Gebruik de 56 oefenvragen om jezelf voor te bereiden en te testen of je de leerstof kent.
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagenWelke stellingen zijn juist volgens de Roos van Leary?
I. Menselijk gedrag verloopt via twee assen; de horizontale as (samen-gedrag versus tegen-gedrag) en de verticale as (boven-gedrag versus onder-gedrag).
II. Mensen reageren voorspelbaar op elkaar, namelijk symmetrisch (samen-gedrag roept samen-gedrag op en tegen-gedrag roept tegen-gedrag op) en complementair (boven-gedrag roept onder-gedrag op en vice versa).
III. Mensen zijn qua gedrag te beïnvloeden door gedrag van de ander te analyseren, te plaatsen en door bewust op een flexibele manier eigen gedrag aan te passen.
A. Alle stellingen zijn juist
B. Alle stellingen zijn juist, behalve stelling II
C. Alle stellingen zijn juist, behalve stelling V
D. Geen van de stellingen zijn juist
Bram is geneigd om te verwerpen, straffen en sarcastisch te reageren. Karel is geneigd om te domineren, bevelen en zelfvoldaan te reageren. Welke uitspraak is juist?
A. Bram vertoont boven-tegen gedrag, Karel tegen-boven gedrag
B. Bram vertoont tegen-boven gedrag, Karel boven-tegen
C. Bram en Karel vertonen beiden boven-tegen gedrag
D. Bram en Karel vertonen beiden tegen-boven gedrag
Sofie is te behulpzaam en geneigd zichzelf weg te cijferen. Stijn schopt juist overal tegenaan en stelt zich vijandig op. Welke uitspraak is juist?
A. Sofie en Stijn vertonen disfunctioneel gedrag
B. Sofie vertoont excessief onder-gedrag en Stijn vertoont excessief boven-gedrag
C. Zowel A als B zijn juist
D. Enkel het gedrag van Stijn is disfunctioneel te noemen omdat het tevens ‘tegen’ - gedrag is.
Jaap is erg angstig en heeft extreem snel een schuldgevoel. Volgens de Roos van Leary ontlokt dit een .... reactie bij de ander
A. Excessief Boven-Samen
B. Boven-Samen
C. Onder-Tegen
D. Excessief onder-Tegen
Welke stellingen zijn juist volgens de Roos van Leary?
I. De Roos van Leary is een model om iemands karakter vast te stellen aan de hand van gedragingen en gedragspatronen.
II. Ieder mens heeft elk van de gedragingen uit de Roos van Leary in zich; aan deze gedragingen moet geen waardeoordeel worden gekoppeld (als goed of fout gedrag).
A. Beide stellingen zijn juist
B. Beide stellingen zijn onjuist
C. Stelling I is juist, stelling II onjuist
D. Stelling I is onjuist, stelling II juist
Ellen is geneigd vriendschap op te zoeken en voelt snel medelijden met een ander. Ze is erg empatisch ingesteld. Haar vriendin Rachel voelt zich altijd verantwoordelijk en vindt wederzijds respect belangrijk. Welke uitspraak is juist?
A. Ellen vertoont samen-boven gedrag, Rachel boven-samen gedrag
B. Ellen vertoont boven-samen gedrag, Rachel samen-boven
C. Ellen en Rachel vertonen beiden boven-samen gedrag
D. Ellen en Rachel vertonen beiden samen-boven gedrag
Teamleider Koen voelt zich verantwoordelijk voor de teamopdracht, maar wil ook de goede sfeer bewaken. Koen is een handige leider: het effect van zijn gedrag is dat de anderen vertrouwen in hem hebben en hem respecteren en waarderen als leider. Welke gedrag zou passen bij Koen?
A. Boven-samen
B. Samen-Boven
C. Samen-onder
D. Onder-Samen
Tijdens een samenwerkingsproject met Bert voelde Charlotte zich vaak aangevallen. Ze is verbitterd geraakt over hun contact en klaagt over hem bij collega’s, maar gaat de confrontatie uit de weg. Tegen-onder gedrag dus! Welk gedrag zou Bert als eerste stap tactisch in kunnen zetten om de vrede te herstellen?
A. Bert zou er voor kunnen zorgen dat Charlotte ‘opschuift’ richting onder-tegen door meer boven-samen gedrag te vertonen in plaats van samen-boven.
B. Bert zou er voor kunnen zorgen dat Charlotte ‘opschuift’ richting tegen-boven door meer samen-onder gedrag te vertonen in plaats van samen-boven.
C. Zowel A als B zijn juist
D. Bert zou, net als Charlotte, ook tegen-onder gedrag moeten gaan vertonen
Koop de oefenvragen en wees voorbereid voor je volgende toets.
In winkelwagen
Leer je de oefenvragen liever vanaf papier? Download dan de 56 oefenvragen als PDF.
In winkelwagen
Verdien geld met het maken van oefenvragen en leer direct voor je aankomende toets.
Oefenvragen maken
Tentamen Creatieve Therapie in de hulpverlening - module Spel en Beweging. 31 multiple choice vragen: oa kennisvragen, toepassingsvragen en inzichtvragen.
Gebaseerd op het boek Muzisch-agogische methodiek in het sociaal werk en de bijbehorende reader van de opleiding bij Scheidegger.
Muzisch-agogische methodiek
Muzisch interveniëren in het sociaal werk
6e druk | 2015 | Dineke Behrend, Marlies Jellema
56 oefenvragen
4x verkocht
Nederlands
06-01-2024
HBO / Scheidegger / Psychologie / Creatieve Therapie in de Hulpverlening - module Spel en Beweging
Welke stellingen zijn juist volgens de Roos van Leary?
I. Menselijk gedrag verloopt via twee assen; de horizontale as (samen-gedrag versus tegen-gedrag) en de verticale as (boven-gedrag versus onder-gedrag).
II. Mensen reageren voorspelbaar op elkaar, namelijk symmetrisch (samen-gedrag roept samen-gedrag op en tegen-gedrag roept tegen-gedrag op) en complementair (boven-gedrag roept onder-gedrag op en vice versa).
III. Mensen zijn qua gedrag te beïnvloeden door gedrag van de ander te analyseren, te plaatsen en door bewust op een flexibele manier eigen gedrag aan te passen.
A. Alle stellingen zijn juist
B. Alle stellingen zijn juist, behalve stelling II
C. Alle stellingen zijn juist, behalve stelling V
D. Geen van de stellingen zijn juist
Bram is geneigd om te verwerpen, straffen en sarcastisch te reageren. Karel is geneigd om te domineren, bevelen en zelfvoldaan te reageren. Welke uitspraak is juist?
A. Bram vertoont boven-tegen gedrag, Karel tegen-boven gedrag
B. Bram vertoont tegen-boven gedrag, Karel boven-tegen
C. Bram en Karel vertonen beiden boven-tegen gedrag
D. Bram en Karel vertonen beiden tegen-boven gedrag
Sofie is te behulpzaam en geneigd zichzelf weg te cijferen. Stijn schopt juist overal tegenaan en stelt zich vijandig op. Welke uitspraak is juist?
A. Sofie en Stijn vertonen disfunctioneel gedrag
B. Sofie vertoont excessief onder-gedrag en Stijn vertoont excessief boven-gedrag
C. Zowel A als B zijn juist
D. Enkel het gedrag van Stijn is disfunctioneel te noemen omdat het tevens ‘tegen’ - gedrag is.
Jaap is erg angstig en heeft extreem snel een schuldgevoel. Volgens de Roos van Leary ontlokt dit een .... reactie bij de ander
A. Excessief Boven-Samen
B. Boven-Samen
C. Onder-Tegen
D. Excessief onder-Tegen
Welke stellingen zijn juist volgens de Roos van Leary?
I. De Roos van Leary is een model om iemands karakter vast te stellen aan de hand van gedragingen en gedragspatronen.
II. Ieder mens heeft elk van de gedragingen uit de Roos van Leary in zich; aan deze gedragingen moet geen waardeoordeel worden gekoppeld (als goed of fout gedrag).
A. Beide stellingen zijn juist
B. Beide stellingen zijn onjuist
C. Stelling I is juist, stelling II onjuist
D. Stelling I is onjuist, stelling II juist
Ellen is geneigd vriendschap op te zoeken en voelt snel medelijden met een ander. Ze is erg empatisch ingesteld. Haar vriendin Rachel voelt zich altijd verantwoordelijk en vindt wederzijds respect belangrijk. Welke uitspraak is juist?
A. Ellen vertoont samen-boven gedrag, Rachel boven-samen gedrag
B. Ellen vertoont boven-samen gedrag, Rachel samen-boven
C. Ellen en Rachel vertonen beiden boven-samen gedrag
D. Ellen en Rachel vertonen beiden samen-boven gedrag
Teamleider Koen voelt zich verantwoordelijk voor de teamopdracht, maar wil ook de goede sfeer bewaken. Koen is een handige leider: het effect van zijn gedrag is dat de anderen vertrouwen in hem hebben en hem respecteren en waarderen als leider. Welke gedrag zou passen bij Koen?
A. Boven-samen
B. Samen-Boven
C. Samen-onder
D. Onder-Samen
Tijdens een samenwerkingsproject met Bert voelde Charlotte zich vaak aangevallen. Ze is verbitterd geraakt over hun contact en klaagt over hem bij collega’s, maar gaat de confrontatie uit de weg. Tegen-onder gedrag dus! Welk gedrag zou Bert als eerste stap tactisch in kunnen zetten om de vrede te herstellen?
A. Bert zou er voor kunnen zorgen dat Charlotte ‘opschuift’ richting onder-tegen door meer boven-samen gedrag te vertonen in plaats van samen-boven.
B. Bert zou er voor kunnen zorgen dat Charlotte ‘opschuift’ richting tegen-boven door meer samen-onder gedrag te vertonen in plaats van samen-boven.
C. Zowel A als B zijn juist
D. Bert zou, net als Charlotte, ook tegen-onder gedrag moeten gaan vertonen
Iemand die zich vriendelijk ten opzichte van de ander opstelt en daarmee de ander uitnodigt om welwillend het initiatief te nemen, vertoont…. gedrag
A. Boven-samen
B. Samen-Boven
C. Samen-onder
D. Onder-Samen
Iemand die zich onderdanig opstelt, maar wantrouwend of vijandig ten opzichte van de ander, wat als gevolg heeft dat de ander hem met rust laat of zelfs afwijst, vertoont …. gedrag
A. Boven-tegen
B. Tegen-Boven
C. Onder-Tegen
D. Tegen-Onder
Daan en Lucas zitten in een jeugdinstelling. Ze vervelen zich in de pauze, totdat een andere jongere van de afdeling voorstelt om samen een knikkerbaan te bouwen van materialen die hij in de groepsruimte heeft gevonden. Dit is een voorbeeld van een ….. activiteit
A. Muzische, niet-agogische activiteit
B. Muzisch-agogische activiteit
C. Niet-muzische, agogische activiteit
D. Niet-muzische, niet-agogische activiteit
De rechter heeft dhr. Boefje TBS met dwangverpleging opgelegd. De hulpvraag van dhr. Boefje wanneer hij bij het Pieter Baan Centrum de intakefase doorloopt is ….
A. Expliciet
B. Impliciet
C. Geen van beiden
D. Expliciet en/of Impliciet, afhankelijk van of Dhr. Boefje hier zelf om gevraagd heeft tijdens de rechtzaak
Welke stelling is juist?
I. Een muzische activiteit is altijd agogisch
II. Een agogische activiteit is altijd muzisch
A. Stelling I is juist
B. Stelling II is juist
C. Beide stellingen zijn juist
D. Beide stellingen zijn onjuist
Een muzische activiteit moet aan drie voorwaarden voldoen. Welke?
A. Het is ervaringsgericht, creatief en heeft een appèlwaarde
B. Het is ervarings- of belevingsgericht, creatief en gericht op een ontwikkelingsgebied
C. Het is belevingsgericht, creatief en heeft een appèlwaarde
D. Het is ervarings- of belevingsgericht, muzikaal en gericht op een ontwikkelingsgebied
Een therapeut helpt Laura met het herkennen en uiten van haar emoties. De therapeut nodigt haar uit om melancholische muziek te luisteren en te omschrijven wat ze in haar lichaam voelt. Laura heeft een lied meegenomen dat gespeeld werd op de begrafenis van haar oma. De appèlwaarde van deze muzisch-agogische activiteit is
A. Receptief, reproductief en expressief
B. Receptief, reflectief en expressief
C. Receptief, creatief en expressief
D. Reproductief, reflectief en Expressief
Tijdens de eerste sessie van zijn traumabehandeling bekijkt de client samen met zijn of haar therapeut een psycho-educatiefilmpje over PTSS. De therapeut ligt eventuele vragen daarover toe. Deze activiteit is
A. Muzisch, niet-agogisch
B. Muzisch-agogisch
C. Niet-muzisch, wel agogisch
D. Niet-muzisch, niet-agogisch
Tijdens een sessie cognitieve gedragstherapie wordt een cliënt uitgelegd hoe de paniekcirkel werkt. Deze activiteit is
A. Muzisch, niet-agogisch
B. Muzisch-agogisch
C. Niet-muzisch, wel agogisch
D. Niet-muzisch, niet-agogisch
Een overprikkelde leerling met autisme in het speciaal onderwijs zoekt na de pauze de prikkelarme ruimte op voordat hij teruggaat naar zijn klas.
A. Muzisch, niet-agogisch
B. Muzisch-agogisch
C. Niet-muzisch, wel agogisch
D. Niet-muzisch, niet-agogisch
Een activiteit die uitnodigt tot het geven van een reactie of waarde-oordeel, of er op gericht is dat iemand zich bewust wordt van innerlijke of interpersoonlijke processen is ….
A. Receptief
B. Reflectief
C. Creatief
D. Expressief
Tijdens een creatieve therapiesessie maken cliënten een beeld uit speksteen, dat uiting geeft aan hun gevoel. De appèlwaarde van deze muzisch-agogische activiteit is
A. Receptief, reproductief en expressief
B. Receptief, reflectief en expressief
C. Receptief, creatief en expressief
D. Reproductief, reflectief en Expressief
Welke stelling is juist?
I. De appèlwaarde van een muzisch-agogische activiteit is persoonsgebonden
II. De associatie met eerdere (negatieve) ervaringen, imago (identiteit) en de weerstanden zijn op te vatten als appèlwaarden
A. Stelling I is juist
B. Stelling II is juist
C. Beide stellingen zijn juist
D. Beide stellingen zijn onjuist
Welke stelling is juist?
I. Sensopathische appèls kun je niet los zien van de andere appèls: dimensionale en thematische appèlwaarden spelen hier in mee
II. Bij een aantal doelgroepen komen appelwaarden versterkt of vervormd binnen
A. Stelling I is juist
B. Stelling II is juist
C. Beide stellingen zijn juist
D. Beide stellingen zijn onjuist
Wat is nodig voor de meest optimale afstemming van een muzisch-agogische activiteit op de behoeften van een client?
A. De activiteit bevat de juiste appèlwaarde en valt binnen de ‘stretch’ zone van de client
B. Zolang de activiteit de juiste appèlwaarde bevat, maakt de mate van uitdaging niet uit
C. De activiteit bevat de juiste appèlwaarde en valt binnen de ‘comfort’ zone van de client
D. Zolang de juiste mate van uitdaging gevonden wordt, maakt de appèlwaarde van de activiteit niet uit
De afkorting ‘’LEECS’’ omvat de vijf verschillende ontwikkelingsgebieden van een cliënt bij agogische activiteiten. Dit staat voor
A. Linguistisch, emotioneel, existentieel, cognitief en sociaal
B. Linguistisch, emotioneel, existentieel, creatief en sociaal
C. Lichamelijk, emotioneel, existentieel, cognitief en sociaal
D. Lichamelijk, emotioneel, existentieel, creatief en sociaal
De ontwikkelingsgebieden van een client zijn gekoppeld aan zijn of haar….
A. interesses, mogelijkheden en beperkingen
B. motivatie, mogelijkheden en beperkingen
C. intelligentie, mogelijkheden en beperkingen
D. intelligentie, motivatie en mogelijkheden
Welke stelling is juist?
I. Agogisch handelen is het doelgericht, bewust, systematisch en procesmatig beinvloeden van cliënten door hulpverleners
II. Muzische activiteiten worden gericht ingezet en hangen samen met het mensbeeld van de hulpverlener
A. Stelling I is juist
B. Stelling II is juist
C. Beide stellingen zijn juist
D. Beide stellingen zijn onjuist
Wanneer een therapeut de gedachten van zijn cliënt uitdaagt door mee te gaan in zijn pessimistische verhaal en er nog een schepje bovenop te doen met de opmerking ‘’dus het is allemaal niet meer te redden, je kunt de hoop wel opgeven’’ laat deze kleine interventie zich volgens Van de Velde het beste omschrijven als
A. Imiteren en paradoxaal handelen
B. Imiteren
C. Imiteren en vergroten
D. Vergroten en paradoxaal handelen
Hoe kun je als professional het beste omgaan met weerstand van een cliënt tijdens een muzische activiteit?
A. De weerstand ontkrachten door begrip te tonen en de cliënt aan te moedigen en te motiveren
B. Structuur en veiligheid bieden
C. Overschakelen op een andere activiteit die als minder bedreigend wordt ervaren
D. De rationale van de activiteit uitleggen en er vriendelijk op wijzen dat weerstand het proces kan dwarsbomen of ondermijnen
De drie basisprincipes van positieve psychologie zijn
A. onvoorwaardelijke liefde, hoop en welbevinden
B. begrip, hoop en welbevinden
C. optimisme, hoop en welbevinden
D. openheid, hoop en welbevinden
Een heldere structuur bij een muzische activiteit schept vertrouwen en veiligheid voor de cliënt. Een standaard format van een muzische activiteit bevat vijf onderdelen:
A. inleiding, warming-up, kerngedeelte, afsluiting en evaluatie
B. warming up, inleiding, kerngedeelte, afsluiting en evaluatie
C. inleiding, warming-up, kerngedeelte, afsluiting, cooling-down
D. warming up, inleiding, kerngedeelte, afsluiting en cooling-down
Welke stellingen zijn juist volgens het meervoudige intelligentiemodel van Gardner?
I. Muzikaal-ritmisch, naturalistisch - en intrapersoonlijke intelligentie zijn voorbeelden van vormen die onderscheiden kunnen worden
II. Elke vorm van intelligentie heeft baat bij een andere insteek van muzisch-agogische activiteit
III. Een therapeut moet divergent kunnen denken om te onderzoeken welke insteek het beste aansluit bij een cliënt
A. Stelling I en II zijn juist
B. Alle stellingen zijn juist
C. Stelling II en III zijn juist
D. Stelling I en III zijn juist
Als gevraagd wordt van een social worker om een positieve bijdrage te leveren aan een teamopdracht, wordt een beroep gedaan op zijn vaardigheden om te werken op …. niveau
A. Micro
B. Meso
C. Macro
D. Geen van bovenstaande
Hoe wordt de teamontwikkelingsfase (Cleven, 2008) genoemd waarin men stilstaat bij angsten, uitdagingen, kansen en bedreigingen, met als doel om de noodzakelijke voorwaarden, steun en ontwikkelingsfactoren in te brengen?
A. Autoriteitscrisis
B. Intimiteitscrisis
C. Wederkerigheidscrisis
D. Separatiecrisis
Hoe wordt de teamontwikkelingsfase (Cleven, 2008) genoemd waarin men elkaar steunt en begrenst ten aanzien van zelfonthulling en visievertaling, met als doel de samenhang te bevorderen met behulp van de piramide van teamdoelrealisatie?
A. Autoriteitscrisis
B. Intimiteitscrisis
C. Wederkerigheidscrisis
D. Separatiecrisis
Hoe wordt de teamontwikkelingsfase (Cleven, 2008) genoemd waarin een begeleider de structuur en normen aangeeft, de inhoud van het werk uitlegt en het team helpt elkaar te leren kennen?
A. Startfase
B. Parallelfase
C. Wederkerigheidsfase
D. Eindfase
Door een reorganisatie bij Psychologenpraktijk X is de samenstelling van het team veranderd en houden zij zich bij een eerste vergadering bezig met vragen als: wat zijn onze normen en waarden? hoe zorgen we ervoor dat, met dit nieuwe team, de doelen van de praktijk voortgezet worden? staan we hier allemaal hetzelfde in? En: hoe voorkomen we dat het opnieuw verkeerd loopt?
In welke fase (Cleven, 2008) bevindt dit team zich?
A. Parallelfase
B. Opnemingsfase
C. Wederkerigheidscrisis
D. Eind-en startfase
Er is weinig kwalitatief goed onderzoek gedaan naar de effectiviteit van vaktherapie. Wat zijn de voorzichtige conclusies die getrokken worden uit het beschikbare onderzoek naar speltherapie?
I. Het is effectief in het verminderen van internaliserend en externaliserend probleemgedrag van kinderen
II. Het is even effectief als CGT en een SoVa (sociale vaardigheidstraining)
III. Speltherapie in individueel verband is effectiever dan in een groep
A. Alle bovenstaande conclusies zijn juist
B. Enkel conclusie I en II zijn juist
C. Enkel conclusie I en III zijn juist
D. Alle bovenstaande conclusies zijn onjuist
Voor welke van de onderstaande vier vormen van vaktherapie zijn de resultaten van onderzoek het meest beperkt om effectiviteit bij jongeren aan te tonen?
A. Speltherapie
B. Muziektherapie
C. Dans- en bewegingstherapie
D. Psychomotorische therapie
Welke conclusies worden ondersteund door wetenschappelijk onderzoek?
I. Vooral in de behandeling van jeugdigen met ASS zijn positieve resultaten bekend over de effectiviteit van Muziektherapie
II. Van de verschillende onderzochte varianten is behavioristische muziektherapie het meest effectief
A. Beide conclusies
C. Enkel conclusie I
C Enkel conclusie II
D. Geen van beide
Volgens Rubin et al (1983) zijn er zeven karakteristieken van een speelse intentie. Van welke intentie is er sprake als het eindresultaat niet bepalend is voor het spelgedrag en het doel naar de achtergrond wordt geschoven?
A. Autotelisch karakter
B. Spontaniteit
C. Positief gevoel
D. Intrinsieke waarde
Jip en Janneke experimenteren met de mogelijkheden van een nieuwe speeltol. Ze proberen de tol steeds sneller te laten draaien. Als dat eenmaal lukt, proberen ze de tol boven op een stoel te laten draaien. De verschijningsvorm van hun spel laat zich het beste omschrijven als
A. sensopathisch spel
B. constructiespel
C. oefenspel
D. regelspel
Wat is de chronologische volgorde van opkomst van verschijningsvormen van spel gedurende een mensenleven?
A. sensopathisch, oefenspel, receptief spel, symbolisch spel, constructiespel, regelspel
B. sensopathisch, receptief spel, oefenspel, symbolisch spel, regelspel, constructiespel
C. sensopathisch, receptief spel, oefenspel, symbolisch spel, constructiespel, regelspel
D. receptief spel, oefenspel, sensopathisch spel, symbolisch spel, constructiespel, regelspel
Met welke spelvorm houden respectievelijk peuters (ca. 2 jaar) en kleuters (ca 4 jaar) zich het meest bezig?
A. Peuters met oefenspel, kleuters met constructiespel
B. Peuters met sensopathisch spel, kleuters met oefenspel
C. Peuters met receptief spel, kleuters met regelspel
D. Zowel peuters als kleuters met oefenspel
Welke spelvorm piekt bij kinderen tussen de 4 en 7 jaar ?
A. Constructiespel
B. Symbolisch spel
C. Regelspel
D. Receptief spel
Wat is het belangrijkste verschil tussen oefenspel en regelspel?
A. Bij oefenspel worden geen regels gevolgd en bij regelspel draait het juist om de regels
B. Bij oefenspel wordt een voorspelbaar effect teweeggebracht, terwijl de uitkomst bij regelspel niet voorspeld kan worden
C. Bij oefenspel werpt het kind zelf hindernissen op om zichzelf uit te dagen, terwijl deze in een regelspel zijn voorgeprogrammeerd
D. Oefenspel wordt voornamelijk gespeeld door jonge kinderen, terwijl regelspel ook door oudere kinderen en volwassenen gedaan wordt
Het uitgangspunt van de …. is dat elk mens streeft naar het juiste midden tussen onderspanning en overspanning
A. Activatietheorie
B. Adaptatietheorie
C. Psycho-analyse
D. Assimilatietheorie
''De functie van spel is het ontvluchten van de werkelijkheid door een werkelijkheid te scheppen die bevredigend is'' - bij welke richting past deze visie?
A. Illusionisme
B. Psycho-analyse
C. Cognitieve gedragstherapie
D. Humanisme
Hoe wordt het feit dat kinderen vaak volwassenen nadoen die een gevoel van liefde of bewondering oproepen (vader, moeder, juf, meester, popster, voetballer…) verklaard vanuit de psycho-analyse?
A. Dit is een voorbeeld van wensvervulling door middel van imitatiespel
B. Dit is een veilige manier om uiting te geven aan niet-geaccepteerde impulsen in het ‘echte’ leven
C. Op deze manier projecteren kinderen gevoelens van warmte en genegenheid op volwassenen
D. Door zich in te leven in de positieve volwassene, versterken kinderen hun superego
Wat zijn volgens de Psycho-analyse de twee principes die het kind aanzetten tot spel?
A. wensvervulling (lustbevrediging) en het beheersen van traumatische ervaringen (onlustgevoelens)
B. wensvervulling (lustbevrediging) en de aangeboren behoefte aan zelfontplooiing (egovorming)
C. wensvervulling en voorbereiding op bedreigende situaties
D. het juiste antwoord staat hier niet tussen
De discrepantiehypothese heeft betrekking op de mate van aandacht die iemand voor prikkels heeft en de invloed van de factor complexiteit van de prikkel (de mate waarin de prikkel onverwacht, nieuw, conflictueus en/of complexe is). Hoe luidt de theorie?
A. Er is een positieve samenhang: de mate van aandacht neemt toe naarmate de complexiteit van de prikkel toeneemt
B. Er is een negatieve samenhang: de mate van aandacht neemt af naarmate de complexiteit van de prikkel toeneemt
C. het optimale niveau van aandacht is aanwezig bij enigzins nieuwe, onverwachte, conflictueuze en/of complexe prikkels
D. Er is geen sprake van een samenhang
Bij welke theorie speelt ‘equilibratie’ een belangrijke rol en wat wordt hier mee bedoeld?
A. Psycho-analyse: balans tussen het id, ego en superego
B. Adaptatietheorie: balans tussen bestaande denkschema’s en gebeurtenissen in de omgeving
C. Activatietheorie: balans tussen onderspanning en overspanning
D. Adaptatietheorie: balans tussen assimilatie en accommodatie
Wat is de belangrijkste functie van een sociaal-culturele vrijplaats?
A. het bieden van een omgeving waarin besef van, betrokkenheid bij en betekenisverlening vanuit een andere dan de alledaagse werkelijkheid mogelijk is
B. het bieden van een alternatief van het spontane, autotelische kinderspel voor het ouder wordende kind, de jongere en volwassene
C. het bieden van een omgeving waar uitdrukkelijk gestreefd wordt naar vrijheid van sociale en/of culturele vooroordelen
D Geen van bovenstaande
Een psycholoog merkt dat hij extra gemotiveerd is om samen te werken met een nieuwe cliënt, omdat de cliënt hem doet denken aan zijn jongste zoon, voor wie hij met liefde een betrokken en zorgzame vader is. Er is sprake van
A. Positieve overdracht
B. Positieve tegenoverdracht
C. Negatieve overdracht
D. Negatieve tegenoverdracht
Volgens de piramide van Maslow kunnen vijf behoeftes in hiërarchische volgorde worden onderscheiden. Wat is de volgorde van deze piramide, van laag naar hoog?
A. Fysiologische behoeften, Veiligheid, Affectie, Aanzien, Zelfactualisatie
B. Veiligheid, Fysiologische behoeften, Affectie, Aanzien, Zelfactualisatie
C. Fysiologische behoeften, Veiligheid, Affectie, Zelfactualisatie, Aanzien
D Veiligheid, Fysiologische behoeften, Affectie, Zelfactualisatie, Aanzien
De drie belangrijke uitgangspunten voor Rogeriaanse cliëntgerichte of non-directieve therapie zijn:
A. Empathie, onvoorwaardelijke positieve acceptatie, openheid
B. Empathie, onvoorwaardelijke positief begrip, openheid
C. Empathie, onvoorwaardelijke positieve aandacht, openheid
D. Empathie, onvoorwaardelijke positieve insteek, openheid
Bij welke psychologische benadering zijn de begrippen ''holding'' en ''containing'' belangrijk?
A.Psychodynamische benadering
B. Psycho-analytische benadering
C. Gedragstherapeutische benadering
D.Clientgerichte benadering
Het uploaden en verkopen van mijn documenten verloopt altijd super vlot, alles word eigenlijk al door Knoowy geregeld! Leuk dat medestudenten ook iets aan mijn documenten hebben!
De documenten zijn duidelijk en goed samengevat. Het is fijner leren dan vanuit het boek.
Gebruiksvriendelijke, overzichtelijke site. Makkelijk te raadplegen en goede zoekfunctie.
Knoowy is handig voor tijdens de examens en biedt hulp bij tijdsnood. Heel gemakkelijk!
Betrouwbare website. Helpt me goed bij het studeren en herhalen.
Online kun je studenten helpen en tegelijk je tijd flexibel indelen. Het past goed bij je studie.
Knoowy werkt heel goed. Ik kon de inhoud direct downloaden na betaling.
Prima samenvattingen van veel verschillende vakken die je goed kunt gebruiken.