Doe een uitgebreid onderzoek naar Redeneren met en over bronnen
BRONNENANALYSE
Uit historische bronnen kan je informatie afleiden om een historische vraag te beantwoorden.
Je krijgt op je examen verschillende historische bronnen en een historische vraag. We geven je ook de
contextinformatie.
Je gaat actief aan de slag met de historische bronnen om een antwoord te vinden op de historische vraag.
Daarvoor voer je de verschillende stappen van de bronnenanalyse uit bij elke bron.
STAPPEN BIJ BRONNENANALYSE:
o STAP 1: je verzamelt informatie over de context van elke bron
o STAP 2: je bestudeert kritisch de inhoud van elke bron
o STAP 3: je interpreteert elke bron
a) je plaatst elke bron in de historische context
b) je beoordeelt de bruikbaarheid, betrouwbaarheid en de representativiteit van elke bron voor het
beantwoorden van een historische vraag
o STAP 4: je formuleert een beargumenteerd antwoord op de historische vraag
STAP 1: je verzamelt informatie over de context van elke bron
Je onderzoekt en besluit welke eigenschappen elke bron heeft.
Wat moet je kennen Wat moet je kunnen?
Kennis en inzicht in de context van een bron
Inzicht in het onderscheid tussen:
historische bronnen en werken
primaire of secundaire bron
Inzicht in soorten historische bronnen:
geschreven bron
mondelinge bron
(audio)visuele bron
materile bron
Je verzamelt gegevens over de context van
elke bron.
a) Je situeert de bron in het historisch
referentiekader:
in de tijd
in de ruimte
in maatschappelijk(e)
domeinen(en)
b) Je bepaalt de soort bron:
bron of werk?
primair of secundair?
geschreven, mondeling,
materieel of audio-visueel?
c) Je bepaalt de auteur of maker van
de bron:
ooggetuige?
tijdgenoot?
originele maker of bewerker?
d) Je bepaalt functie van de bron.
18
Inzicht in de functie van een bron
STAP 2: je bestudeert kritisch de inhoud van elke bron
Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Inzicht in criteria voor betrouwbaarheid:
argumentatie
interpretatie
onbeoogd en beoogd effect
veralgemening
vooroordeel
anachronisme
drogreden
stereotypering
Je bestudeert kritisch de inhoud van elke bron.
a) Je leest / bekijkt de bron grondig zodat
je alles begrijpt.
b) Je zoekt aanwijzingen in de bron over de
betrouwbaarheid. Je gebruikt hierbij de
criteria.
Je analyseert de inhoudelijke informatie in elke
bron. Je houdt daarbij rekening met de
historische vraag en de betrouwbaarheid van de
bron.
STAP 3: je interpreteert elke bron
a) je plaatst elke bron in de historische context
Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Inzicht in:
context
doelpubliek
perspectief van de maker of auteur
Kennis en inzicht in standplaatsgebondenheid
Je plaatst elke bron haar in historische context.
a) Je bepaalt :
het doelpubliek (voor wie)
de inhoud (wat)
de bedoeling (waarom)
het perspectief van de maker of auteur
b) Je bepaalt de invloed van de tijd, de ruimte,
de maatschappelijke context en de
persoonlijke kenmerken op het perspectief
van de maker.
c) Je geeft aan hoe het perspectief en doel van
de maker van de bron de inhoud bepaalt
b) je beoordeelt de bruikbaarheid, betrouwbaarheid en representativiteit van elke bron voor
het beantwoorden van een historische vraag
Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Kennis en inzicht in:
bruikbaarheid
betrouwbaarheid
representativiteit
Inzicht in structuurbegrippen voor bruikbaarheid, betrouwbaarheid
en representativiteit:
argumentatie
interpretatie
onbeoogd en beoogd effect
veralgemening
vooroordeel
anachronisme
drogreden
stereotypering
a) Je beargumenteert de
bruikbaarheid van elke bron.
Geeft de bron rechtstreekse
informatie over het onderwerp of
niet?
Geeft de bron onrechtstreekse
informatie over het onderwerp of
niet?
Geeft de bron een volledig,
gedeeltelijk of geen antwoord op
de historische vraag?
b) Je beargumenteert de
betrouwbaarheid van elke bron.
Zijn er aanwijzingen dat de
bronnen weinig of heel
betrouwbaar zijn?
Welke redenen stellen de
betrouwbaarheid van de bron in
vraag?
c) Je beargumenteert de
representativiteit van elke bron.
Bestaan er meer van dergelijke
bronnen?
Zijn de kenmerken in de bron
toepasselijk voor de hele
samenleving?
Op hoeveel informatie heeft de
schrijver van de bron zich
gebaseerd?
STAP 4: je formuleert een beargumenteerd antwoord op de historische vraag
Welke conclusies kan je trekken uit elke bron? Je houdt daarbij rekening met de analyse van de context,
bruikbaarheid, representativiteit en betrouwbaarheid van elke bron.
Je gebruikt de bronnen om het beeld van het verleden te construeren.
Voorbeeld
Je krijgt op het examen historische bronnen met bijbehorende informatie over de Slag bij Hastings (1066).
Voorbeelden van historische bronnen en werken zijn opvattingen van historici, archeologische bronnen,
getuigenissen van tijdgenoten, kunstuitingen,
De historische vraag die we hierbij kunnen stellen is: Hoe is koning Harold gesneuveld in de Slag bij
Hastings in 1066?
We kunnen je op het examen vragen om de verschillende stappen van een bronnenanalyse uit te voeren
om historische beeldvorming beargumenteerd aan te vullen.
20
Op het examen geven we je de stappen van de analyse en de bijbehorende richtvragen.
Geef van de informatie hierboven een samenvatting voor leerlingen uit de 2de graad secundair onderwijs TSO. Het onderzoek moet geschreven zijn op het niveau van het Secundair onderwijs.
Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraagStel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraag