Studiebot antwoord

Stel een vraag ›
 
Vraag gesteld door: saarroekeloos - 2 jaren geleden

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: MODERNE BIOLOGISCHE POSITIVISME
Biologische stroming: introductie:
Ouder biologisch, naef positivistisch onderzoek: criminaliteit als (direct) gevolg van lichaamstype of erfelijkheid
Modern positivistisch biologisch onderzoek:
1. AV: Antisociaal/agressief/gewelddadig gedrag,
2. Bredere opvatting biologisch domein
3. Nooit biologie als enige verklaring: bio-psycho-socio
4. Causaliteit: probabilisme + intermediaire en storende variabelen

Refresher erfelijkheid:

Erfelijke info zit in je DNA
Flamingo is eig wit: hij word roze door de omgevingsinvloeden (eten, klimaat,)
Genotype: erfelijk materiaal, je genen
De interactie met je omgeving zorgt dat het tot uiting komt in fenotype: je fenotype is veranderlijk
Vb. zwaarlijvigheid zit in je genen maar betekent niet standaard dat je zwaarlijvig door het leven zal gaan, omgeving heeft ook nog invloed
Gedragsgenetisch onderzoek:
=> kijken wat van je gedrag veroorzaakt word door je genen en wat door de omgeving
Doel = de bijdrage van erfelijke en omgevingsfactoren aan individuele verschillen in een fenotype van belang, te schatten
o Methode: bestuderen verschillende niveaus van genetisch verwantschap tussen familieleden
adoptiestudies, tweelingstudies, tweeling-adoptieonderzoek, (zie cursus)
Belangrijkste conclusies:
o Algemeen: Significante genetische lading (.40 tot .50) voor de mate van gewelddadig/antisociaal gedrag
NOOIT n op n: genetische predispositie + invloed omgevingsfactoren (= gen-omgevingsreactie)
o Specifiek: eigenschappen als zelfcontrole, intelligentie, bepaalde persoonlijkheidstrekken matig tot sterk erfelijk, (alsook de fysieke vorming van bepaalde hersendelen!)
o Wlke genen dan? Moleculair onderzoek
o Genen kunnen onze neiging versterken om op een bepaalde manier te reageren

Gen-omgevingsreactie In casu: lage activiteit-MAOA-gen en kindermishandeling:

Negatieve jeugd verhoogt de kans dat je later agressief gedrag vertoont

Epigenetisch onderzoek:
Kijkt naar de uiting van gen-omgevingsreactie
o Invloed op genen, zonder aan het DNA zelf iets veranderen Genen aan of uit zetten
Omgeving heeft impact op de activiteit van de genen
Je genen zeggen welke functie de cellen hebben, soort aan en uit knop dat ervoor zorgt dat de cel de handleiding al dan niet kan lezen en dus al dan niet zal weten wat hij moet doen, aan en uit knop is de omgeving
o Effect in persoon zelf + kan doorgegeven worden aan nakomelingen (zie vb.)
Epigenetische gevolgen van trauma en zorgzaamheid in de opvoeding
o Vb. Baby muisje weggehaald bij mama-> stress bij muisje-> muisje gaat uiteindelijk zelf kindjes maken en bij die kindjes gaan ze zien dat deze kindjes een zeer afwijkend gedrag vertonen hoewel zij zelf nooit zijn weggehaald bij de mama en trauma hebben ervaren, de mama wel-> onderzoek toonde aan dat het genetisch gedrag dat werd doorgegeven veranderd was

Neurocriminologische verklaringen voor antisociaal gedrag:
1. (Aangeboren) hersenafwijkingen en stoornissen:
o In casu: the curious case of Phineas Gage
Phineas gage werd geraakt door metalen staaf, door zn hersenen, hij kon nog helemaal functioneren, enkel zn linker oog was kapot, hij genas vrij vlot
De fysieke wonde genas vrij snel maar men merkte dat hij qua innerlijk heel hard veranderd was, grof taalgebruik, niet vriendelijk, opvliegend, men had geen flauw idee dat dat soort hersenletsel zo n impact zou hebben, het opende een hele nieuwe piste van onderzoek van hersenen en de invloed op je gedrag
o Verbinding limbisch system-PFC

Limbisch systeem:
Ligt centraal, vrij oud hersengebied, hierin liggen je impulsen, je oerinstinct, het herkennen van emotionele reacties en het herkennen van emoties bij andere mensen
Amydala: vooral te maken met angstrespons, bij criminelen is dit vaak afwezig, ze zijn niet bang voor de gevolgen, ze gaan moeilijk leren uit hun daden
Pfc: vrij frontaal in hersenen, kan aanzien worden als tegenhanger van limbisch systeem, aanzien als deel van de hersenen dat van de mens een mens maakt, wnr beschadigd-> veel problemen met sociaal gedrag, geen remmen meer op je gedrag, seksuele stoornissen, weinig empathie, dit deel van de hersenen heeft dus ook invloed op die gevoelens van schaamte en schuld
=> limbisch systeem zijn eig gwn je emoties
=> pfc gaat zeggen stop controleer je impulsen, je kan dit gedrag niet stellen
=> slechtwerkende interactie tss beiden is de voornaamste reden dat mensen geweld plegen omdat ze geen impulscontrole hebben, er is niets dat zegt je kan dit mss beter niet doen
2. Biochemische afwijkingen in de werking van de zenuwsystemen: verstoring evenwicht chemische stoffen die functioneren reguleren, bijvoorbeeld
o Neurotransmitters: stoffen in het brein die staan voor het overdragen van informatie, ze kunnen je gedrag stoppen of ze kunnen je gedrag aansporen/ starten vb. dopamine
Onderzoek hierrond is aan het groeien, nog niet veel info
o Hormonen
Testosteron: zowel in volwassenheid als predictief: hoge mate testosteron word gelinkt aan hogere mate agressie en kans op crimineel gedrag
Cortisol: stress-respons

Pre- peri- en postnatale invloeden:
Postnatale invloeden kunnen leiden tot: ondervoeding, giftige omgevingsstoffen,
Perinatale invloeden kunnen leiden tot (tijdens de geboorte): zuurstoftekort, gebruik forceps,
Prenatale invloeden kunnen leiden tot: stress van de moeder, roken, alcoholgebruik
o (+ epigenetische invloeden?)
FAS: prenataal alcoholsyndroom-> hersenen kleiner, minder ruimte om te ontwikkelen
Relevantie biologisch onderzoek voor criminaliteitsbeleid:
Bestraffing? geen misdrijf zonder schuld
Predictie
o Causaliteit op zich irrelevant, louter verband genoeg voor risicoassessment
o Nog geen concrete toepassing
Preventie, vb.
o Medicatie, medische ingrepen
o Voedingssupplementen
o Mindfulness
o

Evaluatie biologische stromingen:
Biologische factoren spelen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een rol in totstandkoming van crimineel gedrag
o Vooral voor geweldcriminaliteit
o Wat met eigendomscriminaliteit?
Minder invloed? Andere invloed? Andere factoren met een andere invloed?
Onderzoek bijna exclusieve focus op gewelds- en gewone criminaliteit
Nooit directe invloed + in interactie met sociale/ecologische factoren
Causale mechanismen nog niet gedentificeerd
Nog veel onontgonnen terrein: niet exact duidelijk hoe genetica en omgeving interageren, hoe de hersenen werken, neurotransmitters,

MODERNE PSYCHOLOGISCHE POSITIVISME
Psychologische stromingen:
Psychologische discipline als lens
bij het verklaren van criminaliteit:
Criminaliteit = een ziekte
Crimineel = een patint
Doel = behandeling


Psychodynamische theorien:
Grondlegger: Freud (was generalist, hij deed geen expliciet onderzoek)
o Theorie menselijke persoonlijkheid en bewustzijn: wortels psychologische problemen vooral te vinden in traumatische ervaringen uit het verleden
o Verklaring voor ALLE menselijke gedrag (. dus ook antisociaal gedrag!)
Meest directe aanknopingspunt: dual instinct theory
Andere verklaringen in hele theorie te vinden
o Eros= levensinstinct, thanatos= doodsdrift


Gedrags en leerpsychologie:
= Meer wetenschappelijke stroming waarmee de psychologie en gedragswetenschap werd gevormd
Behavioristische traditie
o Bestudeerde uiterlijk waarneembaar gedrag
Gedrag als/ is een reactie op een prikkel/stimuli
o Mens als black box: ze keken naar het leerproces maar vooral naar wat ervoor gebeurde, ze hadden in het begin helemaal geen aandacht voor de cognitieve processen


o Dierexperimenten
Leerpsychologie: drie grote theorien
o Klassieke conditionering: (= oudste van de theorien, leerproces nog steeds correct)
Theorie werd ontwikkeld in begin 20ste eeuw door Pablo: hij merkte dat als hij eten gaf aan honden in zijn experimenten dat de honden speeksel aanmaakten, ook als ze belgeluid hoorden want ze associeerden dit belgeluid met eten, het was een conditionele stimulus
Passief leerproces: het verloopt grotendeels onbewust
Dit leerproces gebeurd ook bij ons vb. kleine kinderen die bang worden van een naald bij een dokter, de allereerste keer dat ze een naald zagen waren ze niet bang maar na te voelen wat het deed wouden ze niet meer naar de dokter en hadden ze schrik van de naald
Stap 1: Normale, ongeconditioneerde situatie = Eten (OS) speekselsecretie (OR)
Stap 2: Belgeluid doet niets, orinteringsreflex
Stap 3: Belgeluid (CS) + eten (OS) speeksel (+ herhaling)
Stap 4: Belgeluid (CS) speeksel (CR)
o Operante conditionering: (= bewuster leerproces)
Men leert adhv de gevolgen van eigen gedrag en men leert door de manipulatie van de omgeving
Sinner
Vooral dierenexperimenten
Eten aan de uitgang van een doos plaatsen, in het begin stelden de dieren nutteloze gedragen, als ze doorhadden dat na op een knop te duwen, het eten vrijkwam, gingen ze steeds sneller op de knop duwen omdat ze merkten dat ze op die manier aan eten zouden komen, ze leerden dus een bepaald gedrag omdat dit gedrag bekrachtigd word en op die manier nam dit gedrag toe
Theorie stelt dat bepaald gedrag kan toenemen of afnemen als dit gedrag bekrachtigd of bestraft word









o Sociaal (observationeel) leren:
Bandura-> introduceerde het idee dat kinderen en mensen het gedrag leren door de imitatie van andere mensen die zij als model nemen, ze doen dit ook als ze geen beloning of bestraffing krijgen, ze imiteren gwn, hij kwam tot deze conclusie adhv aantal experimenten
Transmission of aggression through imitation of aggressive models (Bandura, Ross, & Ross, 1961).
Experiment Bobo-pop

Persoonlijkheidspsychologie:
Bepaalde persoonlijkheidstrekken als empirische correlaten
o Verband met antisociaal gedrag, bepaalde stoornissen sterk geassocieerd met antisociaal en crimineel gedrag
Persoonlijkheidsstoornissen, specifiek
o ASPS= antisociale persoonlijkheidsstoornis: prevalentie voor hele populatie 3,6%, komt vaker voor bij mannen > vrouwen
mensen zijn agressief, oneerlijk, impulsief, geen spijt als ze iets verkeerd doen
o Psychopathie: <1%
15-20% gevangenispopulatie
50% ernstige misdrijven
Psychopaten lijken vaak normaal maar hebben ook gebrek aan empathie, vaak een masker van gezond verstand
! Niet alle psychopaten gaan effectief crimineel worden vb. veel ceos hebben ook trekken van deze persoonlijkheidsstoornis maar komt soms niet tot uiting

Cognitieve psychologie:
Bestudeert mentale processen en complexe gedragingen
o Vooral veel labo-experimenten
Verklaringen voor crimineel (antisociaal) gedrag?
o Defecten in -------------------------------------------------


Sociale psychologie:
Bestudeert menselijke gedrag en zijn in sociale context(en)
Sociale situaties benvloeden sterk hoe mensen zich gaan gedragen
Onderzocht adhv meerdere beroemde experimenten die vandaag als absoluut onethisch worden beschouwd
Vb. gevangenisexperiment: psychologe aan unief Stanford, deelnemers in 2 groepen gedeeld, groep gevangenen en groep bewakers, de zogenaamde bewakers waren begonnen zich te gedragen op slechte manier dus experiment stopgezet
Vandaag de dag vooral de invloed van internet, gangs, op individuen

Evaluatie psychologische stromingen:
Buiten Duitstalig Europa was er lange tijd breuk tussen psychologie en criminologie (cfr. Kriminalpsychologie)
Psychologische factoren zijn ondertussen gentegreerd in verschillende criminologische theorien
Speelt psychologie dezelfde rol voor alle vormen van criminaliteit?
o Relevant voor interpersoonlijk geweld, minder (?) voor eigendomscriminaliteit

NIEUWE TENDENSEN IN DE CRIMINOLOGIE
Gentegreerde theorien:
Meer en meer criminologische theorien integreren sociologische, psychologische en biologische concepten-> geen strijd meer tss versch theorien, meerdere onderzoekers hebben geprobeerd om versch inzichten te integreren om algemene verklaring te kunnen geven
Wikstrms Situational Action Theory (SAT= sociale actie theorie van Wikstrm) is beste voorbeeld
o Innovatieve conceptualisering van criminaliteit: overtreding van morele regels vastgelegd in de wet
o Onderscheid tussen waarneming en keuze: hij zegt dat de perceptie belangrijker is dan de keuz0065
o Identificatie van weinige causale factoren, die vlak voor het plegen van criminaliteit van belang zijn
o Combinatie van deterministische/probabilistische en voluntaristische factoren
o Combinatie elementen uit verschillende theorien
Durkheims idee van criminaliteit als morele overtreding
Zelfcontroletheorie (ook psychologische en biologische factoren)
Afschrikkingstheorien
Routine activiteitentheorie
o Empirisch bevestigd door longitudinale studie in Petersborough
o Neopositivistische theorie: proberen rekening te houden met latere kritiek op oorspronkelijke positivisme, zoals bvb problemen met definities van criminaliteit, Wickstrom houd rekening met deze kritieken, hij conceptualiseert criminaliteit, criminaliteit is maar een onderdeel van alle overtredingen van morele regels (specifiek de morele regels die in strafwet zijn vastgelegd)

Twee situationele sleutelmechanismen:
1. Perceptie van alternatieven = proces waarmee individu mogelijke opties voor actie erkent
2. Keuzeproces = proces waarmee individu verschillende alternatieven evalueert en op basis daarvan zijn/haar handeling bepaalt
Rationele keuze eig geen grote rol bij verklaring v criminaliteit, perceptie veel belangrijker, perceptie van mogelijke alternatieven, meeste van ons kiezen niet voor criminaliteit omdat we bvb moord niet zien als een alternatief, alleen als we een bepaalde gedraging als alternatief zien kunnen we beslissen of we deze gedraging in actie zetten dus echt kiezen of niet, ook hier zegt hij dat de meeste gedragingen eerder uit gewoonte worden gekozen
vb. eerst beslist joint te roken en dan gewend geraakt, veel dingen doen zonder erbij na te denken

Twee causaal relevante factoren:
2 onmiddellijke factoren, elke van deze factoren kan verdeeld worden in 2 elementen:
1. Proprensity= kenmerk van individu: geneigdheid tot criminaliteit
o Moraliteit (morele regels en emoties)
o Mogelijkheid om zelfcontrole uit te oefenen
o => Bestaat uit de neiging tot crimineel gedrag en dat is gebaseerd op morele regels die een individu in een bepaalde situatie hanteert en zijn vermogen tot zelfcontrole
2. Exposure= kenmerk van omgeving: criminogene blootstelling van omgeving
o Morele regels van omgeving
o Niveau van naleving van morele regels van omgeving
o => Regels van de omgeving van belang maar ook het niveau van naleving van deze regels
Vb. we gaan naar de fnac, meeste van ons denken niet aan iets te stelen omdat we bepaalde morele regels hebben, er zijn mensen die denken dat het mss interessant is een iphone te stelen, er zijn dan ook mensen die aan de gevolgen denken (wat zal mama zeggen, ik ga een proces krijgen), ze kunnen dit gedrag dan stoppen omwille van zelfcontrole


Ontwikkelingscriminologie:
=> gaf een dynamische visie op criminaliteit
o Verklaringen voor crimineel gedrag gezocht in levensloop van individuen
o => Vooral onderzoek naar jongeren (omdat hier het crimineel gedrag piekt en makkelijk onderzoeken-> survey)
Drie soorten theorien, met eigen nadruk (men moet longitudinale studies doen)
o Continuteit
Vb. Gottfredson en Hirschi: zelfcontrole)
o Continuteit of verandering
Vb. Moffitt: adolescent-limited en life-course persistent offenders
2 groepen mensen gedentificeerd: meeste jonge mensen die criminaliteit plegen doen dit alleen in de periode van de adolescentie en dan stoppen ze (= adolescent-limited), kleine groep mensen die vroeg begint en verantwoordelijk is voor ernstige conflicten en ze doen dit gedurende hun hele leven (= life-course persistent)
o Continuteit en verandering
Vb. Laub en Sampson (1993, 2003): grote studie van 500 criminelen, begonnen in jaren 40 >> langste longitudinale studie in criminologie + kwalitatief deel
o Geen pre-gedetermineerde criminele carrire, maar klemtoon op sociale bindingen en vrije wil: nieuwe bindingen kunnen turning points worden
=> Samson en laub langste longitudinale studie: voordeel dat ze gegevens uit vroegere studie konden gebruiken: persisters, desisters en mensen die zigzagcarriere hadden (wat zijn de factoren die deze versch criminele paden benvloeden)-> algemene theorie was het gebrek aan sociale banden (sociale bandentheorie van Hirschi uitgebreid naar hele leven van mensen) ze zagen in hun steekproef dat vele mensen konden stoppen met hun criminaliteit als ze een goed turning point bereikten bvb wnr ze een vriendin of kinderen krijgen-> ze konden niet bepalen wrm sommige hun criminele carrire konden stopzetten en andere verder gingen

Evaluatie nieuwe tendensen:
Gentegreerde en levensloop- theorien zijn veelbelovende neopositivistische theorien, dus
o (Partiele) erkenning van sociale constructie criminaliteit
o Probabilisme ipv determinisme, dus erkenning van agency
o Erkenning meerwaarde van kwalitatieve methoden om betekenis te begrijpen
o Focus op causale mechanismen ipv correlaties
Wikstrms Situational Action Theory is de beste hedendaagse etiologische theorie
o Specifiek focus voor causale mechanismen!
Ontwikkelingscriminologie heeft een dynamische visie op de ontwikkeling van criminaliteit
o Inzichten fundamenteel vernieuwend en veelbelovend voor beleid

MAAK MEERKEUZEVRAGEN. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 10.

Antwoord gegenereerd door AI Antwoord rapporteren

Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.

Stel een vraag
 
Inloggen via e-mail
Nieuw wachtwoord aanvragen
Registreren via e-mail
Winkelwagen
  • loader

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items! Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

Actie: ontvang 10% korting bij aankoop van 3 of meer items!

loader

Ontvang gratis €2,50 bij je eerste upload

Help andere studenten door je eigen samenvattingen te uploaden op Knoowy. Upload ten minste één document en krijg gratis € 2,50 tegoed.

Upload je eerst document