Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Laatste samenvatting locoregionaal ;)
Cutis
Subcutis
Ligamentum supraspinalis
Ligamentum intraspinalis
Ligamentum Flavum
Epidurale ruimte
Dura mater
Arachnodale mater
Subarachnodale ruimte
Pia mater
Ruggenmerg
Rode bloedcel -> hemoglobine -> O2 aan HB (4x) -> weefsels
Efedrine, Fenylefrine en noradrenaline: Sympathicomimeticum (agonist) versterkt de activiteit van het sympathische zenuwstelsel. Werken op de adrenerge receptoren. Neurotransmitter: (nor)adrenaline
Efedrine: A1, B1, B2
Fenylefrine: A1 (beetje B1, B2)
Noradrenaline: A1
- Alpha 1: vasoconstrictie
- Alpha 2: verminderd de activiteit van het sympathisch zenuwstelsel, heeft een sedatieve werking
- Beta 1: verhoogt HF en contractie kracht hart
- Beta 2: verwijding van bronchin en bloedvaten.
Atropine: Parasympaticolytica, antagonist. Werkt tegen parasympaticus. Is een anticholinergia. Gaan werking tegen acetylcholine (neurotransmitter) op de muscarine receptor.
Chronotroop: invloed van gnm op HF. Positief is HF omhoog. Negatief is HF omlaag
Inotroop: positief is contractie kracht omhoog, negatief is contractie kracht omlaag
Volgorde verloop blokkade
- Vasodilatatie, huid warm en tintelingen
- Afname temperatuurwaarnemingen (kou)
- Afname oppervlakkig pijn
- Afname sterke pijn
- Afname in het ervaren van aanraking
- Volledig uitvallen motorisch
La blokkeren in de zenuwcel de natriumkanalen zodat er geen actiepotentiaal kan ontstaan, dus geen pijnprikkel.
Zenuwcel is negatief geladen met kalium -70.
Prikkel pijn
Natriumkanalen openen, DEPOLARISATIE
Natrium gaat cel in
-70 naar 0 naar +30
Natriumkanalen dicht REPOLARISATIE
Binnenkant cel positief
Kaliumkanalen open
Kalium gaat buiten de cel
Net zo lang tot het weer -70 is
Ionen gradint is anders in de cel, de natrium/kaliumpomp maakt het weer andersom (kalium in de cel, natrium buiten de cel) HERSTELFASE
T10 is naval, T4 is tepel Dermatomen.
Spinaal Bijwerking:
- Hypotensie: door vasodilatatie, door sympatische blokkade, door minder veneuze return
- Vagale reactie: Parasympaticus neemt de overhand (rust) bradycardie. Of door stress en spanning. Of door te hoog blok: cellen die de sinusknoop aansturen vallen uit, bradycardie.
- Misselijkheid/braken
Spinaal complicaties
- LAST
- Total spinal
- PDPH
- Allergische reactie
- Drukletsels
- Neurologische schade/infectie (zeldzaam, meningitis, cauda equina syndroom)
- Mictiestroornissen door blaasretentie.
- Hematoom (zeldzaam)
LAST OORZAAK: LOKAAL ANESTHETICUM SYSTEMISCH TOXICITEIT
- Intravasale injectie
- Overdosering
- Vertraagde afbraak
LAST SYMPTOMEN:
- Doofheid tong
- Duizelingen
- Oorsuizen
- Metaalsmaak
- Visusstoornissen
- Spierspasme (ook hart)
- Convulsies
- Bewustzijn
- Coma
- Ademstilstand
LAST BEHANDELING
- Stop injectie
- Intralipid 20% (bind aan LA en plas je uit)
- Intuberen
- Midazolam (anti-epileptica)
TOTAL SPINAL: hoge zenuwblokkade waarbij N. Sympathicus, N. Intercostale, N. Phrenicus zijn verdoofd. Kan zelfs tot hersenen uitbreiden.
TOTAL SPINAL OORZAAK
- Te veel LA
- Epidural in subarachnodale ruimte
- Positioning Trendelenburg
- Anatomie Obese/zwanger
TOTAL SPINAL SYMPTOMEN
- Onrust
- Kortademigheid/benauwd
- Tinteling armen/handen
- Hypotensie bradycardie
- Verwijden pupillen
- Bewustzijnsverlies
TOTAL SPINAL BEHANDELING
- Zuurstof
- Kap-beademing
- Intubatie/beademing
- Hemodynamische ondersteuning/medicatie
PDPH POST DURALE PUNCTIE HOOFDPIJN: Liquorlek uit punctieplaats. Kan 2 tot 7 dagen na spinale anesthesie ontstaan. Bij epiduraal bij duraperforatie. (veel bij zwangere en jongeren)
PDPH SYMPTOMEN
- Scherpe hoofdpijn bij zitten/staan, minder bij liggen.
- Misselijk, nekstijfheid, visusstoornissen
PDPH BEHANDELING
- Hydratatie, cafene, bedrust, pijnstilling
- Evt epidurale bloodpatch, eigen steriel bloed inspuiten, bij stolling gaat lek dicht.
Contra-indicatie Spinaal
Absoluut
- Weigering patient
- Allergie LA (anafylactische shock, distributieve shock, genoeg circulerend volume maar bloedvaten onvoldoende samentrekken, vasodilatatie)
- Infectie op punctieplaats
- Verhoogde intracranile druk
- Stollingstoornissen INR <1,8
- Hypovolemie (bloeding, shock)
Relatief
- Sepsis, bacteriemie
- Kinderen, dementie, onmogelijkheid tot communiceren pt
- Anatomische/neurologsiche afwijkingen (hernia, scoliose)
- Rugoperatie punctieplaats.
- Aortaklep stenose
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.
Stel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraagStel een studievraag en wij proberen hem zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stel een vraag