Studiebot antwoord

Stel een vraag ›
 
Vraag gesteld door: annanas004 - 1 jaar geleden

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: 1 Inleiding
Er zijn twee soorten rechtspersonen:
Publiekrechtelijke rechtspersonen -> door de wet ingesteld om een deel van de overheidstaak uit te voeren. Privaatrechtelijke rechtspersonen -> worden door mensen opgericht.
2 De vereniging
Vereniging -> samenwerkingsvorm waarin mensen samen een bepaald niet-commercieel (vaak ideel) goed proberen te bereiken (art. 2:26 BW en verder).
Kenmerkend voor een vereniging is dat ze leden heeft. Het bestuur maakt uit wie lid kunnen worden.
Vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
32) Overzicht van rechtspersonen
Een vereniging wordt opgericht door een overeenkomst tussen de oprichters.
Deze rechtshandeling kan worden vastgelegd in een notarile akte, waarin ook de statuten worde opgenomen.
Als de oprichtingsakte is opgemaakt, moet de vereniging worden ingeschreven in het openbaar handelsregister (bijgehouden door de KvK).
Zolang dit niet is gedaan, zijn de bestuurders met hun eigen vermogen hoofdelijk (ieder voor het geheel) aansprakelijk voor de schulden van de vereniging.
Na de inschrijving is een vereniging ontstaan met volledige rechtsbevoegdheid. De vermogens van de oprichters en bestuurders staan dan los van deze vereniging.
Organen van de vereniging
Een rechtspersoon kan zelf niet handelen. Daarom heeft iedere rechtspersoon n of meer organen die namens de rechtspersoon handelen.
De organen van de vereniging zijn in ieder geval de algemene ledenvergadering en het bestuur.
De algemene ledenvergadering is het hoogste orgaan van de vereniging.
Het bestuur, dat doorgaans door de algemene vergadering wordt benoemd, voert het beleid van de algemene
ledenvergadering uit.
Vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid
Vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid -> een vereniging die niet bij notarile akte is opgericht maar door een gewone afspraak of overeenkomt tussen de oprichters.
Een dergelijke vereniging leidt maar ten dele een zelfstandig leven in het recht.
Ze kan geen erfgenaam zijn en de bestuurders die namens de vereniging handelen zijn naast de vereniging hoofdelijk
aansprakelijk voor eventuele schulden.
Beperking aansprakelijkheid
Wanneer een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid is ingeschreven in het Handelsregister, beperkt dit de aansprakelijkheid van de bestuurders.
Na de inschrijving kunnen schuldeisers van de vereniging alleen het privvermogen van bestuurders aanspreken als het vermogen van de vereniging is uitgeput.
Publiekrechtelijke rechtspersonen
Rechtspersonen
Privaatrechtelijke
rechtspersonen
Vereniging Stichting BV
NV
87

Coperatie en onderlinge waarborgmaatschappij
Het BW kent twee bijzondere vereniging (art. 2:53 BW en verder): De coperatie -> een vereniging die tot doel heeft de materile
belangen van de leden te behartigen door een bedrijf uit te oefenen voor de leden.
Komen veelal voor in de landbouwwereld.
De onderlinge waarborgmaatschappij -> een coperatie die een verzekeringsbedrijf uitoefent ten behoeve van haar leden.
3 De stichting
Stichting (art. 2:285 BW en verder) -> heeft geen leden en bestaat in feite alleen uit een vermogen, bestemd voor een, in de statuten genoemd, doel.
Oprichten van een stichting gebeurt bij notarile akte, waarin de statuten zijn opgenomen.
Het is de taak van het bestuur om met behulp van het vermogen het doel te bereiken.
Voor de stichting geldt ook dat ze een niet-commercieel doel dient te hebben.
Een stichting moet na de oprichting worden ingeschreven in het Handelsregister.
De stichting kent in beginsel maar n orgaan, het bestuur. Dit bestuur kan worden aangevuld door:
1. Coptatie -> het bestuur benoemt zelf nieuwe leden.
2. Benoeming door anderen.
De statuten wijzen in dit geval een orgaan aan, dat nieuwe bestuursleden benoemt.
Wet bestuur en toezicht rechtspersonen
Handelsregister en de KvK
Het Handelsregister wordt bijgehouden door de KvK. Die heeft globaal gesproken
drie taken:
1. stimuleren van het economische klimaat in de regio.
2. Voorlichting geven en ondersteunen van het regionale bedrijfsleven.
3. De uitvoering van een aantal economische wetten (bijv. de Handelsregisterwet).
Het Handelsregister geeft mensen die zaken willen doen garantie dat hun zakenpartners ingeschreven staan en ze mogen erop vertrouwen dat de informatie volledig en juist is.
Stichting
Geen leden
Vereniging
Slechts n orgaan: - het bestuur
Twee of drie organen:
- het bestuur
- algemene ledenvergadering - raad van commissarissen (soms)
Leden
33) Verschil tussen vereniging en stichting
In 2021 is de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen in werking
getreden. Deze wet bevat aanpassingen van Boek 2 BW die er toe strekken om de kwaliteit van het bestuur en het toezicht bij verenigingen en stichtingen te verbeteren.
Dat kan onder andere worden bewerkstelligd door de instelling van een raad van commissarissen bij zowel verenigingen als stichtingen.
4 Naamloze en besloten vennootschap
Onderneming -> kapitaal en arbeid worden bij elkaar gebracht met het uiteindelijke doel winst te maken.
Daarom wordt de ondernemingsvormen met rechtspersoonlijkheid ook wel commercile rechtspersonen genoemd.
Er zijn er drie soorten ondernemingsvormen met rechtspersoonlijkheid:
1. Naamloze vennootschap (nv) (art. 2:64 BW en verder).
2. Besloten vennootschap (bv) (art. 2:175 BW en verder).
3. Coperatie (zie vorige paragraaf) (art. 2:53 BW en verder).
88

Voordelen commercile rechtspersoon
Redenen waarom het voor een ondernemer aantrekkelijk is om zijn onderneming rechtspersoonlijkheid te geven:
Aansprakelijkheid
Een rechtspersoon leidt een eigen leven in het recht, los van de vermogens van de bestuurders en oprichters.
Kapitaal
Over het algemeen is het voor een rechtspersoon gemakkelijker aan bedrijfskapitaal te komen dan voor een bedrijf zonder. Bij de bv en nv wordt het kapitaal bij elkaar gebracht door aandeelhouders.
Continuteit
De voortzetting van het bedrijf is minder afhankelijk van de haar ondernemer of de bestuurders.
Belastingvoordeel
Commercile rechtspersonen vallen onder de vennootschapsbelasting.
Het tarief van deze belasting kan aanzienlijk voordeliger zijn dan dat van de inkomstenbelasting.
Hieronder vallen de inkomens van ondernemers met een onderneming zonder rechtspersoonlijkheid.
Sociale zekerheid
De leden van het bestuur of de directie van een rechtspersoon zijn als werknemer in dienst van de rechtspersoon. Voor de sociale zekerheid heeft de ondernemer de positie van een werknemer, waardoor er onder voorwaarden soms aanspraak bestaat op uitkeringen krachtens de werknemersverzekeringen.
Ondernemers met een bedrijf zonder rechtspersoonlijkheid zijn zelfstandigen en vallen hier niet onder.
Oprichtingsakte
De oprichting van een commercile rechtspersoon gebeurt bij notarile akte waarin de staturen van de rechtspersonen zijn opgenomen.
Als de rechtspersoon is opgericht, moet hij worden ingeschreven in het Handelsregister (van de KvK).
Tot het moment van inschrijving zijn de bestuurders, naast de rechtspersoon, hoofdelijk aansprakelijk voor schulden van
de vennootschap.
Organen van de nv en de bv
De meeste vennootschappen hebben drie organen:
Algemene vergadering van aandeelhouders
Algemene vergadering van aandeelhouders -> is het beleidsbepalend orgaan van de vennootschap.
Deze vergadering bestaat mensen die n of meer aandelen in het kapitaal van het vennootschap bezitten.
Bestuur
Bestuur (of directie) -> heeft de dagelijkse leiding van de vennootschap in handen.
Het bestuur vertegenwoordigt de vennootschap in en buiten rechte en mag dus namens het vennootschap optreden.
In de statuten kunnen de bevoegdheden worden beperkt.
Het bestuur wordt gecontroleerd door de algemene vergadering van aandeelhouders en legt jaarlijks verantwoording af voor
het gevoerde beleid doormiddel van de jaarstukken.
Raad van commissarissen
Structuurvennootschap -> vennootschap met een vermogen van minstens 16 miljoen en met minstens honderd werknemers. Bij een structuurvennootschap is een raad van commissarissen verplicht.
Andere vennootschappen kunnen in hun statuten aangeven of er een raad van commissarissen is.
89

Deze raad heeft globaal gesproken twee taken:
1. Toezicht houden op het beleid dat het bestuur voert;
2. Het bestuur adviseren over het te voeren beleid.
Als er een raad is, wordt een aantal taken van de algemene vergadering van de aandeelhouders door hun overgenomen zodat deze taken intensiever uitgevoerd kunnen worden.
De algemene vergadering van aandeelhouders komt doorgaans maar eens per jaar bij elkaar en bestaat voor een groot deel uit leken. In een raad van commissarissen zitten doorgaans mensen met veel maatschappelijke ervaring die het bestuursbeleid van de vennootschap kritische kunnen volgen.
5 De nv en bv vergeleken
De wetgeving biedt de ondernemers meer ruimte om de bv naar eigen behoefte en wensen in te richten.
Dit is vooral voor eenmans-bvs van belang.
Hierbij is de ondernemer vaak de enige aandeelhouder en ook nog eens de bestuurder van de overneming.
Aanbiedingsregeling, tenzij
Aandelen van een bv zijn in principe niet overdraagbaar.
Een ondernemer kiest voor een bv als zij de aandelen (en daarmee het geld en de zeggenschap in het bedrijf) graag in
besloten kring wilt houden.
De wet bevat een aanbiedingsregeling (art. 2:195 BW).
Dit houdt in dat een aandeelhouder zijn aandelen niet zomaar aan mensen van buiten het bedrijf te koop mag aanbieden
maar eerst aan de andere aandeelhouders moet aanbieden.
De oprichters van de bv mogen in de statuten ook een andere aanbiedingsregeling opnemen of vastleggen dat er geen aanbiedingsregeling van kracht is.
In dit laatste geval zijn de aandelen, net als in een nv, vrij overdraagbaar.
Staat er niets over het aanbieden va aandelen in de staturen, dan geldt de aanbiedingsregeling van art. 2:195 BW.
Alleen aandelen op naam
Een tweede verschil is dat een bv alleen aandelen op naam kent. Anders dan de nv kent een bv geen toonderaandelen.
Geen minimumkapitaal bij oprichting
Voor een bv geldt geen minimum startkapitaal.
Het maatschappelijk kapitaal (het maximumbedrag waarvoor een vennootschap aandelen kan uitgeven) hoeft niet in de oprichtingsakte worden genoemd, maar het bedrag van het geplaatste kapitaal en het gestorte deel ervan moeten wel worden vermeld.
De oprichters van de bv bepalen zelf welk deel van het geplaatste kapitaal volgestort moeten worden.
Als er verschillende soorten aandelen zijn, dan moeten deze in de opsporingsakte worden genoemd en moeten de
kapitaalsoorten naar type aandeel worden opgesplitst (art. 2:178 BW).
Verschillende soorten aandelen
De bv kan verschillenden soorten aandelen uitgeven als de ondernemer wilt dat niet alle aandeelhouders evenveel zeggenschap krijgen in de onderneming.
90

Aandeelhouders met een minderheidsbelang
De wet biedt aandeelhouders die samen minstens n procent van het geplaatste kapitaal aan aandelen in hun bezit hebben de mogelijkheid om een aandeelhoudersvergadering bijeen te roepen.
Daarnaast geldt de regel dat een wijziging in de statuten over de medezeggenschap van aandeelhouders alleen mogelijk is als alle aandeelhouders het met deze wijzigingen eens zijn.
Aansprakelijkheid van bestuurders en aandeelhouders
Alle uitkeringen van aandeelhouders, moeten worden goedgekeurd door het bestuur van de bv. Dit biedt de schuldeisers van de bv bescherming want bvs hebben geen minimumstartkapitaal wat nvs wel hebben.
Het bestuur moet dergelijke uitkeringen weigeren als het weet, of redelijkerwijs kan voorzien, dat de bv door deze uitkeringen zijn opeisbare schulden niet (meer zal kunnen betalen.
Als de bv de schulden niet meer kan betalen, dan kunnen de schuldeisers de bestuurders van de bv hier hoofdelijk
aansprakelijk voor stellen, tot het totale bedrag dat aan de aandeelhouders is uitgekeerd (art. 2:216 BW).
Er geldt ook een dergelijke regeling voor aandeelhouders. Als zij wisten of konden voorzien dat de bv door hun uitkering haar opeisbare schulden niet meer kan betalen, zijn zij net als de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk voor het betalen van deze schulden.
Dit heeft als gevolg dat in zon situatie de schuldeisers van de bv de privvermogens van aandeelhouders kunnen aanspreken tot het bedrag dat iedere aandeelhouder zelf aan uitkering heeft ontvangen is bereikt.
6 Verschillen nv en bv
Een kort overzicht vorige paragraaf.
7 De aansprakelijkheid van bestuurders.
Op de regel dat schuldeisers de privvermogens van bestuurders niet aan kunnen spreken, gelden enige uitzonderingen (de antimisbruikwetgeving).
Min. startkapitaal 45.000
34) Verschillen nv en bv
Aanbiedingsregeling vrij Geen aandeelwijs
Alleen aandelen op naam Geen min. startkapitaal
Nv
Geen aanbiedingsregeling aandelen
Aandeelbewijs
Aandelen aan toonder en op naam
Bv
Hiermee willen ze voorkomen dat bestuurders misbruik maken van het gegeven dat hun privvermogen buiten schot blijft.
Meldingsplicht
Als een bestuurder van een commercile rechtspersoon aan ziet komen dat de onderneming haar verplichten ten opzichte van bijv. de Belastingdienst niet na kan komen, dient hij dit zo snel mogelijk te melden.
Blijft tijdige melding achterwege, dan kunnen deze instanties, als de vennootschap failliet gaat, het privvermogen van de bestuurders aanspreken.
De bestuurders zijn in dat geval hoofdelijk aansprakelijk voor deze schulden en ieder kan dan voor het totaal van de
schuld aangesproken worden.
Na een tijdige melding geldt dat een bestuurder alleen hoofdelijk aansprakelijk is met zijn privvermogen als het
onvermogen om deze vorderingen te betalen mede te wijten is aan het wandbeleid van de bestuurder.
Deze meldingsplicht en de hoofdelijke aansprakelijkheid zijn niet in het BW maar in een aantal belastingwetten opgenomen.
Onbehoorlijk bestuur
De tweede antimisbruikwet staat in art. 2:138 en 2:248 BW.
Als aangetoond kan worden dat onbetaalde schulden van een failliet verklaarde commercile rechtspersoon zijn veroorzaakt door wanbeleid van de bestuurders, dan zijn deze bestuurders met hun privvermogen hoofdelijk aansprakelijk voor de onbetaalde schulden van het vennootschap.
91

Voor de hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders is vereist dat de curator in het faillissement kan bewijzen dat het bestuur in de drie jaar vr de faillietverklaring zijn taak niet behoorlijk heeft vervuld.
8 Ondernemingsvormen die geen rechtspersoonlijkheid bezitten
Hier volgen enkele ondernemingsvormen die geen rechtspersoonlijkheid bezitten.
Typerend voor deze ondernemingsvormen is dat het bedrijf geen zelfstandig leven leidt in het recht. Het vermogen van de onderneming en van de ondernemer met elkaar verweven.
Eenmanszaak
Kenmerkend voor een eenmanszaak is:
- En persoon is eigenaar van de onderneming; en
- In een eenmanszaak vormen het vermogen van de ondernemer en dat van de onderneming n geheel.
Schuldeisers kunnen het totale vermogen van de ondernemer aanspreken, ook als de ondernemer in zijn boekhouding zelf wel een onderscheidt maakt tussen privvermogen en het vermogen van de zaak.
Oprichting
Een ondernemer richt een eenmanszaak op door gewoon te beginnen. Maar het moet wel worden ingeschreven in het Handelsregister en daarin moet vermeld worden:
- De naam en het adres van de ondernemer;
- De handelsnaam van de onderneming en een omschrijving van de activiteiten;
- De vestigingsplaats van de onderneming.
Een eenmanszaak kan zoveel personeel aannemen als gewenst.
De maatschap
Een maatschap is een samenwerkingsvorm van twee of meer mensen met het doel gezamenlijk voordeel te behalen. Veel mensen met een vrij beroep, werken samen in een maatschap.
Kenmerken van een maatschap zijn:
- De maten (volgens de wet vennoten) werken op voet van gelijkwaardigheid samen;
- Iedere maat brengt iets in (arbeid of geld etc.);
- De samenwerking is gericht op financieel voordeel.
Een maatschap wordt opgericht door het sluiten van een maatschapsovereenkomst (art. 7A:1655 BW en verder).
Verdeling van winst en verlies
In de meeste gevallen staat in het maatschapscontract beschreven hoe de maten de winst en het verlies van de maatschap zullen verdelen. De maten zijn hierin bijna vrij.
En beperking: een beding waarin alle winst naar n van de maten gaat (waardoor n of meer maten van de winst worden uitgesloten), is nietig (art. 7A/:1672 BW).
Als de maten geen andere afspraken maken, worden winst en verlies naar evenredigheid van ieders inbreng verdeeld.
Aansprakelijkheid tegenover derden
Om te weten of andere maten worden aangesproken voor schulden die n maat heeft gemaakt, moet verschil worden gemaakt tussen beheersdaden en beschikkingsdaden.
Beheersdaden
Beheersdaden zijn gericht op de normale gang van zaken (bijv. rekeningen betalen) in de maatschapen:
92

Als n van de maten een beheersdaad verricht, bindt hij ook de andere maten. Zij zijn ieder voor een gelijk deel van de schuld aansprakelijk.
Beschikkingsdaden
Beschikkingsdaden zijn rechtshandelingen die buiten de normale dagelijkse activiteiten van de maatschappij vallen. Bij beschikkingsdaden bindt de handelende maat alleen zichzelf en zijn de andere maten niet aansprakelijk.
Er is n uitzondering: als de maatschappij voordeel heeft van de beschikkingsdaad die n maat heet verricht, kunnen alle maten voor een gelijk deel worden aangesproken.
Maten ook aansprakelijk met privvermogen
De maatschap is geen rechtspersoon dus er is geen afzonderlijke scheiding tussen het privvermogen en het vermogen van iedere maat.
Als er schuldeisers zich melden, dan kunnen zij het hele vermogen van iedere maat aanspreken.
De vennootschap onder firma
Een vennootschap onder firma (v.o.f.) is een bijzondere maatschap want de vennoten voeren onder een gemeenschappelijke naam een bedrijf.
Dit is een veelgebruikte ondernemingsvorm die vaak door kleine familiebedrijven met weinig personeel worden gebruikt. Regelingen over de v.o.f. staan in het Wetboek van Koophandel (WvK).
Oprichting
De oprichting van een v.o.f. moet worden vastgelegd in een onderhandse of authentieke akte Onderhandse akte -> de oprichters zetten zelf hun afspraken op schrift.
Authentieke akte -> de oprichting wordt door een notaris vastgelegd.
De v.o.f. heeft een eigen afgescheiden vermogen maar het is geen rechtspersoon.
Schuldeisers van de zaak mogen zowel het vermogen van de v.o.f. als de privvermogens van de vennoten aanspreken.
Het afgescheiden vermogen wilt alleen zeggen dat de schuldeisers van de zaak op het vermogen van de firma voorrang hebben boven privschuldeisers van de firmanten.
Beheer
Iedere firmant is (tenzij anders afgesproken) bevoegd namens de firma op te treden.
Als een eventuele beperking of uitsluiting van een bepaalde firmant wordt vastgelegd in het Handelsregister, werkt deze
beperking ook naar derden.
Aansprakelijkheid
De vennoten zijn ieder hoofdelijk aansprakelijk voor de vennootschapsschulden.
Hoofdelijk wilt dit zeggen dat iedere vennoot door een schuldeiser voor de totale schuld kan worden aangesproken.
De commanditaire vennootschap
Een commanditaire vennootschap (cv) is een vennootschap onder firma waarvan n of meer vennoten uitsluitend fungeren als geldschieter (de stille vennoot of commandiet).
De stille vennoot is niet met zijn privvermogen aansprakelijk voor vennootschapsschulden. Hij loopt alleen het risico het genvesteerd geld te verliezen.
Als de stille vennoot zich naar buiten toe als beherende vennoot gedraagt, dan verliest hij zijn beschermende positie.
De actieve (of beherende) vennoten zijn, net als bij een v.o.f. ieder voor het geheel aansprakelijk voor eventuele schulden.
Voor deze vier ondernemingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid geldt ook dat zij zich moeten inschrijven in het Handelsregister van de KvK.
93

1 Inleiding
KEI
Binnen de advocatuur is gewerkt aan het programma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak (KEI) dat als doel had de Nederlandse rechtsspraak te moderniseren en eenvoudiger te maken. Dat heeft geleid tot ingrijpende aanpassingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De invoering van de nieuwe procesrecht leidde tot grote problemen waardoor de nieuwe wetgeving vooralsnog is stopgezet.
2 Kenmerken van het burgerlijk procesrecht
De kenmerken van de Nederlandse rechtspraak die eerder zijn besproken (Hfst. 6) gelden ook voor het burgerlijk procesrecht. In deze paragraaf volgen drie specifieke kenmerken van het burgerlijk procesrecht.
Initiatief bij partijen
Partijen bepalen zelf of er geprocedeerd wordt en waarover.
De rechter mag niet meer toewijzen dan is gevorderd en geen feiten
toevoegen aan de feiten die de partijen inbrengen.
Verplichte procesvertegenwoordiging
De partijen mogen niet zelf optreden maar ze moeten zich laten vertegenwoordigen door een advocaat.
De verplichte procesvertegenwoordiging geldt niet bij kantonzaken.
Partijen betalen mee aan de kosten van de rechtszaak
De partijen in het geding betalen griffierechten en het honorarium van hun advocaat.
Griffierechten -> kosten die de rechtbank in rekening brengt voor het proces.
De proceskosten komen doorgaans terecht bij de verliezende partij want meestal veroordeelt de rechter de
verliezende partij tot het betalen van (een deel van) de proceskosten van de wederpartij.
3 Absolute en relatieve competentie
Absolute competentie
Absolute competentie -> het type rechterlijke instantie dat bevoegd is de zaak te behandelen. De regels hierover staan in de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO).
Uitgangspunt is dat de rechtbank bevoegd is van een vordering kennis te nemen, tenzij een andere rechter bevoegd is (art. 42 Wet RO).
Relatieve competentie
Relatieve competentie -> de vraagstuk in welke plaats de rechtszaak dient (wordt geregeld in het Rv).
Uitgangspunt hierbij is de woonplaats van de gedaagde.
Een rechter die een zaak krijgt voorgelegd waarvoor zij niet bevoegd is, verklaart zichzelf onbevoegd en verwijst de zaak door naar het gerecht dat dat wel is.
Omdat de rechter voor iedereen toegankelijk moet zijn, bepaalt de Grondwet (art. 18 lid 2) dat er een wettelijke regeling (de Wet op de rechtsbijstand) moet zijn voor het verlenen van rechtsbijstand aan minder daadkrachten.
Mensen met een laag tot gemiddeld inkomen komen in aanmerking komen voor (gedeeltelijke) door de overheid gefinancierde rechtshulp (een toevoeging).
Werkgebied rechtbank -> arrondissement Werkgebied gerechtshof -> ressort
94

4 Verloop van de procedure
Er volgt nu een schematisch beeld van een eenvoudige procedure bij de rechtbank:
Dagvaarding
De procedure wordt in gang gezet door de eiser die van mening is dat hem onrecht is aangedaan door de gedaagde en vraagt de rechter om een uitspraak.
Een dagvaarding is een officile akte die op verzoek van de eiser wordt uitgebracht door de deurwaarder aan de gedaagde. Hierin wordt de gedaagde opgeroepen om ter zitting te verschijnen en het bevat een duidelijke omschrijving van de
vordering die de eiser ten opzichte van de gedachte meent te hebben.
Een dagvaarding moet zo worden opgesteld dat meteen voor (de advocaat van) de gedaagde duidelijk is wat de eiser
van hem wil en op welke gronden hij zijn vordering baseert.
Conclusie van antwoord
De gedaagde reageert op de dagvaarding in zijn conclusie van antwoord en legt daarin uit op welke gronden hij de eis afwijst.
Rolzitting of roldatum
De datum van de zitting die in de dagvaarding wordt genoemd is de rolzitting.
In deze zitting wordt de zaak niet inhoudelijk behandeld maar de rechter kijkt of de dagvaarding goed is uitgebracht en zij
beoordeelt hoe de zaak zal verlopen.
In veel gevallen is het niet nodig dat de advocaten tijdens de rolzitting fysiek verschijnen, is er vaak alleen maar een roldatum.
Verstek
Als de gedaagde voor of tijdens de rolzitting geen conclusie van antwoord hebben ingediend, dan is hij niet verschenen in het geding. De rechter bepaalt dan meteen dat er twee weken daarna een uitspraak zal worden gedaan (een verstekvonnis).
In een verstekvonnis zal de rechter doorgaans de eiser in het gelijk stellen.
Onmiddellijk na de rolzitting krijgt de gedaagde een mededeling van de rechtbank dat er een verstekvonnis zal worden gewezen.
Als de gedaagde dit wilt voorkomen dat moet hij, voor de datum van het vonnis, zich alsnog via zijn advocaat melden in het geding.
Als hij dat doet, wordt de zaak alsnog voortgezet.
Mondelinge ronde
Na de rolzitting beveelt de rechter partijen in persoon te verschijnen voor een mondelinge behandeling van de zaak (comparitie na antwoord), tenzij hij oordeelt dat de zaak daarvoor niet geschikt is (art. 87, 88 en 131 Rv).
Als de rechter zich na dit voldoende voorgelicht acht en meent dat genoegzaam recht gedaan is aan het recht van hoor en wederhoor, kondigt hij aan vonnis te zullen wijzen.
Schriftelijke ronde
Wanneer de rechter de zaak niet geschikt acht voor een mondelingen behandeling of wanneer hij na de comparitiezitting de zaak nog niet voldoende duidelijk acht, geeft hij alsnog gelegenheid tot het nemen van conclusies van repliek door de eiser en dupliek door de gedaagde (art. 132 lid 1 en 2 Rv).
Tussenvonnis of eindvonnis
Na deze ronde(s) zijn er twee mogelijkheden:
2. De rechter bepaalt in een tussenvonnis dat er meer bewijs moet komen; of
3. Hij wijst meteen een eindvonnis.
95

Verzoekschriftprocedure
Sommige procedures worden met een verzoekschrift in gang gezet.
Verzoekschrift -> officieel verzoek aan de rechtbank waarin wordt gevraagd om een rechterlijke uitspraak.
De initiatief nemende partij is de verzoeker, de wederpartij is de verweerder.
Veel van dit soort procedures gaan niet over geschilbeslechting tussen twee partijen, maar betreffen een verzoek aan de rechtbank om een voorziening te treffen.
Een verzoekschriftprocedure verloopt meestal iets informeler en vaak wat sneller.
Of een procedure moet worden ingeleid met een dagvaarding of een verzoekschrift, wordt in de wet aangegeven. Bijna alle procedures in het personen- en familierecht beginnen met een verzoekschrift.
Namen procespartijen
Inleidend stuk
Verschijning ter zitting: Kantonrechter
Rechtbank
Dagvaardingsprocedure
Eiser/gedaagde
Dagvaarding
In persoon of bij de gematigde
Bij advocaat
Verzoekschriftprocedure
Competentie
De absolute competentie in verzoekschriftprocedures wijkt niet (of nauwelijks) af van procedures die met een dagvaarding beginnen.
Bij relatieve competentie is er wel een
verschil: uitgangspunt bij
verzoekschriftprocedures is de woonplaats
van de verzoeker of die van een van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbende.
De rechterlijke uitspraak na een verzoekschriftprocedure wordt een beschikking genoemd.
5 Kantonzaken
De procedure bij de kamer voor kantonzaken wijkt op een aantal punten af van de hiervoor beschreven procedure. Geen verplichte procesvertegenwoordiging
De procedure bij de kantonrechter kent geen verplichte procesvertegenwoordiging.
De partijen kunnen dus hun eigen stukken indienen en zelf procederen.
Laat een partij zich toch vertegenwoordigen door een juridische deskundigen, dan wordt deze persoon een gemachtigde
genoemd.
Mondeling of schriftelijk verweer
De gedaagde kan kiezen hoe hij zichzelf verweert. Schriftelijk in een conclusie van antwoord; of Mondeling tijdens de zitting.
6 Kort geding
In sommige gevallen is er geen tijd om op een rechterlijke uitspraak te wachten daarom kent art. 254 Rv het kort geding.
Voorwaarden hiervoor is dat de zaak spoedeisend is en dat de zaak zich ook leent voor een spoeduitspraak.
Voorlopige uitspraak
De procedure in kort geding bestaat meestal uit een dagvaarding en een mondelinge behandeling van de recht zaak. De procedure wordt gevoerd voor de voorzieningsrechter.
De president in kort geding (de aanspreektitel van de voorzieningenrechter luidt) geeft een voorlopige voorziening. Dit doet zij in afwachting van de uitspraak van de rechter in de bodemprocedure (gewone procedure).
Rechterlijke uitspraak
Vonnis
Verzoeker/verweerder Verzoekschrift (rekest)
In persoon of bij de gemachtigde
Bij advocaat Beschikking
35) Verschil tussen dagvaardingsprocedure en een verzoekschriftprocedure
96

In de praktijk werkt het vonnis in kort geding vaak als een definitieve uitspraak, want het gebeurt zelden dat de partijen na een kort geding nog een bodemprocedure beginnen.
De competentie van de kortgedingrechter is heel ruim. Zij mag bijna alle spoedeisende vorderingen behandelen, ook kantonzaken.
7 Rechtsmiddelen
Een procespartij hoeft zich in de meeste gevallen niet neer te leggen bij een rechterlijke uitspraak.
Verzet
Een gedaagde die niet op de dagvaarding reageert, laat verstek gaan.
Na een verstekvonnis kan de niet-verschenen gedaagde in verzet gaan.
In de verzet zaak beoordeelt dezelfde rechter de zaak opnieuw, waarbij de gedaagde de gelegenheid heeft verweer te
voeren (art. 143 Rv).
Hoger beroep
Als n van de partijen het niet eens is met een vonnis van de rechtbank (ook van de kamer voor kantonzaken), kan zij beroep instellen bij het gerechtshof.
In beroep wordt de hele zaak in een vergelijkbare procedure opnieuw
behandeld door het gerechtshof.
De insteller van het hoger beroep wordt appellant genoemd, de wederpartij de gentimeerde.
De uitspraak van het hof heet arrest.
Cassatie
In sommige gevallen is cassatie bij de Hoge Raad nodig.
Cassatie richt zich vooral op de juridisch-technische kwesties en daarom ook belangrijk voor de algemene
rechtsontwikkeling.
Cassatie staat open tegen uitspraken die in hoger beroep zijn gewezen, en tegen uitspraken waartegen geen hoger
beroep mogelijk is, tenzij de wet anders bepaalt (art. 398 Rv en verder). De partij die cassatie instelt, is de eiser, de wederpartij de verweerder. Een uitspraak van de Hoge Raad is een arrest.
Art. 79 Wet RO noemt de twee cassatiegronden: 1. Schending van het recht;
De uitspraak van de lagere rechter is dan in strijd met het recht.
Onder het recht vallen, alle wetten in materile zin, ongeschreven rechtsbeginselen en het gewoonterecht.
2. Verzuim van vormen.
Hierbij gaat het alleen om die verzuimen waaraan de wet uitdrukkelijk het gevolg van nietigheid verbindt.
Bijv. het niet bedigen van een getuigen.
Beoordeling van het belang van de cassatie
Om de cassatierechtspraak te beperken, heeft de Hoge Raad op grond van art. 80a Wet RO de bevoegdheid om een beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren omdat:
- De partij die cassatie instelt daarbij onvoldoende belang heeft;
- De aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, of
- De aangevoerde klachten kennelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Tegen vonnissen die over een vordering gaan van minder dan 1.750, is geen beroep mogelijk.
Cassatie is wel mogelijk (art. 332 Rv en art. 80 Wet RO).
97

Voordat de Hoge Raad een dergelijke beslissing neemt, moet deze de procureur-generaal over de zaak horen.
Uitspraak van de Hoge Raad
Als de Hoge Raad meent dat de bestreden uitspraak in stand kan blijven wordt het beroep afgewezen.
Als de Hoge raad tot het oordeel komt dat de cassatiegronden aanwezig zijn, dan wordt de uitspraak gecasseerd (vernietigd). Hierna doet de Hoge Raad in beginsel zelf een nieuwe uitspraak.
Als er nog feiten moeten worden beoordeeld waarover nog niet eerder door een rechter is geoordeeld, dan verwijst de Hoge Raad naar een lagere rechter voor een nieuwe uitspraak.
Meestal gaat een zaak die wordt verwezen, naar een van de vier gerechtshoven (art. 420 Rv en verder).
In sommige gevallen kan een procespartij die in Nederland de hele rechtsgang tot en met de Hoge Raad heeft doorlopen, zich tot een Europese rechter wenden.
Aan deze rechter wordt de vraag voorgelegd of er sprake is van schending van een Europees verdrag.
Korte overzicht van de drie buitengewone rechtsmiddelen:
1. Cassatie in het belang der wet (art. 78 Wet RO) -> Uitspraken dienen alleen de rechtsvorming en de rechtseenheid.
Aan de procespartijen kan deze uitspraken geen nadeel toebrengen.
2. Herroepen (art. 382 t/m 391 Rv) -> De rechtszaak heropenen omdat na het vonnis is gebleken dat de uitspraak berust
op: bedrog, valse stukken of onvolledige informatie door het achterhouden van stukken.
Dit kan alleen tegen vonnissen die in kracht van gewijsde zijn gegaan (dus er staat geen gewoon rechtsmiddel meer
open).
3. Derdenverzet (art. 376 t/m 380 Rv) -> Deze partij was geen partij in het geding maar worden door de uitspraak wel
benadeeld.
Hier worden in de wet geen termijnen voor genoemd.
8 Bewijs
De wettelijke regels die bij het leveren en waarderen van bewijs van toepassing zijn, staan in art. 149 Rv en verder.
Wie voldoende bewijst heeft voor zijn vordering zal de zaak normaal gesproken winnen.
Een aantal uitgangspunten van het bewijsrecht.
Partijautonomie
Art. 194 Rv geeft aan dat de rechter alleen die feiten en rechten bij zijn beslissing mag betrekken, die door de partijen in het geding zijn uitgevoerd.
Wie stelt, bewijst
Feiten van algemene bekendheid (bijv. datums), ervaringsregels (als het vriest, worden natte wegen glad) en feiten die niet door de wederpartij worden weergesproken, hoeven niet worden bewezen (art. 150 ORv).
Verdeling bewijslast door de rechter
De rechter maakt, met oog op wie stelt moet bewijzen, uit op welke partij de bewijslast rust. Dit uitgangspunt biedt echter geen oplossingen voor alle gevallen:
Zo draait de wet soms de bewijslast om (art. 6:169 lid 2 BW).
In andere gevallen gebiedt de redelijkheid de bewijslast tussen de partijen te verdelen.
Vandaar dat het aan de rechter is om de bewijslast te verdelen. De partijen hebben zelf ook invloed op de bewijslastverdeling. Want een rechter draagt een partij alleen de bewijslast op van feiten die deze partij zelf heeft gesteld.
Veel stellingen betrekken in een dagvaarding of conclusie brengt dus een risico mee maar aan de andere kant, als er te weinig gesteld wordt om een vordering te onderbouwen, zal deze vordering waarschijnlijk niet worden toegewezen.
98

De rechter waardeert het bewijs
Art. 152 Rv geeft aan dat bewijs door alle middelen kan worden geleverd. Of het bewijs voldoende basis biedt om de stelling te onderbouwen, beslist de rechter.
Sommige bewijsmiddelen vormen echter dwingend bewijs. De rechter moet dit bewijs dan voor waar aannemen en ervan uitgaan dat deze overeenkomst bestaat (behoudens tegenbewijs van de wederpartij).
Wederpartij mag tegenbewijs leveren
Als de partij voor haar stellingen bewijs levert, is de wederpartij vrij om met tegenbewijs te komen, tenzij de wet tegenbewijs uitsluit.
Met tegenbewijs toont de wederpartij aan dat het door de andere procespartij geleverde bewijs niet tot het aannemen van de gestelde feiten kan leiden.
Bewijsmiddelen
Nu volgen een paar opmerkingen over de bewijsmiddelen en de vier belangrijkste bewijsmiddelen die in de wet worden omgeschreven.
In het burgerlijk procesrecht geldt een open systeem van bewijsmiddelen,
Schriftelijk bewijs
Schriftelijk bewijs wordt onderverdeeld in akten en geschriften.
Geschriften -> alle bewijsmiddelen die op papier staan.
Akte -> een geschrift dat is ondertekend en is bestemd om tot bewijs te dienen (art. 157 lid 2 Rv).
Authentieke akte -> een akte die in een door de wet geschreven vorm is opgemaakt door een openbaar ambtenaar.
Getuigen
Art. 163 Rv beperkt het bewijs van getuigen tot verklaring over feiten die zij uit eigen waarneming kennen en verklaringen van getuigen over wat een ander gezien of gehoord heeft (de-audituverklaringen).
Getuigen zijn, als zij worden opgeroepen, verplicht te verschijnen, tenzij zij zich kunnen beroepen op een verschoningsrecht (art. 165 Rv).
Deskundigen
In een procedure waarin specialistische kennis van belang is, wordt vaak gebruikgemaakt van deskundigen.
Gelet op art. 194 Rv kunnen n of meer deskundigen worden benoemd om een schriftelijk verslag (deskundigebericht)
te maken of om een verklaring ter zitting af te leggen.
Rechterlijke plaatsopneming
In sommige gevallen is het noodzakelijk dat de rechter zich ter plaatse op de hoogte stelt van de situatie (descente) (art. 201 Rv en verder).
De rechter is vrij in de waardering van alle hiervoor genoemde bewijsmiddelen, met uitzondering van de akte.
9 Executie
In de meeste gevallen zal de gedaagde uit zichzelf gevolg geven aan het vonnis en ervoor zorgen dat het gevorderde bedrag of de genoemde goederen bij de eiser komen.
Als de gedaagde het vonnis naast zich neerlegt, biedt het Rv een aantal dwangmiddelen om het vonnis ten uitvoer te leggen. Dit mag hij nooit zelf doen, want het ten uitvoer leggen van rechterlijke uitspraken is een overheidstaak die in handen is
gelegd van de gerechtsdeurwaarder.
Het verschoningsrecht zorgt ervoor dat de volgende getuigen niet verplicht kunnen worden om te getuigen:
- Familieleden
- Functionarissen met een beroepsgeheim - Getuigen die door het afleggen zichzelf of een direct familielid blootstellen aan strafvervolging vanwege een misdrijf.
99

De gerechtsdeurwaarders handelen nooit op eigen initiatief, maar altijd op verzoek van een van die partijen.
Gerechtsdeurwaarder -> door de regering benoemd openbaar ambtenaar die o.a. belast is met het feitelijk uitvoeren
van rechterlijke uitspraken.
Het Rv kent directe en indirecte dwangmiddelen.
Indirecte dwangmiddelen
Deze middelen zijn bedoeld om de gedaagde onder druk te zetten, zodat hij het vonnis alsnog naleeft.
De twee indirecte dwangmiddelen zijn:
Dwangsom -> een in de door de rechter in zijn vonnis vastgesteld
bedrag dat de veroordeelde aan de eisende partij moet betalen als hij
het vonnis niet naleeft (art. 611z t/m 611i Rv).
Lijfdwang -> vrijheidsberoving van de schuldenaar om naleving van het
vonnis af te dwingen (art. 585 t/m 600 Rv).
Dit executiemiddel (gijzeling) wordt zelfden toegepast. Directe dwangmiddelen
Deze middelen leiden rechtstreeks tot het gewenste resultaat:
Beslag tot afgifte (van een roerende zaak) -> wordt op gelegd als de veroordeelde weigert te voldoen aan zijn verplichting om een bepaalde zaak aan zijn wederpartij af te geven.
Executoriaal beslag op goederen -> goederen van de veroordeelde worden na een executoriaal beslag in het openbaar verkocht. Uit de opbrengst ontvangt de wederpartij haar geld.
Dit beslag kan niet alleen op roerende en onroerende zaken, maar op alle goederen, dus ook op geldvorderingen van
de veroordeelde (bijv. loonbeslag).
Omdat er bij het beslag dan ook een derde (werkgever) is betrokken, wordt dit derdenbeslag genoemd.
Ontruiming van een gebouw -> is een dwangmiddel dat wordt toegepast als de veroordeelde weigert een gebouw leeg
aan de wederpartij op te leveren.
10 Mediation naast rechtspraak
Mediation -> de partijen proberen zelf hun conflict op te lossen met behulp van een onafhankelijke bemiddelaar (de mediator).
Rechters beoordelen actief of een zaak die aan hen wordt voorgelegd zich leent voor mediation. Als dat zo is doen ze de partijen een voorstel om de rechtszaak voorlopig stil te zetten in afwachting van de uitkomsten van de mediation.
Rechters kunnen dit alleen voorstellen en niet opleggen, want voor mediation moeten beide partijen bereid zijn om via mediation aan een oplossing te komen.
Als de partijen er tijdens mediation uit komen, worden de afspraken vastgelegd in een zogeheten vaststellingsovereenkomst.
Als de partijen er niet uitkomen. Dan wordt de rechtszaak weer opgepakt en beslist de rechter over het conflict.
Mediators die door de rechtbank ingezet worden zijn gebonden aan het regelement van het Mediator federatie Nederland (MfN).
Dit regelement bevat waarborgen voor de professionaliteit en de onafhankelijkheid van de mediators. En het regelement kent een geheimhoudingsverklaring.
Voor de kosten van mediation naast rechtspraak is ook een toevoeging mogelijk.. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 25.

Antwoord gegenereerd door AI Antwoord rapporteren

Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.

Stel een vraag
 
Inloggen via e-mail
Nieuw wachtwoord aanvragen
Registreren via e-mail
Winkelwagen
  • loader

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items! Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

loader

Ontvang gratis €2,50 bij je eerste upload

Help andere studenten door je eigen samenvattingen te uploaden op Knoowy. Upload ten minste één document en krijg gratis € 2,50 tegoed.

Upload je eerst document