Maak een oefenexamen van de volgende tekst: De Herberg van Verlies , Dr. Riet Fiddelaers-Jaspers
Hoofdstuk 1. Herbergen van verlies
Tocht door het rouwlandschap
Verliestrauma- een overweldigend en niet te bevatten verlies, en de opeenstapeling van de verschillende soorten verlies door het leven en door de generaties heen.
De stappen:
1. Overeind blijven- alsof je in slechte film terecht bent gekomen. Je begrijpt het niet, alles in jou schreeuwt dat het niet waar is. Je vraagt je af of je dit hebt kunnen voorkomen. Je functioneert op de automatische piloot.
2. Aanschouwen- stukje voor stukje bij beetje besef je wat er is gebeurd. De realiteit overvalt je en langzaam dringt door.
3. Verduren- je komt jezelf enorm tegen, het voelt alsof je gevangen zit en niet kunt ontsnappen. Je realiseert je dat je alleen bent. Je kunt je leeg en eenzaam voelen.
4. Omkeren je bent bij een keerpunt gekomen. Je beseft dat je het leven in het hier-en-nu te doen hebt en niet in toen-en-daar. Beetje bij beetje herpak je je leven. Langzaam krabbelt je omhoog van de diepe dal.
5. Funderen- het vreemde land wordt langzamerhand vertrouwd, je hebt weer uitzicht. Je bent op zoek naar nieuwe grond om veilig onderkomen te zoeken: een herberg waar alles mag zijn.
6. Opbouwen- het nieuwe leven krijgt langzamerhand vorm. Het voelt nog een beetje vreemd, soms wordt je overvallen door het verlangen naar dat wat niet meer is. Je leven is verdeeld in de tijd ervoor en de tijd erna.
7. Integreren- je komt op een plek waar je je verlies kunt herbergen. Vanaf de start van de reis zocht je naar de betekenis van je verlies in het licht van jouw levensverhaal. Daar heb je nu min of meer antwoord op gevonden. Je bent weer vaker in staat om te genieten.
Stappen in het rouwlandschap zijn stappen die vergelijkbaar zijn met het verloop van de seizoenen. Steeds weer opnieuw keren ze terug maar de intensiteit verandert in de loop van de tijd.
Werken met een client rondom het herbergen van verlies is werken om wat afgesplitst is weer bij het geheel te laten horen. De client zich niet bewust van de afsplitsing. Pas als hij in staat is om ermee in contact te komen en ernaar te kijken en de gevoelens die daarmee gepaard gaan te verduren, kan wat afgesplitst is gentegreerd worden en er weer bijhoren. Maar tot zover is, poogt de client in zijn overleving te voorkomen dat door het nieuwe verlies deze oude, nog onverwerkte en niet gentegreerde gebeurtenissen herhaald worden. Het doel in het leven draaglijk te maken maar de effecten van deze vermijding maken bestaan ondraaglijk, maar dan de verwonding en de pijn zelf.
Hoofdstuk 2: Thuiskomen in het land van rouw
Veerkrachtig rouwen- rouw zal levenslang aanwezig zijn bij de client terwijl de therapie eindigt. Als begeleider is het belangrijk om dat te beseffen. Doel van de therapeut is om de veerkracht van de client aan te spreken en hem zelfstandig leren reizen, zodat je als therapeut afscheid kunt nemen.
Traumas- (verliestrauma, hechtingstrauma, meergenerationele trauma) diepe psychische verwondingen, deze hebben enorme impact op wie wij zijn. Om dit te kunnen overleven treedt een overlevingsmechanisme om deze heftige emoties niet te hoeven voelen. Er wordt een deel afgesplitst waarin de traumagevoelens worden opgeslagen. Deze splitsing zorgt ervoor dat deze gebeurtenis grotendeels of helemaal uit de bewustzijn gaat. Tevens ontstaat een overlevingsdeel die deze splitsing blijft bewaken. :
Een betekenisvol verlies waar wij niet op gerekend hebben en dat te groot is om te bevatten noemen wij een verliestrauma. Of een verlies een verlieservaring is of tot een verliestrauma leidt, hangt niet alleen samen met het soort verlies. Het is mede afhankelijk van de wijze waarop iemand gehecht is aan het verlorene maar ook van zijn persoonlijkheid en de omstandigheden en de steun die de sociale omgeving biedt.
Hechtingstrauma- langdurige, zich herhalende gebeurtenis, onvoldoende veiligheid en geborgenheid in contact met ouders en als het uitreiken van het kind naar de ouder regelmatig niet beantwoord of zelfs geweigerd wordt.
Situaties als voedingsbodem voor hechtingstrauma:
- Ouder psychisch beschadigd (door eigen hechtings- of andere trauma)
- Ouder die vooral met zichzelf bezig is en het leven alleen om de ouder draait
- Wanneer de ouder het kind afwijst of niet wil hebben
- Ouder lichamelijk ziek is en daar is aandacht op gericht
- Wanneer de ouder dood is
Verliestrauma- nmalig overweldigend en niet te bevatten verlies: dood, ziekte, scheiding, er niet meer bij horen.
- Verlies door de dood
- Verlies van erbij mogen horen
- Verlies door scheiding (n ouder vertrekt
- Verlies van gezondheid en lichaamsfuncties (ongewenste kinderloosheid, amputatie)
- Verlies van betekenisvolle materie (bv natuurramp)
Meergenerationeel verliestrauma of familietrauma:
- Wij zijn blind trouw aan de nest waar we vandaan komen, loyal aan het familiesysteem
- Wanneer de traumas onbesproken blijven (of geheim) heeft dat gevolgen voor de volgende generaties. Onverwerkte trauma en de overlevingsstrategien worden ook doorgegeven (zelfdoding, moord, oorlog, concentratiekamp, politieke vlucht, incest, doodgezwegen of buitenechtelijke kinderen, natuurrampen.
- Door de afgesplitste traumadelen is de ouder onvoldoende in staat zich sensitief te gedragen, het kind reikt uit en de ouder kan structureel niet tegenkomen aan zijn behoefte (emotioneel afwezige ouder). Kinderen worden getraumatiseerd in hun hechtingrelatie met de ouder.
Diffuus verlies:
- verlies waarbij duidelijkheid ontbreekt. De ander in op de achtergrond aanwezig en dat geeft onveilig gevoel. Er is onduidelijk of het ooit anders wordt. Het gaat om fysieke of psychische afwezigheid, bv. vermist, dementerend persoon, abortus, ongewenste kinderloosheid, gezinslid met psychische stoornis, een breuk tussen familieleden, iemand die in gevangenis zit, een land dat je hebt moeten verlaten of gemigreerd familielied.
- Diffuus verlies gaat gepaard met tegenstrijdige gevoelens zoals haat, liefde, aantrekkingskracht en afstoting, het vertrouwen en wantrouwen, schaamte en schuld. Heen en weer getrokken tussen de tegenstrijdige emoties ervaar je angst en diepe eenzaamheid. Door de tegenstrijdige gevoelens neemt de persoonlijke kracht af en worden persoonlijke relaties verlamd. Gevoelens kunnen niet stromen en zo leidt diffuus verlies tot gestolde rouw. Andersom kunnen tegenstrijdige gevoelens tot diffuus verlies leiden.
- Belangrijk kenmerk van diffuus verlies is dat er miskenning of veroordeling is door de omgeving. Vaak wordt een gebeurtenis geheim gehouden en gaat eigen leven leiden.
Problemen bij diffuus verlies ontstaan doordat:
1.er geen erkenning is voor het verlies, 2.schuld en schaamte een grote rol spelen 3.dingen niet afgerond kunnen worden, 4.iemand zich er niet van bewust is en het verlies ontkent, 5.er nauwelijks ondersteunende rituelen zijn, 6.het rouwen stagneert en leidt tot gestolde rouw, 7. er vaak weinig begrip is, zowel vanuit de persoon zelf als vanuit omgeving.
Gestapeld verlies- Meerdere verliezen die wij in ons leven meemaken stappelen zich als het ware op elkaar, waardoor er stappeltjesverdriet ontstaat. Het verlies van nu roept het verlies van toen, dat vaak geen plek heeft gekregen, weer op. Om met deze stapel van verlies om te kunnen gaan, ontwikkelen wij een overlevingsstrategie die eerst wel helpt maar bij een nieuwe verlies werkt vaak tegen en blokkeert deze rouw in het hier en nu.
2.3 Duale procesmodel
Rouw is persoonlijke vingerafdruk en rouwen verloopt voor iedereen anders. Het helpt niet om uitsluitend bezig te zijn met het verlies en ook niet om voortdurend van weg te lopen. Daarom is er slingerbeweging noodzakelijk die er voor zorgt dat je niet in je emoties verdrinkt maar dat je ze ook niet verdringt.
Duale procesmodel, p. 44.
Dagelijks leven
Gericht op het verlies Gericht op het leven
-Rouwen - Nieuwe dingen oppakken
-je bezighouden met het verlies - Werk, studie, ontspanning
-alles hetzelfde willen houden - Afleiding zoeken
- Herinneringen - Nieuwe taken en rollen op je nemen
In het algemeen hebben mannen de neiging om de herstelkant te kiezen door afleiding te zoeken in het werk, sport of hobby. Mannen rouwen evenzeer als vrouwen, het uit zich bij hun alleen anders. Vrouwen kiezen voor de verlieskant en willen zich bezighouden met het verlies: met andere praten en troost zoeken bij anderen.
Bij zeer jong verlies, hechtingstrauma en meergenerationeel verliestrauma is de client zich vaak nauwelijks bewust van de onderliggende oorzaken van zijn/haar klachten. Er moet eerst meer zicht komen om de slingerbeweging te kunnen maken. Vaak wonen ze op het eiland van de afleiding en de vermijding zonder dat te weten.
2.4 Verliescirkel
Eerste fasen in het leven van een mensenkind, het welkom, de hechting en de intimiteit vormen een basis voor de blauwdruk in het hele leven.
Verliescirkel:
Welkom
Terugtrekken
Betekenis geven Hechten
Zinloosheid ervaren Onthechten
Rouwen Intimiteit en seksualiteit
Gestolde rouw Intimiteit vermijden
Afscheid nemen
Vastklampen
Welkom- het contact en de verbinding tussen moeder en kind ontstaat in de baarmoeder. Daar vindt de eerste blauwdruk plaats. Is het kind welkom? Zijn de ouders fysiek en psychisch beschikbaar? Na de geboorte wordt het contact nog intensiever. Voor het kind is het belangrijk dat de moeder AANWEZIG is, niet alleen FYSIEK maar ook EMOTIONEEL en sensitief kan reageren op het kind. Communicatie verloopt via: aanraking, de geur, het oogcontact en het geluid. Contact legt de basis voor gehechtheid.
De allereerste ervaringen van het kind komen diep binnen. Een baby slaat deze ervaringen in het lijf en kan alleen via ORGAANTAAL reageren: huilen, schreeuwen, buikkrampjes, spugen en diarree.
Wanneer een kind zich niet welkom voelt, wordt het uitreiken verstoord en het TERUGTREKKEN wordt het patroon dat bij minste vorm van afwijzing optreedt. Dat kan letterlijk terugtrekken zijn maar vaker is het emotioneel terugtrekken, waarbij iemand uit contact gaat.
Hechten- het hechtingsproces start bij de conceptie en vindt met name in onze eerste levensjaren plaats. De NABIJHEID van een rustige moeder zorgt voor KALMTE en RUST, zelfs als de omgeving hectisch of gevaarlijk is. Kortdurend de moeder niet kunnen bereiken kan tot enige stress leiden die het kind weerbaarder maakt. Wanneer dat keer op keer gebeurt, wordt het terugtrekgedrag het patroon.
Het vermogen van de ziel tot hechting:
-groeit en wordt versterkt door de dagelijkse BELASTINGEN
-bereikt door LANGDURIGE STRESS een grens
-wordt door TRAUMTISCHE ervaringen bevroren
Storingen in het hechten die ontstaan in de hechtingsfase, zoals een hechtingstrauma, en later bij een ingrijpend verlies, kunnen leiden tot ONTHECHTEN. Er is geen vertrouwen dat de ander beschikbaar is of dat de ander blijft.
Intimiteit en seksualiteit- In het hechten ervaren wij VERBINDING EN INTIMITEIT. Wij willen AANRAKEN en aangeraakt worden. Wij zijn kwetsbaar omdat wij moeten vertrouwen dat de ander ons niet kwetst en de ander de grens respecteert. Als je geen intimiteit hebt ervaren of als je grens niet gerespecteerd was, zorg je bij voorbaat dat de ander je niet KAN kwetsen. Je werpt, ver voordat dat nodig is, barricaden op. Je gaat dan intimiteit vermijden, zoals oogcontact, aanraking.
Afscheid nemen op het moment van hechten is het AFSCHEID ingesloten. Het een kan niet zonder het ander. Alleen als je je niet hecht, hoef je ook geen afscheid te nemen. Hechtingsgevoelens: vastklampen, huilen, woede. Bij afsluiten is er uiterlijke onverschilligheid, terwijl van binnen angst en paniek zijn. Hoe iemand afscheid neemt heeft relatie met de wijze van gehechtheid. Afscheid in contact is voor veel mensen een grote opgave. Het is wel een mooie ervaring om op deze wijze afscheid te nemen. De storing bij afscheid nemen bestaat vaak uit vastklampen of afscheid vermijden.
Bij vastklampen vertoon je claimend gedrag. Omdat de ander te weinig ruimte neemt en te benauwend vindt, gaat die ander zich afwenden. Precies wat je probeert te voorkomen.
Rouwen- als je je verbonden en je moet weer loslaten, kan dat niet zonder rouw. Rouw is de prijs die je betaalt voor gehechtheid, verbondenheid en liefde.
Belangrijk is bij de tocht door het rouwlandschap dat de client zijn ziel niet (deels) achterlaat bij het verlorene. Bij een betekenisvol verlies gebeurt dit echter vaak. Dan is het doel van de tocht om DE ZIEL WEER OP TE HALEN zodat de client verbinding kan maken met het verlies en het kan omarmen. Rouw heb je te nemen, anders gaat het niet. Als de rouw niet genomen wordt dan is er geen beweging en ontstaat GESTOLDE ROUW. Vaak is dat aan het lijf te zien bv verstarring, de kin omhoog, een afwerende of agressieve blik.
Betekenis geven- na een betekenisvol verlies sta je voor de opdracht om weer ZIN en BETEKENIS te geven aan je leven. Wie ben ik zonder jou? Heeft mijn leven nog zin?
Betekenis geven gaat NIET over dat verlies zinvol is geweest of dat je het verlies accepteert. Betekenis geven gaat over jezelf opnieuw uitvinden in de wereld om je heen. Het gaat om herwaardering van het leven. Is werk nou zo belangrijk? Wat is mijn verlangen? Welke mensen vind ik de moeite waard? Wil ik iets neerzetten dat het verlies markeert, bv een boek, een wegmonument, het bankje etc. Wil ik mijn leven anders gaan inrichten, bv studie kiezen, andere baan. Als er in deze stap (betekenis geven) storingen optreden, leidt dat tot ervaren van ZINLOOSHEID en WROK. Dat is ook een vorm van stolling (kan zich uiten in slachtofferschap of in de aanklagerspositie.
Hoofdstuk 3. Paradijs in een doosje
3.1Gehechtheid- nabijheid zoeken van een volwassene met wie een emotionele band bestaat.
Er zijn drie vormen van georganiseerd gehechtheid: het kind zich kan instellen op het gedrag van de ouder.
Veilige gehechtheid- stabiele ouders, kind kan de wereld ontdekken zonder zich bezig moeten houden hoe het met de ouders is. Er is slingerbeweging tussen symbiose en autonomie, tussen exploreren en terugkeren. In de loop van tijd is er steeds meer autonomie.
Angstig vermijdende gehechtheid- deze kinderen, net als veilig gehecht kinderen, gaan makkelijk op onderzoek uit en raken niet snel overstuur. Maar ze hebben vooral aandacht voor hun speelgoed, zoeken weinig contact. Als de moeder even weggaat en dan terugkomt, zoeken ze haar niet op. Ze halen geen troost bij haar en voelen zich heel kalm. Innerlijk is een storm. De kinderen onderdrukken hun stress. Ze voelen hun gevoelens en behoeften niet meer. Worden ouder ingeschat dan ze zijn, kunnen zich erg stoer gedragen maar voelen veel angst.
Angstig ambivalente gehechtheid kinderen gaan niet op onderzoek maar richten zich op de moeder en houden haar in de gaten. De moeder is onvoorspelbaar emotioneel aanwezig. Kind krijgt tegenstrijdige boodschappen. Er is op bepaald moment contact maar die kunnen ze zomaar verliezen. Kinderen worden jonger ingeschat dat ze zijn.
Gedesorganiseerde gehechtheid kind komt klem te zitten tussen toenadering en vermijding. Ouder is zowel toevluchtsoord als bron van gevaar. Het kind kan geen strategie ontwikkelen om er mee om te gaan: er is angst zonder oplossing. Het is stabiel instabiel. Veel mensen met borderline hebben geschiedenis van gedesorganiseerde gehechtheid. Werken met deze kinderen: In het eerste contact is het kind veel te dichtbij. Eerst lijkt de kind erg lief en aardig en daarna ontwikkeld zich in iemand die je snel wilt overdragen.
3.2 Gehechtheidsproblemen bij volwassenen
Deze komen erg overeen met de patronen in de kinderhechting. Er zijn drie georganiseerde stijlen.
1. Autonome gehechtheid je vertrouwt erop dat de ander beschikbaar is en bent dat zelf ook. Bij een verliestrauma weet je dat je er niet alleen voor staat. Bij rouw zoeken ze steun en evt. professionele hulp.
2. Afwerende gehechtheid er is bindingsangst en er wordt weinig intimiteit ervaren. Gevoelens en behoeften zijn wel te behappen, maar niet te voelen. Bij rouw worden de gevoelens geminimaliseerd en hebben ze de overtuiging er alleen voor te staan. Ik sta er alleen voor, ik moet het zelf oplossen. Angst voor versmelting in een relatie. Geen autonomie maar dwangmatige onafhankelijkheid. Stap 3 in het rouwlandschap stagneert.
3. Gepreoccupeerde gehechtheid (balans slaat door naar de afhankelijke kant), het lukt niet om op jezelf te vertrouwen en je bent overmatig alert op afwijzing en afkeuring. Je bent in staat om te voelen maar je kan de gevoelens niet containen. Om voldoende aandacht te krijgen laat je steeds je psychische nood aan andere duidelijk weten. Bij rouw heb je de overtuiging het niet te gaan redden en klamp je je vast.
Verworven gehechtheid- als iemand bv in de relatie zich betrouwbaar toont op lange termijn, emotioneel beschikbaar is, ondersteunend en troostend als dat nodig is, kan langzaam veilige gehechtheid tot stand komen.
Hoofdstuk 4. Huis van herkomst
Invloed van een verlies(trauma) op het familieverhaal.
4.1 In elk familiesysteem leven verhalen die van generatie op generatie worden doorgegeven. Soms met woorden, soms onuitgesproken of als ingepakt geheim.
Het zijn verhalen die van invloed zijn op de ordening, er zijn verschillende lagen van ordening:
- de grote ordening: dat wat groter is dan wat we kunnen bevatten: leven en dood, hemel en aarde, de kosmos
- De algemene ordening zoals toen-en-daar, hier-en-nu, verleden-en-toekomst, dag-en-nacht, de seizoenen
- Verticale ordening: oerouders, voorouders, grootouders, ouders, kinderen, kleinkinderen etc.
- Horizontale ordening: broers en zussen, geliefden, ex-geliefden, partners, lotgenoten, vrienden en collegas
- Seksespecifieke ordening: de mannenlijn en de vrouwenlijn
Er is rust in het systeem als ieder lid van het systeem zijn plek kent en die plek ook inneemt. Wat er ook gebeurd, iedereen staat op eigen plek en niemand wordt uitgesloten.
Binding- zowel bij de geboorte als de dood staat ons neurologische systeem helemaal open. De baby is volkomen afhankelijk van de moeder en daarom staat zo open voor indrukken, zoals oogcontact, aanraking, borstvoeding, hartslag en stem. De afhankelijkheid van de baby aan de moeder leidt tot binding. Binding is gebonden zijn in liefde.
De magische liefde- liefde die voortkomt uit de afhankelijkheid van het kind aan zijn ouders. Het kind wil het lot van de ouder overnemen. Het is kinderlijke liefde met een kinderlijk doel. Deze liefde is onbewust, magisch en blind. Het is geboren uit diep liefdesbesef om iets te herstellen, kind voelt zich verbonden met zijn systeem van herkomst. Het geeft een goed gevoel en blijft vaak onbewust, ook in de volwassenheid bestaan.
Hechtingsprocessen hebben veel met binding te maken. Je kan ook zeer gebonden zijn aan iemand die afwezig of overleden is of aan familielid uit vorige generaties. Gehechtheid is een soort emotionele afhankelijkheid die voor het leven cruciaal lijkt te zijn.
Van binding naar verbinding als het kind opgroeit, transformeert de binding tot verbinding. Kind gaat stapje voor stapje de buitenwereld in, met de toestemming van de ouders. Zo krijgen ouder en kind een eigen plek ten opzichte van elkaar. De autonomie van het kind groeit. Dan kan er wetende liefde zijn: de liefde die je kracht geeft om te accepteren wat er is om je eigen leven te leiden. Je beseft dat je niets in het familiesysteem hoeft/kan op te lossen. Er ontstaat diepe rust, je bent op je eigen plek. Er is sprake van verbonden liefde, in vrijheid. Als er sprake is van binding dan leidt dat tot energetische vast zetting. De liefde kan niet stromen. De onrust komt voort uit het grote verlangen naar fysieke en emotionele verbondenheid.
In de begeleiding is het je taak om de client bewust te maken van deze magische liefde, zodat hij zich vrij gaat voelen om van binding naar verbinding te komen.
In de gebondenheid heeft een mens drie opties:
-men kan gaan BOKKEN en zich te verzetten tegen de binding en dat het is zoal het is. Men kan WROKKEN en boos zijn hoe het is en dat het niet zou moeten zijn. We kunnen BUIGEN en accepteren dat het is zoals het is. De laatste mogelijkheid is NEMEN en AANNEMEN. Dat levert de meeste vrijheid op, dan kunnen wij groeien naar verbinding.
De wetten van het systeem.
Een familiesysteem kent wetten, rechten en plichten. Als alle leden van het systeem zich aan de wetten houden, dan draagt dat bij aan een gezond systeem.
Het recht om erbij te horen alles en iedereen hoort erbij en verdient een plek, niet of niemand kan buitengesloten worden. Wij zijn loyaal aan gezin van herkomst, er is loyaliteit tussen broers en zussen (of zij leven of dood zijn), kinderen die overlijden, weggegeven worden, behouden hun plek in de rij. Het gaat om insluiten, van degenen die overleden zijn, die door zelfdoding om het leven zijn gekomen, een psychiatrische stoornis hebben, homoseksueel zijn, een beperking hebben, misdaad hebben gepleegd. Iedereen hoort erbij en als dit gerespecteerd wordt, leidt het tot rust in het systeem.
Ordening- natuurlijke, onuitgesproken, hirarchische volgorde die recht doet aan alle leden van het familiesysteem. De biologische ouders staan op de eerste plaats. Via de ziel van de moeder leren kinderen de ziel van hun vader kennen. De relatie tussen de ouders heeft zijn weerslag op het nog ongeboren kind. Partners zijn, als ouders, voor altijd met elkaar verbonden door de kinderen (in verantwoordelijkheid en het ouderschap).
Iedere plek in het systeem kent zijn eigen rol en functie met de bijbehorende (speel)regels. Dit noemen wij afbakkening.
Een handicap, ziekte of overlijden zijn factoren die een gezinsleven benvloeden (bv kind met het syndroom van Down, de zus of broer kan de zorg erbij krijgen na het overlijden ouders).
Balans van geven en nemen- rechtvaardigheid in het verdeling tussen geven en nemen. Op lange termijn verwachten wij evenwicht daarin. Wij verwachten dat er rekening met ons wordt gehouden en dat wij rekening houden met de behoeften van anderen. In zon systeem ontstaat vertrouwen in de ander en zijn wij zelf ook betrouwbaar.
Het kind heeft recht op zorg, liefde en aandacht maar ook het recht om te mogen geven aan de ouders. Het is belangrijk dat de kinderen daarvoor erkenning krijgen. De schuld van kinderen ontstaat omdat het leven aan hen wordt doorgegeven via de ouders. De ouders geven meer. Er komt meer balans als kinderen wat ze gekregen hebben, doorgeven aan de volgende generatie (kleinkinderen). De balans kan zich ook uiten in bij werk, politieke of maatschappelijke belang.
Loyaliteit- gebondenheid aan het systeem van herkomst. Loyaliteit is de trouw aan mensen die iets voor je betekenen. Hoe meer betekenis, hoe sterker de band. Er zijn vier dimensies te herkennen: 1. De feiten in het leven: genogram, 2.de psychologie: hoe de feiten worden ervaren en de psychische gevolgen er van. 3.de transacties: patronen van waarneembaar gedrag, 4. De relationele ethiek: deze is verweven met de eerste drie dimensies. Het betreft balans in geven en nemen. Wat in de ene generatie uit balans is geraakt, probeert men in de volgende generatie weer in evenwicht te brengen. De toekomst kan verbeteren, maar de destructieve patronen ook weer doorgegeven worden.
Zijnsloyaliteit- wordt ook wel existentile loyaliteit of bestaansloyaliteit genoemd. De existentile band ontstaat tussen ouders en kinderen doordat het kind het leven krijgt van zijn ouders. Het kind is daarmee schatplichtig hoewel het niet om het leven gevraagd heeft. De ouders zijn ook schatplichtig: zijn verantwoordelijk voor het kind. Als kinderen niet voldoende recht wordt gedaan (en kind bv. verwaarloosd, uit huis geplaatst, mishandeld, afgestaan is) ontstaat onrecht dat een kind (onbewust) een leven lang met zich meedraagt. Ouder en kind zijn fundamenteel met elkaar verbonden. De band is niet te verbreken. De existentile band kan ontkent worden maar niet verbroken. Iemand kan pas vrij worden als hij de fundamentele gebondenheid aan zijn ouders erkent. Hoe meer je
Verdiende of verworven loyaliteit- adoptieouders, stiefouders, pleegouders..
Gestapelde loyaliteit- wanneer de biologische ouders de verantwoordelijkheid voor hun kind oppakken en er goed voor zorgen, dan stapelt de verworven loyaliteit zich op de zijnsloyaliteit. Voor het kind vormt deze gestapelde loyaliteit een stevige basis in het leven.
Gedeelde of dubbele loyaliteit wanneer het kind door andere dan de eigen ouders wordt opgevoed, of wanneer de ouders uit elkaar zijn en het kind loyaal mag zijn aan beide ouders, is er sprake van gedeelde of dubbele loyaliteit. Dit is een gezonde situatie voor het welzijn van het kind. Hiervan kan een sprake zijn bij adoptie, scheiding en pleegzorg.
Verticale loyaliteit systeem waaruit je vandaan komt: oerouders, grootouders, ouders, kinderen, kleinkinderen. Deze loyaliteit gaat letterlijk en figuurlijk over grenzen, zelfs van leven en dood. Verticale loyaliteit komt van twee kanten: kinderen beseffen dat zij hun leven aan de ouders te danken hebben (zijnloyaliteit). Ouders zijn verantwoordelijk voor hun kind. Verticale loyaliteit vormt de verbinding tussen ouders en kinderen. Deze is asymmetrisch: het kind mag meer ontvangen dan geven.
Horizontale loyaliteit: gekozen relaties zoals partner, vrienden, collegas. Er is symmetrie en wederkerigheid. Geven en nemen en de verantwoordelijkheden moeten ongeveer in balans zijn. Er kan verworven loyaliteit worden opgebouwd.
Diagonale loyaliteit broers en zussen: bloedverwantschap en delen van dezelfde ouders. Er is gemeenschappelijk oorsprong en immaterieel erfgoed. Het is een gegeven relatie. Halfbroer of halfzus, een geadopteerde broer of een pleegkind die lang in het gezin woont- de relaties kunnen ook diagonaal zijn als de wetten van het systeem gevolgd worden. Behalve over de gedeelde zaken ook duidelijkheid moet zijn over de verschillen.
4.4 Verstikkingen en verwarringen
Loyaliteitsconflicten veroorzaken verstrikkingen en verwarringen in het systeem. Je plek is onduidelijk, de orde is verstoord en de balans tussen geven en nemen is ver te zoeken. Als je in een persoonlijke relatie of werkrelatie niet openlijk loyaal kan zijn aan je ouders, ontstaat er een loyaliteitsconflict. De verticale loyaliteit van jezelf en de ander komt in botsing met de verworven loyaliteit in de horizontale relatie.
Onderbroken liefdesstroom- als ouders de verantwoordelijkheid niet kunnen nemen en de liefde niet kan stromen, ligt daar een ernstig probleem/gebeurtenis ten grondslag (trauma). De overlevingsmechanismen die hieruit voorvloeien laten geen diep emotioneel contact toe. Dit gebrek aan liefdesstroom kan bij kinderen leiden tot: intens gevoel van verlatenheid, opgekropte woede, onderdrukt verdriet, doodsangst, groot verlangen naar liefde, gestolde rouw. De kinderen kunnen het grote lijden meedragen (een zware last). Als de kinderen volwassen zijn, blijven zij de zorgen op hun schouders dragen en kunnen niet genieten van het leven. Zijn niet gewend om hulp te vragen, zijn gewend om alles zelf te dragen. Passieve houding, ze voelen zich snel niet gezien en er is veel verzet.
De weg naar heling- wij kijken naar het levensverhaal van de (groot)ouders met de focus op het lijden van de ouders, zodat de client beseft dat het daar thuishoort. Het gaat over buigen voor het lot van de ouders, met compassie kijken naar het eigen lot en het innerlijk kind bedanken voor de zware taak die het op zich genomen heeft. Het is NU tijd om succes en geluk aan te kunnen nemen.
Gespleten loyaliteit/triangulatie- alles wat in de relatie van de ouders speelt, valt onder de verantwoordelijkheid van de volwassenen. Als kinderen betrokken worden in de problemen tussen ouders, vindt het een verschuiving plaats in de orde. In de triangulatie komen kinderen letterlijk tussen de ouders staan. Het is alsof ze moeten kiezen tussen papa en mama, alsof ze uit elkaar getrokken worden. Sommige kinderen offeren zich om de ouders te verbinden. Psychosomatische klachten zoals zelfbeschadiging, depressie, sucidaliteit en gedragsproblematiek kunnen het gevolg zijn.
Onzichtbare loyaliteit/uitsluiting- als iemand uitgesloten wordt en loyaliteit er niet mag zijn en ontkend wordt, gaat deze ondergronds verder. Dit noemen wij onzichtbare loyaliteit. Er is vaak sprake van binding omdat er geen vrijheid is. Er is iemand in het systeem die vergeten is geraakt, die niet meer geerd of betrokken wordt.
4.5 Rechtvaardigheid, betrouwbaarheid en wederkerigheid
Een kind kan opgroeien tussen zorgzame en betrouwbare volwassenen, leert te vertrouwen op hun zorg en aandacht. Kinderen hebben recht om meer te ontvangen van hun ouders dan ze zelf kunnen geven. Maar kinderen hebben ook het recht om te mogen geven en ze hebben recht op erkenning van hun ouders voor dit geven: het moet gezien worden. Als het kind het mag doen en er erkenning voor krijgt, geeft dit kind het bestaansrecht. Anders voelt het kind zich tekortschieten. Juist in het geven en gezien worden neemt het vertrouwen in zichzelf en andere toe. Dit wordt ook ZELFVALIDATIE genoemd. Het kind voelt zich een waardevol als mens. En vanuit die positie durft het ook voor zichzelf op te komen en grenzen te stellen, dit noemen wij ZELFAFBAKENING. Zo leren kinderen om zowel te kunnen geven als nee te zeggen. Dit geeft vrijheid in relaties.
Destructief recht- als het kind tekortkomt in aandacht, liefde, verzorging of wanneer er sprake is van verwaarlozing, mishandeling of verlating, komt het kind klem te zitten. Enerzijds voelt het kind zich tekort gedaan, anderzijds is er loyaliteit aan de ouders.
Het wordt problematisch als de volwassene van het kind verwacht dat het een schrijnend tekort bij de volwassene invult. Dan worden de rollen omgekeerd. We noemen dit PARENTIFICATIE. Het geven en nemen is uit balans, het kind geeft meer aan de ouder dan andersom.
Als kinderen geen betrouwbaarheid ontmoeten in hun relaties, worden ze DESTRUCTIEF GERECHTIGD. Zij krijgen als het ware het recht om anderen te wantrouwen of af te wijzen of wrak te nemen voor wat hen tekort is gedaan (aan aandacht, liefde etc.) In nieuwe relaties worden hun partner, collegas, hun kinderen belast met dit wantrouwen. Zo wordt opnieuw onrecht veroorzaakt. De erkenning wordt bij andere geclaimd. Zo ontstaat een ROULENDE REKENING in opeenvolgende generaties. Roulende rekeningen worden vaak doorgegeven.
Destructief recht kan diverse vormen aannemen tussen twee uitersten: enerzijds niet kunnen geven en anderzijds niet kunnen ontvangen.
Het destructief recht uit zich in destructief gedrag:
1. Naar de samenleving (vandalisme, vernieling)
2. Naar anderen (mishandeling, pesten, diefstal, zinloos geweld)
3. Naar zichzelf (zelfbeschadiging, eetstoornissen, sucidaliteit)
Onrecht dat je overkomt, dat door het leven wordt uitgedeeld, wordt VERDELEND ONRECHT genoemd. Er is geen schuldige aan te wijzen in dit geval. Het heeft te maken met wat lot ons aandoet, overlijden, ziekte, natuurramp etc.
Vergeldend onrecht onrecht dat mensen elkaar aandoen zoals het verlaten worden door een van je ouders, verwaarloosd worden of blijvend letsel oplopen als gevolg van mishandeling. Hier kan wel verantwoordelijk voor worden gehouden en er ontstaat een relationele schuld. Ook in familiegeschiedenis kan onrecht ontstaan in menselijke relaties (vergeldend recht) doordat je bv slachtoffer wordt van een vechtscheiding of opgroeit met ouders met een alcoholprobleem.
Bij erkenning van het onrecht en bij voldoende hulpbronnen kunnen mensen in staat zijn om uit destructief recht CONSTRUCTIEF GEDRAG te ontwikkelen, bv geneeskunde te gaan studeren of praktijk beginnen met echtscheidingskinderen. Maar dat kan alleen als je je eigen rotzooi hebt opgeruimd.
Legaat- als kind ontvang je van je ouders een SYSTEMISCHE ERFENIS. Je hebt de ethische verplichting om dit erfgoed in je leven ze vorm te geven dat het een constructieve bijdrage levert aan volgende generaties. Bij LEGAAT wordt rekening gehouden met- en voorrang gegeven aan de belangen van het kind.
Delegaat- als de belangen van de ouders voorrang krijgen boven die van het kind. De belangen van kunnen worden beschadigd. Vaak zijn de ouders zelf tekort gekomen en via de kinderen willen dat rechttrekken. Delegaten kunnen leiden tot ernstige parentificatie.
Ontschuldiging ouders kunnen vaak onbewust, hun kinderen onrecht aandoen. Dat leidt tot destructief recht. Ontschuldiging kan dienen als scharnier om te komen tot heling. Het gaat hierbij niet om vergeven en vergeten, wel om inzicht te krijgen in het lot van degenen door wie je tekort bent gekomen. Het erkennen van het destructief recht is van groot belang. Daarbij blijft de erkenning voor het eigen onrecht bestaan. De schuld wordt niet ongedaan gemaakt maar door ontschuldiging wordt de relatie met de ouder minder gekleurd door onrecht.
4.6 Parentificatie- is het natuurlijke vermogen van het kind om te geven. Dat begint met de eerste glimlach. Kinderen honoreren hun ouders voor wat zij voor hen doen.
Constructieve parentificatie- wanneer een kind erkenning krijgt voor het geven, ontwikkelt het zelfwaarde en groeit het op tot iemand die verantwoordelijkheid op zich kan nemen. Het gaat om passend geven, vanuit de eigen kindrol. De sleutel tot constructieve partentificatie zijn: passend geven, tijdelijk, erkenning.
Destructieve parentificatie is een verstrikking/verwarring in het familiesysteem, vaak als gevolg van (verlies) trauma. Als een kind te veel geeft en het eigen functioneren sociaal, emotioneel, cognitief of fysiek achterblijft, dan geeft het kind te veel geeft. Vanuit magische liefde willen ze de pijn van de ouders dragen. Als gevolg nemen de kinderen en ouders niet de juiste plek en komt de natuurlijke ordening in gevaar. Kind komt in spagaat terecht. Het kind moet gehoorzamen aan de ouder en tegelijk is het de ouder van de ouder. Het schiet dus voortdurend tekort waardoor schuldgevoelens ontstaan. Kind ontwikkelt ook boosheid omdat het kind niet krijgt waar het recht op heeft, namelijk ouderlijke aandacht en zorg. Deze boosheid is vaak onderhuids en wordt het door het kind niet herkend. Vaak wordt de boosheid verkeerd geadresseerd en komt deze later in het leven in de partnerrelatie of op het werk tot uiting. Er komt een roulende rekening omdat het inmiddels volwassen kind de niet ontvangen aandacht eist van partner, eigen kind of collega. Hij is te weinig is staat tot geven en wil alsnog nemen. Hij kan ook aan het eigen kind proberen compenseren wat hij zelf niet gekregen heeft. In beide gevallen ontstaat er onbalans.
Er zijn dus meerdere vormen van parentificatie:
-het kind staat naast de ouder(als een partner)
-het kind staat achter/boven de ouder (als ouder van de ouder)
-het kind staat te dichtbij de ouder (symbiose)
-het kind staat buiten de kinderrij, achter/boven de broertjes en zusjes (in de ouderrol ten opzichte van de andere kinderen
Parentificatie gaat vaak samen met het geheugenverlies. Het is alsof kinderen nooit het kind zijn geweest en dat klopt ook. Ze hebben te weinig contact het de kindenergie. Deze kinderen zijn vaak kritisch op zichzelf en de omgeving.
Wekvormen en begeleiding: Genogram maken. Zie pagina 144
Hoofdstuk 5 In een achtbaan van gevoelens
Bij een verlies staan wij voor de opgave om iets te doen met de stroom van gevoelens die op ons afkomt. Er zijn verschillende manieren om hiermee om te gaan:
- Verdringen: weglopen voor je gevoelens
- Verdrinken: je laten meeslepen door je gevoelens, erin verdrinken
- Openstaan: openstaan voor je gevoelens maar je er niet door laten meeslepen
Om ons veilig te voelen of om te overleven, moeten wij soms de gevoelens in onze interne archiefkast (het traumadeel) stoppen die met een stevige deur en een geheime code (het overlevingsdeel) gesloten wordt. De informatie die opgesloten wordt wil echter uit de donkere, muffe kast. Soms zorg er een gebeurtenis of herinnering ervoor dat de code gekraakt wordt en de kastdeur opengaat. Dan kunnen er gevoelens als een vloedgolf uitkomen, ongecontroleerd en overspoelend. Bovendien komen ze er meestal min of meer vervormd uit, niet meer herkenbaar gekoppeld aan de gebeurtenis van weleer.
5.2 Basisgevoelens
Verdriet- zoals rouw en liefde bij elkaar horen, zo horen vreugde en verdriet bij elkaar. Ze leveren energie. Als je de kraan van verdriet dichtdraait, dan draai je ook aan de kraan van vreugde en stroomt die ook niet echt meer. Verdriet heeft te maken met verbondenheid.
Vervorming van verdriet- als de tranen niet mogen stromen, kom je in woestijn terecht. Het is droog en er is geen leven meer. Verdriet dat niet genomen wordt, kan vervormen tot depressie of zelfmedelijden. Het niet nemen van de rouw kan tot een burn-out leiden.
Boosheid- heeft alles te maken met grenzen. Wanneer de grenzen van ons eigen ik bedreigd worden, kunnen wij boosheid inzetten om er geen ongewenste grensoverschrijding te laten plaatsvinden. Het is een zeer nuttig gevoel dat zorgt dat je in actie komt op het moment dat het nodig is. Boosheid is minder geaccepteerd dan verdriet terwijl er een volkomen normaal gevoel is bij verlies. Boosheid is een gevoel waar veel energie in zit. Je kan jezelf uitdagen om alle negatieve energie om te zetten in lijfelijke prestatie (sporten).
Vervorming van boosheid- als de boosheid onderdrukt wordt dan komt er een uitbarsting. Boosheid kan vervormd worden tot agressie, sarcasme, destructief gedrag en zich te kort gedaan voelen. Je begrijpt jezelf niet meer als je wanneer je ineens agressief wordt en op een ongepast moment explodeert. Dit zorgt voor angst en verwarring. Als boosheid in je blijft zitten, wordt het hard en moeilijker om af te breken (lijkt op cement). Het kan je bitter of onverschillig maken. Boosheid die in je lichaam blijft, kan zich ook uiten in gezondheidsklachten zoals het verkrampen van de spieren (stijve nek, schouders). Je klemt je kaken op elkaar, de vuist wordt gebald, de rug verstijft, je kin gaat naar voren en voet die in beweging blijft alsof hij wil schoppen.
Angst- een basaal gevoel dat je als baby nodig hebt om te kunnen overleven. Bij verlieservaringen komt de angst in alle hevigheid terug. De angst kan verlammend zijn.
Angst is een nuttig gevoel dat optreedt als er gevaar dreigt. Het beschermt je, het scherpt de zintuigen en verhoogt het bewustzijnsniveau. Maar wij hebben meer last van potentile angst, dan de rele angst.
Vervorming van angst- wanneer de signalen onderdrukt of ontkent worden, ontwikkel je een staat waarin je voortdurend een licht graad van alarm ervaart. Dit zet zich vast in het lichaam waardoor spieren verstrakken en de onderdrukte angst zijn sporen nalaat. De kaak wordt strak, de knien zijn tegen elkaar aangedrukt. Je kunt angsthazig gedrag vertonen maar angst kan ook vervormd worden tot stoer gedrag waarbij je een schild om je heen maakt. Je wordt onaanraakbaar, bang om gekwetst te worden.
Vreugde- vreugde en verdriet liggen dicht bij elkaar. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille. Vreugde is emotionele energie die in wisselwerking stroomt, zoals bij dansen, sporten of een bijzonder contact met iemand. De vreugde kan pas stromen als ook de andere basisemoties zoals angst, boosheid en verdriet kunnen stromen. Vreugde en humor hebben genezende werking, het ontlaadt de spanning en voelt bevrijdend.
Vervorming van vreugde- als gevoelens van verdriet, boosheid en angst er niet mogen zijn, zijn mensen in staat om een eigen illusionaire wereld te scheppen. Aan de buitenkant lijkt alles goed te gaan. Het gezicht staat in de lachstand en zijn heel vriendelijk in het contact. Praten graag over koetjes en kalfjes en ontwijken elk diepgaand gesprek. Het contact blijft oppervlakkig. Soms hangen mensen bewust de clown uit en maken dikke pret. Als je goed kijkt, voel je de pijn die eronder ligt.
5.3 Afgeleide gevoelens
Schuld en schaamte- twee gevoelens die vaak samen optreden, ook bij een verlieservaring. Schuld heeft te maken met wat je gedaan of nagelaten hebt. Het is gekoppeld aan niet voldoen aan de verwachting van de ander of van jezelf. Bij gedachten dat je er iets hebt kunnen doen om het verlies voorkomen te worden. Deze gedachten ontstaan omdat je je machteloos voelt. Je bent de controle kwijt. Het gevoel dat je iets niet in de hand hebt, maakt je machteloos en kan je angst bezorgen. Door jezelf schuldig te voelen voorkom je het machteloze gevoel. Want je maakt jezelf wijs dat je iets had kunnen doen waardoor het niet gebeurd zou zijn. Daarmee krijg je een beetje invloed terug. Schuldgevoelens kunnen leiden tot piekergedachten. Ook zorg het schuldgevoel ervoor dat je de kans krijgt dingen recht te zetten wanneer je iets fout gedaan hebt.
Schaamte- is het verlangen om het ok te zijn in de ogen van de ander. Het is een aangeleerde afkeuring van wie je bent, het is afwijzing van jezelf. Schaamtebesef ontwikkelt zich in de kindertijd. Schaamte gaat over het besef dat we ons verborgen hebben en dat moeten terugkeren.
Onzekerheid- onzekerheid over wat er is gebeurt, over wat je voelt en of dat normaal is, over het lot van andere. Al deze onzekerheden kunnen bijdragen aan gevoelens van angst, boosheid en vervreemding. Rouw gaat vaak samen met het verminderen van het zelfvertrouwen. Je zoekt naar betekenis in je leven en geeft betekenis aan het lijden.
Eenzaamheid- in rouw ontmoet je jezelf tot in je diepste kern. Je komt jezelf tegen met alles wat er wel en niet is. Je voelt je in de steek gelaten en hebt het gevoel anders te zijn dan anderen die dit niet hebben meegemaakt. Met name het onbegrip van de omgeving kan zorgen voor fundamentele eenzaamheid. Missen, zoeken en verlangen is verbonden met rouw. Er is een leegte die overal voelbaar is. Je staat zelf voor de zoektocht om betekenis en invulling te geven aan die leegte.
De leegte en het gemis kunnen de bodem vormen voor allerlei verslavingsgedrag, zoals drinken, eten, gokken etc. Daarmee probeer je een gat te vullen die niet te vullen is. Een nieuwe partner heft het gemis van je vorige liefde niet op etc..
Verlangen- is een van de meest kenmerkende gevoelens bij rouw. Je verlangt naar de ander, naar wat je verloren bent, je ben (een deel) van je ziel kwijt. Je mist iets of iemand, je bent op zoek naar wie of wat ontbreekt. Zoekgedrag is normaal bij rouwen, zoeken naar een teken, naar iets wat achterbleef. Je voelt je onveilig, alleen, het is onbekend. Het verlangen kan ook jaloezie wakker maken Overal zie je het gebeuren wat je zelf mist. Het helpt om het uit spreken om een plek te geven. Anders gaat dit gevoel ondergronds en verandert in wrok, afgunst en nijd.
Verlangen is de vraag die je het meest aan het hart ligt. Als een client dat verlangen kan formuleren, is er een contact mogelijk en kun je er samen aan werken, je hebt focus. Verlangen is een motiverende kracht in mensen, zet ons in beweging.
Niet voelen- meest verwarrende gevoel is misschien wel niet voelen. Het is een soort zelfbescherming. Wanneer iemand overspoeld wordt door gebeurtenissen, gaan de kastdeuren het gevoelsleven afsluiten. Langzaam dringt het door wat je overkomen is. De eerste tijd leef je in een soort roes, je hebt het gevoel dat je in een verkeerde film zit, het lijkt onwerkelijk. Met de tijd komt het gevoel van zelf terug. In feite is niet voelen een soort van dissociatie. Er zijn twee manieren waarop je kunt zorgen dat de pijn te harden is: verdoving en overactiviteit (door obsessief bezig te zijn met iets). Bij sommige mensen lijkt alsof er een kluis is met dikke deuren en een zwaar slot waar alle gevoelens ingaan. Tot er iets gebeurt waardoor de deur opengaat en niet meer dicht kan. Dan kan het verdriet en de rouw toegelaten worden.
Compassie- kunnen voelen wat de ander voelt en tegelijkertijd voldoende afstand bewaren om te weten wat er gedaan moet worden, en dan adequaat reageren. Je kunt pas oprecht meevoelen als je vrij bent van vertroebelende projecties van jezelf.
Hoofdstuk 6. Venster van verduren -dit hoofdstuk gaat over hoe we met ons lijf en met onze hersenen reageren op signalen die kunnen duiden op stress, verlies en gevaar. We leggen de relatie met de basiscondities die nodig zijn om aan rouw te kunnen werken.
Onze huis kun je vergelijken met een twee-onder-een kapwoning en een linker en rechterhersenhelft en drie verdiepingen. Het huis wordt van onderaf opgebouwd.
Zolder (mensenbrein) Neocortex
Begane grond (zoogdierenbrein) Limbisch systeem
(Emotionele brein)
Kelder (reptielenbrein) Hersenstam
6.2 De kelder van de brein- de kelderverdieping (de hersenstam, ook wel het reptielenbrein genoemd) is al actief in de baarmoeder en volledig operationeel als de baby geboren wordt. Dit deel van het brein zorgt voor de hartslag, de ademhaling, de spijsvertering en het activeren van reflexen, ook de reflexen die het hechtingsproces aanzwengelen. Bij de geboorte functioneren babys vooral vanuit het reptielenbrein omdat de andere twee nog niet voldoende zijn ontwikkeld. Ze reageren goed op aanraken, wiegen en zachte stem. Door het reptielenbrein zo te stimuleren, groeien de weefselstructuren en wordt het zoogdieren- en het mensenbrein verder ontwikkeld. De ontwikkeling hangt af van de responsiviteit van de moeder en de naasten.
Wanneer de ouder door een stresssituatie of een hechtings- of verliestrauma niet in staat is om responsief te zijn, wordt het vermogen van het kind om zijn emoties te voelen beperkt. Er ontstaat emotionele stress en ontreddering (zagubienie) bij het kind die dit associeert met onveiligheid. Deze ervaring vormt een basis voor verdere ervaringen in het leven. Voor zijn eigen veiligheid en overleven kan het kind niet anders dan zich daarvoor beschermen. Hier ontstaat de eerst overlevingsstrategie. Het kind trekt een soort muur op tussen de ouder en zichzelf om niet overspoeld te worden door prikkels of om zich niet steeds opnieuw afgewezen te voelen als het uitreikt en er geen respons komt. Een andere strategie is om hyperalert te worden voor de gevoelens en de stemming van de ander en de eigen gevoelens te verwaarlozen.
In de hersenstam wordt de mentale staat van bewustzijn (arousal) gereguleerd. We kennen drie staten van bewustzijn: LAGE AROUSAL (zoals bij slapergheid), GEMIDDELDE AROUSAL (zoals bij ontspannen waakzaamheid) en HOGE AROUSAL (zoals bij hoge stress, opwinding of angst) . Als de angst of de stress toeneemt, wordt in de hersenstam de VECHT, VLUCHT OF BEVRIESREACTIE voorbereid. De ademhaling wordt aangepast en de hartslag versnelt waardoor er bloed naar de ledematen gaat. Wanneer de arousal lager wordt, bevriest het lichaam. Dit is een PASSIEVE BEVRIEZING die niet zonder gevaar is. Het is belangrijk om bij clinten met een hechtings-en verliestrauma hun patronen (van zowel overmatige als onvoldoende arousal te kunnen inschatten en hierop af te stemmen, naast hun behoefte (en angst) om zich te verbinden. Dat betekent dat wij zeer alert moeten zijn op de lichaamssignalen en de non-verbale therapeutische interactie.
6.3 De begane grond van het brein op de begane grond van het brein bevindt zich het emotionele brein waarin het verwerken van gevoelens, het herinneren en de motivatie zijn gehuisvest. Net als de benedenwoning van een huis toegang biedt tot straat, is de plek in het brein waar binnen en buitenwereld elkaar ontmoeten. Op basis van de ervaringen die we opdoen, leren we wat we kunnen verwachten (de responsiviteit van de moeder)
De amygdala- is amandelvormige kern in de hersenen, die bij de geboorte al behoorlijk ontwikkeld is. Het is een toegangspoort tot ons emotionele brein. Samen met de hersenstam zorgt de amygdala voor instinctieve reacties. Als het gevaar dreigt, signaleert het lichaam dat via de amygdala die als alarmbel functioneert. De amygdala maakt inschatting van het gevaar. De mate van gevaar bepaalt het stressniveau. Zonder amygdala zijn er geen tanen van verdriet. Het is een soort PSCYCHOLOGISCHE SCHILDWACHT die toets onze waarnemingen ben ik er bang voor , heb ik er een hekel aan Als het antwoord ja is, zendt hij een dringende boodschap naar alle delen van de hersenen. Dit veroorzaakt de afscheiding van de vlucht- en vechthormonen in het lichaam.
De amygdala is in staat de hersenen in gijzeling te nemen. Dan wordt informatie rechtstreeks van de amygdala naar de hersenstam gestuurd zonder contact het hebben met het mensenbrein. Dit wordt ook wel een het EMOTIONELE STEEGJE genoemd waarbij de rationele toets wordt overgeslagen. We reageren voordat wij kunnen nadenken en bij gevaar is dat van levensbelang. Aangezien amygdala is een magazijn voor emotionele herinneringen en de bijbehorende responsen, doen we soms dingen zonder dat we ons realiseren waarom wij dat doen. Ons LICHAAMSGEHOUGEN onthoudt alles, ook de herinneringen aan veilige en onveilige situaties uit de hechtingsperiode en onze respons hierop. Wat wij in de eerste levensjaren ervaren en leren wordt in de amygdala vastgelegd als onbewuste emotionele herinneringen die van grote invloed zijn. Door in therapie de traumas onder ogen te zien, kunnen nieuwe associaties gevormd worden en de automatische reacties langzaam maar zeker in intensiteit afnemen.
6.4 De zolder van het brein- de neocortex ontstaat als laatste en komt tot rijping door
onze kennis en ervaringen. Dit proces duurt leven lang. Dit deel van ons brein stelt ons onder meer in staat om bewust na te denken over wat we ervaren en dit cognitief te toetsen. Het verschil met de amygdala is dat dit hersengebied bij de beoordeling van een dreiging ook de informatie uit de context meeneemt en rekening houdt met de intensiteit. Het stelt ons in staat tot reflectie waardoor wij met afstand kunnen kijken naar situaties.
Integratie van de drie delen van de hersenen- ons brein integreert de functies van de drie verdiepingen van onze hersenen. Om met hechtings- en verliestrauma om te gaan, moeten we heen en weer kunnen bewegen tussen instinct, emotie en ratio. Als dit in harmonie met elkaar gaat, zijn sensatie, gevoel en cognitie in verbinding met elkaar en kunnen optimaal functioneren. Het is belangrijk om bij het werken met trauma de drie delen van ons brein te integreren. Dan kunnen wij de totaliteit van ons aangeboren vermogen te benutten.
Informatieverwerking in het brein in normale omstandigheden functioneert het mensenbrein op de zolderverdieping (de neocortex) als een soort controlecentrum van de drie breinen. Bij stress en gevaar blijven wij binnen de grenzen wat wij kunnen verduren en zijn wij in staat deze drie breinen te blijven gebruiken. Binnen deze grenzen kunnen wij ingrijpende ervaringen verwerken. Maar wanneer de stress oploopt, wordt op de lagere verdiepingen alles geregeld om ons actief te verdedigen en te kunnen vluchten, vechten of bevriezen. Dat gaat in een fractie van een seconde waarbij de volgende overlevingsmechanismen kunnen optreden:
- Vechten (als je sterker bent)
- Vluchten (als je zwakker bent)
- Actief bevriezen ( stokstijf blijven staan tot het gevaar geweken is)
- Passief bevriezen (verdoven, voor dood liggen)
Als je niet kunt vechten, ga je de vluchten of bevriezen inzetten. Bevriezen gaat gepaard met gevoelens van hulpeloosheid en onmacht.
Als je aan stabilisatie en gevoelsregulatie werkt samen met de cognitie (betekenisgeving) dan kalmeert de amygdala, de hartslag wordt normaler en de spieren ontspannen.
6.6.Werken binnen het venster optimaal kunnen werken met heftige emoties en
trauma betekent dat zowel de begeleider als de client in staat moeten zijn om de opgeroepen spanning te verduren wanneer trauma wordt aangeraakt. Een veilige hechting draagt hieraan bij. Het gebied waarin dat mogelijk is noemen wij het vester van verduren: the window of tolerance. Dat venster heeft een boven- en een ondergrens. Binnen de grenzen blijf je in contact, ben je in staat je gevoelens te ervaren, kunnen de hersenen hun werk doen en goed met de informatie omgaan. Het venster van verduren is het gebied waarin heling mogelijk is. Dat is bij ieder client verschillend. Om met rouw en trauma aan de slag te kunnen gaan, is binnen het venster kunnen werken een voorwaarde. Als dat niet lukt dan moeten wij eerst aan stabilisatie werken. Bijvoorbeeld door aandacht te geven aan emotieregulatie.
Venster van verduren, pagina 195
Aan de bovengrens versnellen de hartslag en de ademhaling en neemt de angst toe (hyperarousal). Dit wordt aangestuurd door het zoogdierenbrein. Als de amygdala inschat dat door actieve verdediging het gevaar niet zal afwenden, gaat het brein over op passieve verdediging (freeze or fragment). Er ontstaat een soort shocktoestand waarbij alleen het reptielenbrein functioneert. Er is sprake van hypoarousal waarbij het brein niet meer in staat is tot scherp waarnemen en alertheid. De hartslag wordt langzamer, de ademhaling oppervlakkiger, de doorbloeding minder en de temperatuur wordt lager. Het lichaam produceert pijnverdovende stoffen en er ontstaat een soort rust. Deze passieve bevriesreactie is veel ernstiger dan de bovengrens, het is een soort verlamming. Alsof iemand in een standbeeld is veranderd). Er zijn nauwelijks of geen emoties meer, contact is onmogelijk. De luiken in het brein gaan naar beneden (shut down) en het brein sluit zich af (on black). Zowel bij de bovengrens als de ondergrens is de persoon niet meer in het hier en nu dient de therapeut te zorgen dat de ander terugkeert in het venster van verduren. De moeder hoort het kind troosten, vasthouden. Volwassenen: contact maken, fysieke aanraking, geruststelling, troost, ervaren dat ze niet alleen is.
Te veel emotie en spanning (bovengrens) de client kan aan de bovengrens komen van wat hij kan verduren. Hi dreigt overspoeld door emoties en verliest het contact met het hier en nu en met de begeleider. Hij is gespannen, de ademhaling is snel en hoog, het hart gaat tekeer, beven, trillen, niet geaard. Hier is het nodig de client te laten aarden en te stabiliseren (ademhaling, fysiek contact, afleiding)..
Geblokkeerde emotie (ondergrens) de client sluit zich af voor emoties, is in zichzelf gekeerd en maakt moeilijk contact. De client is vermijdend, afstandelijk, verdoofd, verstijfd. Vaak is hij bleek en het oogcontact is nauwelijks meer mogelijk. Om de client er uit te halen: eerst in contact komen, bv door zachte aanraking, zachte stem. Je werkt met ademhaling en fysiek contact.
Hoofdstuk 7. De geraakte ziel- e ziel is ons verbindingslichaam dat zich beweegt tussen bron en bestemming. . Ze bewoont ons lichaam en maakt ons als mens uniek. Het is het diepe weten in onszelf dat in verbinding staat met om verbinding te maken met het Zelf en met de ziel van een ander. Dit is van wezenlijk belang als het gaat om contact maken. In liefde en rouw wordt de ziel in het bijzonder geraakt. In dit hoofdstuk beschrijven we de beweging van de ziel in tijden van rouw.
7.1 De gefragmenteerde ziel -de ziel leeft na het verlies in een soort tussenstadium, ze kan het verlorene niet vasthouden of vervangen, maar ze kan zich er ook niet definitief van losmaken. Het heeft tijd nodig voordat we werkelijk kunnen landen in het hier en nu. Soms is de rouw zo diep dat een deel van de ziel meereist met de verlorene. Voor de levende (kinderen) blijft een klus om gezien en gehoord te worden en aandacht te krijgen van hun afwezige ouders.
De verloren ziel wij kunnen onszelf verliezen in de liefde en ook in rouw. Het gemis en de pijn is dan niet te verduren. Onbewust willen we er van weggaan, de rouw wordt massiever en zo ontstaat gestolde rouw. Door weg te lopen van onze diepste pijn verliezen we een deel van onszelf. Pas als wij stil blijven staan bij dit verlies kan de gestolde rouw langzaam weer stromen.
7.2 Het verloren paradijs de reis uit het paradijs, ons allereerste verlies. Soms ervaart het kind in de baarmoeder al verliezen omdat bv het niet gewenst is of omdat moeder rouwt om een gestorven kind etc. Zo wordt het (verlies)trauma van de moeder doorgegeven aan het kind.
De beweging van de ziel in de val uit het paradijs zoekt de ziel naar een passende beweging die we dan meenemen in ons levensverhaal. Betekenisvolle verliezen die te groot zijn om te bevatten, noemen we verliestraumas. Dat kan zijn: dood, ziekte, scheiding, er niet bij horen, scheiding tussen partners en tussen ouders en kinderen, scheiding van vaderland, volk, cultuur, mensen die moeten vluchten voor oorlog, natuurgeweld of misdaad, ongewenste kinderloosheid, een amputatie, psychische of chronische ziekte bij jezelf of bij iemand die je lief is.
7.3 De splitsing van de ziel als het verlies te groot is, zoekt de ziel naar een oplossing omdat de pijn niet te dragen is. Er vindt een splitsing plaats in drie verschillende delen: het overlevingsdeel, het traumadeel en het gezonde deel. Ieder deel heeft een andere doel. Het traumadeel bewaart de herinnering aan wat er is gebeurd. Het overlevingsdeel is in eerste instantie een noodrem die er letterlijk voor zorgt dat we kunnen overleven. In tweede instantie gaat het een eigen leven leiden met alle gevolgen van dien. Hoe groter het traumadeel, hoe groter het overlevingsdeel, waarbij het overlevingsdeel net iets groter is om controle op het traumadeel te kunnen uitoefenen. Het gezonde deel is het deel dat bereid is om verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen leven. Wij hebben het gezonde deel nodig om te kunnen kijken naar deze splitsing van de ziel. Als dit deel nog niet wil of kan meewerken, heeft het geen zin om verder te gaan met de begeleiding.
7.4 Het overlevingsdeel onze primaire reactie op een verlies is onze grote overlevingswens. Het overlevingsdeel heeft als taak de grote, onhandzame gebeurtenis te bewerken tot een handzaam pakketje om tijd te winnen. De beleving van het verlies wordt in eerste instantie verkleind. Als de impact van het verlies meteen binnen zou dringen, zouden wij dit emotioneel niet overleven en gek worden. Herinnering worden versnipperd, beelden vervagen en gevoelens trekken zich een tijdlang terug. Dit is hard werken, lichaam en geest raken dan zeer vermoeid. De behoefte aan slaap neemt vaak toe. Tijdens dromen wordt het verliestrauma herbeleefd en zoekt een plek in onze binnenwereld. Zo zorgt het overlevingsdeel ervoor dat het leven enigszins draaglijk wordt.
Na verloop van tijd, als er voldoende bedding is om het verlies te dragen, kan het overlevingsdeel zich voorzichtig gaan terugtrekken en kan plaats maken voor leven. In dat leven hebben we de rouw te nemen. Soms lijkt het echter dat de traumadeel het daglicht niet kan verdragen en dat maakt het moeilijk om de rouw te nemen. De ziel lijkt er niet klaar voor de zijn, het ontbreekt aan energie en kracht en de omgeving kan de bedding niet bieden. Dit heeft als gevolgd dat het traumadeel de (h)erkenning krijgt die het verdient en het overlevingsdeel gedwongen wordt tot het nemen van het nieuwe, zwaardere taak. De functie van het overlevingsdeel niet opgeheven maar opgewaardeerd. Hij wordt de portwachter van ons hart.
Poortwachter van het hart de nieuwe (secundaire) taak van het overlevingsdeel is ervoor te zorgen dat alle gevoelens en herinneringen behorende bij het verliestrauma niet worden aangeraakt of herbeleefd. De poortwachter zal alles wat met traumadeel te maken heeft, ontkennen en verdringen en niemand mag in verbinding komen met dit kwetsbare deel van de ziel. En het lijkt alsof het verliestrauma nooit is gebeurd. Het doel van de poortwachter is uitwissen van alle herinneringen en gevoelens die bij het verliestrauma horen. Hij staat voor de deur van het hart en beslist over wat en wie er mogen binnenkomen. Dit is een zware taak die vraagt om voortdurende alertheid, die veel spanning kan oproepen en veel energie kost. De liefdesstroom wordt stilgezet waardoor dit deel van de ziel bevriest en de levensenergie niet meer kan stromen. De poortwachter kiest dan een aantal overlevingsstrategien of een combinatie ervan:
Onthechten- ergens heb je besloten om je niet hechten aan iets om iemand. Je durft geen serieuze relaties aan te gaan omdat je niet kan vertrouwen dat de ander blijft. Zodra het ernst wordt, loop je weg. Het wantrouwen licht altijd op de loer. Liefde, steun en troost wijs je af, je moet immers toch alleen doen. Ook in de relatie kun je onthecht zijn door je niet te verbinden. Het snel wisselen van relaties, veel verhuizen en wisselen van baan kunnen uitingen zijn van onthechten zijn. Een zwervend bestaan is een extreme vorm van onthechten.
Bagatelliseren je maakt de gebeurtenis kleiner dan het is. Het is al zo lang geleden en er zijn geen herinneringen, dus zo erg kan het niet zijn. Andere maken veel ergere dingen mee. In feite neem je jezelf en alles wat je hebt meegemaakt niet serieus.
Vermijden je vermijdt alle situaties die ook maar enigszins lijken op het verliestrauma. Als het jarenlang niet lukt om zwanger te worden, is een kraamvisite geen optie. Als het niet over besproken wordt, lijkt het niet te bestaan. Je kan je storten op bv. je werk, sport zodat je niet in aanraking hoeft te komen met je eigen pijn.
Controleren iedere nieuwe situatie en gebeurtenissen vragen om scherpe controle. Wat gaat er gebeuren, om hoe laat precies. Je houdt alles en iedereen scherp in de gaten. Er is geen willen maar moeten. Zolang er controle is, kunnen er in ieder geval geen onverwachte dingen gebeuren. Perfectionisme is je niet vreemd.
Compenseren- zodra er een gevoelige snaar wordt geraakt, zoek je afleiding, bv. Hard werken, fanatiek sporten, social media, affaires waardoor je geen leegte hoeft te voelen. Gebruik van alkohol, drugs of medicijnen is een manier om gevoelens te onderdrukken.
Maken van illusies het creren van illusionaire wereld met als doel dat je nooit meer zo geraakt wordt als toen. In deze wereld regeren schoonheid, rijkdom, geluk en perfectie. Je schept een andere waarheid en gaat er naar leven. Alles wat hier niet aan voldoet, schakel je uit of je zoekt naar een oplossing.
Opeenstapeling van strategien het leven brengt verliezen met zich mee. Die verlieservaringen stapelen zich boven op elkaar en vormen zo stapeltjesverdriet. De wijze waarop het eerste verlies(trauma) wordt gentegreerd in ons levensverhaal heeft invloed op het beleven van later verlies. Bij een opeenstapeling van verliezen ontstaat er ook een stapel van overlevingsstrategien die divers en complex kan zijn. De strategien hebben hetzelfde doel: het afschermen van het traumadeel.
7.5 Het traumadeel -In dit deel liggen alle feiten, herinneringen en gevoelens opgeslagen die bij het verliestrauma horen. Dit opslaan is tevens de belangrijkste taak van het traumadeel. Dit deel weet precies wat er is gebeurd en hoe het is gebeurd. Het bewaart alle herinneringen en emoties rondom de gebeurtenis. De herinneringen gaan vaak samen met schuld en schaamt. Een ander kenmerk van het traumadeel is dat het blijft stilstaan in de ervaring. Het gaat niet mee in het groei- en ontwikkelingsproces, het behoudt de leeftijd van toen het is gebeurd. Dat betekent dat als wij in contact zijn met het traumadeel, we teruggaan in de tijd en zijn we weer zo oud als toen en ervaren opnieuw wat we toen hebben ervaren. Het traumadeel wil graag gezien en gehoord worden. Zodra er in het hier en nu iets gebeurt da raakt aan wat toen en daar is gebeurd, wordt de traumadeel wakker in laat zich in volle glorie zien en horen. Deze reactie past vaak niet bij dat wat er in het hier en nu gebeurt. Het is voor andere moeilijk te begrijpen en voor de persoon zelf kan het erg verwarrend zijn en voor interne strijd zorgen.
De innerlijke strijd waar het traumadeel gezien en gehoord wil worden, wil het overlevingsdeel dit juist voorkomen. Dit zorgt voor innerlijke strijd. De liefdesstroom wordt stopgezet, lichaam en geest staan onder hoogspanning en tegenstrijdige gevoelens duiken uit het niets op. Door de strijd ontwikkelen we psychische en/of lichamelijke klachten. Rug-en schouderklachten kunnen ontstaan omdat de last op onze schouders zwaar is. We gaan hyperventileren omdat wij het leven niet meer voluit durven in te ademen, hartklachten kunnen het gevolg zijn van hevig liefdesverdriet. De aard van de klacht laat vaak letterlijk zien welke strijd er vanbinnen gestreden wordt. Vanbinnen is het oorlog en in de buitenwereld wordt de strijd voortgezet. We projecteren onze pijn op anderen. We lopen vast in relaties en er is voortdurend strijd. Of we trekken ons juist terug in ons eigen bestaan. Relaties lopen stuk en we blijven eeuwig opzoek naar de prins op het witte paard, wij lopen vast op het werk, niets lijkt meer te lopen zoals het hoort. Het innerlijk gevecht kost veel kracht en energie.
7.6 Het gezonde deel hoe gezonder de omgeving is waarin we opgroeien, hoe beter het gezond
Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraagStel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraag