Maak een Psychoanalyse over werk de spaningsvelden uit op onderstaande casus
Spanningsveld 1 - autonomie ik en de ander vragen rond autonomie, authenticiteit en afhankelijkheid
- Wat zou je prettig vinden? Hoe kunnen we dat aanpakken?
- Wat heb je op dit moment nodig?
- Heb je een fijn leven gehad?
- Ben je tevreden? Kijk je tevreden op je leven terug?
- Voel je je vrij om te zeggen wat je wil?
- Ik merk dat je anders reageert
- .
Spanningsveld 2 lijden doen of laten over controle, ingrijpen of laten gebeuren
- Heb je nog wensen?
- Wat wil je nog doen?
- Waar heb je meer zin in?
- Heb je nog pijn?
- Heb je een bucketlist?
- Heb je behoefte aan een geestelijke verzorger?
- Waar heb je voor geleefd?
- Waar genoot je van?
-
Spanningsveld 3 afscheid vasthouden en loslaten het gaat om loslaten van wie je eens was en tegelijkertijd het essentile vasthouden
- Wat heb je nodig?
- Ben je bang?
- Wat zit je nu dwars?
- Wat gaat er door je hoofd?
- Wat gaat er in je om?
- Ben je er klaar voor?
- Wil je afscheid nemen? Hoe zou je dat willen doen?
- .
Spanningsveld 4 schuld, balans herinneren, vergeven en vergeten levensbalans opmaken, verzoening, schuldgevoelens
- Zijn er dingen die je nog wil afronden?
- Kun vergeven wat niet meer kan rechtgezet worden?
- Kan je accepteren wat er is / was?
- .
Spanningsveld 5 hoop - geloven en weten na dit leven - de vraag wat er na de dood gebeurt, het overstijgt de grenzen van wat je zeker kunt weten
- Ben je bang voor de dood?
- Hoe kijk je naar het levenseinde?
- Heb je steun aan je geloof?
- Is er ook twijfel?
- Vind je het prettig dat er nog iemand bij jou komt?
- Hoe zou je herinnerd willen worden?
- Zou je de dingen anders willen gedaan hebben?Mevrouw M., is 46 jaar, gehuwd, drie kinderen, opgenomen in het hospitium in verband een longcarcinoom met bot- en levermetastasen. Mevr. M. is altijd opgewekt en lijkt in zekere zin vrede te hebben met haar ziekteproces. Er zijn betrekkelijk weinig klachten. De moeheid neemt echter hand over hand toe. Op een zeker moment wordt mij gevraagd om met spoed bij haar langs te gaan. Ik tref haar samen met haar man aan en ze maakt een diep verslagen, uitgeputte en wanhopige indruk. Ze valt direct met de deur in huis: U moet me nu een spuitje geven. Ik ben helemaal op, ik kan niet meer verder, echt niet, echt niet. Ik ben bij haar gaan zitten, heb haar hand vastgehouden en heb haar laten vertellen over hoe onmogelijk het voelde om zo nog door te gaan. Ik destilleerde uit wat ze vertelde een onderliggend probleem: ze had zo graag tot het eind toe sterk willen overkomen, vooral op haar kinderen. En nu voelde ze dat ze dat beeld van zichzelf niet langer meer overeind kon houden. Dat maakte haar wanhopig, ze had het gevoel zichzelf en haar kinderen niet meer onder ogen te kunnen komen en wilde dus letterlijk: weg! Ik gaf aan dat ook ik vond dat ze zo niet meer verder kon.. De analyse moet geschreven zijn op het niveau van de Universiteit.
Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraagStel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraag