Schrijf een samenvatting over het onderwerp: 4.2 Het belang van goede verslaglegging
Het is belangrijk dat de informatie over de clint, die je verzamelt tijdens bezoeken aan de clint zelf of in gesprekken met zijn of haar netwerk, gemakkelijk terug te vinden is. Dat scheelt zowel de mentor als diens collegas veel zoekwerk. Je voorkomt er tevens mee dat dingen dubbel worden gedaan. Daarom beschikken zowel kantoren als stichtingen voor curatele, bewind en mentorschap over digitale systemen waarin gegevens met betrekking tot de clint duidelijk en uniform zijn te registreren en terug te vinden. Uniform registreren wil in dit verband zeggen dat informatie over clinten altijd op dezelfde manier en op dezelfde plek wordt vastgelegd. Het registreren van clintgegevens in een digitaal systeem, vraagt aan de voorkant een behoorlijke investering van organisaties. Maar omdat snel en efficint werken uiteindelijk ook veel oplevert, is het deze investering zeker waard. Als zzp-er heb je wellicht aanvankelijk onvoldoende omzet om een geschikt softwarepakket rendabel te maken. Je doet er dan wel goed aan een eigen systematische manier te ontwikkelen om clintgegevens te bewaren.
Werk je als mentor bij een kantoor of stichting voor mentorschap, wordt tijdens de inwerkperiode vaak ruimschoots aandacht besteed aan de manier waarop je het systeem dient te vullen met clintgegevens. In beide gevallen is het behulpzaam als je zelf ook goed begrijpt waarom bepaalde gegevens dienen te worden vastgelegd. Daarom volgt nu een opsomming van argumenten voor het registreren van de gegevens over de clint. Eerst worden een aantal officile redenen genoemd: Er zijn bepaalde verplichtingen waaraan de mentor vanuit de wetgeving dient te voldoen met betrekking tot verslaglegging. Daarna volgen nog een aantal praktische argumenten.
Omdat mentorschap een juridische maatregel is, lijkt het aannemelijk dat de wet wel iets zegt over de manier waarop de mentor verslag dient te doen van zijn werkzaamheden. Dat is inderdaad zo. Zowel in het Burgerlijk Wetboek als in het Besluit kwaliteitseisen curatele, bewind en mentorschap wordt iets gezegd over de manier waarop de mentor verslag doet .Daarbij is onderscheid te maken tussen de voorschriften voor het verslag dat de mentor doet aan de kantonrechter en verslag in de zin van het maken van notities in een clintdossier. Het Burgerlijk Wetboek zegt iets over die eerste manier van verslag doen, namelijk het volgende: de mentor doet desgevraagd verslag van zijn werkzaamheden aan de kantonrechter (artikel 459, lid 1). En even verderop: de mentor doet telkens na verloop van vijf jaren, of zo veel eerder als de kantonrechter bepaalt, aan deze verslag van het verloop van het mentorschap Er dient dus in ieder geval elke vijf jaar verslag te worden gedaan van het verloop van het mentorschap. Daarbij gaat het met name over de vraag of het mentorschap dient voort te duren dan wel of een minder ver, of een verder strekkende voorziening aangewezen is. Feiten die voor het mentorschap en het voortduren daarvan van betekenis zijn, deelt de mentor direct aan de kantonrechter mee, wordt daar in ditzelfde artikel nog aan toegevoegd.
Samenvattend zegt het Burgerlijk Wetboek dus dat een mentor steeds na verloop van vijf jaren verslag dient te doen van zijn werkzaamheden. Daarbij dient te worden aangegeven of de maatregel mentorschap nog passend is of moet worden opgeheven, dan wel verzwaard door de omzetting naar curatele. En hoewel de wettekst dus nergens spreekt over het jaarlijks indienen van een verslag van het verloop van het mentorschap, zijn er veel kantonrechters die wel in de beschikking van het mentorschap laten opnemen dat de mentor jaarlijks verslag uit moet brengen. Ook op de website van de rechtspraak staat onder het kopje verplichtingen voor de professionele mentor genoemd dat deze jaarlijks een mentorschapsverslag over het verloop van het mentorschap dient te maken.
Daarnaast vind je in het, je inmiddels bekende Besluit kwaliteitseisen curatele, bewind en mentorschap, voorschriften over het doen van verslag in de zin van het maken van notities van de contacten met de clint en diens netwerk in het dossier van de clint: :
(Besluit kwaliteitseisen curatele, bewind en mentorschap, 2019)
Wat in dit besluit dus wordt aanbevolen is dat de mentor elke week even een notitie dient te maken van hetgeen er heeft plaatsgevonden bij de clint. Is er een gesprek geweest met clint of met iemand uit diens netwerk, is daarvan een kort verslag opgeslagen in het dossier. Daarnaast bevat het dossier ook alle belangrijke medische stukken met betrekking tot de verpleging, verzorging, begeleiding of behandeling van de clint.
Uit juridische documenten valt dus op te maken dat een mentor in ieder geval verplicht is van elke clint een dossier te vormen en bij te houden, met daarin de belangrijkste medische documenten, de belangrijkste correspondentie, en gespreksverslagen. Uit het dossier hoort opgemaakt te kunnen worden op welke manier de mentor erover waakt dat met de clint gemaakte afspraken worden nagekomen. Tot slot hoort het dossier zo zijn samengesteld dat de mentor ten alle tijden verslag van zijn werkzaamheden kan doen aan de kantonrechter. De belangrijkste reden om nauwgezet en volledig alle informatie over je clint te registreren is dus eenvoudigweg omdat de wet de mentor hiertoe verplicht.
Soms komt het voor dat de kantonrechter de mentor tussentijds verzoekt om een toelichting of een antwoord op vragen van de rechter. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer er klachten zijn binnengekomen over het handelen van de mentor. Of wanneer iemand uit het netwerk van de clint de rechter heeft benaderd met het verzoek tot wijziging van de mentor. Het gemakkelijk beschikken over de gegevens voor het invullen van de verplichte jaarrapportages en reageren op vragen van de kantonrechter is dan ook de tweede reden waarom goede verslaglegging belangrijk is.
https://stock.adobe.com/nl/search?filters%5Bcontent_type%3Aphoto%5D=1&filters%5Bcontent_type%3Aillustration%5D=1&filters%5Bcontent_type%3Azip_vector%5D=1&filters%5Bcontent_type%3Aimage%5D=1&filters%5Bcontent_type%3A3d%5D=1&filters%5Bcontent_type%3Atemplate%5D=1&filters%5Bcontent_type%3Avideo%5D=1&order=relevance&safe_search=1&limit=100&search_page=1&search_type=see-more&acp=&aco=kantoor&serie_id=167781326&get_facets=0&asset_id=172412311
Het bijhouden van een dossier voor de clint is dus nodig omdat de mentor op ieder moment verslag hoort te kunnen doen van zijn werkzaamheden en omdat de kwaliteitseisen dat nou eenmaal ook voorschrijven. Tot zover de argumenten voor het bijhouden van een dossier die voortkomen uit de verplichtingen van de wetgeving. Een derde belangrijke reden om een dossier te vormen en bij te houden, is een meer praktische reden: wanneer dossiers uniform worden gevuld met de gegevens van de clinten, kan een collega mentor tijdens de afwezigheid van degene onder wiens verantwoordelijkheid het dossier valt, gemakkelijker taken overnemen. Wanneer de verantwoordelijke mentor afwezig is in geval van ziekte, vakantie of een (zwangerschaps)verlof, beantwoorden collegas eventuele vragen rondom de clint. Het is dan behulpzaam als duidelijk is waar bepaalde informatie in het dossier is te vinden. En ook omdat mentoren buiten kantooruren bereikbaar dienen te zijn voor noodgevallen en daarvoor vaak maar n collega beschikbaar is, is het bijzonder behulpzaam als deze collega gemakkelijk zijn weg kan vinden in de dossiers. Tot slot kan het voorkomen dat een waarnemende collega mentor zich voor de taak gesteld ziet de jaarrapportage in te dienen voor een clint van een afwezige collega. Dan wordt veel tijd bespaard als hij precies weet waar in het systeem bepaalde informatie te vinden is.
Binnen kantoren voor (curatele, bewind en) mentorschap, worden dossiers daarnaast ook nog al eens overgedragen aan een collega. Het schuiven met een dossier is een vervelende bijkomstigheid wanneer het aantal clinten dat een kantoor vertegenwoordigt groeit of krimpt. In beide gevallen kan het dan nodig zijn dat dossiers onder de verantwoordelijkheid van een collega mentor komen te vallen. Ook wanneer een bepaalde mentor meer of minder uur gaat werken of wanneer sprake is van een ontslag, kan het nodig zijn dat een clint onder de verantwoordelijkheid van een andere mentor komt te vallen. Voor een mentor werkzaam als zzp-er zijn zonder veel moeite ook zo een aantal redenen te bedenken waardoor deze zich genoodzaakt ziet enkele of alle dossiers af te stoten. Denk aan privomstandigheden zoals bijvoorbeeld een ziekte, het overlijden van een naaste, een verhuizing of iets dergelijks.
Begin kader
In de vorige modules heb je gelezen over clint Richard, die vanwege de mantelzorg voor zijn opa, onvoldoende ruimte had voor zijn eigen ontwikkeling. Nadat zijn opa in een verzorgingshuis terecht kon, heeft de mentor ook Richard ingeschreven bij instelling voor begeleid wonen. Dat dat hoognodig was, bleek wel toen het sociaal wijkteam, ook weer na een melding van de mentor, zag in welke staat de woning verkeerde. Het was er zon volle, vieze boel geworden dat wel duidelijk was dat zelfstandig wonen voor Richard echt geen optie meer was. Helaas heeft de instelling waar de mentor Richard heeft ingeschreven, een lange wachttijd. Daarom schrijft de mentor Richard nu ook in bij instellingen voor begeleid wonen op grotere afstand van zijn huidige woonplaats. En gelukkig kan hij nu snel terecht: In een dorp 30 kilometer verderop is direct plaats.
Toevallig blijkt in dat dorp daar ook een lagere schoolvriend van Richard te wonen, waardoor hij positief tegenover deze verhuizing staat. Het kantoor dat is benoemd tot mentor van Richard, heeft in diezelfde plaats ook een locatie. Het is dus voordehandliggend dat het dossier van Richard naar dat kantoor verhuist en Richard onder verantwoordelijkheid van een medeweker van die locatie komt te vallen. Wellicht herinner je je nog dat Richard ook nogal negatief was over zijn huidige mentor omdat zij destijds het hele proces van de opname van zijn opa in een verzorgingshuis in gang heeft gezet. Richard is dan ook blij verrast als hij hoort dat hij een andere mentor krijgt. Wanneer hij samen met deze nieuwe mentor een kijkje gaat nemen bij de woongroep, is het voor hem al snel duidelijk: Deze nieuwe mentor is echt veel aardiger dan de vorige!
Einde kader
Een ander belangrijk argument voor het bijhouden van een dossier omdat dit heel behulpzaam is bij het behartigen van de belangen van de clint. Het behartigen van diens belangen betekent dat de mentor zich ervoor inspant de situatie van de clint te stabiliseren en waar mogelijk te verbeteren. Bij aanvang van het mentorschap zijn doelen opgesteld en daar werkt de mentor consistent, doelgericht en weloverwogen naartoe. Een goed gevuld dossier zorgt voor daarbij voor samenhang en coherentie: de mentor handelt in lijn met de opgestelde doelen van de clint, neemt logische en doordachte beslissingen en handelt in lijn met de gemaakte afspraken.
Hoe je de doelen voor en met de clint opstelt komt verderop in deze module aan de orde. Voor nu is het belangrijk dat je begrijpt dat door het volgen van een, eventueel denkbeeldig stappenplan, impulsieve acties worden voorkomen en een herhaling van slechte zetten wordt tegengegaan. Een voorbeeld van een situatie waarin de mentor voor stabiliteit en coherentie kan zorgen, is de casus van Marije, die door haar diagnose ADHD nogal eens hele impulsieve besluiten wil nemen. Van de ene op de andere dag bedenkt ze bijvoorbeeld dat ze bij haar vader wil gaan wonen. Ze weet de begeleiding van de instelling waar ze woont, met goede argumenten te overtuigen van de voordelen van deze stap. Gelukkig denkt haar begeleidster eraan de mentor te vragen of deze zich ook kan vinden in deze verhuizing. En hoewel de mentor dit dossier nog niet zo lang onder haar hoede heeft, vindt ze in het digitale archief gespreksverslagen waaruit ze opmaakt dat dit meisje in nieuwe situaties vaak vluchtgedrag laat zien: als iets te ingewikkeld wordt of te dichtbij komt, wil ze weg. Nu er een nieuw meisje op de groep is gekomen waar clinte het absoluut niet mee kan vinden, is er inderdaad sprake van ingewikkeldheden. Het verklaart voor de mentor waarom Marije ineens vedacht heeft bij haar vader te willen intrekken. Als ze vervolgens ook nog terugleest dat het contact met vader door de jaren heen, naast goede tijden ook perioden van veel ruzie en onenigheid opleverde, is het voor de mentor duidelijk dat deze verhuizing geen goed idee is.
Er zijn natuurlijk talloze van dergelijke situaties te bedenken. Waar het op neer komt is dat de mentor soms de enige is die een clint al wat langer kent en weet hoe hij of zij bejegent dient te worden. Met name jonge clinten verhuizen soms noodgedwongen veelvuldig. In korte tijd passeren steeds weer andere begeleiders, behandelaren en gedragsdeskundigen de revue. In deze situaties kan de mentor de stabiele factor zijn: hij of zij kent de geschiedenis van de clint, heeft overzicht en weet uit ervaring wat wel en niet werkt voor de betreffende clint. Daardoor zorgt de mentor voor continuteit en stabiliteit. Dit is een heel belangrijke, mooie en nuttige rol die je als mentor op je neemt en waarmee je echt van meerwaarde bent. Temidden van alle veranderingen rondom de clint is de mentor de stabiele factor. Zijn leidraad hierbij is het goed gevulde dossier.
Dit is het laatste argument voor het goed bijhouden van een digitaal dossier. Waar in het leven van clinten sprake kan zijn van verhuizingen naar een andere instelling, opnames in ziekenhuizen of psychiatrische instellingen, scheidingen, detentie, schoolverlating, nieuwe diagnoses, blijft de mentor met de clint mee oplopen. Hij levert daarmee een verbindende en structurerende bijdrage.
Huiswerkopdracht 1 bij module 4
Lees via onderstaande url het artikel op de website van Het vergeten kind over de vele verhuizingen die kinderen en jongeren doormaken. Kijk ook het filmpje op youtube.
Stel jezelf tijdens het lezen van dit artikel en het kijken van het filmpje de volgende vragen:
1. Welke negatieve gevolgen heeft het wanneer jongeren steeds verschillende hulpverleners hebben?
Je kunt een antwoord op die vraag vinden in het artikel en het filmpje. Bedenk eens vijf zes negatieve gevolgen?
2. Op welke manier zou het aanstellen van een mentor een positieve bijdrage kunnen leveren?
Oftewel: wat voegt de mentor toe? Bedenk eens twee drie positieve gevolgen?.
3. Wat roept het bij jou op dat er zoveel verschillende hulpverleners bij jongeren betrokken zijn?
4. Welke eigenschappen heeft een mentor nodig om ingang te vinden bij deze doelgroep, denk jij?
5.Schrijf tot slot van deze opdracht met behulp van de informatie die je hebt gezien en gelezen n de antwoorden op je vragen een artikel van minimaal 750 en maximaal 1250 woorden met als titel: De toegevoegde waarde van een wettelijk aangestelde mentor voor jongeren met wantrouwen in de hulpverlening. Het is toegestaan ook informatie van andere websites te gebruiken voor je uiteindelijke artikel.
QR-code
Onacceptabel aantal doorverhuizingen heeft grote impact op welzijn en toekomstperspectief van uithuisgeplaatste kinderen (hetvergetenkind.nl)
QR-code
https://youtu.be/Ni5hWYL2z-k
Nu je weet waarom het bijhouden van een goed gevuld, up-to-date digitaal dossier voor clinten zowel verplicht als behulpzaam is, volgt nu een opsomming van alle stukken die je vindt in een dergelijk dossier. Zoals eerder gezegd heeft elke organisatie een eigen systeem waarin de dossiers kunnen worden ingevoerd, maar de nu volgende onderdelen zijn daarin als het goed is terug te vinden. Van ieder onderdeel vind je een korte beschrijving (wat wordt met dit onderdeel bedoeld) en een aantal voorbeelden van de betreffende stukken of gegevens.
Huiswerkopdracht 2 bij module 4
Een duidelijk en overzichtelijk intakeformulier helpt je de benodigde informatie en stukken te verzamelen. Ontwikkel met behulp van het lijstje onderwerpen dat je maakte bij de tweede zelfinzichtopdracht in module 3 en de onderwerpen die hieronder aan bod komen een intakeformulier. Maak onderscheid tussen de stukken en de informatie die je verzamelt. Wanneer je informatie verkrijgt dient er ruimte op het formulier te zijn deze informatie te noteren. Wanneer je een document ontvangt, volstaat een vakje voor een vinkje.
4.2.1 NAW gegevens
NAW staat voor naam, adres en woonplaats. Het gaat om de gegevens waarmee een persoon te identificeren en te traceren is. In veel gevallen tref je na het openen van een digitaal dossier als eerste een veld waar deze gegevens kunnen worden ingevuld. Behalve de naam, het adres en de woonplaats van de clint, worden in dit eerste veld vaak ook de geboorteplaats, de geboortedatum, het burger service nummer, het e-mailadres en het telefoonnummer van de clint ingevoerd.
4.2.2 Clintbeschrijving
Een clintbeschrijving, ook wel clintbeeld genoemd is een belangrijk en essentieel onderdeel van het dossier. Het helpt de mentor zelf, maar vooral ook collegas die het dossier waarnemen, snel een korte, maar wel duidelijke en complete eerste indruk te krijgen van de clint.
Niet ieder dossier bevat gelukkig dit soort hoofdletterinstructies, maar wanneer iets heel belangrijk is en beslist door collegas dient te worden opgemerkt, kom je het zeker tegen.
Een clintbeeld is een dynamisch stukje tekst dat aangepast kan worden wanneer de situatie van de clint verandert. Maar in veel gevallen vind je hier in ieder geval informatie over:
- De geschiedenis van de clint: hoe zag de jeugd van clint eruit, welke belangrijke gebeurtenissen vonden plaats in het verleden?
- De woonsituatie: woont de clint alleen, met familie, of in een instelling?
- De religieuze of culturele achtergrond en hoe belangrijk dit is voor de betrokkene
- De sociale context van de clint
- De belangrijkste psychische en medische klachten
- De hulpverlening rondom deze clint
- Hetgeen belangrijk is in het contact met de clint. Wat werkt goed en wat niet.
- De belangrijkste risicos of waarschuwingen
Een clintbeeld is kort en bondig. Het beschrijft feitelijke omstandigheden, geen interpretaties. En het bevat precies datgene dat een collega nodig heeft om zich een globaal beeld van de situatie te vormen.
https://stock.adobe.com/nl/search/images?k=kwaliteiten&search_type=usertyped&asset_id=597513353
Begin kader
Al eerder maakte je kennis met Inge den Bleker. Er is voor haar dementerende moeder mentorschap aangevraagd en inmiddels ook uitgesproken door de rechtbank. De betreffende mentor voert , na ontvangst van de beschikking, het dossier van mevrouw den Bleker op in het digitale systeem. Nder de tab Clintbeeld probeert ze kort maar krachtig te beschrijven wat van belang is om te weten over deze clinte.
Zelfinzichtopdracht
Misschien viel het je al op, maar deze tekst kan best nog wat korter en bondiger. Welke woorden of zinnen kunnen er nog wel uit volgens jou? Knip en plak het stukje tekst in een apart documentje en streep alle overbodige woorden en zinnen door.
4.2.3 Contactmomenten
Op het formulier waarmee de mentor verslag uitbrengt van zijn werkzaamheden aan de kantonrechter, dient te worden aangegeven hoe vaak er contact is geweest met de clint. Dit formulier bekijk je verderop in deze module nog beter, maar je leerde in de lesstof over de wetgeving rondom het mentorschap al dat mentor verplicht is de clint twee maandelijks te bezoeken. De kantonrechter wil weten of dat ook daadwerkelijk is gebeurd. Wanneer dat niet het geval is, dient te worden aangegeven waarom dat niet is gelukt. In het digitale dossier is veelal ruimte om het aantal contactmomenten met de clint en/of diens netwerk te registreren en tevens een notitie daarvan te maken.
4.2.4 Relaties
Het is belangrijk dat duidelijk is wie deel uit maakt van het netwerk van de clint en dat hoort dan ook terug te vinden te zijn in het dossier. De (adres)gegevens van familieleden, belangrijke vrienden, hulpverleners, therapeuten, (huis)artsen, persoonlijk begeleiders.De mentor wil deze gegevens met n druk op de knop uit het dossier naar boven kunnen halen. Wanneer je als mentor wilt overleggen met iemand uit het netwerk van de clint, iets door wilt geven of na wilt vragen is het handig als e-mailadressen en telefoonnummers snel te vinden zijn. Het is daarom heel belangrijk bij de opstart van het dossier en na het maken van de netwerkanalyse de gegevens van alle betrokkenen correct in te voeren in het dossier.
Voor de mentor zelf, maar zeker ook voor collegas die soms het dossier waarnemen, is het belangrijk dat ook duidelijk is wie de eerste contactpersoon uit de familie of vriendenkring van de clint: wie dient als eerste te worden genformeerd bij belangrijke veranderingen, uitslagen of ontwikkelingen? Wie moet als eerste worden gebeld bij een overlijden? Wanneer een clint meerdere kinderen of broers en zussen heeft, wie is dan degene met wie de mentor dient te overleggen? Welk kind of welke broer of zus staat het dichtstbij de clint en kent hem of haar het beste? Naast het noteren van een eerste contactpersoon binnen de familie- of vriendenkring van de clint, is het ook aan te bevelen vast te stellen wie van de zorgverleners als eerste dient te worden geraadpleegd. In veel begeleid wonen instellingen hebben clinten een eerste persoonlijk begeleider, oftewel: de eerste pb-er. In zorginstellingen spreekt men van een eerst verantwoordelijke verpleger, de evv-er.
Ook hoort duidelijk uit het dossier te zijn op te maken met wie beslist niet mag worden gecommuniceerd. Met wie mag bepaalde informatie beslist niet worden gedeeld? Denk bijvoorbeeld aan een gewelddadige ex-partner of een ouder die veel te dwingend en claimend is.
4.2.5 Woonsituatie
De woonsituatie van de client is ook een puntje op het rapportageformulier voor de kantonrechter. Hoe woont de clint? En dan wordt niet bedoelt of hij drie of vier hoog woont, maar met welke hoeveelheid zorg. Iemand kan nog geheel zelfstandig wonen, wonen met behulp van professionele begeleiding of kan in een instelling verblijven. Wanneer sprake is van een op handen zijnde verhuizing wil de kantonrechter dat ook weten. Een verhuizing is namelijk niet alleen voor de client maar ook voor diens mentor en (indien aanwezig) bewindvoerder een periode van eventuele extra taken en werkzaamheden. Voor deze extra werkzaamheden mag een vergoeding in rekening worden gebracht door de mentor. De kantonrechter wil weten wat er op dit gebied te verwachten is.
4.2.6 Diagnose(s)
Mentorschap kan worden ingesteld wanneer sprake is van een geestelijke of lichamelijke stoornis. Elke stoornis kent een eigen verloop, heeft een bepaalde mate van zorg nodig, wordt begeleid door speciaal daarvoor opgeleide zorgverleners en geeft recht op een eigen zorgbudget. Met welke zorgverlener je voor een bepaalde clint van doen hebt, is afhankelijk van de beperking of stoornis. Wanneer bijvoorbeeld sprake is van dementie, is een casemanager dementie betrokken. Maar wanneer sprake is van een verstandelijke beperking heb je te maken met een avg-arts. Elk ziektebeeld heeft zijn eigen zorgverleners. Omdat je als mentor voor de clint de juiste zorgverleners selecteert, is het belangrijk dat helder is van welke stoornis of van welk ziektebeeld sprake is. Daarom dient in het dossier van de clint te zijn opgeslagen welke diagnose is gesteld. Een diagnose is een nauwkeurige beschrijving van de psychische of lichamelijke symptomen, de ernst en het beloop van de klachten of de ontwikkelingsstagnatie. Daarnaast beschrijft een diagnose wat dit betekent voor de patint. (www.ggzstandaarden.nl)
Een diagnose is niet hetzelfde als een dsm-classificatie. De DSM, ofwel de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, is een classificatiesysteem dat wordt gebruikt door zorgprofessionals in de geestelijke gezondheidszorg om psychische aandoeningen in te delen en te beschrijven. De DSM bevat voor elke aandoening of stoornis specifieke kenmerken, zoals een minimum aantal symptomen dat aanwezig moet zijn voor de duur van een bepaalde tijd. Deze criteria zijn gebaseerd op uitgebreid en wereldwijd onderzoek In tegenstelling tot een diagnose, biedt een DSM-classificatie geen gedetailleerde beschrijving van een individuele situatie. Het is een algemeen raamwerk dat zorgprofessionals helpt om symptomen te categoriseren volgens vastgestelde richtlijnen.
Zowel een door een arts opgestelde diagnose, als een dsm-classificatie gelden als deskundigenverklaring. Daarmee kan bij het indienen van het verzoekschrift aan de kantonrechter worden aangetoond dat in het geval van de betrokkene sprake is van een geestelijke of lichamelijke stoornis.
Wie of wanneer de diagnose ook is gesteld, er wordt ten alle tijden een kopie daarvan naar de huisarts verzonden. Het is dus aan te raden bij de start van een dossier de huisarts van de clint te vragen om een overzicht van de gestelde diagnoses en dsm-classificaties.
4.2.7 Medicatielijst
Het is aan te bevelen in het dossier van de clint ook een overzicht te hebben van de medicatie die een client nodig heeft. Wanneer de gezondheidssituatie van de clint verandert en deze met nieuwe artsen of zorgverleners te maken krijgt, is het belangrijk dat zij weten welke medicatie de clint gebruikt. Ook wanneer een clint verhuist, is een lijst met de gebruikte medicatie belangrijk voor de nieuwe zorgverleners. En tot slot geeft de voorgeschreven medicatie soms ook extra informatie over de precieze gezondheidssituatie van de clint. Uit de medicatielijst van een clint die nu altijd een opgeruimde indruk maakt, kun je opmaken dat er in het verleden waarschijnlijk sprake is geweest van een sombere stemming wanneer je ziet dat er een antidepressivum op de lijst voorkomt. Daarmee is de medicatielijst in zekere zin ook een informatiebron voor de mentor.
https://stock.adobe.com/nl/search/images?filters%5Bcontent_type%3Aphoto%5D=1&filters%5Bcontent_type%3Aillustration%5D=1&filters%5Bcontent_type%3Azip_vector%5D=1&filters%5Bcontent_type%3Avideo%5D=0&filters%5Bcontent_type%3Atemplate%5D=0&filters%5Bcontent_type%3A3d%5D=0&filters%5Bcontent_type%3Aaudio%5D=0&filters%5Binclude_stock_enterprise%5D=0&filters%5Bcontent_type%3Aimage%5D=1&k=medicatie&order=relevance&safe_search=1&price%5B%24%5D=1&limit=100&search_type=pagination&search_page=2&get_facets=0&asset_id=771889864
4.2.8 Zorgverzekering
Een belangrijk gedeelte van de zorg die clinten ontvangen wordt vergoed vanuit de zorgverzekering.
Daarom is het aan te raden een kopie op te vragen van de polis van de zorgverzekering. Als mentor kun je de clint adviseren met betrekking tot het afsluiten van eventuele aanvullende verzekeringen. In veel gevallen ontvangen clinten een vergoeding voor begeleiding en behandelingen uit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning of de Wet Langdurige zorg. Het komt voor dat dan geen aanvullende verzekeringen nodig zijn. Hier lees je meer over in de modulen over het regisseren van de zorg. Bij de opstart van een dossier is het vooral belangrijk dat je weet welke zorgverzekering en welke aanvullende verzekeringen op dat moment zijn afgesloten, bij welke verzekeringsmaatschappij en onder welk polisnummer.
4.2.9 Indicatiebesluit
Een indicatiebesluit is een brief waarin wordt omschreven welke zorg de clint nodig heeft en hoe die vorm eruit zou moeten zien. Tevens wordt in dit schrijven bepaald op hoeveel uur zorg de clint recht heeft. Het is een beslissing over de soort en de hoeveelheid zorg. Hetgeen wordt toegekend aan zorg wordt vertaald naar een bepaald profiel: Het zorgprofiel. Dit is een code waaruit op te maken is op hoeveel zorg iemand recht heeft. Een indicatiebesluit wordt afgegeven door het orgaan dat is aangesteld om deze beslissingen te nemen. Dat is in eerste instantie en bij kortdurende zorg het sociaal loket van de plaatselijke gemeente, maar bij langdurige zorg is dat het CIZ zijn, het Centrum Indicatiestelleng Zorg. Alle zorg buiten de zorg waarop ieder persoon in Nederland recht heeft vanuit zijn of haar zorgverzekering, wordt verleent op basis van een indicatiebesluit. Wanneer je dus als mentor (meer) zorg voor je clint wilt regelen, heb je een dergelijk besluit nodig. Het is daarmee, samen met de diagnose of dsm-classificatie, n van de belangrijkste stukken in het dossier van de clint.
4.2.10 Zorg- of behandelplan
Wanneer bepaald is op welke zorg een clint recht heeft en wie die zorg gaat verlenen, worden er afspraken gemaakt over de manier waarop die zorg verleent gaat worden. De zorgverlener en de clint stellen gezamenlijk doelen op, waaraan zowel door de clint als door de zorgverleners gewerkt gaat worden. Deze doelen en afspraken worden vastgelegd in een plan. Elke instantie heeft zo zijn eigen naam voor dit document: het zorgplan, het zorgleefplan, het ondersteuningsplan, het begeleidingsplan, een individueel plan, het behandelplan.Verschillende benamingen maar in grote lijnen met dezelfde inhoud. Het belangrijk dat van elke zorgverlener die betrokken is bij de clint, een dergelijk plan opgenomen is in het dossier van de clint
Let op: Je kunt voor n clint meerdere zorgplannen in het dossier hebben: bijvoorbeeld n van de instelling waar hij verblijft, n van de dagbesteding waar hij naar toe gaat en n van de behandeling die hij krijgt.
4.2.11 Risico's in beeld
Personen voor wie mentorschap wordt ingesteld, kregen allemaal op een zeker moment een diagnose van n of meerdere geestelijke of lichamelijke stoornissen. De stoornis is in de meeste gevallen van grote invloed op het gedrag van de clint. Het is voor de mentor belangrijk dat hij kennis heeft van deze ziektebeelden en weet welk gedragsproblemen kunnen voorkomen. De mentor dient rekening te houden met de risicos die voortvloeien uit de geestelijke stoornis van de clint .Zonder te willen generaliseren, kan toch gezegd worden dat bepaald gedrag vaak gezien wordt bij bepaalde stoornissen. Zo kunnen mensen met de diagnose ADHD of ASS snel gerriteerd of agressief zijn. Mensen met een verstandelijke beperking zijn gevoeliger voor misbruik. Ouderen met dementie verdwalen gemakkelijk. Bepaalde psychiatrische stoornissen kenmerken zich door claimend gedrag: het kan zomaar voorkomen dat clinten met deze problematiek dagelijks telefonisch contact opnemen met de mentor. Het is belangrijk dat uit het dossier van de clint is op te maken met welke risicos rekening dient te worden gehouden. Ook een waarnemend collega is geholpen met een korte, maar wel duidelijke omschrijving van hetgeen waarop men bedacht dient te zijn.
Sommige gedragsproblemen vormen vooral een risico voor de clint zelf en andere zijn vooral van invloed op de omgeving van de clint. Het is belangrijk dat in beide gevallen uit het dossier van de clint opgemaakt kan worden, waarmee men rekening dient te houden in het contact met de betrokkene. Onderstaand vind je van beide vormen van risico een aantal voorbeelden.
Risicos voor een clint zelf Risicos voor anderen
Marieke heeft een licht verstandelijke beperking. Er is niets opvallends aan haar te zien en ze volgt ook een reguliere mbo-opleiding. Ze wil heel graag bij de groep horen. Wanneer haar bij een bezoek aan een snackbar na schooltijd wordt gevraagd voor de hele groep de rekening te betalen, doet ze dat dan ook graag! En de volgende keer ook.
Vincent is al een aantal keer veroordeeld tot een taakstraf voor mishandeling van vrouwen. Hij deelt soms vanuit het niets een flinke tik uit. Hij verblijft nu in een tbs-kliniek waar hij wordt onderzocht. Hopelijk wordt dan duidelijk wat de oorzaak is van zijn losse handjes.
Het dossier van Vincent is toegewezen aan een Rob, een mannelijke mentor.
Mevrouw den Baat is al op leeftijd, maar woont nog zelfstandig. Het meisje dat bij haar schoonmaakt, doet ook vaak boodschappen voor haar. Mevrouw den Baat geeft haar dan haar bankpasje en haar pincode mee. Dat haar hulpje daarmee ook voor zichzelf artikelen afrekent is mevrouw nooit opgevallen.
Cees is nog maar vijftig jaar als hij de diagnose fronto-temporale dementie (FTD) krijgt. Zijn kinderen zagen hem in korte tijd veranderen van een vriendelijke, rustige man in iemand die zijn omgeving vaak niet meer begrijpt en met veel boosheid reageert op veranderingen. De mentor van Cees komt daarom alleen langs op de momenten dat er ook iemand van de thuiszorg bij Cees is.
De veertien jarige Bart heeft al bij zes verschillende pleeggezinnen gewoond. Door zijn ernstige vorm van ADHD loopt het vaak mis in die gezinnen en moet hij weer weg. Bij het gezin waar hij nu woont, wil hij erg graag blijven. Hij kan het goed vinden met de zoon in dit gezin, ze zijn echt vrienden geworden. Dat de pleegvader komt kijken als Bart doucht vindt hij onprettig, maar hij durft er niets van te zeggen. Straks moet hij wr weg!
Clint Nienke belt haar mentor op om te vertellen over de verschrikkelijk onvriendelijke en kleinerende manier waarop zij behandeld wordt door de begeleiding van de instelling waar zij verblijft. De mentor vindt dit ook heel zorgwekkend en neemt geagiteerd contact op met de teamleider van de afdeling van Nienke. Dan blijkt dat het verhaal van Nienke toch niet helemaal klopt. Ze blijkt de dingen vaak erger te maken dan het in werkelijkheid is
Huiswerkopdracht
Geef een korte omschrijving?
4.2.12 Afspraken
Uit de risicos in de omgang met de clint, kunnen afspraken voortvloeien. In het dossier van een clint met agressieproblemen vind je bijvoorbeeld de afspraak dat de mentor nooit alleen op bezoek gaat bij de clint. Maar ook zonder dat er sprake is van gedragsproblemen, maakt de mentor vaak in de loop van de tijd vaak bepaalde afspraken met en voor de clint. Voor veel mensen, maar zeker wanneer sprake is van bepaalde stoornissen, is duidelijkheid belangrijk. Daarom is het goed afspraken te maken en deze op een vaste plaats op te slaan in het dossier. Denk bijvoorbeeld aan afspraken als:
- Bezoeken aan clint plannen in overleg met de thuiszorg.
- Clint mag eens per twee weken op maandagmiddag bellen met de mentor
- Het pinpasje van de clint ligt in het kluisje op zijn kamer, begeleiding weet de code
- Moeder van clinte niet te woord staan. Krijgt eens per maand een mailtje met de stand van zaken!
-Bezoeken bij voorkeur in de middag plannen, tussen 15.00h en 17.00h
Het gaat om die afspraken die door de mentor zelf en door waarnemende collegas niet vergeten mogen worden, omdat ze duidelijkheid bieden aan de clint en daardoor onrust helpen te voorkomen.
4.2.13 Religie
Het kwam al aan de orde in module 2 onder het kopje de competenties van de mentor: een mentor dient bij de vertegenwoordiging van een client rekening te houden met diens religie, cultuur en achtergrond. Dat betekent dat hij, bij het nemen van besluiten of het bepalen van doelen voor de clint, zich niet baseert op zijn eigen normen en waarden, maar zich laat leiden door de normen en waarden van betrokkene. De gewoonten, omgangsvormen en leefregels die voortkomen uit de religie of cultuur van de clint, zijn bepalend voor de keuzes die de mentor maakt. Het is dus belangrijk dat ergens in het dossier ruimte is te noteren of de clint religieus is en, ook belangrijk, of hij dat ook praktiseert. Iemand kan zeggen Rooms Katholiek te zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat diegene ook elke morgen de mis bijwoont. Probeer dus ook te omschrijven in hoeverre de religie van de betrokkene een rol speelt in zijn leven en dus ook in hoeverre de mentor rekening dient te houden met de normen en waarden binnen de religie van de clint. Kan de clint dat niet (meer) zelf aangeven, stel je dan op de hoogte van de mate waarop religie in diens naaste familie bepalend is voor het handelen.
Mocht religie echt een grote rol spelen in het leven van de clint of diens familie, is het aan te raden de adresgegevens van de imam, priester of dominee van betrokkene in het dossier te noteren, zodat die bij een eventueel overlijden kan worden genformeerd.
4.2.14 Behandelwensen
In ieder dossier dienen de wensen van de clint met betrekking tot zijn medische zorg te zijn vastgelegd. Het vastleggen van deze wensen is een heel belangrijk onderdeel van het mentorschap. Tenslotte wordt het mentorschap niet zelden juist ingesteld met het oog op lastige (medische) beslissingen. Dit geldt zeker in situaties waarin de clint niet in staat is om die beslissingen zelf te nemen en daarover binnen de familie verdeeldheid bestaat.
Zolang of wanneer iemand wilsbekwaam is, is het van groot belang dat de mentor met de clint spreekt over diens wensen met betrekking tot zijn behandeling of zorg. Dit gesprek kan gaan over de behandelwensen nu of in de toekomst. Bij behandelingen kun je in dit verband denken aan reanimatie, kunstmatige beademing of het toedienen van sondevoeding. Het verdient voorkeur dit gesprek te voeren in de aanwezigheid van een arts of zorgverlener. Deze draagt zorg voor het begrijpelijk (dat wil zeggen: op het niveau van de clint) en duidelijk uiteenzetten van de behandelmogelijkheden. De gemaakte afspraken worden vervolgens vastgelegd in een behandel- of wilsverklaring. Andere benamingen voor een document met dergelijke afspraken zijn een behandelverbod, een niet-reanimeren verklaring of een euthanasieverklaring. De naam van de verklaring zegt meestal al voldoende over de inhoud van het betreffende document.
Hoewel het niet verplicht is, is het aan te raden de wilsverklaring, behalve in het dossier dat de mentor bijhoudt voor de clint, ook te registreren bij de huisarts of toe te voegen aan het medisch dossier van de instelling waar clint verblijft.
Wanneer de clint wilsonbekwaam ter zake is, worden bovenstaande beslissingen genomen door de wettelijke vertegenwoordiger. Dit gebeurt bij voorkeur ruim vrdat de zaken aan de orde zijn en in samenspraak met de familie van de clint. De behandelbeslissingen dienen passend te zijn bij de culturele en religieuze achtergrond van betrokkene. Het vaststellen en -leggen van medische kaders voor de clint, is een belangrijk proces dat zorgvuldige overweging en communicatie vereist. Je kunt je voorstellen dat het rust en duidelijkheid biedt als dergelijke lastige medische beslissingen in geval van een gezondheidscrisis al blijken te zijn genomen en vastgelegd in het dossier van de clint.
4.2.15 Donorschap
Of men zijn lichaam na overlijden beschikbaar stelt voor orgaandonatie, wordt geregeld in de Wet op de orgaandonatie (WOD). Sinds 2020 is de wetgeving veranderd van passieve naar actieve donorregistratie, wat inhoudt dat iedereen vanaf 18 jaar nu automatisch als donor geregistreerd staat, tenzij anders aangegeven. Men dient online de eigen expliciete voorkeuren daaromtrent vast te leggen in het donorregister. Dit is het bestand waarin de voorkeuren van personen met betrekking tot het donorschap zijn vastgelegd. Keuzes kunnen overigens ook per post worden doorgegeven.
Hoewel de mentor officieel na het overlijden van de client geen zeggenschap meer heeft, is het wel zijn taak tijdens het mentorschap de wens van betrokkene ten aanzien van het donorschap vast te (laten) leggen. Mits dit nog niet gebeurd is natuurlijk. Daarbij geldt dat zolang de betrokkene wilsbekwaam ter zake moet worden geacht, hij alleen geholpen dient te worden met het maken van een weloverwogen keuze en de registratie van zijn wensen. Het is de taak van de mentor dit samen met clint te regelen, dan wel erop toe te zien dat clint dit samen met een begeleider of verzorger regelt.
Wanneer iemand echter niet wilsbekwaam is, kan hij of zij geen geldige toestemming (meer) geven voor orgaandonatie. In dit geval is de vertegenwoordiger de aangewezen persoon de voorkeuren met betrekking tot het donorschap te registreren. Daarbij is het essentieel de eventuele eerder geuite wensen van de clint te respecteren. Dit betekent dat als iemand vr het verlies van wilsbekwaamheid zijn of haar voorkeuren kenbaar heeft gemaakt, deze wensen zoveel mogelijk dienen te worden nageleefd. Zijn deze wensen niet bekend, dient de vertegenwoordiger zich bij de registratie van de donorvoorkeuren van zijn clint te laten leiden door de algemeen geldende standaarden in de familie of de cultuur van de clint.
Wil je meer lezen over de rol van de vertegenwoordiger en over donorregistratie, kan dat via onderstaande link.
QR-code
Een keuze invullen en doneren bij wilsonbekwame mensen | Uitleg over het Donorregister | Donorregister
Het is belangrijk dat hetgeen is geregistreerd in het donorregister, ook terug te vinden is in het dossier van de clint. Voor de mentor zelf, maar ook voor een waarnemend collega, hoort deze informatie gemakkelijk te vinden te zijn. De mentor kan op die manier na overlijden van de clint, de nabestaanden informeren over hetgeen is vastgelegd met betrekking tot het donorschap.
4.3 Het informeren van de rechtbank
Nu je in grote lijnen weet welke informatie en gegevens je nodig hebt om een dossier mentorschap op te kunnen starten en begrijpt hoe je de verzamelde informatie kunt ordenen, ben je al een heel eind op weg. Je beschikt na het intake gesprek en het invullen van het intakeformulier over het grootste gedeelte van de informatie die je nodig hebt om het dossier op te starten. Maar belangrijker nog: dit is ook de informatie die je nodig hebt voor je communicatie met de rechtbank. De kantonrechter wil namelijk voorafgaand aan de instelling van het mentorschap en tijdens de loop van het mentorschap op de hoogte worden gebracht en gehouden over het verloop van de vertegenwoordiging.
De rechtbank heeft een aantal formulieren ontwikkelt waarmee de mentor de kantonrechter kan informeren. In de nu volgende paragraven ga je deze formulieren doornemen. Het is belangrijk dat je bekent raakt met de vragen die de kanonrechter op deze formulieren beantwoord wil zien. Dat geeft richting aan je werkzaamheden. Wanneer je weet op welke vragen de kantonrechter voorafgaand en tijdens het verloop van de maatregel een antwoord wil, begrijp je ook beter wat de bedoeling is van het mentorschap.
In deze paragraaf vindt je vervolgens ook uitleg over een aantal werkzaamheden die voor kunnen komen tijdens het mentorschap en die recht geven op een extra vergoeding. In sommige situaties vraagt het vertegenwoordigen van de clint bovengemiddeld veel tijd en aandacht en daarvoor mag je extra factureren.
Als professionele curator, bewindvoerder en/of mentor kun je digitaal:
- verslagen en verzoeken maken en indienen bij de rechter
- de status van de afhandeling van verslagen en verzoeken zien
- beslissingen van de rechter zien
- wijzigingen doorgeven, zoals een nieuw woonadres van de betrokkene
- berichten sturen naar en ontvangen van de rechtbank
(www.derechtspraak.nl)
Een professionele curator, bewindvoerder of mentor kan dus digitaal formulieren inleveren en de reactie van de kantonrechter daarop inzien. Dit kan op twee manieren: door verbinding te maken met het digitale systeem van de Rechtspraak, het Aansluitpunt Toezicht. Dit kan alleen als de organisatie waar de mentor werkzaam is hun dossiers hebben aangesloten op het systeem van de rechtspraak.
Is de mentor, of is diens organisatie niet aangesloten bij het Aansluitpunt Toezicht, kan men gebruik maken van het beveiligde webportaal Mijn CBM. Mijn CBM is de korte naam voor Mijn Rechtspraak Curatele, Bewind en Mentorschap. De mentor kan zich aanmelden bij Mijn CBM door contact op te nemen met de rechtbank. Vervolgens krijgt hij bericht als de dossiers digitaal klaarstaan. (www.derechtspraak.nl)
Op de website van de rechtspraak is hierover meer informatie te vinden.
Tot slot kunnen formulieren en verzoeken ook gewoon per post naar de betreffende rechtbank worden verzonden. In dat geval is het belangrijk dat je als mentor weet welke formulieren je dient te gebruiken en op welk moment je die behoort op te sturen. Dat wordt toegelicht in de nu volgende paragraven.
4.3.1 Het mentorplan
Wanneer een verzoek tot instelling van het mentorschap wordt ingediend bij de rechtbank, wil de kantonrechter bij de aanvraag een ingevuld Mentorschapsplan ontvangen. Op de website van de rechtspraak wordt dit formulier het plan van aanpak mentorschap genoemd. Je kunt het inzien via onderstaande link:
QR-Code
Mentorschapsplan (rechtspraak.nl)
Middels dit formulier informeren de mentor en de clint de kantonrechter voorafgaand aan het mentorschap omtrent het volgende:
Is er sprake van een situatie die nu of in de nabije toekomst extra werkzaamheden met zich meebrengt, zoals een verhuizing, het beheren van een persoonsgebonden budget of omdat er sprake is van een jongere tussen de 18- en 23 jaar op wie jeugdzorg van toepassing is geweest? In deze gevallen ontvangt de mentor een extra vergoeding voor zijn werkzaamheden. Daarover lees je verderop meer.
Wat is het doel van het mentorschap? Hoe wordt geprobeerd dat doel te bereiken? Welke afspraken zijn daarover gemaakt en is de betrokkene het hier ook mee eens? En wat heeft als eerste prioriteit en dient in het eerste jaar van het mentorschap direct te worden opgepakt?
Weet de clint hoe hij de mentor kan bereiken en hoe vaak er contact zal zijn met de mentor? Zal de mentor ook contact hebben met andere zorgverleners? En is ook uitgelegd hoe de mentor in geval van nood bereikbaar is?
Van deze onderwerpen vraagt vooral het gedeelte over het doel van het mentorschap extra uitleg en aandacht. Wanneer je werkzaam bent in de zorg of een zorg gerelateerde opleiding hebt genoten, ben je waarschijnlijk al wel gewend doelen op te stellen voor en met je clint. Je leerde samen met de clint doelen te bepalen en deze vervolgens SMART te formuleren (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden). Het is belangrijk het verschil duidelijk te maken tussen deze vorm van doelen formuleren en hetgeen de kantonrechter hier wil zien. Het gaat hier namelijk niet specifiek om een doel dat de clint wil bereiken, zoals bijvoorbeeld zelfstandiger willen wonen of zinvolle dagbesteding vinden. Nee, het gaat hier om de manier waarop de mentor de client hierbij gaat ondersteunen en vertegenwoordigen. De kantonrechter wil weten wat de mentor concreet gaat doen om die zinvolle dagbesteding te realiseren of die zelfstandigere woonplek te vinden. Niet het persoonlijke doel van de clint is hier belangrijk, maar de manier waarop de mentor de clint gaat ondersteunen en vertegenwoordigen. Onderstaand vind je een aantal voorbeelden.
Doel van de clint: Doel van het mentorschap in deze situatie:
Zinvolle dagbesteding vinden De mentor ziet erop toe dat de begeleiding van de clint dit samen met de clint gaat onderzoeken. Tijdens gesprekken hierover, zal de mentor betrokkene helpen zijn mening goed te verwoorden en zal hij erop toezien dat rekening gehouden wordt met de wensen van de clint.
Zelfstandiger gaan wonen De mentor laat zich door een gedragsdeskundige informeren over de mate van zelfstandigheid die haalbaar is voor betrokkene. Ze begeleid betrokkene bij het begrijpen en accepteren van de mogelijkheden. Ze ziet erop toe dat de huidige instelling binnen die mogelijkheden gaat zoeken naar een passende woonvorm. De mentor sluit aan bij overleg hierover den gaat eventueel samen met clint kennismaken bij nieuwe woonvorm. Ze waakt voor overschatting van betrokkene door de betrokken zelf of door anderen.
Clint bereikt een gezond gewicht De mentor ziet erop toe dat door de instellingsarts een reel en haalbaar plan wordt gemaakt voor betrokkene. Meer bewegen en gewichtsverlies zijn daarbij kernpunten. De mentor ziet erop toe dat dit plan ook wordt nageleefd wanneer clint in het weekend bij moeder is. Mocht moeder onverstandige keuzes maken daarin, onderzoekt de mentor de mogelijkheid het weekendbezoek tijdelijk stop te zetten.
Zoals je ziet gaat het vooral om de rol die de mentor speelt bij het bereiken van de doelen van de client. De mentor ziet toe op realistische doelen, houdt in de gaten dat anderen de clint voldoende adviseren, ondersteunen en meenemen in de besluitvorming. Hij waakt voor onder- of overschatting van betrokkene. Waar nodig voert hij het woord in de plaats van betrokkene. De doelen die verwoord worden in dit plan van aanpak, dienen betrekking te hebben op dze doelen. Tevens dient op het formulier te worden aangegeven wat op dit moment prioriteit heeft. Niet alles hoeft en kan tegelijk worden opgepakt. Zeker niet als gelet wordt op het feit dat de mentor voor zijn werkzaamheden in principe maar 17 uur per jaar beschikbaar heeft voor elke clint.
4.3.2 De jaarlijkse rapportage
Na de start van het mentorschap legt de mentor jaarlijks verantwoording af van de manier waarop het mentorschap door hem is vorm gegeven. Dit kan digitaal op de website van de rechtspraak of per post door het invullen en versturen van een jaarlijks rapportageformulier: het mentorschapsverslag. Ook dit formulier is te vinden op de website van de rechtspraak:
QR-code:
Mentorschapsverslag (rechtspraak.nl)
Middels dit formulier informeren de mentor en de clint de kantonrechter omtrent het volgende:
Als eerste dienen vragen te worden beantwoord over het contact tussen de mentor en de clint: Hoe zag het contact tussen de mentor en de betrokkene eruit? Hoe vaak was er contact? De mentor maakt vervolgens een kort verslag van de manier waarop hij betrokken is geweest bij de clint. Daarnaast wil de kantonrechter worden genformeerd over:
- de beslissingen die de mentor heeft genomen tegen de wil van de clint;
-of verwacht wordt dat de lichamelijke of geestelijke toestand van de clint nog zal verbeteren;
-of de doelen van het voorgaande jaar zijn behaald;
-of de clint, de zorgverleners en de familieleden tevreden zijn over het mentorschap;
-wat de doelen en actiepunten voor het komende jaar zijn;
- of het mentorschap dient te worden voortgezet;
Tot slot vraagt de kantonrechter van de mentor dit verslag, waar mogelijk, te bespreken met de clint en is er ruimte voor de clint om aan te geven of hij tevreden is over het mentorschap. Het komt voor dat een negatief antwoord van de clint op deze laatste vragen aanleiding is voor de kantonrechter de mentor uit te nodigen om tijdens een zitting uit te leggen waarom de clint ontevreden is over het mentorschap.
https://stock.adobe.com/nl/search/images?filters%5Bcontent_type%3Aphoto%5D=1&filters%5Bcontent_type%3Aillustration%5D=1&filters%5Bcontent_type%3Azip_vector%5D=1&filters%5Bcontent_type%3Aimage%5D=1&order=relevance&price%5B%24%5D=1&safe_search=1&limit=100&search_page=1&search_type=see-more&acp=&aco=zakenvrouw&serie_id=305461054&get_facets=0&asset_id=305459816
Let op: Het komt veel voor dat de clint of diens familieleden ontevreden zijn over het mentorschap. Op zich hoef je daar als mentor niet vreemd van op te kijken en het betekent al helemaal niet dat de mentor de clint ook daadwerkelijk niet goed heeft vertegenwoordigd. De mentor neemt nu eenmaal wel eens beslissingen tegen de wil van betrokkene. Als het goed is zijn deze besluiten wel degelijk in het belang van de betrokkene, maar wordt dat door betrokkene zelf of door zijn familie als tegenwerking of dwarsliggerij ervaren. Zolang je als mentor weet te hebben gehandeld in het belang van de client en je je gesteund weet door een arts of zorgverlener, hoef je niet tegen een dergelijke zitting op te zien. Niet zelden blijkt tijdens een deze zitting dat de mentor juist goed en in het belang van de clint heeft gehandeld.
4.3.3 Vijfjaarlijkse of tussentijdse evaluatie
De rechter kan de bewindvoerder, curator of mentor vragen tussentijds een verslag te maken. Zo kan de rechter controleren hoe het gaat met het bewind, de curatele of het mentorschap. Dit verslag heet tussentijdse evaluatie. Eerder vroeg de rechter er elke 5 jaar naar en heette het de vijfjaarlijkse evaluatie.
In deze tussentijdse evaluatie legt de mentor verantwoording af met betrekking tot:
- het aantal keren dat de mentor de betrokkene ziet of spreekt;
- hoe het contact tussen de mentor en de betrokkene is, bijvoorbeeld de sfeer en de mogelijkheid om afspraken te maken;
-als er een tweede bewindvoerder, mentor of curator is: hoe het contact tussen beiden is;
-wat de reden (situatie van de betrokkene) voor het starten van het bewind, het mentorschap of de curatele destijds was;
-hoe de situatie van de betrokkene nu is ten opzichte van de start van het mentorschap;
-of het te verwachten is dat de situatie van de betrokkene verbetert, hetzelfde blijft of verslechtert;
-of (en zo ja, in welke mate) de betrokkene op termijn zelf weer beslissingen persoonlijke zorg kan nemen;
-hoe passend het mentorschap is en of het moet worden voortgezet.
(www.derechtspraak.nl)
Je ziet dat een aantal vragen in deze tussentijdse evaluatie overeenkomen met de vragen in het jaarlijkse verslag van het mentorschap. Toch ligt de nadruk bij dit verslag meer op de verbeteringen na de instelling van het mentorschap en op de verwachtingen voor de toekomst. Naar aanleiding van deze evaluatie besluit de kantonrechter of voortzetting van het mentorschap nodig is. Dat is in verreweg de meeste gevallen wel de conclusie. Als duidelijk is dat de toestand van betrokkene niet zal verbeteren, hoeft in de volgende evaluaties maar een klein gedeelte van het formulier te worden ingevuld.
Het formulier waarmee de professioneel mentor het mentorschap tussentijds evalueert vind je ook op de website van de rechtspraak:
QR-cod
Tussentijdse evaluatie maatregel (rechtspraak.nl)
Zelfinzichtopdracht
Je hebt de verslagformulieren nu kunnen vinden door het aanklikken van de qr-code in de lesstof. Het is belangrijk dat je de formulieren ook zonder deze code kunt vinden op de website van de rechtspraak. Probeer de drie verslagformulieren daarom ook eens op te zoeken met een zoekmachine of door zelf te zoeken op de website van de rechtspraak. Weet je nog hoe je kon checken of je het meest recente formulier hebt gevonden?
4.3.4 Extra beloningen en meer-uren
Je leerde eerder al dat een mentor jaarlijks een door de kantonrechter vastgestelde vergoeding in rekening brengt voor zijn werkzaamheden. De Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren noemt echter nog een aantal andere situaties waarin de mentor recht heeft op een vergoeding voor zijn werkzaamheden. Wanneer de clint ten tijde van de aanvraag tussen de 18 en de 23 jaar oud is n in het verleden jeugdhulp heeft gehad, mag de mentor een hogere jaarvergoeding in rekening brengen. Er mag dus vijf jaren achtereenvolgens een hoger bedrag gefactureerd worden.
In een volgende module over de verschillende doelgroepen wordt uitvoerig stilgestaan bij deze specifieke doelgroep. Jongeren in deze leeftijdsgroep bevinden zich in een overgangsfase van adolescentie naar volwassenheid, een periode die vaak gepaard gaat met belangrijke ontwikkelingen op het gebied van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Wanneer ze 18 jaar worden, worden zij juridisch als volwassenen beschouwd. Dit betekent dat ze wettelijk verantwoordelijk worden voor hun eigen beslissingen en handelingen. Voor jongeren met een geestelijke stoornis of beperking, kan de plotselinge verantwoordelijkheid overweldigend zijn. Ze kunnen moeite hebben met het maken van weloverwogen beslissingen over hun gezondheid, financin, opleiding of sociale relaties. Zij worstelen met name met de beslissingen over de mate waarin zij nog ondersteuning en begeleiding nodig hebben.
Na jarenlange bemoeienis door hulpverleners, kiezen deze kwetsbare jongeren er na hun 18de levensjaar nogal eens voor zich te onttrekken aan alle hulp en bemoeienis van instanties. Terwijl er juist in deze leeftijdsfase veel geregeld moet worden. Denk bijvoorbeeld aan het vinden van huisvesting, het verwerven van inkomen, het financieel zelfredzaam worden, keuzes maken met betrekking tot werk of opleiding, relaties en vrije tijd. Bescherming door middel van bewindvoering en/of mentorschap kan voorkomen dat deze jongeren in korte tijd in grote financile, relationele of psychische problemen raken. Vanwege de veelheid van zaken die geregeld dienen te worden bij het bereiken van de volwassenheid en het toegroeien naar zelfstandigheid, is mentorschap zeker aan te bevelen. De mentor mag dus zelfs een hogere vergoeding vragen voor het vertegenwoordigen van juist deze jongeren.
Huiswerkopdracht 3 bij module 4
Zoek online de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren nog eens op. Onder artikel 4 vind je de extra beloningen voor de mentor. Lees dit artikel goed door en beantwoord daarna de volgende vragen. Neem de antwoorden zo letterlijk mogelijk over uit de wettekst en gebruik maximaal 100 woorden.
1. Voor welke stoornis, probleem of beperking dient een jongere jeugdhulp te hebben gehad om de mentor recht te geven op een hogere beloning?
2. In dit artikel worden, naast een bedrag voor de aanvangswerkzaamheden, nog twee zaken benoemd waarvoor een beloning in rekening gebracht mag worden. Welke twee situaties worden genoemd?
Tot slot van deze paragraaf wordt de mogelijkheid van het aanvragen van meer-uren besproken.
Wanneer de mentor niet uitkomt met het aantal uren dat hij beschikbaar heeft in een dossier, kan hij bij de kantonrechter een machtingsverzoek indienen. De brief waarin hij toestemming vraagt meer uren dan de gebruikelijke 17 uur in rekening te mogen brengen, wordt ook wel een verzoekschrift genoemd. Een verzoek aan de kantonrechter meer uren aan het dossier van de clint te besteden dan gebruikelijk, kan digitaal of per post gedaan worden en kan het beste verzonden worden voordat deze uren ook daadwerkelijk gemaakt worden. Meer-uren zijn uren die de mentor (heeft) besteedt aan het dossier buiten de uren die logischerwijs voortvloeien uit hetgeen de wet van de mentor verwacht. Het gaat om extra werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het vertegenwoordigen van de clint en het behartigen van zijn belangen. Als voorbeeld : het is logischerwijs van de mentor te verwachten dat hij zich inspant een vertrouwensband met de clint op te bouwen. Bij aanvang van het dossier is te verwachten dat hij de clint een aantal keer (vaker dan eens per twee maanden) bezoekt om kennis met hem te maken. Dat valt onder de normale verplichtingen en verwachtingen. Is de clint echter niet op het woonadres aanwezig of anderszins niet te bereiken voor de mentor, zal deze zich extra moeten inspannen toch met de clint in contact te komen. Daar kan veel tijd mee gemoeid zijn. Nog een voorbeeld: Wanneer clint veel weerstand heeft tegen de mentor en zich afstandelijk en tegendraads opstelt, zal de mentor zich extra moeten inspannen te achterhalen waar deze weerstand vandaan komt en hoe deze is te doorbreken. Wanneer dan blijkt dat de ouders van de clint tegenstanders zijn van het mentorschap en dat de clint daardoor negatief wordt benvloedt, zal de mentor eerst investeren in een betere verstandhouding met deze ouders. Dit komt bovenop de gebruikelijke contacten met de clint. Als laatste voorbeeld kan het veel tijd van de mentor vragen wanneer er in de familie van de clint sprake is van hoogoplopende conflicten die ook de clint raken. Wanneer noodzakelijk voor het welzijn van de clint, zal de mentor trachten te bemiddelen in het conflict.
Vanzelfsprekend zijn er nog veel meer voorbeelden te bedenken, maar waar het op neerkomt is dat de mentor significant meer uren aan een dossier (heeft) besteedt en dat het doel van deze extra inspanningen is of was het welzijn van de clint te verbeteren.
LET OP: Het doel van de extra uren dient altijd het verbeteren van de situatie van de clint te zijn.
4.4 Efficint en doelmatig werken
Tot zover even de lesstof over de verplichtte verslaglegging en stukken in het dossier en het op verschillende momenten informeren van de kantonrechter. Wat toe nu toe aan de orde is gekomen in deze module zijn zaken die de mentor in meer of mindere mate verplicht is. Dat geldt niet voor de nu volgende twee paragraven over het in kaart brengen van de doelen van de clint en de manier waarop je rapporteert in het dossier. Deze gedeelten zou je kunnen zien als adviezen of aanbevelingen: door op deze manier te werk te gaan, ben je doelgericht en efficint bezig. Je krijgt en behoudt overzicht en hebt duidelijk voor ogen wat het doel is van de vertegenwoordiging van je clint. Je ziet sneller op welke specifieke gebieden je de situatie van de clint kunt verbeteren.
Efficint omgaan met je tijd, of beter gezegd; met de beschikbare uren in een dossier, is voor de mentor noodzaak. In elk dossier zijn op jaarbasis 17 uren beschikbaar. In die uren hoor je de clint zon zes keer te bezoeken, zijn zorg te regisseren, zijn dossier bij te houden n verslag te doen aan de rechtbank. Slechts bij uitzondering kan de kantonrechter worden gevraagd meer uren te mogen besteden aan een dossier. Maar de kantonrechter zal geen toestemming geven meer-uren in rekening te mogen brengen, wanneer hij van ,mening is dat een bepaalde taak tot de reguliere werkzaamheden van de mentor behoort. En dat is vaak het geval. Er is veel wat eenvoudig weg binnen de beschikbare 17 uur dient te worden gerealiseerd. Het is daarom heel belangrijk grip en regie te houden over de beschikbare tijd. Anders gezegd: timemanagement is onmisbaar voor de mentor.
Timemanagement betekent voor de mentor bijvoorbeeld:
- clintbezoeken in dezelfde wooninstelling of regio op n dag plannen
- op vaste tijden telefonisch bereikbaar zijn en op andere momenten juist niet gestoord kunnen worden
- leren kort en doeltreffend te reageren op binnenkomende e-mails
- afbakenen van hetgeen wel en hetgeen niet onder de verantwoordelijkheden van de mentor valt
- duidelijk communiceren over hetgeen prioriteit heeft en hetgeen bijzaak is
- niet onnodig lang en vaak verantwoording afleggen aan (boze of bemoeizieke) familieleden
- goed voor ogen houden aan welke doelen gewerkt dient te worden in dit specifieke dossier
- kort en bondig rapporteren, zo dat ook voor collegas snel duidelijk is wat er precies speelt
Werk je bij een wat groter kantoor of organisatie, heb je wellicht de mogelijkheid een cursus of training te volgen waarmee je leert in minder tijd meer te doen. En wellicht heeft de organisatie waar je werkzaam bent als mentor een eigen werkwijze waarmee de doelen van de vertegenwoordiging in de gaten kunnen worden gehouden. Of zijn er afspraken gemaakt over de manier waarop je notities maakt in de dossier of verslag doet van een contact met de clint of iemand uit diens netwerk. Omdat we in deze opleiding echter volledig willen zijn, volgt nu een uitleg over het in kaart brengen van de doelen van de clint en de manier waarop je rapporteert in het dossier. Beide zijn nodig voor de verslagen aan de kantonrechter. Daarin doe je altijd kort verslag van het mentorschap en formuleer je de doelen waaraan je werkt.
4.5 Wensen en doelen in kaart
Een belangrijk onderdeel van zowel het mentorschapsplan als het mentorschapsverslag is de beschrijving van de doelen van het mentorschap. Je weet dat je als mentor de taak hebt de clint te vertegenwoordigen en zijn belangen te behartigen. Je herinnert je wellicht nog wel het rijtje taken van de mentor zoals die aan de orde kwamen in module 1 onder paragraaf 7. Daar werden de vijf belangrijkste doelen van het mentorschap opgesomd:
- de belangen van de clint behartigen
- een vertrouwensband opbouwen met de clint
-de zelfredzaamheid van de clint versterken
-rekening houden met de cultuur, religie en achtergrond van de clint
- bereikbaar zijn voor de clint en zijn netwerk
Al deze taken hebben het welzijn van de clint op het oog. Mentorschap wordt ingesteld met de bedoeling te zorgen dat het in alle opzichten goed of beter gaat met de clint. Maar wat is precies in alle opzichten? En wat is dan precies beter? Of op zijn minst goed? Hoe houd je trouwens in de gaten dat het in alle opzichten goed of in ieder geval beter gaat met de clint? En op welke manier verwoord de mentor hoe hij zich daarvoor heeft ingespannen wanneer hij verslag doet van zijn werkzaamheden aan de kantonrechter?
In module 3 heb je bij huiswerkopdracht 5 een begin gemaakt met het invullen van een netwerkanalyse. Deze tool gaf inzicht in de wensen van de clint met betrekking tot zijn sociale netwerk. Het doel van de interventie was het verstevigen van sociale vangnet. Naast het in kaart brengen van het sociale netwerk, werden in deze analyse in stap 4 en 5 ook de behoeften en veranderwensen besproken. Uiteindelijk werden de veranderwensen omgezet in concrete doelen.
Zelfinzichtopdracht
QR-code
Netwerkanalyse sociaal netwerk betrekken - In begeleiding die gericht is op competentievergroting is - Studeersnel
Kijk nog eens naar deze tool. Je hoeft st
Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraagStel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraag