Leg mij uitgebreid het volgende onderwerp uit: Interacties tussen verschillende soorten om de kans op overleven te vergroten
Deze bundel vervangt:
4.1 in het leerboek pagina 74 en 75
4.1 in het werkboek pagina 117 en 118
1 SAMENLEVEN
Tussen organismen zijn allerlei relaties mogelijk. Zo hebben dieren van dezelfde soort elkaar nodig om zich voort te planten. Maar dieren van dezelfde soort zijn ook vaak met elkaar in competitie: denk aan het bemachtigen en afschermen van een territorium voor het verkrijgen van voedsel (jacht) of het voortbrengen van jongen.
In de natuur bestaan ook veel relaties tussen organismen van verschillende soorten. Zo dient bijvoorbeeld het ene organisme als voedsel voor het andere organisme. Andere organismen werken juist heel goed samen.
Soorten relaties
INTERspecifieke relaties: relaties tussen individuen van verschillende soort
Kruis de situatie aan waar een interspecifieke relatie voor komt.
O de jager-prooi relaties tussen de sneeuwhaas en de lynx
O de concurrentie tussen de reen voor het toekennen van het terrein
INTRAspecifieke relaties: relaties tussen individuen van dezelfde soort
Kruis de situatie aan waar een intraspecifieke relatie voor komt.
O de zeeanemoon eet mee van het resten van voedsel van heremietkreeft
O de gevechten bepalen de hirarchie bij de mantelbaviaan
2 SAMENLEVINGSVORMEN
In wat volgt leggen we de focus op de relaties tussen organismen van VERSCHILLENDE soorten.
= _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ relaties
In 1879 vatte De Barry elke vorm van wisselwerking tussen soorten samen onder de term SYMBIOSE, wat 'samenleving' betekent. Bepaalde wisselwerkingsvormen hebben echter een heel eenzijdig karakter en zijn van zeer korte duur: een predator eet z'n prooi op. In dit geval zullen we niet spreken over symbiose.
In andere gevallen van wisselwerking tussen organismen is het karakter niet altijd zo eenzijdig: het voordeel van de ene soort betekent niet noodzakelijk een nadeel voor de andere soort, soms hebben beide soorten zelfs voordeel.
De partners noemt men _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _
Indien een van de partners op de buitenzijde of in gemakkelijk toegankelijke lichaamsholten zit van de andere partner, spreekt men van een ectosymbiose.
Indien het levend wezen in het lichaam aanwezig is van z'n partner, wordt dit aangeduid met een endosymbiose.
Opdracht:
Maak na het verwerken van deze bundel hieronder een schema waaruit duidelijk wordt welke samenlevingsvormen er tussen soorten zijn. Zorg ervoor dat je duidelijk ziet hoe ze van elkaar verschillen.
Opdracht:
Formuleer voor elke samenlevingsvorm een omschrijving/definitie en vul de tekst aan. Gebruik hiervoor onderstaande teksten en filmpjes. Vul het kader in met behulp van de bekeken video of de gelezen tekst.
Maak per samenlevingsvorm minstens 1 opdracht: 1 voorbeeld van 1, 1 voorbeeld van 2, De overige opdrachten kan je maken tijdens het studeren/ verwerken van de leerstof. Maak zeker ook de opdrachten met #.
PREDATIE
= vorm van samenleving waarbij _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _
_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _
Een predator is een organisme dat andere levende organismen als voedselbron heeft. Hiertoe behoren onder andere roofdieren maar ook plantenetende diersoorten. De voedselbron wordt de prooi genoemd. Wanneer de prooi een plant is, wordt van herbivorie gesproken. Dit is een bijzondere vorm van predatie.
De predator-prooirelatie is een subtiel evenwicht tussen de predator en de prooi dat van vitaal belang is voor het voortbestaan van beiden. Deze relatie is voor beiden belangrijk op populatieniveau. De predator gebruikt de prooi als voedsel en voorkomt overpopulatie van de prooidieren. Via voedselrelaties houden populaties elkaar in evenwicht. De populatiegrootte van elke soort schommelt rond de draagkracht van dat gebied.
Voorbeelden van predator-prooirelaties:
vos grauwe gans
buizerd muis
lieveheersbeestje bladluis
MUTUALISME of interspecifieke coperatie
= symbiose waarbij _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _
_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _
A. Mutualisme tussen dieren (1)
Schooltv: Zeeanemoon en heremietkreeft - Twee kunnen meer dan n!
Symbiont Gevolg van symbiose + - 0
Heremietkreeft
Zeeanemoon
B. Mutualisme tussen dieren en planten (1)
Amazing Symbiosis: Ant Army Defends Tree | National Geographic - YouTube
Symbiont Gevolg van symbiose + - 0
Acacia
Mieren
C. Mutualisme tussen planten en fungi (1)
Bomen bezitten bladgroenkorrels. Een bladgroenkorrel is een suikerfabriek. Om glucose te kunnen maken zijn twee grondstoffen nodig : water en CO2. Het maken van glucose kost energie. De energie haalt de boom uit het zonlicht. Tijdens het maken van suiker komt zuurstofgas vrij. Om die te kunnen maken heeft de boom mineralen uit de bodem nodig. Van water alleen kan een boom niet leven. De bodem moet rijk zijn aan anorganische stoffen zoals ijzer, fosfor, magnesium, stikstof e.d. Deze mineralen ontstaan bij het afbreken van organisch materiaal zoals dood hout, blad, dode dieren. Schimmels breken dit organisch materiaal af en zetten het om in anorganische verbindingen die de boom kan opnemen.
Schimmels hebben geen bladgroenkorrels. Zelf voedsel maken kunnen ze niet. De myceliumcellen van de vliegenzwam hebben suiker nodig om in leven te blijven. In de wortelharen van de berk komt suiker voor. Hier hebben de berk en de vliegenzwam elkaar gevonden. Een afspraak is gauw gemaakt. De schimmeldraden van de schimmels en de haarwortels vergroeien met elkaar en wisselen stoffen uit. Suiker van de boom gaat naar de schimmel en water en mineralen gaat naar de boom.
Symbiont Gevolg van symbiose + - 0
Berk
Vliegenzwam
Mutualisme tussen mens en microbioom (#)
Het microbioom zijn alle microscopisch kleine organismen, micro-organismen (bacterin, gisten,) en ook virussen die op en in het menselijke lichaam leven. Het microbioom bevat zowel nuttige als schadelijke organismen. In een gezond microbioom zijn beiden in balans. De nuttige micro-organismen leveren een voordeel op voor de mens.
De huidflora bestaat uit micro-organismen die er een beschermende barrire vormen tegen schadelijke micro-organismen. De darmflora, micro-organismen in het spijsverteringsstelsel, hebben meerdere functies: ze dragen bij aan de vertering van voedsel, beschermen de darmwand, zetten darmbeweging in gang en geven signalen aan de hersenen wanneer je verzadigd bent. De micro-organismen op hun beurt ondervinden voordelen omdat ze in en op het lichaam de juiste groeivoorwaarden vinden.
Opdracht: Bekijk de foto en lees de teksten.
Markeer in het geel waar het microbioom zich overal bevindt.
Markeer in het groen de taak van de darmflora.
Markeer in het blauw de taak van de huidflora.
Markeer in het roze waarom het belangrijk is dat het microbioom in evenwicht blijft.
COMMENSALISME
= symbiose waarbij _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _
_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _
Commensalisme komt van het Latijnse cum mensa, ofwel eten aan dezelfde tafel.
A. Commensalisme tussen dieren (2)
The Ice Bear and the Arctic Fox | Nat Geo Wild - YouTube
Symbiont Gevolg van symbiose + - 0
Ijsbeer
Poolvos
B. Commensalisme tussen dieren en planten (2)
Sommige planten zoals de grote klis produceren bloemen die voorzien zijn van weerhaken. Door die weerhaken blijven de zaden of vruchten hangen in de vacht van zoogdieren die langs de plant lopen. Soms is de hechting tussen de vacht en de plant zo groot dat de plant kromgetrokken wordt. Als de vacht loskomt van de plant, zwiept de plant terug recht. Daardoor worden ook andere zaden en vruchten weggeslingerd.
Symbiont Gevolg van symbiose + - 0
Zoogdier
Grote klis
AMENSALISME
= symbiose waarbij _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _
_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _
A. Amensalisme tussen plant en dier (3)
In een moestuin kan je gebruik maken van amensalisme door de juiste groenten naast elkaar te plaatsen. De aanwezigheid van uien bij wortelen zorgt ervoor dat de wortelvlieg op afstand blijft en geen eitjes kan leggen op de wortelen.
Symbiont Gevolg van symbiose + - 0
Uien
Wortelvlieg
B. Amensalisme tussen planten (3)
Onder walnotenbomen groeien andere planten meestal slecht. Dat komt omdat de notenbomen een stof verspreidt die de groei van andere planten afremt.
Symbiont Gevolg van symbiose + - 0
Walnotenboom
Planten
PARASITISME
= symbiose waarbij _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _
_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _
De parasiet leeft ten koste van z'n partner zonder deze (onmiddellijk) te doden.
Partner bij een dier noemt men de gastheer.
Partner bij een plant noemt men de waardplant.
De interactie is noodzakelijk voor het overleven van de parasiet.
Parasiet/parasitode of predator?
Parasieten zijn geen predatoren, hoewel ze zich met levende dieren voeden.
Parasieten zijn namelijk afhankelijk van het voortbestaan van hun gastheer.
Een parasitode onderscheidt zich van een parasiet doordat de gastheer van de parasitode uiteindelijk aan de interactie doodgaat.
Een parasitode onderscheidt zich van een predator doordat de parasitode hooguit n enkele gastheer doodt. De predator moet er meerdere doden om te overleven.
Voorbeeld van een parasitode:
De wesp Cotesia glomerata is een voorbeeld van een sluipwesp. Deze wesp meet ongeveer 3 mm. De wesp parasiteert vaak op het Groot koolwitje . De wesp legt 20 tot 60 eitjes in de rups. Tegelijk met de eitjes wordt er een virus in de rups gespoten. Het virus omzeilt het afweersysteem van de rups waardoor de larven van de wesp vrij spel hebben om deze rups van binnenuit op te eten. De rups ontwikkelt zich normaal en de larven blijven er ongeveer 15 tot 20 dagen in vooraleer ze de rups verlaten om te verpoppen tot cocons.
Als de larven de rups hebben verlaten, dan raakt deze rups in een soort trance. Ze spint dan zelfs een web over de cocons van de wespen hetgeen hen extra bescherming biedt. Vervolgens blijft de rups de cocons beschermen tot hij sterft.
Body Invaders | National Geographic - YouTube
Vormen van parasitisme (#)
o Endoparasitisme
= parasiet leeft in het lichaam van de gastheer of waardplant.
Voorbeeld: mensenlintworm.
o Ectoparasitisme
= parasiet leeft aan de buitenkant van het lichaam of in gemakkelijke bereikbare holten van de gastheer / waardplant.
Voorbeeld: teek, luis, bloedzuiger.
o Broedparasitisme
= een organisme laat zijn eieren uitbroeden of jongen grootbrengen door een organisme van een andere soort.
Voorbeeld: _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _
o Halfparasitisme
= een organisme die aan fotosynthese kan doen, maar voor hun grondstoffen (water en mineralen) afhankelijk zijn van een ander organisme (een waardplant).
Voorbeeld: _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _
A. Parasitaire organismen in het plantenrijk (4)
Soms zie je struiken met witte draden. Deze draden komen van een andere plant: het warkruid (Cuscuta). Het is n van de zeldzame planten die niet aan fotosynthese doet. Daarom zijn de draden ook niet groen, maar wit. Hoe komt hij dan aan zijn voedingsstoffen? Via een haustorium, een zuigorgaan waarmee het warkruid aan de struik vastgegroeid is, zuigt hij voedingsstoffen op.
Parasite Dodder Time lapse Parasitic Plants - YouTube
Symbiont Gevolg van symbiose + - 0
Tomatenplant =waardplant
Groot warkruid = parasiet
B. Parasitaire organismen in het dierenrijk (4)
Secret Life of Head Lice | I Didn't Know That - YouTube
Symbiont Gevolg van symbiose + - 0
Hoofdluis = parasiet
Mens = gastheer
C. Parasitaire organismen in het rijk van de schimmels (4)
'Zombie' Parasite Takes Over Insects Through Mind Control | National Geographic - YouTube
Symbiont Gevolg van symbiose + - 0
Cordyceps = parasiet
Mieren = gastheer
INTERSPECIFIEKE COMPETITIE of concurrentie
= symbiose waarbij_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _
_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _
_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _
Het zorgt voor een natuurlijke selectie onder de soorten.
Concurrentie vormt een overlevingsstrategie voor een soort/ individu. Het uit zich dikwijls in territoriumgedrag of in een gevecht om dezelfde voedselbron.
Voorbeeld:
Koralen lijken op planten, maar zijn kolonies van kleine dierlijke organismen die organisch materiaal uit het water filteren. Ze groeien op een harde ondergrond in ondiep water. Dit omdat ze samenwerken met bacterin die aan fotosynthese kunnen doen. De verschillende soorten koralen concurreren met elkaar voor ruimte, voedsel en zonlicht. Elke soort zou in afwezigheid van andere soorten meer ruimte kunnen innemen en groter worden.
3 SYNTHESE INTERSPECIFIEKE RELATIES
INTERSPECIFIEKE RELATIE =
PREDATIE =
MUTUALISME =
COMMENSALISME =
PARASITISME =
CONCURRENTIE =
AMENSALISME =
De uitleg moet geschreven zijn op het niveau van het Secundair onderwijs.
Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraagStel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraag