Studiebot antwoord

Stel een vraag ›
 
Vraag gesteld door: faithvandaele18 - 8 maanden geleden

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Let op eenheden:
o % vs gewicht
o Verse stof vs droge stof
Normaal ingredint met grootste concentratie vooraan
Petfood: niet noodzakelijk ingredinten dan wel categorie
Ingredinten
Voedermiddelen = de ingredinten
Alle ingredinten of grondstoffen kunnen opgesomd worden of ze kunnen in groepen onderverdeeld worden
o Uitgedrukt in %
o Grootste aandeel staat vooraan
o Geen exacte % = volgorde van belangrijkheid van de gewichtspercentages in 1kg product
Minder nauwkeurig of in grote groepen opgesomd = categorien
o Peulvruchten, granen, wortelgewassen,
Nutrinten
(bio)chemische bestanddelen
Chemische samenstelling van een voeder focust op: vet, eiwitten, vocht, voedingsstoffen
Essentiele nutrinten worden apart vermeld
%
Via de Weende-analyse
Wettelijke bepalingen voederetiket en ingredinten
Volgorde van ingredinten: wat wordt het meest weergeven?
Ingredinten vs categorien: volgens categorie genoteerd of ingredinten genoteerd in afnemende volgorde?
Uitdrukking in verse stof (VS) of droge stof (DS)
Additieven = toevoegingsmiddelen
Alle voedingsmiddelen die wettelijk toegelaten zijn en bestemd voor diervoeding, vind je in de Codex Alimentarius
Opgericht door FAO: Voedsel en landbouworganisatie & WHO: Wereldgezondheidsorganisatie
Verplichte vermeldingen:
- Vochtgehalte indien hoger dan 14%
- Lysine in varkensvoeders
- Methionine in pluimveevoeders
- Magnesium indien hoger dan 0,5% in voeders van herkauwers
- Categorien in afnemende volgorde van belangrijkheid


Hoofdstuk 2: de chemische samenstelling van voeder
Weende analyse
= wettelijk omschreven analyse van de eigenschappen van voeder of de nutrinten (op droge stof basis)
- Vorm van chemische opdeling van bestanddelen van voedermiddelen




Droge stof
Organische stof Stikstofhoudende (N)stoffen (Kjeldahl analyse) Ruw eiwit
Non Protein Nitrogen (NP-N (ureum)

Niet stikstofhoudende stoffen Vet

Anorganische stof
Koolhydraten (carbohydrates) Ruwe celstof
Suiker
Zetmeel
Organische zuren
As = mineralen, spoorelementen

Verse stof = droge stof + water
BASISBEGRIPPEN
Droge stof (DS) = stof die overblijft als na drogen bij 105C het water uit voedermiddel verdwenen is
Vocht (VO) = hoeveelheid water in een voedermiddel aanwezig is
Ruw eiwit (RE) = verzamelnaam voor alle stikstofhoudende N verbindingen gemeten met Kjeldahl analyse (re = N x 6,25)
1) Werkelijk eiwit
2) Chemische elementen die wel stikstof bevatten maar geen eiwit zijn (amiden)
Ruw vet (RV) = gehalte vetachtige stoffen in een voedermiddel
Koolhydraten (khd) = alle elementen die uit enkelvoudige suikers zijn opgebouwd
Ruwe celstof (RC) = gehalte ruwe celstof of vezel in een voedermiddel
As = gehalte als of totale minerale stoffen in een voedermiddel
Zand = aanklevende aarde aan een voeder
Verteringscofficint = getal dat aangeeft hoeveel procent van de aanwezige voedende bestanddelen verteerbaar zijn voor het dier


Water
Als grondstof watervoorziening:
Drinkwater
Uit voedermiddelen
o Vochtgehalte verschillend per grondstof
10-13% vocht = krachtvoeders en granen
o Bewaring
Niet teveel water: bv. Drogen van gras
o Mager vlees vs vet vlees
- 1g eiwit = 0,40g water
- 1g zetmeel = 0,56g water
- 1g vet = 1,07g water
Metabolisch water (komt vrij bij stofwisseling)
o Komt vrij als vetreserve afbreekt = breekt af als energie nodig
Bv. Als er niets te vinden is om te eten in de kale woestijn
Vergelijking afbreking vetreserve: C17H35COOH + 6 O2 18 CO2 + 18 H2O
FUNCTIE VAN WATER
Oplosmiddel voedingsbestanddelen
o Voederchymus of brij
Transportmiddel
o Bloed, lymfe, urine
Warmteregelaar
o Zweet
Regelaar osmotische druk
o Beweging van water door een semi-permeabel membraan
Waterverlies = zweten, braken, diarree, lactatie
- 10% verlies = 0,6l kritiek
- 15% verlies = 0,9l dodelijk
Oplossing = water geven + ORS (Oral Rehydratation Solution (elektrolieten)
Osmose (pg 19) = kracht om concentratie overal gelijk te krijgen
- Belangrijk principe voor regelen waterhuishouding
OVERZICHT WATERBEHOEFTE VOLGENS DIERSOORT, FYSIOLOGISCHE TOESTAND OF LEVENSFASE
(tabellen niet kennen)
Gebrek aan water kan lactatie beperken bij zogende en lacterende dieren
Minder productie bij melkvee
Jonge dieren hebben niet veel reserve en drogen snel uit
Regeling van de lichaamstemperatuur bij varkens en honden: regelen het via verdamping
WIJZE VAN VERSTREKKEN VAN WATER
Te weinig opname water = vermindering voederopname
Minder voederopname = andere nutrintenbehoeftes worden niet ingevuld & productie gaat achteruit
Weinig wateropname (slechte smaak) = weinig voederopname

KWALITEIT VAN WATER EN NORMEN
Norm uitgedrukt in water ml/ dag = energie (kcal ME/dag)
o Energiebehoefte = 240kcal ME/dag = waterbehoefte = 240ml/dag
Maar afhankelijk van diersoort, klimaat & fysiologie
Monstername:
1. Voorspoelen fles
2. Leiding (kraantje
a. Stilstaand water uit leiding laten lopen
b. Wanneer fles vult, geen luchtbellen vullen tot quasi overloopt
3. Open water (beek, vijver)
a. Weg van de rand, oever om geen extra organische stof mee te hebben
b. Wanneer fles vult geen luchtbellen (zo weinig mogelijk werveling, flesje net onder wateroppervlak)
4. Koel bewaren (stoppen van microbile groei)
Normen, parameters:
1) pH (waterstofionenconcentratie)
2) Geleidingsvermogen voor elektriciteit (zout)
3) Chloriden
4) Totale hardheid
5) Nitraten, nitrieten en ammonium
6) Ijzer (Fe)
7) Totaal aantal colibacterin
8) Totaal aantal kiemen
Droge stof
= na verhitting van voedermiddel
Grote fractie voedermiddel naast vocht
Totale hoeveelheid droge stof bepaalt in grote mate het gevoel van verzadiging
o Rund: dagelijks DS gelijk aan 2% van zijn lichaamsgewicht
Organische stoffen en anorganische stoffen
Organisch = opgebouwd uit koolstofketens, kunnen verbranden
1) Eiwitten
2) Vetten
3) Koolhydraten
4) Vitaminen
Dierlijke grondstoffen overwegend bronnen van eiwitten en vetten + koolhydraten
Plantaardige grondstoffen hoofdzakelijk bronnen van koolhydraten + eiwitten & vetten
Anorganisch = kunnen niet verbranden =as
Opdeling in hoofdelementen (P, Ca, K, Na, Mg) en spoorelementen (Fe, Cu, Co, Mn, Zn)

Eiwitten
= aaneenschakeling van aminozuren (AZ)
Ong. 200 AZ in natuur
Slechts 20 gangbare AZ
o 8 + 2 essentile AZ
Wordt toegediend via voeding want kunnen ze niet zelf aanmaken
Nutritioneel noodzakelijke aminozuren
Volgorde aaneenschakeling van aminozuren, zorgt telkens voor een ander eiwit
o LEUVEN: voedingseiwit VEULEN: lichaamseiwit
Op atomisch en moleculair vlak 2 grote groepen:
1) Protenen: protaminen, histonen, gliadinen, glutelinen, albuminen, globulinen, scleroprotenen
2) Proteden: nucleoproteden, fosfoproteden, glucoproteden, chromoproteden, lecithoproteden

ieder aminozuur bevat naast C, H en O ook N (en S of P)
Ieder eiwit bevat verschillende stikstofatomen (N) bepaling ruw eiwit
Kjeldahl analyse = hoeveelheid N x 6,24
Moleculair vlak: NPN of amiden:
Stikstofatomen (N) gevonden uit andere bronnen dan aminozuur
o Ureum, melamine
Aminozuren: essentile aminozuren
1) Valine
2) Fenylalanine
3) Leucine
4) Isoleucine
5) Threonine
6) Methionine (limiterend aminozuur)
7) Lysine (standaard)
8) Tryptofaan
9) Jonge dieren: arginine & histidine
10) Katachtigen: taurine
Limiterend aminozuur = aminozuur dat als eerste deficitair is (te kort is) bij productie van eiwit (groei, spieropbouw, lactatie,)
Synthetische aminozuren = aminozuren die industrieel geproduceerd zijn en als toevoeging toedienen in het voeder
Biologische waarde = aantal verschillende aminozuren in een eiwit + kwaliteit van het eiwit
o Ei = BWei = 1
Wat als te veel eiwit?
Eiwit wordt afgebroken in aminozuren
o Energie komt vrij
o Aminozuren: als die worden afgebroken komt het volgende vrij
Energie
Koolstofbron
Stikstofbron
Overschot aan aminogroepen = stikstofoverschot
Weg via de urine via ureum = nierbelasting
Nitrificatie milieu (N)



Vetten
Benaming: verschil
o Ruw vet (= Weende analyse)
o Verteerbaar (ruw) vet kan effectief verteerd worden
Vet bestaat uit = triglyceriden samengesteld uit
o 3 vetzuurketens
o Glycerol
o Verzuurketen kan dubbele bindingen bevatten = onverzadigde vetzuurketen
ESSENTIELE VETZUREN
Linolzuur, linoleenzuur & arachidonzuur
Nutritioneel noodzakelijk (niet zelf aangemaakt worden)
Noodzakelijk want oa precursoren van immuun signalen
o Steeds meervoudig onverzadigde vetzuren of poly-unsaturated fatty acids (PUFAs) bv. Omega 3 & omega 6
BRONNEN VAN VET
Vloeibaar vet = olie Vast vet
Rijk aan onverzadigde vetzuren: goede vetbronnen van veel essentile vetten Geen onverzadigde vetzuren
Bronnen vloeibaar vet = meestal plantaardig = visolie (levertraan), vet zeedieren Bronnen vast vet
Risico tot ranzig worden en zo vieze smaak Karkasvet landdieren (verzadigd vet = vast)

VETTEN: EXTRA
n3 eerder ontstekingsremmend
n6 eerder ontstekingsondersteunend
o Ranzig worden: tegengaan met anti oxydanten (Vitamine E & Selenium)

FUNCTIE VAN VETTEN
- Opslag energie (meestal goed verteerbaar)
- Bron essentile vetzuren
o Linolzuur, linoleenzuur en arachidonzuur
- Bron en opslag van vet oplosbare vitaminen
o Vet oplosbare vitaminen A D E K
- Smaak voeder
- Giftige of toxische stoffen
o Cumulatief
o Dioxine, pesticiden
- Bescherming (schok + temperatuur)
- Membraanopbouw
- Hormoonprecursor (cholesterol, prostaglandines)
Supplementen vit. D, A E of K olieachtige oplossing + niet oplosbaar in water! Oppassen met hoe je deze toedient
+ vet = extra smaak voeder
Maar ook extra energie = aanleiding obesitas
Voeder met extra essentile vetzuren = met extra omega 3 vetzuren

Koolhydraten (sachariden)
Ruwe celstof = moeilijk tot niet verteerbare koolhydraten, onoplosbare koolhydraten
Suikers, zetmeel & organische zuren = meestal gemakkelijk verteerbare koolhydraten
Ruwe celstof enkelvoudige suikers aaneengeschakeld met B binding (bta) onopl khd
o Verteerbaar met micro organismen = fermentatieproces met ontstaan vluchtige vetzuren, organische zuren (boterzuur, propionzuur, azijnzuur)
o Cellulose, hemicellulose, pectine, lignine (voorbeelden koolhydraten)

Volledig verteerd (= energiebron) door microflora in:
o Herkauwers en andere pens of voormaag
o Paard en konijn caecum & dikke darm
Mond
Slokdarm (krop)
Voormaag
Maag maagstelsel
Dunne darm: duodenum, jejenum & ileum
- Lever & gal
- Pancreas
Caecum en dikke darm

Forgut fermenter = fermentatie in de darmen
Hindgut fermenter = fermentatie achteraan
Darm en maagvulling (dieet)
Beinvloedt passagesnelheid
o (prikkeling pens herkauwer of darm konijn)
Ontgifting
BRONNEN VAN RUWE CELSTOF
= gras is een bron, maar tijdstip van maaien groeifase is belangrijk!
Aandeel ruwe celstof (%) hoger als aandeel stengel hoger (dan aandeel blad) meer celwand dan celinhoud
Gras = goede bron van EIWIT aandeel eiwit (%) hoger als aandeel blad hoger (dan aandeel stengel) = meer celinhoud dan celwand
SUIKERS
Bron van energie (en C)
Suikers: 1 10 schakels aan elkaar monosaccariden = enkelvoudig suiker
o Veelal 6 koolstofjes aan elkaar in 1 aromatische ring
o Gemakkelijk opneembaar
Geen 2 suikers zijn gelijk: verschillende absorbeer baarheid veel fructose in honing
1) Oligosachariden: alle suikers behalve monosacchariden
a. Sommige zijn makkelijk verteerbaar zoals lactose
b. Andere niet, maar kunnen prebiotisch (antigiftiging) werken
2) Polysachariden
a. Vezelachtige polysachariden zoals cellulose
b. Enzymatische verteerbare zoals zetmeel
Suiker wordt normaal enzymatisch verteerd
Suiker kan ook microbieel verteerd worden

ZETMEEL
= monosaccharide gebonden via a of B binding (alpha of beta)
Bron van C (en energie) = aaneenschakeling van glucose
Soms goed benutbaar voor nmagigen (enzymatisch verteerbaar)
Zetmeel moet soms ontsloten worden wegens hun ingewikkelde structuur
o Zoals de aardappelen die worden gekookt
o Brooddeeg die wordt gekneed = zetmeelverbindingen die worden gebroken, ontrafeld
ORGANISCHE ZUREN
Korte organische structuren
Komen zelden of in geringe mate voor
o Bv. Lactaat (zuur) = melkzuur
o Ontstaat bij fermentatie door bacterin
Kuilvoeders
Herkauwers
Vitaminen
ROL
Bron:
Nutritioneel noodzakelijk
o Ingredinten
o Kernvoeder, supplement met synthetische vitaminen
Productie door microflora in spijsverteringsstelsel
Eenheid IU of IE
o International Units
o Internationale Eenheden
Vetoplosbare Wateroplosbare
- Vitamine A
- Vitamine D
- Vitamine E
- Vitamine K
- (vitamine B12) - Vitamine B Complexen
- Vitamine C

VETOPLOSBARE
VITAMINE A
Retinol
o Epitheel beschermend
Bv. Cornea
Afwijkingen in verband met epitheel, voetzoelen of kussens, schild schildpad
o Vruchtbaarheid, drachtigheidsproblemen bij te kort of hypovitaminose
Bron:
o Vitamine A = in vetopslag
o Caroteen (precursor, pro vitamine)
Wortelen
Vers groen voeder
Luzerne, mais, kuilvoeder
VITAMINE D
Calciferol: cholecalciferol vs ergocalciferol
Rol: nut in Ca/P huishouding
Bron:
o Zonlicht (UV B)
o Voeding
Supplementatie via voeder of via UV B2 lamp
o Controle als dier voldoende onder de stralen of lichtbundel aanwezig is
o Controle als lamp nog voldoende UV B2 afgeeft
Via voeder: zekerheid maar controle als opneembaar

Controleren lamp werking
Controleren hoeveel UV B licht op grotere afstand, op plaats waar dier zit
VITAMINE E
Alpha tocoferol
Rol:
o Antioxydant (+ Se)
Gaat ranzigheid tegen
o Vruchtbaarheid
o Spierstofwisseling
Bron:
o Veel, vers groenvoer
VITAMINE K
Rol:
o Bloedstolling
Bron:
o Nutritioneel
o (microbile synthese in darmen)
Te kort of antagonisten:
o Dicoumarol: rattenvergif
WATEROPLOSBARE
VITAMINE B
Vitamine B complexen, niet 1 vit B maar meerdere
Rol: dikwijls belang bij energielevering naast vele andere functies
Vit B1 (thiamine)
(rode vissoorten): thiaminase)
Pyrodoxine (vit B6)
Aminozuurstofwisseling
(cyano)cobalamine (vit B12)
Bron: vlees of microflora (uitzondering = reserve in vet)
Te kort
o Bloedarmoede
o Zenuwafwijkingen (myeline)

Folinezuur:
Te kort:
o Bloedarmoede
Biotine
Hoornvorming
Nicotinezuur
NIET in mais
VITAMINE C
Kan meestal zelf synthetiseren
Beperkte houdbaarheid
Hoge gift = stimulatie spieren
Mineralen
HOOFDELEMENT & SPOORELEMENT
Hoofd: uit te drukken in % of gram/kg
o Bv. Ca & P
Spoorelement: uit te drukken in 0,00x % of mg/kg of ppm
o Bv Cu & Mg
CALCIUM & FOSFOR
Zenuwfunctie
ATP & ADP = energietransport en opslag
Skelet
o Goede beenvorming (belang bij jonge dieren
o Groeischijven (kraakbeen)
o Volgroeid (groeischijven verdwenen)
Kraakbeen = buigzaam onder druk
Vit. D regelt opname Ca en P via darmwand, afgifte via nier, afzet beenderen
Uitstekende Ca/P voorziening
Ingredienten:
Paard, konijn: luzerne (alfalfa)
Vogel: grit, sepia
Graan kleine Ca/P
NATRIUM, KALIUM & CHLOOR
Elektrolieten = ORS (oral rehydratation solution/salts)
Na+
o Uitwisselingsreactie & membraantransporten
Cl-
o Zoutzuur
Osmotische druk, waterevenwicht, zweet (verlies NaCl), urineren
Bij zoutgebrek:
o Eetlust
o Prestaties, melkproductie
o Vruchtbaarheid
o Ruw haarkleed
Overschot: dier zal veel urineren
MAGNESIUM
Enzymen
Zenuwgeleiding
(beenweefsel)
Ingredinten;
Granen
Graanbijproducten
Vlinderbloemigen
(banaan)
Magnesium stimuleert de calciumopname

SPOORELEMENTEN
Fe
o Rode bloedcellen
I
o Schildklierhormoon
Ca
o In vit. B12, maar supplementatie van CO zinloos
Zn
o Huid
o Enzymen
Se
o Spierstofwisseling
Mn
o Enzymen
o Vruchtbaarheid (eierstokken)
Voederwaarde
Fistel rechtstreeks naar de pens (theezakje)
o In Vivo verteerbaarheid
Stroomdiagramma dia 12
Voederwaarde van voeder:
= eiwit + energieinhoud van voeder
Hangt af van:
Opneembaarheid = absorptie
Verteerbaarheid = met behulp van enzymen & microflora
Mogelijks verschil met Weende-analyse & waarde per bepaalde diersoort niet alles bruikbaar of verteerbaar voor ieder dier (bv. Ruwe celstof)

DROGE STOF ENKELE BEGRIPPEN
Ruw eiwit (RE)
= alle stikstofhoudende verbindingen schattig re = N x 6,25
Ruw vet, ruwe celstof, as
= alle mineralen stoffen
Verteringscofficint:
VC
Hoeveel % van voeder is verteerbaar
Verschillend voor iedere diersoort
Proefondervindelijk testen?
o In vitro
o Petsect = vertering van insecten bij hond en kat
Verteerbaar ruw eiwit hoeveel eiwit verteerd wordt
3 manieren om energetische voederwaarde in te schatten
1) In vivo versus
2) In vitro
3) Energie inschatten via waarden uit weende analyse
Bronnen van energie: vet, eiwit, koolhydraten
Volgens de formule van Atwater:
In eiwit: 16,8 kJ ME/g eiwit 33% eiwit = 330g eiwit in 1kg 1kg = 16,8 x 330 = 5544 kJ ME (metaboliseerbare energie)
In khd: 16,8 kJ ME/g khd 100% - vocht eiwit vet as
In vet: 37,6 kJ ME/g vet
Verteerbaarheid celwand: aandeel cellulose, hemicellulose, lignine (en pectine)
1. Calorien versus joule
2. Metaboliseerbare versus verteerbare en neto energie
1kcal = 4,184 kJ
1 kcal = 4 x 1 kJ
Pg 58 formule niet kennen
Schema metaboliseerbare vs verteerbare en netto energie
VEM Voeder Eenheid Melkvee
VEVI Voeder Eenheid Vleesvee Intensief
NEv Netto Energie Varken
EW varken Energiewaarde varkens
OE Opneembare energie leghen, pluimvee, slachtkip
VEP Voeder Eenheid Paard
EW paard Energiewaarde paard
Andere bij paard: VE DE Verteerbare energie = digestable energy
Pk Paardenkracht


Hoofdstuk 3: basis vertering: basis spijsverteringsstelsel (microbiologische & enzymatische vertering)
Waarom voeding?
Energie activiteit
Bouw lichaam: spieropbouw
Vitaminen: ziek
Lekker
Voeding is dus energie, eiwit, verse groenten en fruit, snoep, geur van koffie
Basis kennis van spijsverteringsstelsel
Functie spijsverteringsstelsel: ingredinten die mechanische, chemische en biologische bewerking doorgaan chemische samenstelling = enkelvoudige bouwstenen
Eenvoudig spijsverteringsstelsel enzymatische vertering (vertering eiwit, vet, eenvoudige koolhydraten) & microbile vertering (moeilijk te verteren koolhydraten)
Enzymatische vertering
EIWITVERTERING (TEKENING)
Mond
Slokdarm
Maag: productie van
o Pepsinogeen
o HCl (pH = eiwitafbraak afdoden micro organismen) = zuur barrire
Eiwitvertering: pepsinogeen -> pepsine (helpt eiwit afbreken)
Bescherming bacterin
Dunne darm: duodenum, jejenum & ileum
o Pancreas
Secretie van bicarbonaat (buffer = van zure pH naar neutrale pH)
Secretie van enzymes
Lever & gal
Pancreas
Dikke darm: caecum, colon & rectum
VETVERTERING
Mond
o Speeksel: amylase
o (fructose)
Slokdarm
Maag maagstelsel (maaglipase)
Dunne darm: duodenum, jejenum, ileum
o Vertering met behulp van enzymes
Lactase: vertering lactose
Afnemende lactose activiteit naar mate ouder worden
Rasafhankelijk
Melk in rantsoen beperken
Lever & gal
o Secretie galzuren : emulgeren van vet
o Diersoortverschillen
Pancreas
o Lipase: vetvertering
Microbile vertering
Vooral hulp bij afbraak ruwe celstof (RC) of vezel
In voormaag, caecum & dikke darm
Overal waar pH = 7
RC wordt methaan & vluchtige vetzuren (VZZ) = verzuring
o Dient gebufferd te worden
o Zoniet bv. wat bij pensverzuring: microflora sterft af of minder actief
Microflora kan veel afbreken & terug opbouwen nut supplementen? beschermende aminozuren, vitaminen of vetten
Dikke darm: carcum, colon en rectum :
Resorberen van vooral vocht = indikking chymus
Hindgut fermenters
Resorberen van vooral vocht = indikking chymus
Enkel microbiele vertering
o Eiwitten: afgebroken tot NH3 en amines = stinkt
o Koolhydraten: afgebroken tot CO2 en vluchtige vetzuren = winderigheid
PRE EN PRO BIOTICA (EXAMENVRAAG!!)
Pro:
- Goede bacterin (levend)
- Bv. Lactobacillen zorgen voor zure omgeving, olifantenkalf geen zure maag
Pre:
1) Voeder voor goede bacterin (lactose voor kuikens)
2) Ontgiftiging
3) Bezetten van potentile hechtingsplaats
VEZELS BIJ HERKAUWERS: PENS, VOORMAAG
Vezels door microflora afgebroken in productie van:
Veel microbieel eiwit (bij pH 7)
Vluchtige vetzuren (VVZ) = verzuring
Buffer tegen verzuring:
NaHCO3 (buffer in speeksel)
Veel speeksel bij herkauwen
Veel herkauwen wanneer vezels penswand prikkelen (prikkelwaarde in voeder = structuurwaarde (SW moet minimaal zijn!!)
Myxotoxines
MICROBILE VERTERING VAN ANDERE NUTRINTEN DAN VEZEL
Eiwitten: afgebroken tot NH3 en amines stinkt
Koolhydraten: afgebroken tot CO2 en vluchtige vetzuren winderigheid
Bron van koolhydraten in dierlijke productie of bron van koolhydraten voor carnivore eenmagigen
Carnivoren: algemeen koolhydraten in dierlijk organisme
Vrij schaars in dierlijke organismen:
o Ruwe celstof: planten
o Suiker: glucose in bloed, lactose, glycogeen in spier, gebonden suikers: glycolipiden & glycoprotenen
o Zetmeel: planten
o Organische zuren: planten
Zetmeel in commercieel voeder: extrusie
VEZELS BIJ EENMAGIGEN
Carnivoren:
o Algemeen koolhydraten in dierlijk organisme zijn schaars
5-10% ruwe celstof
Zetmeel in commercieel voeder: extrusie
Paard, varken, konijn
o Als symbiose met micro organismen
Konijn
o Stimulering darmspieren = darmmotoliteit
Hond, varken
o Maagvulling, welzijnsvoeder
Suiker kan wel microbieel verteerd worden
Dikke darm= caecum, colon en rectum
o Resorberen vooral vocht = indikking chymus
o Enkel microbiele vertering
o Eiwitten: afgebroken tot NH3 en amines = stinkt
o Koolhydraten: afgebroken tot CO2 en vluchtige vetzuren = winderigheid
Hoofdstuk 4: eerste link met ingredinten
Behoefte aan voeder voor:
Energie: activiteit
Bouw lichaam: spieropbouw
Vitaminen
Lekker
Begrippen
Ruwvoeder = gras (hooi) bewerkte mas (silo)
Mengvoeder = mengeling van verschillende ingredinten waar ingredinten nog te herkennen zijn
Voederkern = concentraat van eiwit (of synthetische aminozuren, mineralen en vitaminen)
Krachtvoeder = confer voederkern maar focus op eiwit en energie inhoud en verhouding
Meel = volledig product verkregen door malen van graan zonder vermeerdering of vermindering van der samenstellende delen van droge stof
Zemelen = na het maalproces: resterende schildelen zoveel mogelijk van bloem ontdaan
Bv. Tarwezemelen (aanwezigheid P: fytaat vs fytase)
Voermeel = gemalen reststroom
Bv. Koekjesmeel

Bijproducten van de olieslagerij
Koek = indien product verkregen is door persing
Schilfer = indien product verkregen is door wringing
Schroot = indien het product verkregen is door extractie
o Vet er uit gehaald
o Eiwitgehalte daalt
Rangschikking volgens eiwitgehalte: schroot > schilfer > koek
Ruwvoeders
GRAS
= rijk aan ruwe celstof
Hooi: cellulose, hemicellulose, pectine & lignine
NUTRINTENVERHOUDING: VERSCHIL IN MAAIDATUM & OF SNEDE
Celwand = ruwe celstof
Celinhoud = celeiwit, zetmeel, suiker,
GROEISTADIUM VAN HET GRAS
Vegetatief stadium Generatief stadium
- Veel blad, weinig stengel
- = meer inhoud dan celwand
- = veel eiwit (en suiker) tov ruwe vezel (energie) - = zaadvorming + stengel
- = celstrekking
- Veel celwand/minder inhoud
- = meer ruwe vezel dan eiwit
- Veel ruwe celstof (lignine)

Zetmeel & suiker als voeding voor bacterin = zure bijproducten = bewaring in kuil
GRASSOORTEN
Engels raaigras Italiaans raaigras
- Groeit goed bij stikstofrijke bodem
- Eiwitrijk
- Zodevormer (weide) - Groeit goed bij stikstofrijke bodem
- Eiwitrijk
- Enkelvoudig wortelstelsel
MAS
Ruwe celstof rijker door:
o CCM: Corn Cob Mas
Korrel
+ kolf
(deel schutblad)
o GPS: Ganse Plant Silage
ANDERE: BV. BIETEN
Loof (blad) kan gevoederd worden
Knol = biet = veel vocht suikerrijk = wordt graag gegeten
BIETENKORREL KAN VEEL WATER OPNEMEN EN ZWELLEN
Voedermiddelen: granen
FYTASE
= veel plantaardig P vast in de vorm van fytaat
Niet goed verteerbaar
Wel goed af te breken via enzym fytase
Dus enkel gerst: veel P in kafje maar niet goed verteerbaar
o + tarwe = + fytase P in gerst komt vrij
o Ca/P wijzigt
PEULVRUCHTEN
Rijker aan eiwit en vet
Hoger risico anti nutritionele factoren
MAS
In verschillende vormen:
o Korrel
o Zetmeel ontsluiten via:
Corn flakes: walsen
Maskiemkoek: persen
Korrel:
o Energierijk: vet (olie), zetmeel, suiker
o Tryptofaan arm
o Ruwe celstof arm
o Vitaminen: veel caroteen en vitamine E
Gebruik: pluimvee, varkens, (carnivoren: vlokken), runderen, (paarden: te veel energie)
GERST
Korrel
o Ruwe celstof: 5%
o Geen fytase
Gebruik: varkens!, runderen, (pluimvee) of brouwerij: bijproduct bierdraf
GORST
= gepelde variant gebruik: carnivoren, volirevogels
TARWE
Korrel
o Ruwe celstof: eerder laag
o Wel fytase! Ca/P
Gebruik: pluimvee, varkens, paarden
o Maar: tot 20-30% van het rantsoen maximaal
o Bakkerij, pasta industrie
SPELT
= bedektzadige variant van tarwe = meer ruwe celstof dan tarwe gebruik: paarden
ROGGE
Korrel
o Veel energie
o Fytase
Gebruik: max 10-20% door anti nutritionele factor RESORCINOLEN = branderig gevoel
o Bakkerij
Moederkoren (Claviceps Purpurae)
TRITECALE
Korrel
o Veel fytase
o Hoge eiwitkwaliteit
Lysine
(GEPELDE) HAVER
Korrel
o Energie: 5% vet
o Hoge eiwitkwaliteit
Veel aminozuren
o Veel ruwe celstof (bij ongepelde variant)
Verteerbaarheid
Carnivoren
o Niet bij pluimvee
o Eetlustopwekkend
SOJABOON
= rijk aan eiwit: 37%
- Wateroplosbaar
- Vetrijk: 18%
- Geen fytase
SOJASCHROOT
= meer eiwit dan sojaboon
- Groot verschil ruwe celstof: afhankelijk van gebruik
ERWTEN
Gebruik: varken (pluimvee)
Minder anti nutritionele factoren
Bitterstoffen: 20% rantsoen max
Wikken, bonen idem
o Wikken: niet paarden en varkens
o Vooral voor duiven
KOOLZAAD
In plaats van sojaboon
Enkel de 00 variant
Lysine rijk
Vetrijk
Sinapine
o Vissmaak in ei
Gebruik: pluimvee, behalve legkip
Raapzaad
LIJNZAAD
Vlasplant
Eiwit en energierijk
Onverzadigde vetzuren
Laxatief
ZONNEBLOEM
Ruwe celstof rijk 27%
Zwavelhoudende aminozuren
o Methionine
o Cystene
Vorm van het voeder
1) Korrel (pellet)
2) Brokken (gextrudeerd)
3) Mengvoeder
4) Poedervorm
5) Vloeibaar voeder
6) snoep
Passagesnelheid afhankelijk van:
Vorm
Frequentie
Samenstelling
Concentratie
VERSCHIL KORREL EN BROK:
Korrel: pellet
o Samengeperste mengeling van fijne ingredinten: inclusief supplementen met vitaminen & mineralen
o + kleverige producten (melasse)
Brok
o Gextrudeerd
o Pasta (met mineralen) dat onderdruk verhit en door plotse drukval een luchtige indruk heeft
WAT IS EEN KORREL & EEN BROK?
KORREL:
Geperst
Melasse of suiker nodig
Lagere temperatuur
Groot voordeel als totaal voeder
o Gemakkelijk om:
Poedervorm op te laten nemen
Kleine hoeveelheden te supplementeren
o Zekerheid: alle nutrinten worden in de juiste concentratie opgenomen
o Geen selectie
Voordeel:
o Vitaminen, enzymen en eiwit onveranderd
Nadeel:
o Zetmeel niet ontsloten
Doorsnede korrel: 9-15mm: rat, muis, hamster 3-4mm: konijn & cavia
Hardheid: ideaal = breekt tussen de vingers (rat & muis)
o Te hard: eet minder
o Te zacht: morst, verkwist
BROKKEN:
Lage densiteit
Gextrudeerd
Allerlei vormen
Mogelijk hoog vetgehalte in de brok
Productieproces = hoge temperatuur
o Voordeel:
Laag kiemgetal: houdbaarheid
Smakelijker (vet hoger + coating)
Beter verteerbaar
Ontsloten zetmeel
o Voor het koken: plantaardige cellen intact, zetmeelkorrels compact + hard
o Tijdens het koken: zetmeelkorrels absorberen water uit celvloeistof, zwellen op en worden zacht
Aangepaste vorm van voeder
o Nadeel:
Vernietiging van enkele vitaminen en enzymen (denaturatie eiwit mogelijk = Maillaird reactie)
Vooral bij carnivoren & labodieren
MAILLARDREACTIE
= vervorming van eiwit onder invloed van warmte, waardoor niet meer verteerbaar
Verlies van energie wanneer zetmeel ontbind maar zetmeel ook ontsloten door warmte en dus verteerbaar
Ontbinden vitaminen


KORREL & BROK VS MENGVOEDER:
Mogelijke ideale rantsoen samenstellen = iedere hap heeft identieke samenstelling aan nutrinten
Geen selectie
Minder verkwisting
o Indien ideale hardheid
Smaak te wijzigen

MENGVOEDER:
Ideale rantsoen maar
o Selectie mogelijk waardoor samenstelling van opgenomen voeder kan verschillen
DUS:
o Minder controle totale opname
o Minder controle ideale opname
o Verkwisting mogelijk
ANDERE:
Poeder als supplement Snoep
- Oxidatie
- Oplosbaarheid
- Zakken op bodem (mengvoeder)
- Op vlees bv: gedrag dier - Suikerrijk
- Ook de graan en fruitstokjes






. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.

Antwoord gegenereerd door AI Antwoord rapporteren

Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.

Stel een vraag
 
Inloggen via e-mail
Nieuw wachtwoord aanvragen
Registreren via e-mail
Winkelwagen
  • loader

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items! Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

loader

Ontvang gratis €2,50 bij je eerste upload

Help andere studenten door je eigen samenvattingen te uploaden op Knoowy. Upload ten minste één document en krijg gratis € 2,50 tegoed.

Upload je eerst document