Studiebot antwoord

Stel een vraag ›
 
Vraag gesteld door: fzwiep - 5 maanden geleden

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Angststoornissen

Wanneer na een angstprikkel een ongewoon intense en/of langdurige angst ontstaat die buiten proportie is, of wanneer de angst zonder angstprikkel aanwezig is, is dat pathologische angst.

Als een mens niet meer normaal kan functioneren vanwege de angst, is er sprake van een angststoornis. Dit is wanneer de pathologische angst klinisch relevant is.



Etiologie (biopsychosociaal model)

Predisponerend factoren (kwetsbaarheid)

Genetisch: 40-50%

Persoonlijkheid/psychologische factoren: neurocitisme

Opvoeding: controlerende, overbeschermde ouders



Uitlokkende factoren: stressvolle gebeurtenissen



Ontwikkeling en beloop

Meestal ontstaan angststoornissen sluipend na meerdere stressvolle levensgebeurtenissen, maar ze kunnen ook zomaar beginnen.

Hangt samen met iemands internaliserend temperament: een gedragsstijl waarbij emoties naar binnen worden gekeerd. Dit leidt tot innerlijke onrust.

Beloop is wisselend: evidence based behandelingen kunnen succesvol zijn, onbehandeld kunnen het chronische aandoeningen worden.

Kan op den duur samengaan met depressieve stoornis of de klachten kunnen verergeren door stoornis in het gebruik van een middel.



Behandeling

Psychologische behandeling

Cognitieve therapie

Gedragstherapie: responspreventie & exposure in Vivo

Overige CGT-interventies: socialevaardigheidstraining



Farmacotherapie

Antidepressivum (SSRI)

Tricyclisch antidepressivum (TCA): bij non-respons van psychologische behandeling, paniek of GAS wordt dit ingezet

Benzodiazepinen in laatste geval vanwege risico op afhankelijkheid



Paniek cirkel: het instandhouden van angst

Uitlokkende situatie: ik loop naar de supermarkt

Negatieve gedachte: wat als ik flauwval en niemand helpt

Lichamelijke reactie: hartkloppingen, duizeligheid, ademnood

Gedrag: clint rent terug naar huis

Gevolg: clint vermijdt de supermarkt nog meer, waardoor haar angst versterkt

***Komt vaak voor bij paniekstoornis



Soorten angststoornissen

Paniekstoornis: kenmerkt zich door herhaalde, onverwachte paniekaanvallen. Ontstaat in de vroege volwassenheid.

Een paniekaanval is een intense angstreactie met lichamelijk symptomen zoals een bonkend hart, snelle ademhaling, kortademigheid of moeite met ademhalen, zware transpiratie, zwakte of duizeligheid. Een paniekaanval begint plotseling en spontaan, zonder waarschuwing of duidelijke aanleiding. Mensen kunnen wel paniekaanvallen linken met bepaalde plekken waar zij eerder een paniekaanval hebben gekregen en deze plekken vermijden, dit kan leiden tot agorafobie.



Gegeneraliseerde angststoornis: kenmerkt zich door excessieve angst en bezorgdheid die zich niet beperken tot een enkel object of een enkele situatie of activiteit. Ontstaat in de pubertijd.

Dit gaat gepaard met lichamelijke symptomen zoals rusteloosheid, schrikachtigheid en hoge spierspanning.



Agorafobie: kenmerkt zich door angst om zich op open, drukke plaatsen te bevinden. Mensen met agorafobie vermijden dan ook dit soort plekken en kunnen thuis gesoleerd worden. Ontstaat in de vroege volwassenheid.

Met paniekstoornis: constant bang voor een paniekaanval en vermijdt openbare plaatsen waar een aanval heeft plaatsgevonden of zou kunnen plaatsvinden.



Specifieke fobie: kenmerkt zich door een aanhoudende, excessieve angst voor een specifiek object of een specifieke situatie die niet in verhouding staat tot het werkelijke gevaar dat deze objecten of situaties opleveren, gaat gepaard met vermijding van deze stimuli. Ontstaat in de kindertijd.



Sociale fobie: kenmerkt zich door intense angst voor een negatieve beoordeling van anderen. Angst om afgewezen, vernederd of in verlegenheid gebracht te worden. Hierdoor vermijden deze mensen sociale interacties en vluchten van hun angst door bijvoorbeeld niet te gaan of snel weg te gaan als ze angstig voelen. Ontstaat in pubertijd.

In sommige gevallen beperkt dit alleen tot spreken in openbaar (plankenkoorts). Deze mensen zijn verder niet bang om met andere mensen te praten.

Alcoholgebruik komt hier vaak voor



Angst door somatische oorzaak: wanneer de symptomen het directe gevolg zijn van een lichamelijke aandoening.



Angst door middel: gebruik van alcohol, drugs of bepaalde medicijnen kan leiden tot angstgevoelens of paniekaanvallen.





Obsessieve-compulsieve stoornis (OCS)

Bij dwangstoornissen is er sprake van repetitieve gedachten & handelingen en een onvermogen deze voldoende te remmen. De patint verliest controle over zijn gedrag.



Subtypen

Angst voor besmetting wasdrang

Angst voor gevaarlijke gebeurtenis controledwang

Agressieve, seksuele, religieuze obsessies en compulsies thought-action fusion (als ik denk dat iets gaat gebeuren, is de kans groter dat het ook gebeurt)

Symmetrie-obsessies en compulsies ordenen, tellen, verzamelen



Kernsymptomen

Obsessies = terugkerende, aanhoudende en ongewenste gedachte of drang die niet in bedwang te houden is

Dwanggedachten, dwangimpulsen en/of dwangbeelden

Ego-dystoon: patint beleeft ze als niet-eigen, opgedrongen en onwenselijk

De obsessie niet, of met veel moeite, van zich afzetten



Obsessieve gedachten

Denken dat je handen ondanks herhaaldelijk wassen nog steeds vies zijn

De gedachte dat een dierbare gewond of dood is niet van je af kunnen zetten

Je steeds weer afvragen of je de deur wel op slot hebt gedaan

Constant ongerust zijn dat je het gas niet hebt uitgedraaid

Voortdurend denken dat je een dierbare iets vreselijks hebt aangedaan



Compulsies = een zich steeds herhalende gedraging

Dwanghandelingen zoals handen wassen, ordenen, controleren

Geruststellende psychische activiteiten zoals bidden, tellen, woorden in stilte herhalen

Compulsies hebben als doel om de obsessies te negeren, te neutraliseren of te stoppen



Compulsieve gedragspatronen

Je werk steeds opnieuw controleren

Als je je huis verlaat steeds weer controleren of het gas uit is en de deur op slot zit

Constant je handen wassen zodat ze schoon en bacterievrij zijn



Oorzaken

Erfelijkheid: familie van patinten met een obsessieve-compulsieve stoornis hebben een verhoogd risico



Neurobiologisch

Veranderde functie ventrale en dorsale corticostriatothalamocorticale circuits (effect op planning, aandacht, doelgericht gedrag & motoriek)

Mogelijk daarom zijn SSRI's en bepaalde antipsychotica effectief bij behandeling



Psychosociaal

Opvoedingsstijl

Stressvolle levensgebeurtenissen



Behandeling

Psychologische behandeling : Cognitieve gedragstherapie

Exposure in vivo

Responspreventie



Neurobiologische behandeling : Antidepressiva

Die inwerken op het serotonerge systeem (SSRI's, TCA)

Relatief hoge dosis nodig voor werking

Minstens 10-12 weken behandeling

Bij staking, herstart verminderd het effect

Eventueel in combinatie met antipsychotica

DBS of TMS bij ernstige klachten

. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is onbeperkt.

Antwoord gegenereerd door AI Antwoord rapporteren

Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.

Stel een vraag
 
Inloggen via e-mail
Nieuw wachtwoord aanvragen
Registreren via e-mail
Winkelwagen
  • loader

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items! Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

loader

Ontvang gratis €2,50 bij je eerste upload

Help andere studenten door je eigen samenvattingen te uploaden op Knoowy. Upload ten minste één document en krijg gratis € 2,50 tegoed.

Upload je eerst document