Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Sociologie
In je boek moet je 1 socioloog vanbuiten kennen met zijn kernideen is sws een examenvraag!
2 minuten kernideen uitleggen
Ook opiniestuk schrijven is al 40% van je examen dat je kan voorbereiden!
Kan je toekomst voorspellen? ja, zo kan je dingen verwachten/ voorspellen door eerdere ervaringen (bv. iets laten vallen en dat gaat naar beneden = zwaartekracht)
Als je verwachting/voorspelling niet klopt= Angst (leven bestaat vol prikkels die ons verwachtingen geven/ vooruitkijken) hierdoor krijg je perspectief over ons leven(werk,..)
Vastelling:
o Verschil tussen verwachtingen en werkelijkheid is groot
o Mens heeft beperkt talent om verwachtingen, kans (berekenbaar) en toeval (niet berekenbaar) van elkaar te scheiden en in te schatten
o Toch essentieel onderdeel van het begrijpen van je eigen leven, condities,
Sociologie helpt hierbij
Als een kans zo klein wordt dan wordt het toeval.
SOCIOLOGIE VOOR SOCIAAL WERK HOOFDSTUK 1
Wat is sociologie?
Definitie van sociologie (belangrijk!) (definitie niet vanbuiten kennen! Gaat nooit vragen wat is sociologie)
Er bestaan veel definities
Grenzen van sociologie zijn niet strikt vast
Je moet de definities begrijpen, niet per se letterlijk kennen
Definitie (Giddens & Sutton)
Sociologie =
De wetenschappelijke studie van:
o Menselijk leven
o Sociale groepen
o Hele samenlevingen
o De menselijke wereld in het algemeen
Belangrijk:
Sociologie onderzoekt ons gedrag als sociale wezens
Altijd in relatie met andere mensen
Reikwijdte van sociologie (zeer breed)
Sociologie bestudeert:
Kleine interacties (bv. ontmoetingen op straat)
Grote maatschappelijke fenomenen:
o Criminaliteit
o Internationale relaties
o Terrorisme
o Samenlevingen wereldwijd
Dus: van micro tot macro niveau.
De belangrijkste les van de sociologie
Kernzin:
Het sociale is contingent maar niet arbitrair.
Dit is:
Makkelijk te begrijpen (eerste deel)
Moeilijk te begrijpen (tweede deel)
Het sociale is contingent (belangrijk begrip!)
Betekenis van contingent (veranderlijk)
Het sociale is:
o Veranderlijk in tijd
o Veranderlijk in ruimte
Het had ook anders kunnen zijn
Niet noodzakelijk
Niet onmogelijk
Voorbeelden:
Culturen verschillen
Normen verschillen
Relaties verschillen
Regels verschillen
Alles wat menselijk is, had anders kunnen verlopen.
Maar het sociale is NIET arbitrair
Betekenis van niet-arbitrair= er zijn goede redenen voor de vorm waarin het sociale zich voordoet
Het sociale is NIET: (dus eig de kans)
o Willekeurig
o Toevallig
Er zijn redenen waarom sociale dingen zo zijn
Er zit logica en samenhang achter sociale fenomenen
Belangrijk:
Sociologie wil begrijpen (niet gewoon beschrijven)(begrijpen is niet gelijk aan goedkeuren)
Case: Het huwelijk (Murdock files)
Wat zijn de Murdock files?
Studie van 565 culturen (bestaand en verdwenen)
Onderzocht:
o Verwantschapssystemen
o Man-vrouw verhoudingen
o Rechtssystemen
o Huwelijk
Vaststellingen uit de studie
Er is enorm veel variatie in huwelijkssystemen
bewijs van contingentie
Monogamie is NIET overal dominant (conitgentie)
Toch zijn er patronen en samenhang polygamie & monogamie
bewijs dat het sociale niet arbitrair is
Ontdekking van het contingente (historisch)
Ontstaan van het inzicht
Vooral via:
o Antropologie
o Sociologie
Vanaf de 17e eeuw
Blaise Pascal (belangrijk citaat)
Wat waarheid is aan de ene kant van de Pyreneen, is dwaasheid aan de andere kant.
Betekenis:
Wat normaal is in ene cultuur
Kan vreemd zijn in een andere cultuur
Dat is dus juist contingentie
Rol van ontdekkingsreizen
Andere culturen werden zichtbaar
Maar dit leidde eerst tot:
o Etnocentrisme
o Eurocentrisme
o Racisme
Niet meteen tot begrip of gelijkwaardigheid
Vandaag
Inzicht in contingentie is nu algemeen aanvaard
Maar vroeger was dat helemaal niet vanzelfsprekend (doordat ze hun blik niet verbreden en in hun dorp bleven)
Voorbeeld:
Mensentuinen (Human zoos)
o Mensen uit andere culturen werden tentoongesteld
o Sterk bewijs van etnocentrisme
Contingentie en criminaliteit (Howard Becker)
Theorie van Becker (1963)
Criminaliteit is een product van de samenleving
Normen bepalen wat afwijkend is
Afwijkend gedrag is dus sociaal bepaald
Voorbeeld: Verkrachting binnen huwelijk
In sommige culturen:
o Bestaat dit concept niet
o Man heeft seksueel recht op vrouw
In Belgi:
o Strafbaar sinds 1979
In Nederland en Engeland:
o Strafbaar sinds 1991
Conclusie:
Normen over criminaliteit zijn contingent
Ze verschillen per samenleving en tijd
De vonk in het hoofd (metafoor uit de slides)
Dus: Veel aspecten van het sociale hebben een enorme impact op ons, terwijl ze ook anders hadden kunnen zijn // Dat geeft een vonk in het hoofd! (cfr Probleem van de Orde)
Afbeeldingen uitgelegd:
Zuil van Volta (ca. 1800)
Eerste batterij
Mengselmotor van Nicolaus Otto (ca. 1878)
Eerste verbrandingsmotor
Betekenis van deze afbeeldingen:
Kleine technologische keuzes kunnen de wereld veranderen
Vraag: wat als de batterij eerder was doorontwikkeld?
Illustratie van contingentie:
o Geschiedenis had anders kunnen lopen
Waarom-vraag: het niet-arbitraire
Belangrijke sociologische vraag:
Waarom is de wereld zo geworden en niet anders?
Wat als . vraag
Moeilijker dan vaststellen dat iets anders had gekund
Het Probleem van de Orde (zeer belangrijk examenbegrip!)
Als alles contigent is hoe kun je dan toch verwachtingen hebben en alles veranderlijk is aan dat sociale (n&w, huwelijken ,lesgeven etc) in alle chaos is er toch veel orde en kan je dat zien
Definitie
Hoe is geregeld samenleven mogelijk?
Hoe ontstaan:
o Regels
o Verwachtingen
o Regelmaat in gedrag?
Link met contingentie
Als alles anders had kunnen zijn:
Waar komt stabiliteit dan vandaan?
Waar komt waarheid vandaan?
Waar komt orde vandaan?
Belangrijk onderscheid
Het probleem van de orde gaat NIET over:
Het behouden van een bestaande orde
Maar WEL over:
Hoe mensen berhaupt samen in orde kunnen leven
Voorbeelden van sociale orde
Treinen volgen schemas
Rood licht stoppen
Dokter vertrouwen
Diplomas erkennen
College volgen
Huwelijk als instituut
Vraag:
Waarom volgen mensen regels?
Historische antwoorden
Sommige denkers (bv. Rousseau):
o Religie als bron van orde
Auguste Comte:
o Grondlegger positivisme
o Eerste socioloog
o Zocht wetenschappelijke orde in de samenleving
Twee grote sociologische problemen
1. Probleem van de orde (hier besproken)
Opgelet: het gaat niet over het behoud van een bestaande orde, wl de mogelijkheid van samenlevende mensen om tot geregeld samenleven te komen.
o Vb trein, dokter, rood licht, diploma, huwelijk, college volgen
Van waar komt dus (in godsnaam) al die orde vandaan?
Sommige vinden rust in het ontkennen van het contingente
2. Probleem van collectieve actie (komt later)
Drie legitimerende verhalen die contingentie ontkennen
Dit zijn manieren waarop mensen doen alsof de samenleving niet veranderlijk is.
1. De natuur
Idee: dingen zijn natuurlijk
Maar:
o Natuur en cultuur zijn geen tegengestelde meer
o Wetenschap en technologie benvloeden natuur
2. De geschiedenis
Kenmerken:
Dingen verdwijnen nooit volledig
Een relatie
Het achterlaten van een hond (je hebt die dus heel je leven lang achtergelaten)
Technologie (verdwijnt niet (kennis kan mogelijks weggaan))
Geschiedenis wordt herschreven
Geschiedenis is ook sociaal
Voorbeelden in de slide:
Bestorming Capitool VS
Russische claim op Oekrane
Palestina vs Isral
Vooruitgangsdenken
Beschavingstheorien
3. De samenhang in het sociale (B!)
Sommige aspecten van het sociale zijn bijzonder hecht verbonden
Voorbeelden:
Economische organisatie gezinsvorm
Link met Murdock-files (patronen)
Moderne wetenschap traditioneel geloof
Waarom is deze les extreem belangrijk voor sociaal werkers?
Sociaal werkers staan met hun beide voeten in het
contingente en komen veel veranderlijkheid tegen.
Afwijkend of niet afwijkend? Kwestie van perspectief?
Waarom mensen, contexten, culturen, verschillen en de
redenen daarachter zijn belangrijke kennisdomeinen voor
sociaal werkers
Het neemt een stuk hirarchisch denken weg. Een sociologische benadering is niet oordelend over verschillen, meer probeert te begrijpen. En dat is iets anders. En minder makkelijk dan je denkt
SOCIOLOGIE VOOR SOCIAAL WERK HOOFDSTUK 2
De drie taken van de socioloog (kern van dit hoofdstuk)
De socioloog moet er op wijzen hoe ondoorzichtig en dientengevolge ook onbeheersbaar de relatienetwerken zijn die mensen met elkaar vormen. Een van de centrale opgaven van de sociologie is deze relatienetwerken doorzichtiger te maken en er aldus toe bij te dragen dat ze diegene die ze vormen, minder blind en eigenmachtig meeslepen (Norbert Elias, 1971)
Niet lett vanbuiten kennen
1. De cijferaar de empirisch-analytische taak
2. De mythe-jager de kritische taak
3. De levenskunstenaar de praktische taak
Dit zijn geen letterlijke beroepen, maar metaforen voor hoe sociologen werken.
Belangrijk citaat (Norbert Elias uitleg!)
Citaat uit de slide:
Sociologen tonen hoe ondoorzichtig en onbeheersbaar relatienetwerken zijn
Mensen vormen complexe netwerken met elkaar
Sociologie maakt deze netwerken:
o Doorzichtiger
o Begrijpbaarder
Doel:
o Mensen minder blind laten meegeslepen worden door sociale structuren
Uitleg:
We denken vaak dat we vrij handelen
Maar ons gedrag wordt sterk benvloed door:
o Sociale structuren
o Netwerken
o verwachtingen
o normen
Eerste taak: De cijferaar (empirisch-analytische taak) (verhaal omzetten naar cijfers)
Betekenis van empirisch-analytisch
Empirisch = gebaseerd op:
o Data
o Observaties
o Onderzoek
o Metingen
Analytisch = verklaren en analyseren van die gegevens
Dus:
Sociologen verzamelen feiten i.p.v. meningen
Ze onderzoeken de werkelijkheid systematisch
Eerste sociologisch onderzoek (historisch voorbeeld)
Franois-Jean de Beauvoir, markies van Chastellux (17341788)
Franse generaal
Filosoof en vroege socioloog
Vriend van George Washington
Actief tijdens Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog
Zijn onderzoek: geluks-onderzoek
Boek: De la Flicit publique (1772)
Onderzoeksvraag:
o Welk volk is het gelukkigst?
Belangrijk:
Hij gebruikte geen dogmas
Maar probeerde via observatie (empirie) conclusies te trekken
Hij vergeleek:
o Egyptenaren
o Grieken
o Romeinen
o Middeleeuwen
o Begin christendom
Conclusie:
Zijn eigen tijd was volgens hem de gelukkigste
Maar:
Groot probleem = weinig data beschikbaar
Veel giswerk (speculatie)
Vandaag:
Veel meer statistieken en data beschikbaar
Sociologie is veel sterker empirisch geworden
Doel van zijn boek: dat geluk gecreerd kan worden
Case: Succes van meisjes in het onderwijs
Onderzoek in Vlaanderen (Derks & Vermeersch, 2002)
Belangrijkste bevindingen:
Meisjes doen het gemiddeld beter op school (universeel verschijnsel)
Vooral in het secundair onderwijs, Minder schoolachterstand, Minder schooluitval zonder diploma
Bestaat waarschijnlijk al sinds 1957
Belangrijk sociologisch inzicht:
Samenlevingen zijn soms blind voor hun eigen realiteit
(men merkt bepaalde patronen niet op)
Verklaring (vraag naar het niet-arbitraire)
Waarom doen meisjes het beter?
Antwoord is complex
Belangrijke factor:
o Houdingen
Meisjes vertonen vaker gedrag dat beter aansluit bij:
o Schoolverwachtingen
o Discipline
o Structuur
o Gehoorzaamheid
Case: Onveiligheidsgevoelens (belangrijk concept)
Onderzoek toont:
Gevoel van onveiligheid hangt maar weinig samen met echt slachtofferschap
(Kury & Ferdinand, 1998)
Betekenis:
Mensen kunnen zich onveilig voelen zonder slachtoffer te zijn
Sociale perceptie objectieve realiteit
Sociologie onderzoekt dus:
o Subjectieve gevoelens
o n objectieve feiten
Individualisme zonder individualisering (zeer belangrijk begrip)
Wat betekent dit?
In ons hoofd:
Sterke druk en wens
Zelfontwikkeling centraal om in de stuurcabine van het eigen leven te zitten
Identiteit belangrijk & persoonlijkheidsontwikkeling,
Wij zijn voorspelbaarder dan ooit en individualisme zit vooral tussen de oren! (collectieve mensen allemaal ongeveer hetzelfde)
Net zoals loga ritmes laten lijken dat je dat zelf kiest/bepaalt maar is niet zo
Maar onderzoek toont:
Mensen zijn voorspelbaarder dan ooit
Gedrag volgt nog steeds sociale patronen
Individualisme zit vooral tussen de oren
Conclusie:
Gevoel van individualiteit echte onafhankelijkheid
De onderzoekscyclus (verwijzing naar schema op slide)
De voorbeelden in de slides (onderwijs, onveiligheid, individualisme) gebruiken:
Onderzoeksvraag
Dataverzameling
Analyse
Conclusie
Nieuwe vragen
Dit is de basis van sociologisch onderzoek.
Tweede taak: De mythe-jager (kritische taak)
Betekenis
Vaak komen sociologen met een boodschap die niet iedereen prettig vindt
Sociologen ontmaskeren mythes en vanzelfsprekendheden
Ze stellen het gezond verstand in vraag
Belangrijk inzicht:
Gezond verstand = lijkt logisch maar niet begrijpen/kunnen uitleggen is vaak onbetrouwbaar
Voorbeelden van mythes:
Onveiligheidsgevoelens
Capaciteiten van meisjes
Sociale media
Vaccinatie-opvattingen
Kritisch naar de sociologie zelf
Waar zijn:
o Vrouwelijke sociologen?
o Sociologen van kleur?
Sociologie moet ook zichzelf kritisch onderzoeken
W.E.B. Du Bois
Double Consciousness (dubbel bewustzijn)
Ervaring van onderdrukte of gekoloniseerde groepen
Tegelijk:
o Zichzelf zien door eigen ogen
o Zichzelf zien door de ogen van de dominante groep
Leidt tot innerlijke spanning en identiteitsconflict
Houding van de socioloog
1. Belangstelling voor samenhang
Sociale fenomenen hangen samen (wat hangt er samen?)
Dingen staan nooit op zichzelf
Voorbeeld: Marcel Mauss (18721951)
Werk: Le Don (De gift)
Idee:
o Economie draait niet alleen om bezit (hebben)
o Maar ook om geven
Gifteeconomie
Geven = sociale plicht
Teruggeven = verplicht op middellange termijn
Geschenk weigeren = sociaal probleem
Kleinschaligheid nodig om te werken (dus niet globaal (geen probleem mee))
Voorbeeld uit de slide:
Potlatch = momenten waarbij groepen bij elkaar komen (ritueel) waarbij je veel mee neemt om weg te geven, wie het meeste kan weggeven heeft de hoogste status, dus eig met zo min mogelijk terug naar huis gaan, soort van herverdeling als er overschot was werd dat vernietigd zodat ze niet met die overschotten konden handelen toen kwamen de protestanten hier tegen in en de kop ingedrukt) bij de Kwakiutl-indianen (Vancouver, Canada)
Onderzoek door Franz Boas
Betekenis:
Rijkdom = hoeveel je geeft (niet hoeveel je hebt)
Gift creert sociale band
Heeft vaak religieuze betekenis
Belangrijk:
Tegengewicht voor:
o Endimensioneel denken
o Overmatige specialisatie
2. Afstandelijke betrokkenheid
Socioloog is:
o Gengageerd (betrokken)
o Maar professioneel afstandelijk
Geen puur emotioneel oordeel
Opinies moeten gebaseerd zijn op:
o Onderzoek
o Kritische kennis
3. Empirisch gezind
Sociologie = empirische wetenschap
Gebaseerd op waarneming en data
Belangrijke verwijzing:
Klassieke sociologen zoals:
o Max Weber
o mile Durkheim
Zij hadden een hekel aan:
o Ideologische moralisten
o Puur economische verklaringen
Belangrijk principe:
Geen absoluut nulpunt of universele wet
Wat wl absoluut is:
o Dialoog tussen denken en waarnemen
4. Respectvol
Sociale verschijnselen worden bestudeerd als sociale feiten
Niet onmiddellijk veroordelen (altijd respecteren)
Voorbeeld: Durkheim over religie
Werk: Les formes lmentaires de la vie religieuse (1917)
Belangrijke gedachte:
Iets dat duurzaam en wijdverspreid is
Kan niet zomaar dom of onwetend zijn
Vraag van de socioloog:
o Waarom bestaat dit sociale feit?
Werkwijze:
Inleven
Onderzoek
Afstand bewaren
Waarom is deze les belangrijk voor sociaal werkers?
Directe link tussen sociologie en sociaal werk
De PowerPoint maakt expliciet de vergelijking:
Empirisch-analytische taak Onderzoekend vermogen (sociaal werk)
Kritische taak Politiserende taak (sociaal werk)
Gedeelde houding tussen socioloog en sociaal werker
Belangstelling voor samenhang
Afstandelijke betrokkenheid
Empirisch gezind
Respectvol
Belangrijk eindinzicht
Sociaal werkers en sociologen:
o Spreken een gelijkaardige taal
o Hebben veel aan elkaars observaties
Beide beroepen:
o Werken met complexe sociale realiteit
o Proberen gedrag te begrijpen i.p.v. te veroordelen
o Gebruiken onderzoek om beter te handelen
Hoofdstuk 3: De ontdekking van de samenleving
Basisidee: Het sociale is contingent maar niet arbitrair
Wat betekent dit?
Contingent = het had ook anders kunnen zijn.
Niet arbitrair = het is niet zomaar willekeurig.
De samenleving is niet vanzelfsprekend.
Ze is historisch gegroeid.
Ze had ook anders kunnen evolueren.
Wat is de motor tot die verandering/ contingentie
Twee fundamentele varianten van het sociale
De centrale vraag: Hoe ontstaat het sociale?
Er zijn twee grote visies:
Variant 1: De individualistische variant
Vertrekt van het individu ik verhaal
Menselijk handelen wordt onderzocht.
De samenleving is het resultaat van opgeteld individueel handelen.
Handelen van het rationele individu
Het individu maakt de samenleving
Variant 2: De collectivistische variant
Individu en samenleving vormen een eenheid.
Ze maken elkaar.
Reactie tegen het idee dat alles gereduceerd kan worden tot individuele natuur.
Niet rationeel uitleggen, als jij ni komt doet iemand anders het wel
Vooral normen niet die ik, als je uitwijkt moet je je verantwoorden
Dit zijn:
Twee soorten sociologie
Twee mensbeelden
Twee visies op samenleving
Case: Is gaan stemmen verstandig?
Vanuit individualistische visie:
Wat levert stemmen mij persoonlijk op?
Is het rationeel? (vertegenwoordigd u idee, achteraf niet klagen als uitkomst niet bevalt als je niet stemt.
Irrationeel? (Is mijn stem wel belangrijk, omdat het moet, waarde en normen)
Voorgeschiedenis (p.44) (niet heel belangerijk)
Verlichting & Utilitarisme VS Tegen-verlichting
1.De Verlichting
Belangrijke denkers: de namen niet kennen
Voltaire (16941778)
Condorcet (17431794)
Goethe (17491832)
Kenmerken:
Grote aandacht voor het individu
Geloof in een gemeenschappelijke menselijke natuur
Rede en rationaliteit zijn centraal en onderdeel van deze natuur
Gedragsverschillen komen door traditie/bijgeloof
Instellingen moeten rationeel ontworpen worden
Groot toekomstoptimisme (het gaat allemaal beter worden)
Dominant discours zonder zelfcorrectie.
2. Utilitarisme
Belangrijke naam: David Hume
Centrale vraag:
Wat motiveert de mens?
Antwoord:
Mensen willen:
Plezier maximaliseren
Pijn vermijden
Formule:
NUT = PLEZIER PIJN (kosten-baten-analyse)
bv. Vraag iemand waarom hij aan sport doet, en hij zal antwoorden omdat ik gezond wil blijven; vraag je hem dan waarom hij gezond wil blijven, dan zal hij antwoorden omdat ziekte pijnlijk is. Als je dan nog aandringt en hem vraagt waarom hij pijn wil vermijden, kan hij geen reden meer geven. Pijn vermijden is een ultiem doel, niet langer verklaarbaar in termen van een ander doel. (Hume (1751)
De rede wordt gebruikt om dat nut te maximaliseren.
Mensbeeld: rationeel calculerend individu. Gaat ook al heel snel naar het collectieve ook al denk je van niet denk aan groepsdruk of de normen van de maatschappij waarmee je in je hoofd zit (nut denken)
3. De Tegen-Verlichting
Er kwamen twee kritieken op het utilitarisme:
1. Filosofische kritiek
Het mensbeeld klopt niet. Dat is een killige blik. We zijn een dier dat met zichzelf bezig is.
2. Empirische kritiek
Waarnemingen tonen andere realiteit. Die nut calculus is niet altijd te zien.
Adolphe Quetelet (17961874)
Boek: Sur l'homme
Paste statistiek toe op sociale fenomenen
Introduceerde Lhomme moyen
Eerste volkstelling
Quetelet-index
Later basis voor BMI (1972).
Belangrijk:
Quetelet bedoelde dit NIET als individuele gezondheidsindicator.
Kritische bronnenstudie is belangrijk.
Resultaat van deze evolutie
Een dubbele basis voor sociologie:
1. Verlichting individualistische variant
2. Tegen-verlichting collectivistische variant
Het contingente
Contingentie laat ons nadenken over:
Hoe het anders had kunnen zijn
Hoe het anders kan worden
Het sociale als basis voor toekomstfantasien.
De Individualistische Variant
Centrale vraag:
Waar ontstaat het sociale?
Er zijn 2 grote verhalen:
1. Individuele actie & onbedoelde gevolgen
2. Probleem van collectieve actie (als iedereen echt rationeel is dan werk je niet samen)
Individuele actie & onbedoelde gevolgen
Individueel rationeel handelen kan leiden tot:
bv. Ik ga niet naar de les want er is een les opname, maar als iedereen zo denkt komt niemand naar de les.
Onbedoelde gevolgen
Onredelijke uitkomsten
Perverse effecten (ongewenst)
Perverse effecten
Gevolgen die:
Onbedoeld zijn
Ongewenst zijn
Belangrijkste denker:
Robert King Merton (19102003) (kampioen van de perverse effecten)
Voorbeeld:
Matthus-effect
Bijbel: Mattes 13:12
Aan wie heeft zal gegeven worden, en wel overvloedig. Maar aan degene die niet heeft, zal zelfs nog ontnomen worden wat hij heeft. (gaat in 2 richtingen)
Toepassingen:
Wetenschappelijke wereld
Sociaal beleid (Herman Deleeck)
Onderwijs
Kinderopvang
Woonbeleid
Zonnepanelen (veel subsidies)
Elektrische wagens
Sociaal werk
Betekenis:
Voordelen gaan vaker naar wie al voordelen heeft.
Self-denying prophecy (Merton, 1968)
Zelfbevestigende voorspelling. (mensen denken niet ze gaan doen)
Voorbeelden:
Bankrun
o (een situaties waarin veel klanten tegelijk hun geld van een bank willen opnemen uit angst dat de bank failliet gaat. Daardoor gaan ze juist liquiditeitsproblemen /failliet gaan)
Hamsteren
Rosenthal-effect (Pygmalion-effect, 1966)
o Verschijnsel dat verwachtingen van anderen je prestaties benvloeden, (als iemand hoge verwachtingen heeft ga je vaak ook beter presteren (onbewust) wil je aan die verwachtingen voldoen)
Legerstudie Eden & Shani (1982)
Belangrijk in hulpverlening!
Belangrijk onderscheid:
Sociologie psychologie
Opmerkingen:
Voorkomen van perverse effecten is mogelijkals je ze (h)erkent. Ook in het sociaal werk?
Opgelet voor verschil tussen sociologie en psychologie!
Individuele redelijkheid en Het Probleem van de collectieve actie (p53)
Verlichting was te optimistisch.
Individuele redelijkheid leidt niet automatisch tot collectieve oplossingen.
Aanvankelijke hoop:
Als veel mensen last hebben lossen ze het op.
Maar dat gebeurt vaak niet.
Voorbeelden rationeel gedrag:
Zwart rijden, Buurtfeest, coronamaatregelen, protesteren, sociale zekerheid
Mancur Olson (19321998)
Vraag:
Waarom bestaan collectieve goederen? (want iedereen wil niet mee doen, hoe komt dat?)
Antwoord:
Niet spontaan.
Er is nodig:
1. Dwang vanuit kernleden (elite, politiek, overheden)
2. Inspelen op persoonlijk n gemeenschappelijk belang
(vb. dienstbetoon)
3. Ook al ga je uit van rationeel handelen, staat en markt zijn nodig omdat het sociale zich toch niet spontaan organiseert vanuit het rationeel handelen alleen.
Conclusie:
Zelfs bij rationele individuen zijn nodig:
Staat
Markt
Het sociale organiseert zich niet spontaan.
Van zelfregulering naar geregelde samenleving (p58) schema kennen KOE!
Relatie tussen:
Individueel handelen
Staat
Markt
Evolutie van spontane orde naar gereguleerde samenleving.
Kritiek op Olson
Handelt iedereen:
Rationeel?
Uit eigenbelang?
Wat met onbaatzuchtige inzet:
Bestaat niet volgens sommigen
Bloedgeven
Vrijwilligerswerk
Hulp aan vluchtelingen?
Twee dooddoeners (of bestaat dat niet onbaatzuchtige inzet?)
1. Rational choice-theorie
Alles is eigenbelang.
2. Ruiltheorie (exchange theory)
We ruilen altijd iets en verwachten iets terug.
Waarom belangrijk voor sociaal werk?
1. Individualistisch denken past minder bij zorgberoepen
2. Toch cruciaal om te begrijpen
3. Beleid wordt sterk benvloed door deze visie
4. Sociaal werk zit vol perverse effecten
5. Solidariteit hangt samen met collectieve actie
Samenvatting PP Sociologie Hoofdstuk 4
Meer dan de som van de delen: de collectivistische variant
Reactie op de individualistische variant
De collectivistische visie ontstaat als kritiek op de individualistische benadering (zoals utilitarisme en rational choice).
Volgens individualistische theorien:
Samenleven is vooral gebaseerd op eigenbelang
De samenleving wordt gezien als iets dat het individu beperkt
Samenleven is een probleem van dwang en manipulatie
De maatschappij lijkt een soort oorlogstoestand tussen individuen
De collectivistische denkers stellen hier een belangrijke vraag:
Waar komt het individu zelf eigenlijk vandaan?
Zijn kennis, voorkeuren, waarden en opvattingen zijn namelijk sociaal gevormd.
mile Durkheim en zijn visie (18581917) en zn kritiek op de utilitaristen
rationeel handel= contigent maar niet arbitrair
Samenleven is blijkbaar altijd botsen bij de utilitaristen.
De maatschappij is bij rational choice steeds een oorlogstuig dat tegen het individu wordt ingezet.
Samenleven is dan een probleem van dwang en manipulatie.
Maar dat individu, waar komt dat vandaan? Zijn kennis, zijn voorkeuren, zijn opvattingen,?
Gevolg daarvan:
Individualisering en individualisme hebben een geschiedenis
Voorbeelden vandaag: relatie gender en identiteit /zelfmoord plegen (veel verschillende redenen nationalisme in Oekrane, Iran, /
Ook: een gelovige, een ondernemer, een loser zijn
Wat het individu-zijn echt betekent, hangt af van de cultuur en de samenleving waarin het individu vormt krijgt.
Michel Foucault (19261984): Individualisering
Drie vormen van individualisering
Foucault toont dat het individu een sociaal resultaat is en verandert doorheen tijd en plaats.
1. De mate waarin een individu in zijn eigenheid wordt aanvaard (vb individuele rechten)
2. Waarde van het privleven, het dagelijks leven en de intimiteit.
3. Zelfwerk: de mate waarin het individu zichzelf kan ontplooien, Bildung .
Belangrijk inzicht:
Individualisering is dynamisch
Verschilt per tijd en plaats
Het individu is dus NIET universeel en onveranderlijk
Case: Ziek zijn als sociale gebeurtenis
Ziekte is niet enkel biologisch
De PowerPoint benadrukt dat:
Ziek en gezond zijn geen puur natuurlijke feiten zijn
Het sterk sociaal bepaald is
Culturen verschillen in hoe ze omgaan met ziekte
Belangrijke vragen:
Wat is ziek zijn?
Hoe behandelen we zieken?
Is ziekte een sociale rol?
Kernidee:
Een ziek individu staat altijd in relatie tot de samenleving en collectiviteit.
De ziekterol (Talcott Parsons)
Basisidee van de ziekterol
Talcott Parsons zag ziekte niet als louter biologisch, maar als een sociale rol die door normen en verwachtingen wordt bepaald.
Dus:
Ziek zijn = sociale positie in de samenleving
Met rechten en plichten
Twee kenmerken van de ziekterol
1. Je kan niet meer normaal functioneren in de samenleving
2. De zieke wordt niet gestraft voor afwijkend gedrag
(extreem voorbeeld: ontoerekeningsvatbaarheid)
Rechten van iemand in de ziekterol
Terugtrekking uit sociale verplichtingen (bv. werk, school)
Minder persoonlijke verantwoordelijkheid voor de situatie
Recht op hulp en zorg
Plichten van iemand in de ziekterol
Je moet beter willen worden
Je moet hulp zoeken bij bevoegde hulpverleners
Soms zelfs onder dwang hulp aanvaarden
Belang van de ziekterol als sociologisch begrip
Sociale werkelijkheid
De ziekterol toont dat er zoiets bestaat als een sociale werkelijkheid:
Rollen bestaan onafhankelijk van individuen
We moeten ze niet telkens opnieuw uitvinden
Ze zijn relatief universeel
Ze geven verwachtingen en regels aan gedrag
Belangrijk:
Ziek of gezond zijn doe je op een sociale manier.
Intentioneel en autonoom karakter
De ziekterol is intentioneel (heeft betekenis)
Relatief autonoom (bestaat los van individuele wil)
Mensen kunnen de rol ook spelen
De focus ligt hier op:
Rollen
Verwachtingen
Sociale regels
Niet op perverse effecten of onbedoelde gevolgen.
Sociologie voor Sociaal Werk Hoofdstuk 5: Rol en Zelf
De rol: persoon noch inhoud telt
rol= functionalisme en conflictsociologie
Definitie van een sociale rol (Vanbuiten kennen!!)
Een sociale rol is:
Een bundel van verwachtingen ten overstaan van een bepaalde persoon in een bepaalde situatie of positie.
Belangrijke elementen:
Bundel van verwachtingen
Gericht op een persoon
Gebonden aan een positie
Contextgebonden
Voorbeelden: (we kennen de verwachtingen van de rollen)
Vader
Buurman
Zieke (kan enkel zieke rol als er ook gezonde zijn, er zijn verwachtingen)
Expert
Leerkracht
Sociaal werker
Vaak gaat het om relatief stabiele verhoudingen tussen mensen.
Een rol maakt meestal deel uit van een rollenset: (bv. Vader ,moeder &kinderen samen)
een geheel van rollen verbonden aan n positie binnen een netwerk. (niet echt kennen)
Waarom bestaan sociale rollen?
Sociale rollen zijn als een app van het samenleven:
Ze maken mogelijk dat we:
Verwachten
Vermoeden
Voorspellen
Betrouwbaarheid creren
Ze zorgen voor veilige oppervlakkigheid:
we hoeven niet telkens alles opnieuw te onderhandelen.
Voorbeeldvraag:
Waarom kom je naar de les en luister je naar de docent?
Antwoorden kunnen verwijzen naar:
Functie (de rol vervult een maatschappelijke taak)
Macht (de docent heeft gezag en beoordelingsmacht)
Hier zie je twee sociologische benaderingen:
Functionalisme (functie)
Conflicttheorie (macht)
Functionalisme
Belangrijke vertegenwoordigers:
Bronislaw Malinowski
Alfred Radcliffe-Brown
Talcott Parsons
Robert K. Merton
Niklas Luhmann
Wat is functionalisme?
Sociale verschijnselen worden verklaard op basis van hun functie of gevolg voor het geheel van de samenleving.
Niet zozeer oorzakelijkheid, maar probleemoplossing staat centraal.
Organisch denken!:
Samenleving als systeem (systeemdenken)
Lichaam als metafoor
Deel-geheel relatie
Voorbeeld:
Kerngezin in functie van industrile economie
Dokter in functie van gezondheid
Functionalistische rollentheorie (Parsons)
Sociale rollen zijn cruciaal voor de sociale organisatie.
Ze verdelen de samenleving in zinvol verbonden posities.
Drie niveaus:
Sociale actoren (individuen)
Cultuur
Het samen handelen (het sociale)
door die sociale rollen
Sociale rollen zorgen voor integratie van:
Persoonlijkheid
Cultuur
Sociaal handelen
Doelintegratie van persoonlijkheden, cultuur en rol (gebeurd dit niet= corruptie)
Voorbeeld:
Sociaal werker of leerkracht.
Hoe vullen we rollen?
Selectie
Socialisatie
Hoe koppelen we het belang van een rol aan het belang van een functie?
1. Algemene waarden maken sommige rollen belangrijk(er)
Vb: Gezondheid is belangrijk
Gevolg: sommige rollen in gezondheidszorg , vb artsen achten we van groot belang.
2. Dat belang drukt zich uit via controle op de verwachtingen.
Vb: orde van geneesheren, lange opleiding, lange socialisatie
3. Omdat de rol belangrijk is, zoekt men naar voldoende beloning en bekwaamheid.
Denk aan gelijkheid bij Ijsland tussen man & vrouw 1975 (duurde maar 1 dag effect)
Dit laatste is een nogal problematische vaststelling omdat hier oorzaak en gevolg misschien door elkaar gehaald worden n vooral omdat het aspect macht ontbreekt
Kritiek op functionalisme
1.Conservatief, te veel op bestaande orde gericht
Herbert J. Gans The Positive Functions of Poverty (1972) (functies van armoede)
Armoede vervult positieve functies, zoals:
Werk creren
Consumptie van ongewenste goederen
Politieke stabiliteit
Fundamentele kritiek:
Waar blijven belangen?
Wie profiteert?
Macht en conflict worden genegeerd.
2. Als iets geen functie heeft, verdwijnt het?
Wolfgang Vogt (1989)
Oorlog is onfunctioneel in gendustrialiseerde wereld dus zal verdwijnen.
Realiteit toont dat dit niet klopt.
Wat functioneel is, hangt af van belangen en machtsverhoudingen.
Macht en conflict zijn ook een realiteit
Hier komt conflictsociologie in beeld.
Conflictsociologie
Conflictsociologie vertrekt vanuit:
Macht
Belangen
Ongelijkheid
Spanningen
De samenleving is geen harmonieus systeem, maar een veld van strijd.
Waarom leven mensen rolverwachtingen na?
Omdat:
Machtstructuren dat afdwingen
Sancties mogelijk zijn
Ongelijkheid meespeelt
Functionalisme en conflictsociologie blijven twee spanningsvelden binnen de sociologie.
Deze afbeelding kennen!
De 2 periodes
Verhouding tussen rol en persoonlijkheid
Een fundamentele vraag:
Wat is de relatie tussen rol en persoonlijkheid?
Bestaat de persoon los van de rol?
Deze discussie bestaat al sinds de vroegmoderne tijd (bv. Shakespeare).
De relatie tussen rol en persoon is contingent:
Maw: soms meer nadruk op rol, soms meer op persoonlijkheid (gaat eig altijd over verwachtingen)
Plaats:
Bali (naamgeving Geertz)(status van grote van gezin)
Japan (protocollaire omgang, smile training)
Tijd:
Vanaf 17e eeuw: idee van individu als innerlijk authentiek zelf
(Richard Sennett)
Hedendaagse westerse cultuur:
Persoon > rol
Twee rollentheorien
1.Individualistische visie Dramaturgische rollentheorie speelt de rol
Hier zit iets rationeel (denkt na hoe rol te vervullen om te krijgen wat je wil)nutscalculus omhoog krijgen
Belangrijkste vertegenwoordiger:
Erving Goffman
Belangrijk werk:
The Presentation of Self in Everyday Life
Kernidee:
Mensen spelen rollen.
Belangrijke begrippen:
Impression management= Het is de reactie dat bepaalt hoe je naar jezelf kijkt (jou rol)
Frontstage (publieke ruimte) rol opnemen
Backstage (privruimte) geen rol opgenomen
Roldistantie is mogelijk
De persoon kan zich distantiren van de rol.
Kritiek:
Erg goed schrijver maar theoretisch komt het te kort.
Vanwaar komt dat individu dat zichzelf presenteert en zich als een bepaald persoon aan de anderen voorstelt?
Goffman is te individualistisch, rationeel, utilitaristisch waardoor er een spanning blijft bestaan tussen rol en persoon.
2. Collectivistische visie Symbolisch interactionisme persoon is de rol hiernaast is er niks en de ROL
Belangrijkste vertegenwoordiger:
George Herbert Mead
Kernidee:
Persoon is zijn rollen.
Zelfbewustzijn ontstaat via:
Interactie
Symbolen
Interpretatie
Belangrijke punten:
Individu wordt gevormd in interactie
Pas in de rol is men zichzelf
Geen totale roldistantie mogelijk - wl kennis van de rol mogelijk
Geen persoon los van sociale relaties
Alles is interactie= individuen worden gevorm door interactie
Rollen maken identiteit mogelijk
Rollen eigen maken= lidmaatschap van een samenleving
Zelfbewustzijn loopt via kennis van rollen en niet via distantie
Persoonlijkheid is dus te kennen via rollen.
Die interactie is bemiddeld door symbolen (zoek de betekenis wrm die dat doet/ nadenken) en interpretaties (wat betekent dat)
Voorbeeld:
Een rokende tiener.
De betekenis van die handeling ontstaat in interactie.
De sociale handeling wordt geregeld door:
Verwachtingen
Regels
Kennis
Vaardigheden
Roldistantie is niet volledig mogelijk, maar kennis van de rol wel.
Waarom is dit belangrijk voor sociaal werk?
Sociaal werk werkt voortdurend met:
Rollen
Verwachtingen
Identiteit
Participatie
Welzijn
Voorbeelden:
Kunnen zijn wie je bent
Arbeidsrol
Ouderrol
Meedoen en meetellen in samenleving
Het sociaal werk:
Is vaak sterk functionalistisch (systeemdenken)
Heeft conflictsociologie nodig voor politiserend werken
Moet macht erkennen als factor van onwelzijn
Interactie is een kernbegrip in sociaal werkpraktijken.
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.
Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraagStel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraag