Studiebot antwoord

Stel een vraag ›
 
Vraag gesteld door: PukSchulpen - 2 jaren geleden

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Personen

Filosoof
Tijd
Idee
Stroming
Thales
Oudheid
Thales geloofde niet in God. Hij vroeg zich af waardoor bepaalde fenomenen ontstonden 'oorzaak-gevolg' denken. Daarmee legde hij de basis voor het wetenschappelijk denken. Door een hypothese op te stellen en deze vervolgens te toetsen, beweerde hij aan kennis te komen. Hij onderbouwde zijn standpunten met argumenten. Romantische zienswijze: zielloze natuurwetenschap vervangen door spirituele benadering van de natuur (Romantiek)
Miletische school: natuurverschijnselen worden niet gezien als kwade voortekenen van goden, maar ontstaan gewoon.
Pythagoras
Oudheid
Deze wiskundige werd de vader van de wetenschap genoemd. Zintuiglijke waarneming konden volgens hem niet tot kennis leiden, men moest zuiver denken. De natuur was volgens getalsmatige verhoudingen vormgegeven: de gulden snede.
zuiver denken en intutie
Hippocrates
Oudheid
Hippocrates was een geneeskundige die empirisch te werk ging: door ervaring kom je aan kennis. Ziekte was volgens hem een natuurlijk fenomeen en dus niet goddelijk. Een misvatting van hem die lang is blijven hangen: de vier lichaamssappen.
empirisch (op ervaring) en geen God
Socrates
Oudheid
De leermeester van Plato wilde niet mensen iets leren, maar ervoor zorgen dat zij zelf het juiste inzicht vinden door de dialoog (gesprek, gedachtewisseling) aan te gaan. Plato schreef zijn beweringen op.
kritisch denken en opdoen van zelfkennis
Plato
Oudheid
Plato maakte gebruik van de dialectische methode, door vraag en antwoord gaf hij zijn theorien vorm. Hij was van mening dat alles wat wij zien niet echt is, er is een ideenwereld achter de werkelijkheid.
idealisme en geloof in de geest
Aristoteles
Oudheid
Aristoteles keerde zich af van zijn leermeester Plato en was gericht op de wetenschapspraktijk. Door je zintuigen te gebruiken kon je onderzoek doen. Hij legde de basis voor causaliteit: oorzaakgevolg en was hij van mening dat aan elk proces een premisse (voorwaarde) ligt. De aarde was het middelpunt van ons zonnestelsel.
logica (oorzaak / gevolg en als dit, dan dat), geocentrisme
Herodotes
Oudheid
Hij vond dat er gezocht moest worden naar feiten en dat er kritisch naar werd gekeken. Hij werd gezien als de eerste historicus.
lichtgelovig en v het doen van onderzoek
Thucydides
Oudheid
Hij was van mening dat het verleden de leiddraad vormt voor de toekomst. Hij ging zorgvuldig en objectief met zijn bronnen om. Anti-geloof, legenden en propaganda. Thucydides maakte onderscheid tussen oorzaak en aanleiding.
niet gelovig en objectief
Aristardum
Middeleeuwen
Bedenker van het heliocentrisme.
tegen de kerk
Thomas van Aquino
Middeleeuwen
Hij koppelde verstand en geloof los van elkaar. Kennis is het gevolg van zintuiglijke ervaring en redeneren. Men kan ook kennis op doen als je gelovig bent: kennis is neutraal.
anti-scholastiek
Jacob van Maerlant
Middeleeuwen
Hij schrijft een natuurencyclopedie: Der naturen bloeme, waarin hij vertelt over de mens, dieren, bomen en kruiden etc. Deze informatie heeft hij niet zelf ontdekt, maar overgenomen uit allemaal verschillende boeken. Hij laat stukken weg die hij niet belangrijk vind en trekt de betrouwbaarheid van zijn bron in twijfel. Hij beschrijft allerlei wezens die niet echt bestaan.
fantasie, boek is een onbetrouwbare bron
Copernicus
Renaissance
Hij hield zich bezig met wiskunde en sterrenkunde en was van mening dat het geocentrisme niet mogelijk was: het heliocentrisme was de oplossing. Pas na zijn dood gepubliceerd, want anders risico inquisitie.
tegen de kerk, onderzoeken van dingen
Galileo Galilei
Renaissance
Hij bevestigde het heliocentrisme van Copernicus met zijn telescoop. Volgens hem kon alleen wiskunde duidelijk maken hoe de hemellichamen bewegen en hij beschouwde de natuur als machine.
rebels tegen de kerk,
Erasmus
Renaissance
Kritische blik op de Bijbel, hij probeerde het Rooms-Katholieke geloof te hervormen naar het beeld van de oorspronkelijke Bijbelteksten
humanist
Ren Descartes
Wetenschappelijke revolutie
Zintuiglijke waarneming is niet betrouwbaar genoeg, alleen wiskunde levert ware kennis op. Elk onderzoek begint met een twijfel, het doel is tot ontwijfelbaar bewijs te komen. Hij gelooft wel dat God bestaat, maar onderscheidt het wereldlijke (lichaam) en het geestelijke (de ziel). Hij had een mechanisch wereldbeeld.
rationalisme (= denken/ gezond verstand), geloof in God, maar onderscheid wereldlijke en geestelijke.
Baruch de Spinoza
Wetenschappelijke revolutie
De natuur is niet door God geschapen, God ontstond zodra de natuur ontstond: God is de schepping. Hiermee bracht hij kritiek op de Bijbel ( een fantasievol boek) en is een voorloper van de (radicale /opstandige) Verlichting.
kritiek op bijbel, voorloper Verlichting, radicaal
Isaac Newton
Wetenschappelijke revolutie
Zijn ontdekking van de zwaartekracht wordt als hoogtepunt van de wetenschappelijke revolutie gezien. Ook kon hij alle bewegingen van planeten en sterren verklaren.
rationalisme (gezond verstand)
Adam Smith
Verlichting
Hij was voor vrije markteconomie waarbij iedereen voldoende middelen had om een goed leven te kunnen leiden, door concurrentie zouden de prijzen namelijk laag blijven tegen een hoge kwaliteit.
liberalisme!, rationalisme (gezond verstand)
Immanuel Kant
Verlichting
Hij was van mening dat er zaken zijn die voor de menselijke geest ontoereikend zijn (zoals God en het ontstaan van het heelal). Daarnaast kon men het beste kennis opdoen door rationalisme (verstand) en empirisme (ervaring/waarneming) te combineren. Een te grote nadruk op rationalisme zou leiden tot terreur. Grondlegger van de eenheid (belangrijk Romantiek)
combinatie van empirisme en rationalisme, grenzen aan wat wij kunnen kennen
Johann Wolfgang von Goethe
Romantiek (19e eeuw)
Goethe verlangde naar de actieve krachten van de natuur, in de harmonie van het geheel. De zielloze mechanistische natuurwetenschap (Verlichting) werd vervangen door de spirituele en dynamische (Romantiek)


Schleiermacher
Romantiek
(19e eeuw)
Schleiermacher was de grondlegger van de hermeneutiek en vond het belangrijk de teksten in de context van hun tijd te plaatsen. Hierdoor besef dat de menselijke natuur veranderlijk is (door tijd en ruimte).
Hermeneutiek (niet alleen wat mensen doen, maar ook weten waarom).
Dilthey
Moderne tijd (19e eeuw: Romantiek)
Volgens Dilthey is de hermeneutiek die geesteswetenschappen onderscheidt van natuurwetenschappen (waar nadruk vooral op het empirisme ligt). De mens is meer dan een kennend subject met een onveranderlijke geest. Objectieve kennis is mogelijk wanneer men zich inleeft in andere tijden en culturen.
Hermeneutiek
Auguste Comte
Moderne tijd (20e eeuw: Positivisme)
Oervader van het positivisme. De mens maakt drie fasen door: theologische fase, abstracte fase, koppelen van verschijnselen (door oorzakelijke verbanden).
Positivisme
Albert Einstein
Moderne tijd (20e eeuw: Positivisme)
Hij deed gedachte experimenten (gezond verstand) en was dus tegen logisch empiristen (verificatiebeginsel)
Rationeel, tegen verificatiebeginsel
Karl Popper
Moderne tijd (20e eeuw: Positivisme)
Oprichter falsificatieprincipe: een theorie sterker maken door hem proberen te weerleggen (en dit niet lukt).Hiermee veel invloed op de wetenschap. Cruciale test: experimenteren/observeren of proberen te weerleggen.
falsificatie
Thomas Kuhn
Moderne tijd (20e eeuw: Positivisme)
oprichter paradigma en paradigmawisseling. Ook het incommensurabiliteitsprincipe (twee verschillende paradigmas kunnen niet met elkaar) is door hem bedacht.
incommensurabiliteitsprincipe


Begrippen
1.1 De prehistorie
Collective learning: binnen een samenleving van elkaar leren waarbij kennis telkens wordt doorgegeven.

1.2 De oudheid
Wetenschappelijk denken: manier van denken waarbij bewust wordt nagedacht om verklaringen voor verschijnselen te vinden
Empirisch: kennis kun je krijgen door (zintuiglijke) ervaring
Hypothese: de verwachte uitkomst van een onderzoek
Dialectische methode: door vraag en antwoord theorien vormgeven
Causaliteit: oorzaakgevolg
Premisse: een voorwaarde (als dit) vormt een basis voor elk proces (dan dat)
Objectief: gebaseerd op feiten

1.3 Middeleeuwen (500-1500)
Heliocentrisme: het idee dat de zon het middelpunt is van ons zonnestelsel
Geocentrisme: het idee dat de aarde het middelpunt is van ons zonnestelsel
Scholastiek: Wetenschap waarbij christenen bronnen zoeken die hun geloof ondersteunen (bijv. geocentrisme en God), zolang het binnen het Christelijke geloof past
Causaliteit: oorzaak/gevolg

1.4 Renaissance (1400-1600)
Renaissance: periode met hernieuwde wetenschappelijke belangstelling en belangstelling voor kunst en wetenschap uit de Klassieke Oudheid, betere tijd aangebroken
Homo Universalis: de univeresele (complete) mens, iemand die zich in veel verschillende disciplines verdiept en deze combineerd (Leonardo Davinci).
Geocentrisme: het idee dat de aarde het middelpunt is van ons zonnestelsel
Heliocentrisme: het idee dat de zon het middelpunt is van ons zonnestelsel
Inquisitie: de kerk vervolgt iedereen die tegen het gezag van de kerk ingaat.
Studiae humanitatis: een verzamelnaam voor alle geesteswetenschappen van de mens (taal, geschiedenis, filosofie, literatuur etc.)
Humanisme: wetenschap die zich bezighield met de studiae humanitas

1.5 Wetenschappelijke Revolutie (1600-1700)
Inductie: vanuit verschillende individuele gevallen een centrale theorie/conclusie maken (onderdeel van het empirisme: zintuiglijke waarnemingen)
Deductie: een algemene theorie wordt toegepast op individuele gevallen (onderdeel van het rationalisme: denken)
Rationalisme: filosofische stroming die ervan uitgaat dat de rede/denken de enigste bron van kennis is
Mechanistisch wereldbeeld: alle verschijnselen in de wereld om ons heen herleiden tot concrete, fysische grootheden
Verlichting: stroming uit de 18e eeuw die zich bezighield met het verbeteren van de maatschappij d.m.v. wetenschappelijke en filosofische inzichten (verstand stond centraal)

1.6 De Verlichting (1700-1800)
Verlichting: stroming uit de 18e eeuw die zich bezighield met het verbeteren van de maatschappij d.m.v. wetenschappelijke en filosofische inzichten (verstand (rationalisme) stond centraal)
Maakbare samenleving: het verbeteren van de samenleving m.b.v. gezond verstand (vrijheid was een belangrijke voorwaarde)
Encyclopedie: een verzameling van kennis

1.7 Moderne Tijd (1800 - heden)
1.7.1 Negentiende Eeuw
Romantiek: een stroming in de westerse cultuur die zich vooral sterk deed gelden in de kunst en het intellectuele (geestelijk) leven. De natuur wordt gezien als n groot organisme.
- subjectieve ervaring als uitgangspunt
- emotie, spontaniteit, intutie centraal
- zintuiglijk (empirisme) niet boven verstand (rationeel)
Hermeneutische methode: d.m.v. interpretatie, niet alleen achterhalen wat mensen doen, maar ook waarom (begrijpen), methode wordt vooral gebruikt in geesteswetenschappen.
Natuurwetenschappen: bestuderen van levenloze natuur, uiterlijke handelingen (gedrag)
Geesteswetenschappen: bestuderen van innerlijke drijfveren (waarom dat gedrag)
1.7.2 Twintigste Eeuw
Verificatiebeginsel: alleen wat empirisch controleerbaar is, geldt als kennis
Logisch empirisme: stroming die zich vasthield aan het verificatieprincipe (uitspraken zijn alleen zinvol als ze door zintuiglijke ervaring (empiristisch) bevestigd of weerlegd kunnen worden)
Falsificatieprincipe: een theorie sterker maken door hem proberen te weerleggen (en dit niet lukt).
Cruciale test: theorien kunnen het beste getest worden door experimenten of door te kijken of je de theorie kunt weerleggen
Conventie: afspraak
Paradigma: manier van kijken op de wereld
Paradigmawisseling: verandering van denken en handelen (door nieuwe inzichten door wetenschappelijk onderzoek)
Incommensurabiliteitsprincipe: mensen met verschillende paradigmas kunnen niet met elkaar praten, ze spreken niet dezelfde taal.. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is onbeperkt.

Antwoord gegenereerd door AI Antwoord rapporteren

Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.

Stel een vraag
 
Inloggen via e-mail
Nieuw wachtwoord aanvragen
Registreren via e-mail
Winkelwagen
  • loader

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items! Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

loader

Ontvang gratis €2,50 bij je eerste upload

Help andere studenten door je eigen samenvattingen te uploaden op Knoowy. Upload ten minste één document en krijg gratis € 2,50 tegoed.

Upload je eerst document