Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Theorien over fundamentele rechten:
Instrumentalistische
Intrinsieke
Politieke
Belang van fundamentele rechten in gelaagde rechtsorde:
Onomstreden
Open karakter Nederlandse Grondwet (artikel 93 en 94)
Verbod op constitutionele toetsing in Grondwet (artikel 120)
Internationaal toezicht op naleving mensenrechtenverdragen (individueel klachtrecht EVRM)
Controversile bescherming van fundamentele rechten:
Grenzen stellen aan activiteiten wetgever en bestuur
Kritiek op rechtspraak en positie EHRM, vooral in Verenigd Koninkrijk
Rol rechter vs. democratisch gelegitimeerde wetgever en bestuur:
Klassiek onderwerp
Niet alleen relevant voor bescherming fundamentele rechten
Hoofdstuk 9 gaat dieper in op dit onderwerp.
Pg 180
LH 9
Titel: De rechter in de democratische rechtsstaat
1. Inleiding
Relatie tussen democratie, rechtsstaat en fundamentele rechten
Overlap tussen de drie principes
Noodzaak van bescherming van fundamentele rechten voor een representatieve democratie
Mogelijke botsingen tussen de drie principes, zoals de tirannie van de meerderheid en beperkingen van de speelruimte van de democratie door de rechtsstaat
Nadruk op de laatste kwestie en politieke opwinding rondom recente uitspraken van de rechter
2. Recente uitspraken van de rechter
Urgenda
Stikstofuitspraak van de ABRvS
Einde van de uitzondering van het rookverbod in rookruimtes in de horeca
Streep door SyRI
3. De rol van de rechter in de democratische rechtsstaat
Invloed van de gelaagde rechtsorde op het debat
Toetsing van nationale wetgeving en beleid aan transnationaal en internationaal recht
Discussie over de plaats van de rechter in de democratische rechtsstaat en de rol van de onafhankelijke rechter ten opzichte van de wetgever
Pg 181
Titel: Rechtersstaat, gouvernement des juges, magistrocratie, dikastocratie?
I. Misvattingen over de rol van de rechter in de Nederlandse rechtsorde
A. De rechter heeft geen zwaardmacht en kan niet als machthebber worden beschouwd
B. Niet alle recht is rechtersrecht, een groot deel is wettenrecht
C. Rechterlijke rechtsvorming kan altijd worden gecorrigeerd door de wetgever
1. Voorbeeld: correctie van gerechtshof over peepshows
2. Legalisering van euthanasie
D. De situatie is anders in gevallen van internationaal en transnationaal recht
1. Correctiemogelijkheid van de wetgever is nagenoeg verdwenen
2. Rechter heeft het laatste woord bij uitleg en toepassing van internationaal en transnationaal recht
a. Gecorrigeerd worden door hogere nationale rechters, EHRM of HvjEU is mogelijk
b. De ruimte van de wetgever is altijd betrekkelijk
Regenerate response
Pg 182
Titel: De rol van de rechter in de gelaagde rechtsorde
I. Inleiding
De opkomst en groei van de gelaagde rechtsorde heeft een oude discussie over de rol van de rechter een nieuwe lading gegeven.
De recente discussie over de dikastocratie is meer dan een herhaling van het aloude debat over de rol van de rechter.
II. Kanttekeningen en opmerkingen
De rechter velt alleen oordelen over zaken die hem worden voorgelegd.
De rechter heeft geen bevoegdheid om zonder aanleiding te toetsen of nationale wetgeving in overeenstemming is met hoger recht of om rechtsvormend op te treden.
Bij de toepassing van transnationaal en internationaal recht is de rechter vaak terughoudend en maakt hij pas op de plaats voor de wetgever.
Niet alle gevallen waarin de rechter nationale wetgeving toetst aan hoger recht leiden tot rechtsvorming.
Veel rechterlijke rechtsvorming op basis van internationaal en transnationaal recht kan op breed draagvlak rekenen.
III. Negatieve kwalificaties als hyperbolen
Negatieve kwalificaties als rechtersstaat, dikastocratie, governement des juges en magistocratie zijn hyperbolen.
Ze zijn bedoeld om de aandacht te vestigen op een beperkt aantal rechtsvormende rechterlijke uitspraken waarover wel, en terecht, een brede politieke, maatschappelijke en juridische discussie ontstaat.
IV. Discussie over de rol van de rechter
De vraag bij rechtsvormende rechterlijke uitspraken is of de rechter de aangewezen instantie was om rechtsvormend op te treden.
Had de rechter het initiatief niet beter aan de wetgever kunnen laten?
Waar ligt de grens tussen de taak van de wetgever en die van de rechter?
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden.
Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraagStel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraag