Kan je de volgde toetstermen uitgebreid uitwerken: 1.23 De kandidaat stelt voor een situatie vast tot welke uitspraak de rechter komt
(vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, veroordeling/oplegging van een straf
of maatregel, onbevoegdheid van de rechter, nietigverklaring dagvaarding en
niet-ontvankelijkheid van het OM).
1.24 De kandidaat stelt voor een situatie vast welke rechtsmiddelen het OM en de
veroordeelde kunnen instellen of binnen welke termijn ze dat moeten doen
(verzet, hoger beroep, cassatie, herziening en cassatie in het belang der wet).
1.25 De kandidaat beschrijft de kenmerken van opsporing, vervolging en berechting
volgens de Wet op de economische delicten (WED) en de Wet
administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv/Wet
Mulder) (bevoegdheden OM en opsporingsambtenaren, voorlopige
maatregelen economische delicten, straffen en maatregelen, administratieve
sanctie en beroep
Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraagStel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraag