Het historisch referentiekader
Je onderbouwt een historisch referentiekader door gebruik te maken van:
de structuurbegrippen over tijd, ruimte en maatschappelijk domeinen
de scharnierpunten die de overgang vormen tussen periodes
de politieke, sociale, culturele en economische kenmerken van een periode
Je situeert historische plaatsen, personen, gebeurtenissen en ontwikkelingen in het historisch
referentiekader.
Je vergelijkt de courante westerse periodisering met andere periodiseringen in tijd en ruimte.
SITUEREN IN DE TIJD
Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Kennis en inzicht in de dimensie tijd van het
historisch referentiekader
Kennis en inzicht in de 7 periodes van het courante
westerse historisch referentiekader:
prehistorie
oude nabije oosten
klassieke oudheid
middeleeuwen
vroegmoderne tijd
moderne tijd
hedendaagse tijd
Kennis van structuurbegrippen van tijd:
millennium, eeuw, jaar
tijdrekening, chronologie, periode
continuteit, verandering
evolutie, revolutie
tijdsduur
Inzicht in historische kenmerken: politieke, sociale,
culturele en economische kenmerken van een
periode
Je onderscheidt de dimensie tijd van het historisch
referentiekader.
Je benoemt de 7 periodes van het courante westerse
historisch referentiekader.
Je plaatst historische kenmerken, personen, plaatsen,
ontwikkelingen en gebeurtenissen correct in de juiste
periode en op een tijdlijn.
Je selecteert de structuurbegrippen van de dimensie tijd bij
een gegeven historische gebeurtenis.
Voorbeelden
o Je situeert de start van de Franse Revolutie in het juiste jaar, de eeuw, het millennium n
de periode.
o Je licht toe welke tijdrekening gebruikt wordt in China.
o Je licht toe of de ontwikkeling van het schrift wijst op continuteit of verandering.
o Je licht toe of de overgang van een nomadische samenleving naar een sedentaire
samenleving wijst op evolutie of revolutie.
SITUEREN IN DE RUIMTE
Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Kennis en inzicht in de dimensie ruimte van het
historisch referentiekader
Kennis van structuurbegrippen:
lokaal, regionaal, (West-)Europees,
mondiaal
westers en niet-westers
stedelijk en ruraal
continentaal en maritiem
Inzicht in historische kenmerken: politieke, sociale,
culturele en economische kenmerken van een
periode
Je onderscheidt de dimensie ruimte van het historisch
referentiekader.
Je plaatst historische kenmerken, personen, plaatsen,
ontwikkelingen en gebeurtenissen correct op een kaart.
Je selecteert de structuurbegrippen van de dimensie ruimte
bij een gegeven historische gebeurtenis.
Voorbeelden
o Je situeert de route van de ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus op een wereldkaart.
o Je vergelijkt een kaart van het rijk van Karel V met een hedendaagse staatkundige kaart. Je
leidt af welke hedendaagse landen tot het rijk van Karel V behoren.
o Je leidt af of de handel over de zijderoute behoort tot de lokale, regionale, Europese of
mondiale handel en of die handel continentaal of maritiem verloopt.
o Je leidt af of universiteiten zich ontwikkelen in een rurale of stedelijke context
SITUEREN IN MAATSCHAPPELIJKE DOMEINEN
Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Kennis en inzicht in de dimensie maatschappelijk
domeinen van het historisch referentiekader
Kennis en inzicht in maatschappelijke domeinen:
politiek
sociaal
cultureel
economisch
Inzicht in historische kenmerken: politieke, sociale,
culturele en economische kenmerken van een
periode
Je onderscheidt en benoemt de 4 maatschappelijke
domeinen.
Je plaatst historische kenmerken, personen,
plaatsen, ontwikkelingen en gebeurtenissen bij het
juiste maatschappelijke domein.
Je licht de wisselwerking tussen en binnen de
maatschappelijke domeinen toe.
4
Voorbeelden
o Je plaatst het bestuur onder de absolute koning Lodewijk XIV bij het juiste domein.
o Je plaatst e-commerce bij het juiste domein.
o Je licht toe dat de middeleeuwse gilden naast een economische, ook een culturele en
sociale functie hebben.
o Je licht toe dat het geschilderde portret van de Ottomaanse sultan Sleyman I zowel tot het
politieke als het culturele domein behoort.
SCHARNIERPUNTEN
Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Inzicht in scharnierpunten eigen aan de
middeleeuwen en de vroegmoderne tijd
Je situeert de scharnierpunten in tijd, ruimte en
maatschappelijke domeinen.
Je licht de scharnierpunten toe.
Voorbeelden
o Je situeert het einde van het West-Romeinse Rijk in tijd, ruimte en maatschappelijke
domeinen.
o Je licht toe waarom de aankomst van Columbus op de Caraben een nieuwe historische
periode laat beginnen.
BEPERKINGEN WESTERSE PERIODISERING
De indeling in 7 periodes met daartussen scharnierpunten is typisch voor de westerse wereld, maar heeft
haar beperkingen.
Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Inzicht in de 7 periodes van het courante westerse
historisch referentiekader
Inzicht in de principes van periodisering:
afbakening op basis van een selectie van
kenmerken en van gebeurtenissen
symbolische begin- en einddatum
Inzicht in beperkingen van periodisering in tijd, ruimte
en maatschappelijke domeinen
Je toont de gelijkenissen en verschillen aan tussen de
courante westerse periodisering en 1 andere
periodisering in tijd, ruimte en maatschappelijk
domeinen.
Je illustreert de principes van periodisering.
Je licht de beperkingen bij de scharnierpunten van de
middeleeuwen en de vroegmoderne tijd toe.
Je licht de beperkingen van periodisering in de courante
westerse en 1 andere periodisering toe.
Je krijgt op het examen de info over de andere
periodisering.
Voorbeelden
o Je toont de verschillen en gelijkenissen aan tussen de courante westerse en de Chinese
periodisering.
o Je illustreert de principes van periodisering die gebruikt worden in de Nederlandse
periodisering.
o Je bepaalt op basis van welk maatschappelijk domein de Chinese tijdlijn ingedeeld is.
o Je licht toe dat de keuze van het einde van het West-Romeinse Rijk in 476 als scheiding
tussen de klassieke oudheid en de middeleeuwen beperkingen heeft.
Geef van de informatie hierboven een Uitgebreide samenvatting voor leerlingen uit 2de graad Tso Secundair onderwijs. Het onderzoek moet geschreven zijn op het niveau van het Secundair onderwijs.
Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraagStel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraag