Maak een oefenexamen van de volgende tekst: College 6 ~ Publiek-private/-publieke samenwerking I
Speelveld
PPS
Vanaf 2000 opkomend fenomeen rond infrastructuur (wegen, waterwerken, bouw)
Contractueel, allianties
Klijn
Publiek-publieke samenwerking i.h.b. interbestuurlijke samenwerking
Oud fenomeen (dijken), op lokaal niveau fenomeen steeds groter
Horizontaal: op een overheidsniveau: intergemeentelijke samenwerking, i.h.b. ambtelijke fusies
Verticaal: tussen overheidslagen
Tabel Klijn
Type relatie:
Principal-agent: hirarchische relatie tussen samenwerkingsrelatie
o Overheid als opdrachtgever (1) DBFMO contracten: met private partijen contracten opstellen op de lange termijn
Consortium
o Beleidsmaker
3: samenwerking die niet formeel strikt is, maar wel enige vorm van hirarchie
nationale overheid zet regios aan om samen te werken met private partijen en beetje monitoring
o Toezichthouder
o Partner
Partnership: gelijkwaardigheid van partners
o Overheid als mede-eigenaar als partner
2: consortium vergeten, meer verbonden partijen
BV, NV, WGR, stichting formele vorm
Stichting: democratische controle op afstand houden
Rol van opdrachtgever: gelijkwaardige relatie (partijen die samen organisatie oprichten), maar als ze zijn opgericht zit je ook in een opdrachtgevers rol. Relatie tussen partijen
4: geen bovenliggende partij
Formalisatie
Striktheid
o Tight Strikt: contractvorm, oprichten van organisatie
1 & 2: strikte samenwerking waarbij samenwerking min of meer gelijkwaardig kan zijn NPM gedachte
o Loosely coupled Niet strikt: allianties (vooral niet afgedwongen)
3 & 4: NPG gezamenlijk besluitvormingsproces, gedachte uitwisselen. Niet gefocust op 1 product
DBFMO
Cel 1: overheid en consortium van private partijen
Individuele fases samenvoegen in n contract. Consortium van private partijen aanbieden aan overheid om opdracht uit te voeren.
- Ontwerp bouwen financieren onderhouden gebruik
Waarom handig?
Individuele relaties vervangen door 1 relatie van consortium van partijen waarvoor ze dan ook verantwoordelijk zijn
Verantwoordelijk voor alle fasen, dus de consequenties /risicos draag je zelf (dus ook die van het begin)
o Waar kan in innoveren waar ik later de vruchten van kan plukken?
Hoe zorg je dat het werkt?
Langjarig contract (30 jaar): rijksoverheid en consortium van partijen die alle fasen voor hun rekening nemen
Er wordt betaald naar prestatie
Monitoring van de prestaties bij consortium zelf leggen
Meerwaarde:
Integraliteit leidt tot lagere kosten (en innovaties)
Betalingsmechanisme zet dienstverlening centraal
Ontzorgen van de overheid
o Overheid hoeft aansluiting tussen verschillende fasen niet te doen
o Monitoring ligt bij consortium
Resultaat (sturing)
1. Outputspecificaties incompleet en ambigu
a. Je kan niet specifiek zijn over wensen in dienstverlening
b. Ambigu over bijvoorbeeld de kwaliteit
2. Prestaties niet optimaal gemonitord
a. Plicht om te monitoren, wat vaak slecht gebeurd. Waardoor overheid alsnog een systeem ernaast zet
3. Overheid past boetes en kortingen niet altijd toe
4. Gegarandeerde betalingen of betalingen ineens
Resultaat (wijzigingen)
Ambiguteit / lange termijn wijzigingen veel discussie, opnieuw onderhandelen met consortium
Oplopende kosten wijzigingen door beperkte concurrentie
Onduidelijkheid over risicoallocatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer; tussen consortiumpartijen
Succes
Contractuele en relationele condities, want incomplete contracten
Drie combinaties van condities succesvol
o Heldere risicoallocatie en vertrouwen
Als het mis gaat, is vertrouwen de relationele factor waar je elkaar opnieuw kan vinden als er problemen zijn
Vertrouwen om te zorgen dat dingen opgelost kunnen worden
o Heldere risicoallocatie, strikte toepassing sancties en conflictmanagement
Als er iets gebeurt, is er een strategie/ structuur waarin problemen opgelost kunnen worden
Voorbeeld conflictmanagement: extern. Voorbeeld arbitrage
o Vertrouwen, conflictmanagement en niet strikt toepassen sancties
Geen contractuele conditie, maar zachte relationele condities
Zorgt voor flexibiliteit
- Mix van contractuele en relationele condities niet noodzakelijk
- Vertrouwen en strikte toepassing contractafspraken kan samengaan
- Vertrouwen niet noodzakelijk
- Relationele condities vertrouwen of conflictmanagement noodzakelijke voorwaarden
College 9 ~ Publiek-publieke samenwerking
Interbestuurlijke samenwerking zie rijtje ppt
Financile verhoudingswet
Hogere overheid die aan lagere overheid taak overdraagt medebewind & ook middelen tegenover stellen
Code interbestuurlijke verhoudingen
Regelt de omgang met elkaar: bijvoorbeeld subsidiariteitsbeginsel, samenwerking tussen overheidslagen
Interbestuurlijke samenwerking
Verticaal (Peters & Pierre, 2001)
Ontwikkelingen (nationaal & internationaal)
o Opgaven deze tijd niet altijd passend in strakke ordening
o Taken / bevoegdheden op verschillende niveaus
o Toenemende wederzijdse afhankelijkheden
Expertise is niet overal hetzelfde, dus afhankelijk
o Van legalistisch benadering onderhandeling, samenwerking
Je bent verantwoordelijk of niet (in de wet), die wordt redelijk verlaten
Je hebt nu meer nodig op het gebied van onderhandeling en samenwerking
Specifiek in Nederland
o Begin deze eeuw: bestuurlijke spaghetti
o Nu: Nederland heeft n overheid nodig
o Gedeelde verantwoordelijkheid, gezamenlijke agenda: samenbestuur
Niet als individuele bestuurslagen, maar als deel van een overheid en het samen oppakken
Overheden meer nadenken over wat ze willen oplossen en wat ze willen doen en wat daarvoor nodig is vanuit de verschillende bestuurslagen.
Samenbestuur (verticaal, maar ook horizontaal aspect: je werkt samen, maar wel met het rijk)
Interbestuurlijke programma
o Gezamenlijk aantal themas oppakken
Citydeals (faciliteren, kennis), woondeals, regiodeals (meer financiering)
o Gezamenlijke opgave rondom een (regionaal) programma
Horizontaal
Intergemeentelijke / regionale samenwerking:
o Verplicht / vrijwillig
o Single (n doel: klimaat multi purpose (GGD en ambtelijke fusie)
o Type taak: strategisch en uitvoerend
o Vorm: afstemming, netwerkconstructie (w.o. centrumregeling, DVOs), zelfstandige organisaties
Afstemming: samen aan tafel zitten en dingen afstemmen
Netwerk: situaties waarin je dienstverlening contracten sluit
o Publiek-/privaatrechtelijk
Veel doelen: GGD
Typering samenwerking Zie Klijn 2010 !!!
Formele organisatie opgericht (veiligheidsregios zijn verbonden partijen) nummer 2. De een is niet opdrachtgever van de ander. Ook financieel belang
Ambtelijke fusie Mensen van Oudewater komen bij gemeente Woerden nummer 1 (centrumgemeente)
o Opdrachtgever Oudewater, opdrachtnemer Woerden
o Principaal agent structuur (er is geen nieuwe organisatie opgericht, alleen ondergebracht)
o Waarom? Expertise, gemeentehuis besparen
o Bestuur blijft bestaan, maar verder bij andere gemeente
RegioDeal.
o Geen nieuwe organisatie opgericht, geen formele manier (contracten) gelijkwaardige partner (nummer 4)
o Cofinanciering van het rijk voert enige monitoring uit, wel enige mate van hirarchie (maar niet zeer streng)
BrabantStad Nummer 4
o Samenwerkingsverband tussen de grootste steden
o Netwerk waarin afstemming is
Dit zegt iets over welke rol je hebt ZIE PPT
Nr. 2 Samen organisatie oprichten: mede-eigenaar t.o.v. van elkaar
Nr. 4 Samenwerking: partner
Overlap in literatuur
Ambtelijke fusie
Bijzondere vorm intergemeentelijk samenwerken
o Geen herindeling dus behoud eigen identiteit, maar wel schaalvoordelen
o Wel nieuwe organisatie opgericht vanuit gemeenten, daar gaan alle ambtenaren naartoe
Welke rollen hebben gemeenten?
o Multiple principals, daarbinnen ook gelaagdheid
Veel agenten: verschillende ambtenaren
o Opdrachtgever, vragen diensten waarvoor ze betalen
Toezicht vanuit monitoring
Hoe krijg je de taken hoe je ze wil hebben
o Eigenaar: in bestuur van werkorganisatie
Gemeenschappelijke proberen na te streven
Hoe sturen ze?
o Meer in opdrachtgeversrol: eigenbelang belangrijker
Minder schaalvoordelen opgehaald
Wat levert het op?
Sturing in MPP-setting PPT
in opdrachtgever-opdrachtnemerrelatie
o Lobbyen voor eigen doelen
o Maar van echte monitoring komt weinig terecht als je alleen bestuur hebt
tussen gemeenten (als eigenaar)
o Werkrelaties vaak autonomie
Evoluerende sturingsrelatie
Resultaten
Extern: meer ambtenaren op dossiers
Intern: wethouders vaak negatief, die voelen afstand met werkorganisatie & ook niet over de kwaliteit
Behoud autonomie?
Succesfactoren (Ansell & Gash, 2007)
Zie ppt schema
Clusters:
Institutioneel ontwerp: hoe richt je het in leiderschap
1. Machtsverschillen / gelijkheid
o Hirarchisch verschil, omvang,
o Vertrouwen
2. Urgentie / baten voor samenwerkingspartners
3. Ontwerp: of het een bestuur krijgt, hoe kom je tot besluiten, regels, wie mag meedoen (toegang)
a. Transparantie: besluitvormingsproces
4. Leiderschap: empowerment van kleinere groepen/gemeenten
a. Machtsverschillen in werking opheffen
b. Grondregels
c. Iemand die voor de samenwerking moet gaan, aanjagen
5. Samenwerkingsproces
a. Belang van verschillende factoren: samenwerken en erin daar elkaar vertrouwen
b. Fysiek zien helpt hierin mee
Casus RegioDeal
Veel samenwerkingen falen, omdat uitkomsten lastig zichtbaar zijn. Kleine wins moeten ook gezien / gevierd worden, om vertrouwen te behouden
Tijd genvesteerd om draagvlak te hebben bij veel verschillende stakeholders
Rollen / verantwoordelijkheid duidelijk design
Zelf de urgentie zien en deze in het proces ook blijven zien
Cultuur in samenwerking (kan grotere impact hebben dan je zou kunnen verwachten)
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is onbeperkt.
Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraagStel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraag