Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Thema 2
Hoorcollege 2: ontwikkeling van het urogenitaalstelsel, hypofyse en
bijnier
Urinestelsel:
Ontwikkelt zich uit het intermediaire mesoderm, het genitaalstelsel ontwikkelt zich hier ook uit
Verdikking in intermediaire mesoderm: mediaal = genitale riggel en lateraal = gaan de nieren
zich uit differentieren.
Pronephros: cervicale nefrotomen, differentieren zich niet tot functionele units bij de mens,
degenerenen na dag 24/25
Mesonephros: nefrotomen in verbinding met cloaca via ductus mesonephricus, ontwikkelt zich
tot een functioneel niersysteem vanaf week 6 en degenerenen in de 10e week
Metanephros: ontstaat in de 5e week en wordt in de 10e week functioneel. Hieruit ontwikkelt
zich de definitieve nier en heeft 2 functionele onderdelen:
1. Excretie --> ontwikkeling vanuit metanephrogeen blasteem (kapsel van Bowman,
proximale tubulus, lis van Henle en distale tubulus
2. Verzamelen --> ontwikkeling vanuit ureterknop (verzamelbuisjes, calyx major en minor,
pelvis renalis, ureter)
Ureterknop ontwikkelt zich uit caudale deel ductus mesonephricus en groeit richting de
metanephros.
Interactie tussen ureterknop en kap mesenchym van de metanephros reguleert naast de groei
en vertakking van de tip van de ureterknop, ook de vorming excretie units
Urine en faeces komen in eerste intstantie samen in het cloacale. Het septum urorectale
verdeelt cloaca in canalis anorectalis en sinus urogenitalis --> cloacale membraan ruptureert -->
gescheiden uitgang faeces en urine
Verwijde craniale gedeelte van sinus urogenitalis ontwikkelt zich tot blaas die nog continue is
met de allantois (verbinding blaas en de navel)
Ductus mesonephricus gaat helemaal corporeren met de blaas en vormt een driehoek aan de
achterzijde. Deel wat in de wand is genomen vormt het trigonum vesicae. Tussen ureteren en
urethra zit een hele gladde plek = restant ductus mesonephricus. De rest van de blaas is heel
erg geplooid
Ductus mesonephricus ontwikkelt zich tot de vas deferens (XY) of gaat in regressie (XX)
De nieren maken constant nieuwe bloedvaten waarbij de onderste dan in regressie gaan en zo
klimmen ze omhoog. Ze worden laag aangelegd namelijk maar ze komen uiteindelijk net onder
het diafragma te liggen.
Laatste deel rectum gevasculariseerd door a. mesenterica inferior.
Inwendige geslachtsorganen:
Gonaden ontstaat uit oerkiemcellen, die in wandd van dooierzak liggen en ontstaat uit
coeloomepitheel en onderliggend mesenchym
Oerkiemcellen migreren via dooierzak --> mesenterium dorsale --> achterwand embryo thv T10
--> genitale riggel. Tegelijk met deze vorming vindt ook de vorming van de ductus
paramesonephricus vanuit het coeloomepitheel plaats.
Oerkiemcellen zetten coeloomepitheel aan tot proliferatie --> geslachtsplooi --> coeloomepitheel
dringt onderliggend mesenchym binnen --> vormen steuncellen
Coeloom is toekomstige peritoneaal holte
Sertolicellen = komen uit steuncellen door SRY-eiwitten. Scheiden Dhh en AMH uit. Alleen bij
mannen (XY)
Anti-mullerian hormoon (AMH) = zorgt voor regressie ductus paramesonephricus (buis van
MUller). Alleen bij XY
Cellen van Leydig = produceren testosteron. Alleen bij XY
Masculinisatie =
Bij XX zijn er follikel cellen ipv sertoli-cellen. Deze gaan niet differentieren tot cellen van leydig.
Geen AMH --> buizen van Muller niet in regressie. Geen testosteron --> ductus mesonephricus
in regressie
Ontwikkeling uitwendige geslachtsorganen:
Tuberculum genitale (= anterieure fusie van 2 cloacale zwellingen) breidt zich uit. Het sinus
urogenitalis strekt mee naar voren als de urogenitale plaat
Als sinus urogenitalis gescheiden is van anale kanaal worden de cloacale zwellingen de
urogenitale/urethrale plooien genoemd.
Later in de ontwikkeling ontstaan er een nieuw paar zwellingen, de labioscrotale zwellingen
De glansplaat op distale eind is het restant van het cloacale membraan
XY vervolg:
Tuberculum genitale gaat groeien en de 2 zwellingen gaan fuseren. De glansplaat gaat
invagineren en vormt binnenbekleding urethra.
XX vervolg:
Dan vormt de glansplaat de clitoris
Oefenvragen deel 1:
1. Welke structuur ontwikkelt zich uit de ductus mesonephricus bij zowel een xx als xy
embryo? Ureterknop
2. Welke structuren ontwikkelen zich uit de uterterknop?
Pelvis renalis, Calyx en de verzamelbuisjes
3. Welke van de volgende structuren ontwikkelen zich uit de ductus mesonephricus?
Vas deferens en ductuli efferentes
4. Waaruit ontwikkelt zich de ductus paramesonephricus?
Coeloom epitheel
5. Waaruit ontwikkelen zich de labia majora?
Labioscrotale zwellingen
Ontwikkeling hypofyse en bijnier:
Anatomie hypofyse:
- Lobus anterior = adenohypofyse (hormonaal, uit oppervlakte ectoderm = zakje van
Rathke)
- Lobus posterior = neurohypofyse (neuraal, uit neurogeen ectoderm = infundibulum)
De hypofyse komt uit het ectoderm, dit heeft 2 componenten: neurogeen ectoderm (neurale
buis) en oppervlakte ectoderm (epidermis, epitheel mond en neusholte)
Zakje van Rathke is een instulping van het oppervlakte ectoderm in de primitieve mondholte
(stomodeum) --> infundibulum + zakje van Rathke --> hypofyse
Anatomie bijnier:
- Medulla glandulae suprarenalis: aangestuurd door sympathische zenuwstelsel
- Cortex glandulae suprarenalis: bevat drie lagen, hormonale aansturing
Ontwikkeling bijnier: het merg ontwikkelt zich uit de neurale lijstcellen. Het merg en de
sympathische postganglionaire neuronen hebben dezelfde embryonale oorsprong --> innervatie
bijniermerg geen post-ganglionair neuron betrokken
Medulla = neurale lijstcellen (ectoderm)
Cortex = intermediair mesoderm
Oefenvragen deel 2:
1. Welk deel van bijnier heeft dezelfde embryonale oorsprong als de neuronen in de
autonome ganglia? Bijniermerg
2. Waaruit ontwikkelt zich de adenohypofyse? Oraal ectoderm (zakje van rathke)
Hoorcollege 3: endocrinologie van de voortplanting
Hypothalamo-hypofysaire-ovulaire as heel belangrijk
LH, FSH en prolactine komen uit de adenohypofyse. Dit zijn gonadotrofines. GnRH stimuleert
de hypofyse en is afkomstig uit de hypothalamus. Ovariae gaan geslachtssteroiden produceren,
dit zijn oestradiol en progesteron.
Vanuit de nucleus arcuatus wordt er GnRH pulsen afgegeven aan de hypofyse voorkwab.
Oestrogeen + progesteron + inhibine B + inhibine A = negatieve feedback
- Fetus: al wat FSH en LH
- Eerste 4 maanden: piek van FSH en LH
- Na 4 maanden: valt de activiteit van de hypofyse stil, het is het laagst bij 8/9 jaar.-
- Rond de puberteit: het begint snachts met golfjes en later gaat de hypofyse gevoeliger
worden waardoor die de eierstokken meer gaat stimuleren.
- Vruchtbare jaren: Onder invloed van oestrogenen gaat er veel pulsatiliteit zijn en wordt
er meer LH gevormd. Hierdoor ontstaat een menstruele cyclus die steeds regelmatiger
wordt.
- Menopauze: niet voldoende eicellen meer + minder productie oestrogenen --> feedback
naar hypofyse neemt af. Het FSH gaat stijgen.
Menopauze = als een vrouw een jaar geen menstruatie meer heeft gehad
Na de geboorte worden geen nieuwe eicellen geproduceerd, bij mannen worden er wel constant
nieuwe zaadcellen geproduceerd.
Kisspeptine en leptine: kisspeptine wordt gestimuleerd door leptine aan het begin van de
puberteit. Door binding aan KiSS-R in GnRH producerende neuronen neemt GnRH toe
waardoor LH en FSH ook toenemen. Vrouwen die veel vet hebben, hebben ook meer leptine.
Hypothalamus is heel erg gevoelig voor omgevingsfactoren waardoor de hormoonbalans
verstoord kan raken. Hierdoor kan een menstruatie uitblijven bijv bij mensen met veel stress, die
veel sporten of anorexia hebben.
Telarche = begin borstgroei. Pubarche = begin pubisbeharing. Menarche = eerste menstruatie
De hele kleine pre...follikels gaan oestradiol produceren. Dit gaat naar de hypofyse en die
begint wat FSH te produceren, dit wordt afgeremd door oestradiol. Oestradiol wordt zo hoog
waardoor het de hypofyse gaat stimuleren waardoor LH en FSH toenemen --> eisprong. Na de
eisprong stijgt de concentratie progesteron. Dit zorgt voor de zwangerschap bij bevruchting. LH
zorgt voor het corpus luteum, de gronulosa cellen en theca cellen gaan geel worden en gaan
beginnen progesteron produceren.
Elke maand tussen 5-50 eiblaasjes --> primaire + secundaire follikels produceren AMH. Onder
invloed van ook nog inhibine en gevoeligheid van follikels voor FSH wordt er uiteindelijk 1
dominant follikel ontwikkeld, die tot de eisprong gaat lijden.
Folliculaire golven: elke maand zijn er meerdere golven van follikels die klaarzitten om te
ontwikkelen tot eicel. Door onderdrukking van het gele lichaam is er maar 1 eicel die zich
ontwikkeld en dus het dominante follikel wordt. Bij IVF zijn er meerdere eicellen nodig.
Ovulatie:
- LH stijgt: initieert meiose + luteinisatie van granulosa + synthese van progesteron en
prostaglandine
- Progesteron: verhoogt activiteit proteolytische enzymen ook die van prostaglandine
- Mid-cyclische stijging in FSH: eicelvrijzetting + LH-receptoren voor luteale fase
Ovulatie test meet LH-piek, 10-12 uur na deze piek vindt de eisprong plaats.
Luteale-folliculaire overgang: dalen van oestradiol, progesteron en inhibine. Daling van inhibine
zorgt voor daling FSH. Hierdoor wordt GnRH pulsatiele secretie verhoogd dat wordt gevolgd
door nieuwe FSH-secretie. Dit zorgt voor nieuwe ontwikkeling eitjes
Het ovarium bevat cortex waar de follikels gelegen zijn, daarnaast bevat het een stroma
(binnenkant). Eisprong voel je niet omdat er weinig/geen zenuwen aanwezig zijn.
Het SER (aromatase) is niet aanwezig bij mannen waardoor de ontwikkeling bij mannen na
androsteendion en testosteron stopt. Bij vrouwen gaat het door omdat zij wel het enzym
hebben.
Vrouwen produceren soms te veel testosteron. Er zijn vrouwen waarvan de eierstokken net iets
groter zijn omdat er iets te veel eiblaasjes zijn. Deze liggen als een krans in de schors van de
eierstokken. Ze produceren samen net iets meer oestrogeen --> hypofyse wordt afgeremd
waardoor te weinig FSH wordt geproduceerd. De follikels breken af en gaan in de stroma zitten
en produceren net iets te veel testosteron --> polycystische eierstokken.
De pil zorgt ervoor dat er geen dominant follikel wordt gevormd waardoor er geen eisprong
plaatsvindt.
Leydig cellen produceren testosteron. In de sertoli cellen worden inhibine/activine en AMH
geproduceerd.
Werkcollege 2: hormonale aspecten van de voortplanting
Hypothalamus-hypofyse-testes as:
Hypothalamus GnRH --> LH en FSH uit adenohypofyse --> testosteron en inhibine uit testes. GnRH wordt
pulsatiel afgegeven. LH in leydigcellen --> testosteron. FSH in sertollicellen --> spermatogenese en
inhibine. Er is negatieve feedback van LH en FSH op de aanmaak van GnRH (korte feedbackloop). Er is
negatieve feedback van testosteron en inhibine op aanmaak GnRH, LH en FSH (grote feedbackloop).
Oestrogenen invloed op amplitude pulsatie GnRH
Progesteron invloed op frequentie pulsatie GnRH
Door kisspeptine neuronen in hypothalamus wordt GnRH pulsatiel afgegeven door de GnRH neuronen.
Bij continue afgifte zijn de levels als eerst heel hoog, dit zorgt voor minder gevoeligheid van de hypofyse
waardoor er uiteindelijk te weinig wordt afgegeven. Andere hormonen hebben ook pulsatiele afgifte
zoals CRH (--> ACTH --> cortisol) en GHRH (--> GH)
Hypothalamus-hypofyse-ovaria as:
GnRH hypothalamus --> LH en FSH uit adenohypofyse -->
progesteron, oestradiol, inhibine en AMH uit ovaria. FSH
(granulosacel) zorgt voor groei follikels en LH (thecacel)
zorgt voor de productie van oestradiol, de ovulatie en
ontwikkeling corpus luteum. Oestradiol zorgt weer voor de
groei van het endometrium. Na ovulatie wordt progesteron
gemaakt door het corpus luteum.
Corpus luteum: rest van follikel na ovulatie. Het produceert
progesteron om het endometrium te stabiliseren en klaar te
maken voor innesteling. Geen zwangerschap: corpus luteum
--> corpus albicans --> progesteron minder --> menstruatie.
Wel zwangerschap: corpus luteum actief door hcg van
embryo.
Testikels kunnen kleiner worden door het gebruik van anabole steroiden. Anabole steroiden zijn een
vorm van testosteron waardoor er extra testosteron in het lichaam komt. Hierdoor gaan de testikels
minder testosteron maken vanwege de negatieve feedbackloop.
Aan begin van de cyclus zorgt FSH voor stimulatie van meerdere follikels. Deze follikels produceren
oestradiol en inhibine. Hierdoor is er negatieve feedback op de hypothalamus en hypofyse --> minder
aanmaak FSH --> meeste follikels stoppen met groeien. Er is 1 follikel met meer FSH-receptoren, betere
bloedvoorziening en meer oestradiolproductie waardoor deze wel gevoelig blijft voor minder FSH.
Ovulatie: er is een dominant follikel wat meer oestradiol gaat produceren --> feedback wordt positief ipv
negatief omdat het oestradiolniveau zo hoog is --> LH stijgt en FSH ook --> ovulatie door LH. Oestradiol
moet min 48 uur lang hooggenoeg zijn voor ovulatie, er is een hoge piek van LH nodig.
Puberteit: de hypothalamus wordt actiever waardoor meer pulsaties GnRH afgegeven worden --> meer
FSH en LH afgegeven door hypofyse.
Jongens = testes maakt testosteron --> spermatogenese en secundaire geslachtskenmerken
Meisjes = ovaria maakt oestradiol --> rijping follikels en secundaire geslachtskenmerken
Cryptorchisme = niet ingedaalde testes bij geboorte, blijft in buik of lieskanaal zitten
Kallman syndroom: de GnRH-producerende zenuwcellen zijn niet aangelegd. Door minder GnRH is er
ook minder LH en FSH --> minder testosteron/oestradiol. Er is dus geen puberteitsontwikkeling omdat er
geen activiteit van de GnRH neuronen is. Bij mannen zorgt dit voor geen/minder spermatogenese en bij
vrouwen zorgt het voor geen/minder rijping follikels en geen ovulatie. Behandelen met GnRH of FSH en
LH mocht men kinderen willen krijgen. Bijverschijnsel is anosmie, dit betekent geen reukvermogen. Dit
komt doordat de GnRH neuronen afkomstig zijn uit olfactoire gebied hypothalamus en bij dit syndroom
zit de fout in de migratie waardoor n. olfactorius niet goed aangelegd wordt.
Turner syndroom: ontbreken X-chromosomen waardoor ovariumfunctie wegvalt. FSH en LH zijn
verhoogd door geen feedback ovaria. Oestradiol en progesteron zijn verlaagd omdat de ovaria niet
werkt. Minder oestradiol zorgt voor minder puberteitsontwikkeling. Andere symptomen: klein, lage
haargrens nek, schildklierproblemen, hartafwijkingen. Er zijn geen eicellen en dus geen ovulatie, deze
vrouwen kunnen niet natuurlijk zwanger worden wel met IVF. Oestrogeen heeft meerdere voordelen
(botdichtheid, gezond cardiovasculair systeem) en zorgt voor puberteitsontwikkeling, behandeling is dan
ook oestrogeensuppletie.
Anticonceptie:
Normale pil bestaat uit oestrogeen + progestageen maar prikpil, minipil en hormoonspiraal bestaan
alleen uit progestageen. Prikpil is injectie met langwerkend progestageen om ovulatie te remmen en
cervixslijm te verdikken en endometrium dunner te houden. Minipil is een dagelijkse pil met lage dosis
progestageen om cervixslijm te verdikken. Anticonceptie heeft negatieve feedback op GnRH, FSH en LHproductie waardoor er minder rijping follikels is en geen ovulatie.
Climacterium = periode waarin voortplantingsfunctie afneemt en daarna stopt, paar jaar voor
menopauze. Komt door steeds minder follikels --> minder oestradiol --> FSH en LH stijgen door minder
negatieve feedback. Opvliegers ontstaan door veranderingen in de thermoregulatie in de hypothalamus.
Hypothalamus wordt gevoeliger door daling oestradiol --> sneller vasodilatatie. Oestrogeen remt
botresorptie en verhoogd HDL en verlaagd LDL --> hogere botdichtheid + beter cardiovasculair
Stress kan leiden tot afwezigheid van menstruatie. Stress --> hypothalamus met CRH --> hypofyse met
ACTH --> bijnier met cortisol. Stress remt afgifte GnRH van hypothalamus.
MTE 1: endocrinologie
Progesteron geeft een klein beetje positieve feedback (FSH verhoogd dus) op FSH rond de
helft van de cyclus. Het piekt hoog na de eisprong --> negatieve feedback op de as (minder
productie van FSH en LH). Progesteron zorgt ervoor dat tijdens zwangerschap alle
hormoonspiegels laag blijven. Het blijft dus hele zwangerschap hoog.
AMH wordt geproduceerd door primaire en secundaire follikels. Het zorgt ervoor dat er maar 1
dominant follikel overblijft. Dit doet het samen met inhibine B. Sommige follikels krijgen niet
genoeg FSH --> stoppen met ontwikkelen. 2 systemen dus: AMH + gevoeligheid voor FSH.
Naarmate je ouder wordt krijg je meer FSH waardoor de kans op een tweeling groter is. 2
follikels ontwikkelen zich tot dominante follikels.
Bij anticonceptie gebruik door de pil is het niet zo dat de eitjes worden opgespaard omdat je
geen ovulatie hebt. De ontwikkeling van de follikels duurt niet maar 1 cyclus maar duurt langer
dan dat (120 dagen) --> golven van primaire en secundaire follikels waarvan maar af en toe
eentje dominant wordt (hiervoor is een paar keer per maand een kans). De kans op dominantie
wordt gestopt door gebruik van de pil. De follikels gaan in atresie (stoppen met ontwikkelen).
Rol van leptine: hormonen die de gevoeligheid van de as regelen op het niveau van de
hypothalamus en hypofyse. Het wordt geproduceerd in vetweefsel.
Oestradiol daalt eerder dan LH rond de eisprong. Dit komt door de productie van oestradiol kan
op bepaald moment niet blijven stijgen. Als eicel rijp is gaat de aromatisatie stoppen --> stijging
oestradiol stopt + zorgen voor LH piek. Daarna daalt LH ook. . De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is onbeperkt.
Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraagStel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraag