zeven uitgangspunten van HGW zijn: onderwijsbehoeften staan centraal, afstemming en wisselwerking, de leerkracht doet ertoe, positieve aspecten zijn van groot belang, constructieve samenwerking, doelgericht handelen, en systematisch en transparant werken.Q18: Hoe zijn de zeven uitgangspunten van HGW met elkaar verbonden?A18: De zeven uitgangspunten van HGW zijn onderling verbonden en versterken elkaar. Onderwijsbehoeften staan centraal, wat de basis vormt voor effectieve afstemming en wisselwerking. De leerkracht speelt een cruciale rol, positieve aspecten bevorderen motivatie en zelfvertrouwen, samenwerking en doelgericht handelen zorgen voor duidelijkheid, en een systematische werkwijze biedt structuur.Q19: Geef een voorbeeld van het uitgangspunt onderwijsbehoeften centraal binnen HGW.A19: Een voorbeeld is een leerling die moeite heeft met lezen en daarom extra leesondersteuning en aangepast lesmateriaal krijgt.Q20: Wat is het doel van constructieve samenwerking binnen HGW?A20: Het doel van constructieve samenwerking binnen HGW is om ouders en leerlingen als belangrijke partners in het onderwijsproces te betrekken, zodat hun input en samenwerking essentieel zijn voor het bereiken van de onderwijsdoelen.Q21: Hoe kan systematisch werken binnen HGW worden toegepast?A21: Systematisch werken binnen HGW kan worden toegepast door het gebruik van leerlingvolgsystemen om de voortgang van leerlingen te monitoren en tijdig bij te sturen.Q22: Wat is de M-cirkel en hoe sluit deze aan bij het zorgcontinuüm?A22: De M-cirkel is een hulpmiddel dat aansluit bij de fasen van het zorgcontinuüm en helpt leerkrachten bij het bepalen van redelijke aanpassingen voor leerlingen en het oplossingsgericht aanpakken van zorgvragen.Q23: Wat is de link tussen REDICODIS en handelingsgericht werken?A23: REDICODIS en HGW hebben beide als doel om onderwijs aan te passen aan de specifieke behoeften van leerlingen. Bijvoorbeeld, voor een leerling met dyslexie kan een REDICODIS-maatregel zijn dat hij/zij gebruik mag maken van een voorleesprogramma tijdens toetsen, wat aansluit bij HGWs uitgangspunt om onderwijsbehoeften centraal te stellen.Q24: Wat is de functie van de leerkracht bij leerlingenbegeleiding in situaties op school?A24: De leerkracht speelt een centrale rol in de begeleiding van leerlingen door hun lesmethoden aan te passen, dagelijkse ondersteuning te bieden en samen te werken met zorgcoördinatoren en CLB-medewerkers.Q25: Wat is het verschil tussen een toelatings-, begeleidende en delibererende klassenraad?A25: Een toelatingsklassenraad beoordeelt of een leerling voldoet aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot een bepaalde studierichting of school. Een begeleidende klassenraad volgt de voortgang van leerlingen gedurende het schooljaar en biedt begeleiding waar nodig. Een delibererende klassenraad beslist aan het einde van het schooljaar over het al dan niet bevorderen van leerlingen naar het volgende leerjaar of studierichting.Q26: Waarom is een sterk leerlingendossier belangrijk?A26: Een sterk leerlingendossier is cruciaal omdat het een volledig beeld geeft van de ontwikkeling, behoeften en begeleiding van de leerling. Het zorgt voor continuïteit in de begeleiding, ook bij wisseling van leerkrachten of school, en helpt bij het snel identificeren van behoeften en het plannen van passende maatregelen.Q27: Wat zijn de bevoegdheden van de delibererende klassenraad?A27: De delibererende klassenraad heeft de bevoegdheid om beslissingen te nemen over het al dan niet bevorderen van leerlingen, wat een grote impact heeft op hun onderwijsloopbaan. Deze beslissingen moeten gebaseerd zijn op objectieve criteria en een volledig beeld van de leerling.Q28: Wat is de rol van klassenraden in leerlingenbegeleiding?A28: Klassenraden spelen een belangrijke rol in de leerlingenbegeleiding door regelmatig de voortgang van leerlingen te bespreken en te beslissen over benodigde interventies en begeleiding. Ze zorgen voor een multidisciplinaire benadering waarbij verschillende perspectieven en deskundigheden samenkomen om een zo volledig mogelijk beeld van de leerling te krijgen en passende ondersteuning te bieden.Q29: Wat houdt de prospectieve en toekomstgerichte visie van klassenraden in?A29: Klassenraden hebben een prospectieve en toekomstgerichte visie door niet alleen te focussen op de huidige prestaties van de leerling, maar ook op hun toekomstige mogelijkheden en behoeften. Dit houdt in dat ze maatregelen nemen die gericht zijn op de lange termijn ontwikkeling van de leerling, zoals het adviseren van studiekeuzes die passen bij de talenten en interesses van de leerling.Q30: Wat is het belang en de functie van herexamens, waarschuwingen en vakantiewerk?A30: Herexamens geven leerlingen een tweede kans om te slagen voor vakken waarin ze eerder zijn gezakt. Waarschuwingen worden gegeven wanneer een leerling niet voldoet aan bepaalde criteria, met als doel hen te motiveren om zich te verbeteren. Vakantiewerk zorgt ervoor dat leerlingen tijdens de vakantieperiode hun kennis kunnen bijspijkeren en voorbereid het nieuwe schooljaar starten.Q31: Beschrijf de beroepsprocedure bij niet akkoord gaan met de beslissing van de delibererende klassenraad.A31: Wanneer een leerling of ouder het niet eens is met de beslissing van de delibererende klassenraad, kunnen zij beroep aantekenen. Dit proces begint met het indienen van een schriftelijk bezwaar bij de school, waarna een beroepscommissie de zaak opnieuw beoordeelt. De commissie bestaat uit leden die niet betrokken waren bij de oorspronkelijke beslissing. Uiteindelijk wordt een definitieve beslissing genomen, die bindend is.Q32: Wat zijn de gevolgen van een A-, B- en C-attest?A32: Een A-attest betekent dat de leerling geslaagd is en zonder beperkingen mag overgaan naar het volgende leerjaar. Een B-attest betekent dat de leerling geslaagd is, maar met beperkingen voor bepaalde studierichtingen. Een C-attest betekent dat de leerling niet geslaagd is en het jaar moet overdoen.Q33: Wat houdt professioneel deelnemen aan een klassenraad in en hoe is dit verbonden met de deontologie van de leraar?A33: Professioneel deelnemen aan een klassenraad houdt in dat leraren objectief, zorgvuldig en met respect voor de leerling en hun situatie handelen. Dit is nauw verbonden met de deontologie van de leraar, die vraagt om integriteit, rechtvaardigheid en een zorgplicht naar elke leerling. Het betekent dat leraren beslissingen nemen op basis van eerlijke en complete informatie, en het belang van de leerling vooropstellen.Q34: Wat zijn specifieke onderwijsbehoeften?A34: Specifieke onderwijsbehoeften verwijzen naar de unieke behoeften die een leerling heeft om optimaal te kunnen leren. Deze behoeften kunnen voortkomen uit leermoeilijkheden, leerstoornissen of leerproblemen en vereisen aanpassingen in de leeromgeving om de leerling te ondersteunen bij het bereiken van zijn of haar potentieel.Q35: Wat is het verschil tussen stoornisdenken en deficitdenken?A35: Stoornisdenken richt zich op de diagnostische labels of stoornissen van een leerling, zoals dyslexie of ADHD, en gaat om het begrijpen van de specifieke kenmerken en beperkingen van de stoornis. Deficitdenken focust op wat een leerling niet kan, zonder rekening te houden met de context of mogelijke ondersteuning, en benadrukt de tekorten en zwaktes van de leerling in plaats van de mogelijkheden en kansen.Q36: Wat zijn neurobiologische ontwikkelingsstoornissen?A36: Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen zijn aangeboren stoornissen die het functioneren en de ontwikkeling van een kind beïnvloeden. Voorbeelden zijn ADHD, ASS (autismespectrumstoornis) en dyslexie. Deze stoornissen beïnvloeden verschillende domeinen zoals motoriek, emotie en sociale interactie.Q37: Wat is het verschil tussen een leerstoornis, leerprobleem en leermoeilijkheid?A37: Een leerstoornis is een blijvende en aangeboren stoornis zoals dyslexie of dyscalculie die invloed heeft op specifieke academische vaardigheden. Een leerprobleem is een overkoepelende term voor zowel leermoeilijkheden als leerstoornissen en wijst op moeilijkheden bij het leren, ongeacht de oorzaak. Een leermoeilijkheid zijn tijdelijke problemen in het leerproces, vaak veroorzaakt door externe factoren zoals de omgeving of tijdelijke omstandigheden.Q38: Wat zijn de gevolgen van leerstoornissen?A38: Leerstoornissen kunnen leiden tot vertraging in het leerproces, lage zelfwaardering, verhoogde stress en problemen in sociale interactie. Ze kunnen ook invloed hebben op de schoolprestaties en het algemene welzijn van de leerling.Q39: Wat zijn de kenmerken van dyslexie?A39: Dyslexie wordt gekenmerkt door moeilijkheden met lezen en spellen, zoals een traag leestempo, moeite met klank-tekenkoppeling en spellingsproblemen.Q40: Wat zijn de kenmerken van dyscalculie?A40: Dyscalculie wordt gekenmerkt door moeilijkheden met rekenen, zoals problemen met basisbewerkingen, moeite met getalbegrip en automatisering van rekenfeiten.Q41: Wat zijn de kenmerken van ASS (autismespectrumstoornis)?A41: ASS wordt gekenmerkt door problemen met sociale interactie, communicatie en repetitief gedrag, zoals beperkte interesses en behoefte aan routine.Q42: Wat zijn de kenmerken van ADHD?A42: ADHD wordt gekenmerkt door problemen met aandacht, hyperactiviteit en impulsiviteit, zoals moeite met concentratie, rusteloosheid en impulsief gedrag.Q43: Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van dyslexie?A43: De criteria voor dyslexie omvatten aanhoudende problemen met lezen en spellen ondanks adequate instructie.Q44: Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van dyscalculie?A44: De criteria voor dyscalculie omvatten hardnekkige rekenproblemen die niet overeenkomen met het algemene intellectuele vermogen.Q45: Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van ASS?A45: De criteria voor ASS omvatten aanhoudende tekorten in sociale communicatie en interactie, en beperkte, repetitieve gedragingen.Q46: Wat zijn de criteria om te kunnen spreken van ADHD?A46: De criteria voor ADHD omvatten de aanwezigheid van symptomen van onoplettendheid en/of hyperactiviteit-impulsiviteit die het functioneren beïnvloeden.Q47: Wat zijn sterke en zwakke punten van leer- en ontwikkelingsstoornissen?A47: Sterke punten kunnen creativiteit, probleemoplossend vermogen en doorzettingsvermogen zijn. Zwakke punten kunnen concentratieproblemen, moeite met planning en sociaal-emotionele uitdagingen zijn.Q48: Noem enkele do’s en don’ts bij leer- en ontwikkelingsstoornissen.A48: Do’s zijn het geven van duidelijke instructies, het bieden van structuur en het gebruik van visuele ondersteuning. Don’ts zijn het vermijden van overvraging, het vermijden van straf bij onvermogen en het vermijden van negatieve feedback.Q49: Wat zijn beschermende en risicofactoren bij leerstoornissen?A49: Beschermende factoren zijn sterke ouderbetrokkenheid, positieve schoolomgeving en effectieve leerkracht. Risicofactoren zijn negatieve feedback, gebrek aan ondersteuning en lage zelfwaardering.Q50: Wat is comorbiditeit?A50: Comorbiditeit verwijst naar het voorkomen van twee of meer stoornissen of aandoeningen bij eenzelfde persoon, bijvoorbeeld ADHD en dyslexie.Q51: Geef een voorbeeld van comorbiditeit.A51: Een leerling met zowel ADHD als dyslexie heeft moeite met concentratie én lezen.Q52: Wat zijn redelijke aanpassingen bij leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften?A52: Redelijke aanpassingen zijn maatwerkoplossingen zoals extra tijd bij toetsen, gebruik van hulpmiddelen of aangepaste instructies die nodig zijn om leerlingen met specifieke behoeften te ondersteunen.Q53: Wat is de DSM-5?A53: De DSM-5 is een handboek voor de classificatie van psychische stoornissen, gebruikt door professionals in de geestelijke gezondheidszorg om diagnoses te stellen.Q54: Waarom is aandacht voor psychische gezondheid in een onderwijscontext belangrijk?A54: Psychische gezondheid is cruciaal voor het leervermogen en welzijn van leerlingen. Het helpt bij het voorkomen van uitval en bevordert een positieve schoolervaring.Q55: Wat zijn de twee kernsymptomen van depressie volgens DSM-5?A55: De twee kernsymptomen van depressie zijn aanhoudende somberheid en verlies van interesse in activiteiten.Q56: Wat zijn depressieve symptomen typisch voor de adolescentie?A56: Depressieve symptomen typisch voor de adolescentie zijn prikkelbaarheid, sociale terugtrekking en verminderde schoolprestaties.Q57: Wat is een angststoornis?A57: Een angststoornis is een psychische aandoening gekenmerkt door buitensporige angst en zorgen, die het dagelijks functioneren beïnvloeden.Q58: Geef enkele zichtbare en onzichtbare kenmerken van een angststoornis.A58: Zichtbare kenmerken zijn trillen, zweten en vermijden van situaties. Onzichtbare kenmerken zijn overmatige zorgen, piekeren en negatieve gedachten.Q59: Hoe kan in een evaluatiebeleid rekening gehouden worden met (faal)ang
Bespaart héél veel opzoekwerk en stress ook zeer overzichtelijk en gebruiksvriendelijk.
Het is heel fijn om via Knoowy extra ondersteuning te hebben bij het studeren door middel van samenvattingen van de lesstof.
Snel en prima. Tutoren reageren binnen een dag . Qua prijs valt heel goed mee.
Gebruiksvriendelijk en eenvoudig in gebruik. Een goed alternatief voor wie het even niet ziet zitten.
Ik heb Knoowy voor het eerste keer gebruikt. Het heeft me geholpen en ik raad het aan om eens uit te proberen.
Een goede site voor samenvattingen en leren. Ik kan iedereen aanraden om deze site te gebruiken.
Tijdens mijn studie aan de Arteveldehogeschool en KU Leuven heb ik opdrachten gemaakt die ik nu via Knoowy deel met andere studenten.
Interessante website, is heel gebruiksvriendelijk en er is veel aanbod.