Studiebot antwoord

Stel een vraag ›
 
Vraag gesteld door: Louayina - 6 maanden geleden

Maak een oefenexamen over het onderwerp: Probleemoplossend denken
Mathematiseren en demathematiseren
Je lost problemen op door te mathematiseren en demathematiseren en door gebruik te
maken van heuristieken.
Je doet dit in opgaven met en zonder context.
Om een opgave (procedureel) op te lossen, analyseer je die eerst. Vervolgens zet je het concrete
probleem om in wiskundetaal en wiskundige symbolen en uitdrukkingen. Dan los je het (wiskundige)
probleem op en denk je na over je oplossingsproces. Tot slot formuleer je een antwoord op je opgave.
Begrijp het probleem.
Maak een plan.
Voer het plan uit.
Reflecteer.
Wiskundige denkprocessen bestaan vooral uit het creatief combineren van kennis en vaardigheden in
nieuwe, onbekende situaties. In dit onderdeel rond probleemoplossende vaardigheden staan
wiskundige denkprocessen en het wiskundig modelleren centraal. Zo kun je heel wat realistische
problemen oplossen. Daarbij moet je zelf de oplossingsstrategie kiezen aan de hand van je kennis en
vaardigheden uit de eerste, tweede en derde graad.
Voorbeelden van oplossingsstrategien (heuristieken) zijn:
een schets, tekening of tabel maken, een vertaling van het probleem in een meer geschikte
voorstelling;
gegevens schematisch voorstellen, ordenen;
variabelen invoeren;
schatten, slim gissen (en missen), testen, controleren;
voorbeelden geven, gebruik maken van speciale gevallen;
alle mogelijkheden opschrijven;
terugrekenen, van achter naar voor werken;
het vraagstuk zelf uitvoeren, simuleren;
patronen en regelmaat ontdekken, gebruik maken van symmetrie in het probleem;
logisch redeneren;
opsplitsen in deelproblemen.
3
Voorbeelden van vaardigheden zijn:
taalvaardigheid: wiskundige uitdrukkingen in eenvoudige situaties begrijpen, tekeningen,
grafieken en diagrammen begrijpen, vragen beantwoorden;
rekenvaardigheid: rekenen met getallen en handig rekenen;
ICT-vaardigheid: rekenapps gebruiken.
Je past wiskundige concepten en vaardigheden toe.
Je past heuristieken toe om opgaven op te lossen.
Je lost opgaven op door te mathematiseren en te demathematiseren.
Je past reflectievaardigheden toe om je proces en je oplossing te evalueren.
Mathematiseren en demathematiseren komt gentegreerd aan bod in de andere
onderdelen van de vakfiche.
ICT-vaardigheid
Je gebruikt ICT om berekeningen uit te voeren, om grafische voorstellingen te maken en
om data te verwerken.
Je doet dit in opgaven met en zonder context.
Je gebruikt ICT om:
bewerkingen uit te voeren,
goniometrische getallen te berekenen,
vergelijkingen grafisch op te lossen,
grafieken te tekenen,
statistische kengetallen te berekenen,

Bij de verschillende leerdoelen wordt vermeld waarvoor je ICT moet kunnen gebruiken.
Tijdens het examen mag je een webpagina met rekenapps gebruiken. Je vindt deze via de
link:
https://www.vlaanderen.be/examencommissiesecundaironderwijs/voorbereiding#rekenapps
Je vindt hier ook een handleiding voor het gebruik van de rekenapps voor het onderdeel
statistiek.
We raden je aan om thuis te oefenen met de rekenapps.
4
Tijdens het examen stellen we ook een online wetenschappelijk rekentoestel ter beschikking.
Je vindt hiervan een foto in de bijlagen.
We staan geen andere ICT-middelen toe tijdens het examen.
Bij berekeningen werk je altijd met zo nauwkeurig mogelijke tussenresultaten. Denk eraan:
hoe onnauwkeuriger je tussenresultaten, hoe meer je eindresultaat kan afwijken van het
correcte antwoord.
Wiskundig denken
Je beargumenteert wiskundige redeneringen.
Je doet dit in opgaven zonder context.
Analyse
kwantoren: ,

wiskundige eigenschappen, rekenregels en formules uit de leerstofonderdelen
van deze vakfiche
Je beargumenteert redeneerstappen.
Wiskundige redeneringen zijn geen losse opgaven, maar komen gentegreerd aan bod in
verschillende onderdelen van de vakfiche. Dit wordt aangegeven met de zin: Bij dit doel
beargumenteer je wiskundige redeneringen zoals toegelicht bij het onderdeel
Wiskundig denken. . De oefenexamen moet geschreven zijn op het niveau van het Secundair onderwijs. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 20.

Antwoord gegenereerd door AI Antwoord rapporteren

Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.

Stel een vraag
 
Inloggen via e-mail
Nieuw wachtwoord aanvragen
Registreren via e-mail
Winkelwagen
  • loader

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items! Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

loader

Ontvang gratis €2,50 bij je eerste upload

Help andere studenten door je eigen samenvattingen te uploaden op Knoowy. Upload ten minste één document en krijg gratis € 2,50 tegoed.

Upload je eerst document