Gebruik de 55 oefenvragen om jezelf voor te bereiden en te testen of je de leerstof kent.
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagen1. De huidige generatie scanners zijn
A: 3e generatie scanners; conebeam
B: 4e generatie scanners; fanbeam met vaste detectorring
C: 3e generatie scanners; fanbeam
De monitor geeft:
A: 212 HU’s weer
B: 28 HU’s weer
C: 2216 HU’s weer
Voor uiterste beeldkwaliteit scan je:
A: axiaal/helicaal; het maakt niet uit
B: helicaal
C: axiaal
MU is:
A: de mate van verzwakking
B: een maat voor de absorptie in elke voxel
C: de transmissie
Interpolatie van 360 graden naar 180 graden:
A: kwaliteit wordt 2x zo slecht
B: kwaliteit wordt √2 slechter
C: kwaliteit veranderd niet
Bij vergroten van de pitch, gebeurt het volgende:
A: krijg je een kortere scantijd maar meer dosis
B: krijg je minder dosis maar een hogere intensiteit
C: krijg je een lagere intensiteit en lagere dosis
Bij vergroten van de pitch:
A: krijg je afname van overbeaming
B: krijg je toename van overranging
C: krijg je toename van overbeaming
“het accentueert sterke overgangen, maar dus ook de ruis”. Deze uitspraak zegt iets over welke reconstructie techniek?
A: FBP
B: IR
C: FFT
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagen
Leer je de oefenvragen liever vanaf papier? Download dan de 55 oefenvragen als PDF.
In winkelwagen
Verdien geld met het maken van oefenvragen en leer direct voor je aankomende toets.
Oefenvragen maken
Oefenvragen speciaal gemaakt voor fysica CT. De oefenvragen sluiten goed aan bij mijn Samenvatting Fysica CT.
55 oefenvragen
Nederlands
06-09-2020
HBO / Hanzehogeschool Groningen / Medisch Beeldvormende en Radiotherapeutische Technieken / Fysica CT
1. De huidige generatie scanners zijn
A: 3e generatie scanners; conebeam
B: 4e generatie scanners; fanbeam met vaste detectorring
C: 3e generatie scanners; fanbeam
De monitor geeft:
A: 212 HU’s weer
B: 28 HU’s weer
C: 2216 HU’s weer
Voor uiterste beeldkwaliteit scan je:
A: axiaal/helicaal; het maakt niet uit
B: helicaal
C: axiaal
MU is:
A: de mate van verzwakking
B: een maat voor de absorptie in elke voxel
C: de transmissie
Interpolatie van 360 graden naar 180 graden:
A: kwaliteit wordt 2x zo slecht
B: kwaliteit wordt √2 slechter
C: kwaliteit veranderd niet
Bij vergroten van de pitch, gebeurt het volgende:
A: krijg je een kortere scantijd maar meer dosis
B: krijg je minder dosis maar een hogere intensiteit
C: krijg je een lagere intensiteit en lagere dosis
Bij vergroten van de pitch:
A: krijg je afname van overbeaming
B: krijg je toename van overranging
C: krijg je toename van overbeaming
“het accentueert sterke overgangen, maar dus ook de ruis”. Deze uitspraak zegt iets over welke reconstructie techniek?
A: FBP
B: IR
C: FFT
Een kernel zegt iets over:
A: het contrast in de verzwakkingsprofielen
B: manipulatie van de ruwe data
C: de variatie van HU’s binnen één voxel
Als je kijkt naar de longen gebruikt je de volgende setting:
A: 2000/250
B: 1000/250
C: 1400/-400
Contrast resolutie kan beïnvloed worden door:
A: Pitch, kernel, coupedikte
B: buisspanning, rotatietijd, mAs
C: mAs, pitch, rotatietijd
Bredere coupes zorgen voor:
A: meer contrast resolutie, meer dosis
B: betere spatiële resolutie, betere SNR
C: betere SNR, verhoging contrast resolutie
Bij verhoging pitch:
A: wordt je scantijd korter
B: krijg je een steilere SSP
C: wordt je scantijd langer
Bij verlaging van het KV
A: zullen organische stoffen veel verschil geven
B: zullen anorganische stoffen flink in HU toenemen
C: zullen anorganische stoffen flink in HU afnemen
SFOV zit in de
A: XY richting
B: Z richting
C: beide antwoorden
Collimatie zit in de:
A: XY richting
B: Z richting
C: beide antwoorden
Coupedikte zit in de:
A: XY richting
B: Z richting
C: beide antwoorden
Aantal samples zit in de:
A: XY richting
B: Z richting
C: beide antwoorden
Totale onscherpte zit in de:
A: XY richting
B: Z richting
C: beide antwoorden
FFS verbetert de:
A: XY resolutie
B: Z resolutie
C: beide resoluties
QDO verbetert de:
A: XY resolutie
B: Z resolutie
C: beide resoluties
Bij vergroting coupedikte:
A: verslechtert de spatiële resolutie in de Z richting
B: verslechtert de contrast resolutie
C: verslechtert de spatiële resolutie in XY en Z richting
Segmentele acquisitie heeft als voordeel:
A: dat het ongevoelig is voor variaties in hartslag
B: dat de effectieve rotatietijd sterk verkort
C: dat er geen IV contrast nodig is
Voor beeldkwaliteit heb je het volgende effect nodig:
A: paarvorming
B: compton
C: foto-elektrisch
Je kunt de dosis tussen modaliteiten en afdelingen vergelijken door gebruik te maken van
A: geabsorbeerde dosis (D)
B: effectieve dosis (E)
C: equivalente dosis (H)
Bij CT onderzoek ben je vooral geïntereseerd in:
A: HCD (High Contrast Detectability)
B: gebieden met veel intrinsiek contrast
C: LCD (Low Contrast Detectability)
Voor het uitdrukken van risico’s gebruik je
A: effectieve dosis
B: equivalente dosis
C: geabsorbeerde dosis
Bowtiefilters zijn meestal gemaakt van:
A: Xenon
B: Teflon
C: GOS
Een valkuil bij het gebruik van het filter is:
A: het inhomogeen maken van je bundel
B: minder dosis in het isocentrum hebben
C: het niet goed positioneren van je patiënt
Een grote bundel zorgt voor:
A: grotere overbeaming
B: grotere overranging
C: Beide antwoorden
Welk artefact is niet fysica gebaseerd?
A: callibratie
B: Partial Volume artefact
C: Conebeam artefact
Cupping treedt op bij:
A: beamhardening
B: streak artefact
C: Conebeam artefact
‘Photon starvation’ is een term dat voorkomt bij:
A: streak artefact
B: Windmill/splay artefact
C: Partial Volume artefact
Welk artefact komt NIET in de Z-richting voor?
A: conebeam artefact
B: callibratie
C: Partial Volume
Bij stairstep artefact:
A: zijn coupedikte en pitch te groot
B: verhouding coupedikte en increment te groot
C: verhouding increment en pitch te groot
CTA nieren:
A: arteriën lopen in XY vlak; diameter in Z vlak
B: arteriën lopen in Z vlak; diameter in XY vlak
C: arteriën lopen in XY vlak; diameter ook
Arteriële fase wordt gebruikt voor:
A: kleine metastasen
B: FNH
C: beide antwoorden
Een blanco scan is nuttig voor het zien van:
A: verkalkingen en abcessen
B: Verkalkingen, cysten en vervette lever
C: cysten, abcessen en verkalkingen
CBCT in vergelijking met MSCT:
A: Heeft een betere contrast resolutie
B: heeft een betere spatiële resolutie
C: heeft een betere contrast- en spatiële resolutie
Wat is GEEN voordeel van dual energy:
A: je kunt subtraheren
B: de dosis kan met deze techniek omlaag
C: je hebt nooit last van het compton effect
Bij dual energy; bij welke techniek gaan de bundels NIET door het zelfde filter:
A: 1 buis dual layer detector boog
B: 2 buizen 2 detectoren
C: 1 buis KV switching
Blanco scan:
A: is overbodig bij gebruik TNC
B: is overbodig bij gebruik VNC
C: is altijd nodig
Conversion efficiency zegt iets over:
A: hoe goed detectoren de straling absorberen
B: het detectie materiaal t.o.v. het afscheidingseptum
C: de optimale conversie röntgen naar licht fotonen
Een goede detector beschikt over:
A: een snelle dode tijd en een snelle uitdoving
B: een lange responstijd
C: lange dode tijd, snelle uitdoving
Welke uitspraak over DAS klopt niet?
A: wordt bepaald door het aantal detectorijen achter elkaar
B: 2 of meer elementen worden soms samengevoegd op één DAS kanaal
C: zorgt voor analoog naar digitale conversie
Waardoor wordt de spatiële resolutie slechter?
A: gebruik dunnere coupes
B: kleinere fanangle
C: gebruik MSCT t.o.v. CBCT
Wat is de HU van water?
A: -1000
B: 0
C: 1000
Wat is de HU van vet?
A: -100
B: 100
C: 50
Het grootste voordeel van spiraal scannen
A: tijdwinst; meer fase scannen
B: minder artefacten
C: betere contrast- en spatiële resolutie
Welke detector wordt het meest gebruikt:
A: Gas, Xenon
B: Solid state, GOS
C: worden beide evenveel gebruikt
Nadeel van een kleiner focus:
A: slechter intrinsieke scherpte
B: mindere belastbaarheid
C: slechtere contrast- en spatiële resolutie
Een stof heeft een HU van 50, is de grijssetting het zelfde bij een WW/WL van 80/50 als bij
400/50?
A: Ja, WL is bij beide 50
B: Nee, WW is breder bij 400/50
C: ligt aan de kernel
De WW schaal is:
A: exponentieel
B: lineair
C: kwadratisch
μ voor water is 0,212. μ voor stof X is 0,213. Wat is de HU van stof X?
A: 4,7 HU
B: -4,7 HU
C: 2004 HU
Vergroting van de pitch levert verslechtering van de Z –resolutie. Wat kun je wel met een grote pitch scannen?
A: nierarteriën
B: Aorta Abdominalis
C: geen van beide
Super handig, echt een goeie site. Ik ga dit in de toekomst vaker gebruiken!
Het uploaden en verkopen van mijn documenten verloopt altijd super vlot, alles word eigenlijk al door Knoowy geregeld! Leuk dat medestudenten ook iets aan mijn documenten hebben!
Betrouwbare website. Ik zet er zelf ook samenvattingen op en ik koop er ook.
Prima database om studiemateriaal uit te halen, goed toegankelijk, eenvoudig zoeken.
Grote hulp voor het nakijken van taken! Zeker wanneer je in tijdsnood zit of niet zeker bent van je stuk.
Via Knoowy kan ik makkelijk in contact komen met studenten die hulp nodig hebben. Met bijles kan ik hen te hulp schieten.
Samenvattingen zijn eenvoudig te bestellen en te downloaden via de website. Aan te raden.
Prima website waar veel kennis te vinden is. De website heb ik gevonden door te zoeken naar samenvattingen.